Veteranendag
Gepubliceerd op: 02-06-2020
Geprint op: 26-09-2022
https://www.rotterdam.nl/wonen-leven/veteranendag/
Ga naar de hoofdinhoud

Sinds 2005 vindt er jaarlijks de laatste zaterdag van juni een landelijke veteranendag plaats in Den Haag, met defilé en activiteiten op het Malieveld. Om ook de eigen veteranen te eren, organiseren 200 gemeenten een lokale veteranendag.

Zo ook Rotterdam. Met ruim 1.500 veteranen, van wie er nog zo’n 80 werkzaam zijn bij defensie, is er een hechte groep veteranen ontstaan die elkaar ieder jaar treft tijdens de Rotterdamse veteranendag. Wat deze dag voor hen betekent? 'Je hoeft elkaar niets uit te leggen, iedereen heeft hetzelfde meegemaakt, dat schept een band.'

Met de Rotterdamse veteranendag wil het gemeentebestuur hun erkenning en waardering uitspreken voor het belangrijke werk dat deze veteranen tijdens oorlogsomstandigheden of bij missies in dienst van de vrede verricht. Daarnaast staan het samenbrengen van verhalen, elkaar ontmoeten, herdenken en eren centraal tijdens deze dag. Om deze verhalen samen te brengen, worden jaarlijks een aantal Rotterdamse veteranen geïnterviewd. Dit jaar een hechte groep uit Hoek van Holland. Lees hun verhalen hieronder.

‘Mijn bijnaam was: de man van 2 miljoen’

Adriaan van Rossum

Officier bij de Luchtmacht, reservist; uitzending naar Diyarbakir, Golfoorlog 1991

‘Ik stond met mijn koffer klaar om met vakantie te gaan, maar mijn verlof werd per onmiddellijke ingang ingetrokken. Zo werd ik namens Nederland uitgezonden naar Diyarbakir als NAVO-bondgenoot van Turkije.

De grootste dreiging waren Scud-raketten. Het was onze taak om die te onderscheppen met het luchtverdedigingswapensysteem Patriot, om zo Diyarbakir en het Turkse achterland te verdedigen. Op 24 januari 1991 om 8.10 uur gingen twee Patriot missiles de lucht in. We waren goed getraind dus we deden meteen alles wat we moesten doen. Bleek het een softwarefout van de fabrikant te zijn. De afweerraketten hebben verder geen schade aangericht, omdat ze zichzelf vernietigen als ze geen object detecteren. Nou ja, de schade was 1 miljoen gulden per stuk. Mijn bijnaam was vanaf dat moment ‘de man van 2 miljoen’.

Onze grondgebonden luchtverdedigers zitten nu in Slowakije in verband met de oorlog in Oekraïne. De situatie is bijna identiek. In mijn tijd was er nog geen internet en we bleven op de hoogte via CNN.  Bellen naar het thuisfront gebeurde via de satelliet. Wij zaten redelijk veilig. We waren in een gebied met Koerden en we wisten niet precies hoe zij gingen reageren. Want we waren daar op verzoek van Turkije. Waren we dan ook de vijand van de Koerden?

Wat veel indruk op me heeft gemaakt was de armoede in de prachtige stad Diyarbakir en het achterland. Zo zag ik een jongentje van een jaar of 6 op teenslippers in de vrieskou zakdoekjes verkopen. Ik ben er trots op veteraan te zijn en zo mijn steentje heb kunnen bijdragen aan vrede en veiligheid. En ik vind het fijn om er voor andere reservisten te zijn. Ik voel me ook verplicht hen mentale steun te bieden. Die kameraadschap is zo belangrijk. Ik ga regelmatig naar het veteranenontmoetingscentrum en ik vervul mijn ceremoniële rol bij herdenkingen en vieringen. Bij de Nationale Taptoe ben ik de verbindingsofficier voor buitenlandse orkesten. Dan begeleid ik de militaire bands. Ook geef ik les in militair recht aan nieuwe reservisten.'

'Ik ben er trots op veteraan te zijn en zo mijn steentje heb kunnen bijdragen aan vrede en veiligheid.’

'De broederschap die er is, maak je weinig mee'

Rob Terlouw

Chauffeur en verkenner bij de Landmacht, Vredesmissie naar Libanon in 1982

‘We waren net drie weken op vredesmissie in Libanon toen de Israëli’s binnenvielen. Wij moesten ons afzijdig houden, omdat wij daar waren om de vrede te bewaken. Stond ik daar achter een zandbalen kotje terwijl ze met een colonne tanks over de bergkam kwamen. Er zaten ook jongens op die tanks die in Nederland hadden gestudeerd. Werden we uitgescholden voor kaaskoppen!

Tijdens mijn dienstplicht ben ik ingedeeld bij de rijopleiding in Ossendrecht. Daar kregen we de vraag wie vrijwillig op uitzending wilde naar Libanon of Duitsland. Ik koos voor Libanon. Voordat ik vertrok volgde ik nog een verkennersopleiding in Amersfoort en de voorbereidingsopleiding voor Libanon in Assen. We draaiden verschillende oefeningen zoals oefening ‘Blauw Koord’ en twee weken oefening ‘Pantserstorm’ bij KCT (Korps Commando Troepen) in Rozendaal, om te leren overleven.

In Libanon liepen we patrouilles om eventuele infiltraties tegen te houden. En we spanden struikeldraden om wadi’s af te schermen. Als er een flair afging omdat iets of iemand tegen het draad aanliep, moesten we eropaf.  Dan schijt je wel zeven kleuren stront. Maar dan bleek het een wilde hond te zijn. Ik heb nooit op mensen geschoten. Wel heb ik een waarschuwingsschot gelost toen drie mensen vlak langs het munitiedepot liepen.  Bleek dat ze daar een stukje grond hadden gekocht.

Ik had die tijd nooit willen missen. De broederschap die er is, die maak je maar weinig mee. Ik weet niet of de missie mij heeft veranderd. Ik ga in ieder geval nooit met mijn rug naar een deur zitten. Ik moet alles kunnen overzien. En ik ga altijd naar een toilet met een deur en niet een urinoir.

Als je bij Defensie langer dan 30 dagen uitgezonden bent geweest, ontvang je daarvoor een medaille. Dat is normaal. En na afloop kreeg ik er nog één, een herinneringsmedaille. Het bijzondere aan onze vredesmissie is dat er in 1988 de Nobelprijs voor de Vrede is toegekend aan alle vredesmissies van na Nieuw Guinea. Mijn Nobelprijs-speld, waar ik enorm trots op ben, is opgespeld door onze burgemeester Aboutaleb.' 

'Ik was avontuurlijk en had de kameraadschap nooit willen missen.'

'Het blijft zo belangrijk te herdenken, eren en waarderen'

Peter Coomans

Kapitein b.d. Koninklijke Marechaussee, Uitgezonden naar Bosnië in 1999-2000

Herinneringen komen weer boven nu het oorlog is in Oekraïne. In 1999-2000 was ik voor een half jaar uitgezonden naar Bosnië. Dat was vanuit de algemene politiedienst van de Koninklijke Marechaussee. Ik ben het hele land door geweest en heb veel gezien.

De eerste dagen waren wennen en wat ik heb gezien heeft heel veel indruk gemaakt. Zoals de kapotgeschoten gebouwen en het vliegveld met daaronder de Oorlogstunnel van Sarajevo (Sarajevski ratni tunnel). Bewoners langs de weg wezen ons op mijnengevaar of op een huis waar heel veel wapens lagen. En ze gaven aan waar een massagraf was. Wij zetten dan deze informatie door, zodat de juiste onderdelen hun werk konden doen.

Contact met het thuisfront was er weinig. Mijn kinderen faxten brieven en tekeningen en voor een telefoongesprek met mijn vrouw moest ik lang in de rij staan. Bij thuiskomst was het wennen. Ik had veel waargenomen en beleefd en mijn vrouw en drie zonen waren natuurlijk ook gewoon doorgegaan. Ik wilde van alles doen, maar zij gingen hun eigen gang.

Een paar jaar geleden ben ik met mijn vrouw en jongste zoon teruggegaan, zodat zij konden zien waar ik was geweest. Er was veel hersteld dankzij Europees geld, zoals goede wegen en winkels en huizen waren weer opgebouwd. Maar zeker nog niet alles. De sporen van de oorlog waren nog te zien.

Ik heb verschillende functies binnen en buiten de Marechaussee vervuld. Na 40 jaar dienstverband ben ik nu met prepensioen. In ben regelmatig in het veteranencafé Westland (VOCW) waar ik veel andere veteranen spreek. Van mensen die net terugkeren tot oudere veteranen uit Indonesië en Korea.

Aan herdenkingen besteed ik veel tijd, zoals op 4 en 5 mei in Hoek van Holland en de Sunset March in Nijmegen. Met de Bond van Wapenbroeders ga ik elk jaar naar de Remembrance week in Londen. Ja, het is een stukje verwerking. Het blijft zo belangrijk te herdenken, eren en waarderen naar jong en oud.'

'Bijzonder om terug te kijken, helemaal nu het oorlog is in Oekraïne.'

‘Ik zou het zo weer doen, ondanks mijn PTSS’

Peter Wolfs

Adjudant Koninklijke Marechaussee, meerdere uitzendingen

Israël, Egypte, Haïti, Afghanistan, Angola, Italië, Irak, Kosovo en Moskou. Ik ben op meerdere uitzendingen geweest. Afghanistan was echt heel zwaar. Ik was daar in Kamp Holland toen twee Nederlandse jongens overleden.

Ik heb veel meegemaakt, veel ook met burgerslachtoffers. Nu geef ik presentaties aan jonge mensen en praat er met hen over. Ga niet de stoere jongen uithangen, zeg ik dan. Als de beelden in je kop blijven zitten, doe er dan wat aan en zoek hulp.

Zelf heb ik het altijd weggelachen, totdat ik erkende dat ik zware PTSS heb opgelopen en intensieve traumatherapie ben gaan volgen. Ook in Nederland heb ik pittige dingen meegemaakt. In 1992 een gijzeling en in 1998 ben ik gewond geraakt bij een overval op een grenswisselkantoor.

Mijn maten konden het zich in het begin niet voorstellen. Ik kreeg reacties als Jij?!? En: het komt wel goed. Ik ben met de billen bloot gegaan en heb voor een groep van 45 man mijn verhaal verteld. En ja, de hechte kameraadschap is voor altijd. Op een missie met elke dag ellende, moet je honderd procent op elkaar vertrouwen. Dan snap je elkaar zonder woorden.

De eerste missies zag ik als lange vakanties. Maar later is dat veranderd. Mensen zeggen dat het mij harder heeft gemaakt. Dat vind ik jammer. In Angola moest ik elke dag aan eten zien te komen. En in Afghanistan was ik erbij toen een man zich opblies op een markt. Als mijn kleinkinderen te veel schreeuwen kan ik daar kortaf op reageren. En mijn kleinkinderen zijn echt mijn alles. Het geschreeuw herinnert mij dan daaraan. En als mensen te laat komen, ongeïnteresseerd zijn bij een training of hun wapen niet goed schoonmaken, dan kan ik uit mijn slof schieten, maar dat wil ik niet.

Vroeger wilde ik beroepsmilitair worden of bij de politie. De Koninklijke Marechaussee is een combinatie van beide. En ik zou het weer doen, ondanks de PTSS. Want ik wilde iets van de wereld zien. Ik heb met buitenlandse eenheden gewerkt en mensen in allerlei landen ontmoet.'

'Ik wilde iets van de wereld zien, daarom zou ik het weer doen ondanks mijn PTSS.'

Rotterdamse veteranendag in september

Om Rotterdamse veteranen de mogelijkheid te geven om zowel bij de landelijke als bij de Rotterdamse editie aanwezig te zijn en om ook de mogelijkheid te geven aan werkenden en jonge gezinnen, vindt de Rotterdamse editie dit jaar plaats op zaterdag 24 september. Rotterdamse veteranen aangesloten bij Nlveteraneninstituut.nl hebben hiervoor een persoonlijke uitnodiging met antwoordkaart ontvangen. Tijdens de landelijke veteranendag op zaterdag 25 juni 2022 hangt de veteranenvlag op het stadhuis: een vlag ontworpen door veteranen die symbool staat voor verbondenheid en waardering voor alle veteranen. Meer informatie over de veteranendag vind je op Veteranenshop.nl.

Ambassadeurs

Voor de organisatie van de Rotterdamse veteranendag werkt de gemeente samen met een klankbordgroep van Rotterdamse veteranen van diverse missies. Zij delen hun verhaal, denken mee met het programma en zorgen voor het onder de aandacht brengen van de Rotterdamse veteranendag.

Eerdere interviews met veteranen

Portretfoto Noël Daalman

Op jonge leeftijd ging Noël Daalman al in dienst. Voor hem is vriendschap een van de dingen die hem is bijgebleven van zijn tijd bij Defensie. ‘Vandaag de dag heb ik nog steeds contact met die mensen.’

Noël was vanaf 1993 negenenhalf jaar bij de krijgsmacht en ging op drie missies, eerst als dienstplichtige en later als beroepsmilitair. Hij bekleedde verschillende functies, waaronder die van chauffeur, boordschutter 25mm kanon en plaatsvervangend groepscommandant. ‘Mijn eerste missie was op mijn achttiende’, begint hij te vertellen. ‘Ik werd uitgezonden naar Bosnië, Busovača. Dat was ook de eerste keer dat ik voor een langere tijd het huis uit ging. Voordat we startten met de missie, kregen we een korte opleiding ter voorbereiding. Ik leerde bijvoorbeeld hoe ik moest handelen bij calamiteiten of hoe ik moest reageren op mensen om mij heen.’

De inmiddels 46-jarige veteraan is een echte Rotterdammer, met een nuchter karakter en een positieve instelling. ‘Het is natuurlijk niet niks als je op uitzending gaat, zeker op zo jonge leeftijd. Maar ik kon de meeste dingen die ik tegenkwam goed relativeren. Of ik in gevaarlijke situaties terecht kwam? Nee, niet in directe zin. Van afstand zag ik wel eens dingen gebeuren, of we reden met voertuigen door onrustig gebied, maar ik heb gelukkig nooit echt gevaar gekend.'

Vriendschappen

Iets heeft Noël altijd al gewaardeerd tijdens zijn dienstjaren: saamhorigheid en vriendschap. Hij vervolgt: ‘Ik ben een mensenmens. Tijdens missies trek je voor langere tijd met andere mensen op. Dan is het erg prettig dat je op elkaar kunt terugvallen. Elkaar proberen te helpen. Maar ook om ervaringen en gedachten uit te wisselen. Bijvoorbeeld hoe je ergens mee omgaat. Daardoor bouw je een band met anderen op. Vandaag de dag heb ik nog steeds contact met die mensen. Via social media, of eerder bij verschillende Veteranendagen waar ik bij was. Dat doet mij enorm goed.’

Volwassen worden

Omdat Noël al op jonge leeftijd in dienst ging, heeft hij in het leger een persoonlijke groei doorgemaakt. Hij is er volwassen geworden, een ‘echte man’, zoals hij zelf ook zegt. ‘Achteraf merk je pas dat je groeit als mens door zulke missies. Ik was zelfstandiger en rustiger geworden.’

Verschillende aspecten uit zijn dienstjaren komen vandaag de dag nog steeds terug in zijn leven. ‘Ik gebruik mijn ervaring vanuit defensie in het dagelijks leven. Bijvoorbeeld in mijn manier van plannen en vooruitdenken. Ik denk meer in oorzaak en gevolg, over de consequenties van een bepaalde handeling of gebeurtenis.

Of ik nog veel aan mijn dienstjaren terugdenk? De saamhorigheid tussen de mannen onder elkaar, tijdens de feestdagen zonder familie. Je werk uitvoeren voor vrede en veiligheid, zulke dingen denk ik aan. De minder leuke zaken heb ik achter me gelaten, maar de leuke dingen, zoals de gesprekken, blijven nog wel hangen.'

Portretfoto André Drost

In 1980 als dienstplichtig militair vier maanden met UNIFIL in Libanon, mortierist bij de Infanterie Ondersteuningscompagnie.

'Ik had jarenlang helemaal geen contact met andere veteranen. Ik begon pas na 2015, toen het draaginsigne Nobelprijs VN-militairen aan veteranen werd uitgereikt, naar Veteranendagen te gaan. Sindsdien ben ik elk jaar geweest. Ook in Rotterdam, die is wat kleinschaliger. Ik kom nooit iemand uit mijn lichting tegen, wel van eerdere en latere uitzendingen, en met hen heb ik nu veel contact. Hoewel ieders ervaring anders is, kunnen we toch praten over wat we in Libanon meegemaakt hebben. Maar gelukkig ook over andere dingen! We hebben een wandelclub, ik doe twee keer per week een tocht met iemand in de omgeving. En de volgende Vierdaagse zit in de planning.'

Een andere wereld

'Ik kreeg vóór de uitzending weinig instructie over de gebruiken en de verhoudingen in Libanon. Ik was pas negentien, en kwam van een gereguleerd westers land terecht in een oorlogsgebied. Ik merkte snel dat de wereld ingewikkelder in elkaar zit dan hoe het in het vreedzame Nederland lijkt. Toch was het bijzonder om andere mensen en een andere mentaliteit te leren kennen.

Ik ontwikkelde snel het gevoel dat ik voor mijn medemens moest zorgen. Voor mijn peloton, maar ook voor de locals. De stedelingen waren moderne mensen, en blij dat wij er waren, maar veel mensen in de dorpen waren fel gekant tegen onze aanwezigheid. We werden geïntimideerd en beschoten. Die tijd heeft mij totaal veranderd, ik heb een aantal nare dingen meegemaakt.

Bombardementen in de verte waren onwerkelijk. Ik reed eens met een konvooi door een getroffen gebied en voelde me machteloos. Ik wilde stoppen en helpen, maar wat kon ik doen? Ik was getuige van vreselijke familiedrama’s, zoals eerwraak, lijfstraffen, en ik ben zelf een keer aangevallen door een dorpeling met een zwaard. Op de basis draaide een medesoldaat door, en hij verwondde mij daarbij. Hij deed vaker rare dingen, maar mijn commandant ondernam geen actie, omdat de missie nog maar drie weken zou duren.

Mijn peloton was geen hecht team. Ik heb naderhand gehoord dat, terug in Nederland, veel van hen ernstige problemen kregen, zelfs resulterend in zelfdoding. De leiding toen was ook onervaren en matig voorbereid. Ondanks alles zou ik het zo weer doen. Ik ben jaloers op degenen die nu op missie gaan. Niet op de bermbommen en het geweld, maar op hun betere voorbereiding, organisatie en begeleiding, vóór, tijdens en na. Wij kregen verouderd materiaal, hadden een onhelder mandaat, mochten ‘in principe zo min mogelijk geweld gebruiken’ en voerden dan maar onze orders uit.'

Weer thuis

'Je mocht vroeger het thuisfront niets vertellen, maar mijn vader zag meteen dat ik er slecht aan toe was. Het duurde vijf jaar voordat ik weer de rust had om te gaan studeren. Ik ben docent geworden.

In 2016 had ik een burn-out, met veel slaapproblemen en nachtmerries. Mijn bedrijfsarts stuurde mij naar de Militaire Geestelijke Gezondheidszorg, MGGZ. Het bleek dat ik een posttraumatische stressstoornis had, PTSS, als gevolg van mijn tijd in Libanon. Daar ben ik vijftien maanden voor behandeld.

Alles heeft tot op heden grote invloed op mijn leven en op dat van mijn familie. Het is ‘in Libanon voor even maar in je hoofd voor je leven’. Ik heb sindsdien enorm veel aan de mensen die ik op de Veteranendagen heb ontmoet, dat zijn echte vrienden geworden. Hoewel ze van andere lichtingen zijn, is er toch veel dat ons bindt.'

Portretfoto Priscilla Werkman

Anesthesiemedewerker, was in 2010 in Afghanistan als soldaat-gewondenverzorger (PTLS, post trauma life support). 

'Ik zat tot mijn zestiende op het atheneum, maar ik was destijds een beetje rebels. Ik zag een advertentie van defensie en de belofte van avontuur en nieuwe ervaringen trokken me erg aan. Op mijn zeventiende meldde ik me aan bij de krijgsmacht.

Tijdens de keuring bleek dat ik fysiek niet sterk genoeg was voor een gevechtseenheid, maar ik kon wel terecht in een logistieke of geneeskundige eenheid. Ik kreeg de basistraining tot soldaat en kwam daarna paraat bij 471 MOGOS compagnie in Ermelo. Die afkorting staat voor Mobiel Geneeskundig Operatiekamer Systeem. Daarna volgde een ‘opwerktraject’ van een jaar, als voorbereiding op een uitzending. Tijdens dit traject volg je diverse lessen en train je verschillende scenario’s.'

Missie

'Op mijn negentiende, in 2010, ging ik vier maanden naar Tarin Kowt in Uruzgan, Afghanistan. Ik was op dat moment de jongste Nederlander op Kamp Holland. Door de training ben je voorbereid om continu ‘aan’ te staan; 24/7 focus op het werk in oorlogsgebied.

Ik werkte op de OPS-room van het ziekenhuis op Kamp Holland; de role 2. We monitorden dag en nacht de berichten over acties en gevechten, zodat we voorbereid waren wanneer er gewonden binnen zouden komen. In het ziekenhuis werden Nederlanders, Amerikanen en Australiërs, leden van het Afghaanse leger en de Afghaanse politie en andere ISAF-gerelateerde gewonden behandeld.

Ik heb me niet echt in gevaar gevoeld, het kamp zelf was relatief veilig. Terug in Nederland viel ik nogal in een gat. Ik wilde graag verder leren. Door medische oefeningen met reservisten en het meekijken bij operaties tijdens uitzending had ik kennisgemaakt met de anesthesie, maar via defensie kon ik dat helaas niet bereiken. Ik nam ontslag, haalde mijn havodiploma en deed in Zwolle de opleiding tot anesthesiemedewerker. Na twee jaar werkervaring in Zwolle vertrok ik naar de ABC-eilanden, daar werkte ik drie jaar. Daarna belandde ik in Rotterdam, in het Maasstad ziekenhuis. Momenteel werk ik in het Albert Schweitzer Ziekenhuis in Dordrecht.'

Een jaar met corona

'In het voorjaar van 2020, tijdens de eerste coronagolf, was ik aan het werk in het ziekenhuis op Aruba. De grenzen gingen dicht en ik bleef op het eiland. Er was een strenge lockdown met een streng gehandhaafde avondklok. De besmettingscijfers daalden daarna snel, dus gelukkig raakte de zorg niet overbelast.

In juli ging ik terug naar Nederland. Door de hoge bezetting van de IC’s werd hier minder geopereerd. Ik ben in Nederland een aantal keren ingezet op de verpleegafdeling en als buddy op de IC. Ik vind het geen probleem om op andere manieren ingezet te worden. Dat is waarschijnlijk ook het karakter van de meeste militairen: je leert om te handelen en oplossingsgericht te zijn.'

Veteranendag

'Ik ben nog nooit bij de Veteranendag geweest! Na mijn werk bij defensie zat ik vier jaar met mijn hoofd in de studieboeken, daarna werkte ik drie jaar in het buitenland. Defensie heb ik daardoor redelijk losgelaten. Met een paar oud-collega’s houd ik nog wel contact over dagelijkse dingen. Vorig jaar kreeg ik een uitnodiging voor Veteranendag, maar ik zou liever mijn bijdrage aan de dag willen leveren als vrijwilliger.

Defensie blijft altijd wel kriebelen, wellicht ooit in een functie als reservist. Ik zou dan wel iets willen doen met meer uitdaging en verantwoordelijkheid. Mijn tijd bij defensie was geweldig: ik heb veel geleerd, mijn grenzen verlegd en ik heb me onderdeel van een team gevoeld. Wanneer ik nieuwsberichten zie over Nederlandse militairen in bijvoorbeeld Mali, voel ik altijd nog betrokkenheid. Met andere (ex-)militairen voel je snel een band, omdat je een beetje hetzelfde hebt meegemaakt. Die bijzondere tijd vergeet ik nooit meer, het heeft mij gevormd.'

Portretfoto Roeland van As

Wie bij Hetty (37) en Roeland van As (31) binnenstapt, voelt zich welkom. Ze wonen in een gezellig huis in Rotterdam met hun twee kinderen en hun prachtige kitten.  Zij zelf zijn heel relaxed en vertellen gepassioneerd over hun tijd bij Defensie. 

Hetty van As – Harteveld werd twee keer uitgezonden. In 2005 naar Pakistan als medewerker HPG (Hygiëne Preventieve Gezondheidszorg) op humanitaire missie na een allesverwoestende aardbeving. En in 2008 naar Afghanistan, als medewerker Opname en Ontvangst in een ROLE 2 hospitaal. In 2012 ging ze weg bij Defensie omdat ze graag een gezin wilde.

Roeland van As werd ook twee keer uitgezonden. In 2010 naar Afghanistan, als laboratoriummedewerker in een ROLE 2 hospitaal. In 2014 ging hij zes weken op oefening in Burundi. En in 2015 naar Mali, als allround timmerman. In 2011 werd zijn contract niet verlengd door bezuinigingen. Maar in 2013 kwam hij terug bij Defensie, hij is nu in opleiding voor sergeant MA (militaire administratie).

Inmiddels zijn ze al jaren getrouwd, maar ze raakten bevriend bij Defensie. Toen Roeland op uitzending was in Afghanistan, hadden ze veel contact via MSN. Toen sprong de vonk echt over. Toen hij terugkwam in Nederland, hebben ze ‘elkaar niet meer losgelaten.’ Als uit één mond geven ze antwoord op de vraag wat hun tijd bij Defensie hen heeft opgeleverd. ‘Vriendschappen. Heel bijzondere en sterke vriendschappen.’ Ze leggen later uit waardoor die onderlinge Defensie-vriendschappen zo bijzonder zijn. 

Hoe is het om op uitzending te zijn? En wat doet het met je?

‘In Pakistan was na die aardbeving helemaal niks meer. Echt niks.’ vertelt Hetty. ‘Wij waren daar zó nodig. Mensen kwamen met gewonden op een deur, na dagen lopen vanuit de bergen bij ons op zoek naar hulp. Je hart breekt als je de dekens van echt zieke mensen moet verbranden, terwijl een klein meisje die deken heel graag wil hebben omdat ze niks meer heeft. In Afghanistan was het anders. Daar had ik een brede ondersteunende taak, samen met collega’s.  Ik ben bij Defensie gegaan omdat ik een steentje wilde bijdragen aan de wereld. Ik heb ook echt het gevoel dat ik dat gedaan heb. Ik zou direct weer op uitzending gaan, als het kon. Het is moeilijk én mooi.’ 

Roelands eerste uitzending was naar hetzelfde hospitaal waar Hetty in 2008 was. Hij was daar laboratoriummedewerker. Een andere taak was het fouilleren van iedereen die binnengebracht werd op de spoedeisende hulp. ‘Dat moest omdat patiënten soms nog explosief materiaal bij zich hadden. Het verhaal was, dat er ooit een handgranaat op de grond viel bij de SEH, die een gewonde man bij zich had. Daarna werd dat fouilleren onderdeel van het protocol. 

Ik vond het fantastisch, die uitzendingen. De afwisseling, actief zijn, kameraadschap. En ja, het is ook zwaar. We behandelden 1500 patiënten, er waren 27 doden waarvan 3 Nederlanders. Ja, grotendeels door ‘oorlogsgeweld’. Toen ik net een paar weken daar was, reden twee Nederlandse mariniers op een bermbom. Het maakte mij bewuster van de belangrijke dingen in het leven. Ik ging nog meer mijn best doen om het goed te doen voor mijn collega’s. Naar Mali ging ik als allround timmerman, om met collega’s een kamp te bouwen. Heel anders dan het werk in Afghanistan, maar ook prachtig.’ 

Portretfoto Hetty van As-Harteveld

Steun aan elkaar

Ik geloof niet dat wij PTSS hebben’ vertelt Hetty. ‘Maar we kennen wel collega’s die het na uitzendingen moeilijk hebben of zelfs afgekeurd zijn. Wij hadden veel steun aan elkaar. Omdat we twee jaar na elkaar toevallig op dezelfde plek in Afghanistan zaten, konden we er goed over praten. Wij herkennen van elkaar wat we meemaken.’ Roeland vult haar aan: ‘Ik sta sindsdien wel bewuster in het leven. Ik vind de familieband nog belangrijker dan daarvoor. Die wil ik sowieso goed houden. Daar doe ik moeite voor. Maar ook de liefde die ik voel voor m’n kinderen.  Ik ga altijd weg met een knuffel en een kus.’ 

Of het met de missies te maken heeft, weten ze niet, maar ze letten wel altijd extra goed op. In grote mensenmassa’s zul je hen niet vinden. En Hetty weet altijd waar de (nood)uitgang is. ‘Oja, en als we met vakantie gaan, zijn we ook supergoed voorbereid in praktische zin. Dat is ook echt wel een Defensieding, geloof ik!’ 

Defensievriendschappen

Maar dan toch: die vriendschap. Wat is er nou zó bijzonder aan de vriendschappen die bij Defensie ontstaan? ‘Het is best moeilijk uit te leggen’, vertellen Roeland en Hetty. ‘Die vriendschappen ontstaan eigenlijk in een parallel leven. Het leven in de kazerne en op uitzending is niet verweven met je leven thuis. Het is apart. Je werkt en leeft samen, dag en nacht. Je doet samen wat je moet doen. Je maakt alles samen mee. Leuke dingen en moeilijke dingen. En je bent totaal op elkaar aangewezen. Je vertrouwt elkaar en dat moet ook. Anders kun je je werk niet doen.

Als je daar vrienden wordt, weet je wat je aan elkaar hebt. Het geeft niet als je elkaar kort of lang niet ziet. Iedereen weet dat je nog een ander leven hebt thuis, buiten Defensie. Dat was op de kazerne ook al. In ’t weekend ben je thuis. Op zondagavond, of maandagochtend ga je gewoon weer verder waar je gebleven was. 

Defensievrienden doen ook niet moeilijk als je een poosje niets laat horen. Of als je niet meteen reageert op een appje. Zij weten dat je nog een ander leven hebt, thuis. Het blijft gewoon goed, die vertrouwensband slijt niet.’  

Veteranendag

Hetty en Roeland vinden Veteranendag juist vanwege die vriendschappen heel belangrijk. ‘Wij hebben er nog nooit bij kunnen zijn, omdat het altijd doordeweeks was. Vorig jaar was het voor het eerst op zaterdag en wilden we er graag naartoe. Het ging helaas niet door vanwege corona en nu weer niet. Wij zien die vrienden soms wat vaker en dan weer een hele poos niet. Dat is niet erg. Omdat die vriendschappen gebouwd zijn op gedeelde ervaringen, mooie en moeilijke, kan die vriendschap alles hebben. Om dat weer met elkaar te beleven, is Veteranendag heel belangrijk voor ons.‘ 

Frans Schoots

Ik was vanaf september 1959 als dienstplichtig marinier gestationeerd in Sorong, in toenmalig Nederlands Nieuw-Guinea. Toen duurde een uitzending nog een jaar. Vrij snel werd ik daar schrijver LZTO, oftewel secretaris van de Lucht- en Zeetransport Officier. Ik zorgde dat de post, en af en toe groente, van ons vliegveld op het eilandje Jefman met een boot naar Sorong vervoerd werd. Na mijn diensttijd ben ik wijnhandelaar en uiteindelijk wijnadviseur geworden.

Ik kom sinds de eerste keer in 2008 al op de Rotterdamse Veteranendag. Daar komen weinig oude bekenden van mij uit mijn diensttijd, want die zitten over het hele land verspreid. Maar het mooie is dat je op zo’n dag makkelijk nieuwe bekenden opdoet, je ‘hoort erbij’, bijna vanzelf, en dat is erg leuk. Het is jammer dat het dit jaar niet doorgaat, maar het is niet anders.

Ik vond mijn uitzending een bijzondere ervaring, die ik niet zou hebben willen missen. Ik kan wel zeggen dat het mij gevormd heeft. Het begon al met een indrukwekkend lange reis, vanaf Schiphol via Alaska en Tokio. Toen ik op Nieuw-Guinea uit het vliegtuig stapte was de tropische hitte een behoorlijke schok. Zelfs na een jaar bleef dat bijzonder. Ik heb veel meegemaakt en gezien daar, ik zou er avonden over kunnen vertellen.

Wat ik erdoor geleerd heb is waarschijnlijk dit: je moet jezelf eerst goed informeren over iets, voor je erin stapt of je mening geeft. Dat zit zo: Er kwamen op een gegeven moment kwartiermakers van de Landmacht daar aanzetten met een schip met 100 jeeps en 100 vrachtwagens. En terug in Nederland vroeg minister Klompé in de Tweede Kamer waarom de mariniers op Nieuw-Guinea met dure vliegtuigen in plaats van met de goedkope trein vervoerd werden. Beide zaken waren eigenlijk heel vreemd, want… er waren geen wegen op het eiland, laat staan dat er treinen reden! Volgens mij geldt dat voor veel dingen in het leven, zoek eerst maar eens uit hoe de vork in de steel zit.

Rob Godijn

Ik was in 1982 in Libanon met UNIFIL, als zogenoemd vrijwillig nadienend soldaat. Mijn taak was Cadi, ook bekend als PX-dutyfree medewerker, ik verzorgde het bier, fris, sterke drank, rookwaren, chips en…Venco drop! Tegenwoordig werk ik voor de gemeente Rotterdam.

Ik ben informeel voorzitter van de veteranen in de regio. We beheren een appgroep en een facebookpagina, en we verzorgen activiteiten en kleinschalige bijeenkomsten. Ik hou sowieso virtueel contact met andere veteranen tijdens corona. Ook was ik met enkele anderen op 4 mei bij de dodenherdenking in Oud-IJsselmonde. We hebben, in uniform, de vlag halfstok gehesen en een bloemstuk gelegd, natuurlijk rekening houdend met de anderhalve meter.

Rotterdam heeft de Marinierskazerne, en de geschiedenis is hier bijna tastbaar. Denk maar aan het gevecht van de mariniers om de bruggen in mei 1940, en aan het bombardement. De stad is hierdoor gevormd. De vrijheid die wij nu hebben kwam er niet vanzelf, daar hebben mensen voor gevochten. Dat moeten we in ere houden, en ik vind dat veteranen daarbij horen.

Door mijn ervaringen kijk ik anders naar oorlogen op tv dan de meeste mensen, denk ik. Maar het heeft mij ook positief beïnvloed. Ik heb doorzettingsvermogen gekregen, en geleerd hoe je kunt samenwerken. Ik wil nog steeds graag ‘de kar trekken’, en ik weet hoe ik anderen mee kan krijgen. Volgens mij zou een deel van de jongere generatie trouwens best baat kunnen hebben bij een soort van dienstplicht, een tijdje discipline, respect en groepsgevoel aanleren.

Waarom je volgend jaar naar de Rotterdamse Veteranendag moet komen? Niks moet, het mag! Als jij wil komen, is het goed, want je bent altijd welkom. Op die manier ga ik ook het gesprek aan met veteranen die twijfelen of ze wel contact met anderen willen. Dwingen helpt nooit. Kom anders eerst eens met een van ons praten, of kom naar een avondje. Wij begrijpen je, en je zult zien dat een half woord vaak al genoeg is.

Martin Faas

Ik was twee keer als sergeant in Libanon met UNIFIL, in 1980 en 1982, en in 1996 was ik als sergeant-majoor met IFOR in Bosnië-Hercegovina. Ik werk nu al 20 jaar in het onderwijs.

Ik vind de Rotterdamse Veteranendag waardevol, omdat hij beter bereikbaar is voor veteranen die niet zo mobiel zijn. Ik zie hier mensen die niet naar Den Haag hadden kunnen komen. Jammer dat het dit jaar niet doorgaat, maar de volksgezondheid is belangrijker. Vooral veel ouderen keken er echt naar uit, je krijgt er het gevoel dat je erbij hoort, en het voelt goed om erkenning en waardering te krijgen.

Tijdens mijn verblijf in Libanon en Bosnië heb ik ervaren dat alle mensen eigenlijk hetzelfde willen: een vrij leven, zonder geweld of agressie. Maar niet iedereen ís hetzelfde. Je moet dus niet zo snel oordelen, maar elkaar respecteren, en uiteindelijk waarderen. Iedereen is waardevol! Daarom werk ik ook mee aan ‘Veteranen in de klas’, tegen onverdraagzaamheid. Want ik heb gezien dat onverdraagzaamheid het begin kan zijn van een burgeroorlog. Ik vind dat wanneer je iets wil veranderen, je gebruik moet blijven maken van de democratische middelen. In Nederland hebben we die, gelukkig. Op veel plekken in de wereld waar wij ingezet werden, was dat niet vanzelfsprekend.

Ben je veteraan en ben je woonachtig in onze mooie stad Rotterdam? Kom dan volgend jaar hierheen, het is hèt moment om bijeen te zijn, ongeacht onderdeel, rang, stand of achtergrond. De stad, en de zoute zweetdruppels en tranen die wij lieten tijdens onze missies en uitzendingen in de afgelopen 80 jaar, dat is wat ons verbindt.

Dennis Stoppelenburg

Ik ging in 2006 naar Afghanistan, als luitenant bij de infanterie. In 2014 ging ik naar Mali, bij de afdeling public affairs. Het was een nieuw kamp. Ik moest bezoekende politici, en zelfs de koning, uitleggen waarom het goed was dat wij daar waren, als Nederlandse krijgsmacht. Ik werk nog steeds bij de afdeling Communicatie van Defensie.

Ik was één keer op de landelijke Veteranendag in Den Haag, daar trek je toch snel naar je bekenden. Op de Rotterdamse Veteranendag lopen mensen van alle leeftijden rond, die op allerlei verschillende plekken gediend hebben. Toch zijn ieders verhalen vaak vergelijkbaar: het gaat over heimwee, broederschap en de spanning destijds. En we hebben nog meer gemeen, namelijk de trots op onze eigen stad. Het is kleinschalig en gezellig en je maakt makkelijk contact. Ik vind het vreselijk dat het niet doorgaat dit jaar. Ik was vorig jaar in Rotterdam erbij met mijn oudoom van 92, die in voormalig Nederlands-Indië gediend heeft. Hij praat normaal niet zoveel over die tijd, maar op die dag kwamen de verhalen los.

Je brengt altijd iets mee terug van een missie. Ik heb gelukkig geen lichamelijk letsel of PTSS opgelopen, maar mijn kijk op het leven is wel veranderd. Ik kan er minder goed tegen wanneer anderen, ook mijn eigen kinderen, klagen over kleine dingetjes. Aan de andere kant is kan ik hierdoor ook intens genieten van klein geluk. Ik realiseer me steeds vaker dat we het hier goed hebben in Nederland. Ik zou anderen willen meegeven: vorm je eigen oordeel. Praat elkaar niet zo na, maar zoek zelfs eerst eens uit waar het over gaat. En ook: ga stemmen! Er is hard gevochten voor dat recht.

De krijgsmacht helpt mee bij het bestrijden van corona, bewust op de achtergrond. We leveren medisch personeel, helpen bij het transport van medische voorraden en bij de planning van de verdeling van patiënten over de ziekenhuizen. Wij zijn getraind om objectief te blijven en daadkrachtig op te treden, dat helpt waarschijnlijk. Maar ook militairen zijn niet van steen, we bieden ons personeel daarom zoveel mogelijk ondersteuning, ook mentaal.

Meer informatie

Kijk op Veteranendag.nl.