Bewindvoerders
Gepubliceerd op: 16-04-2019
Geprint op: 21-04-2021
https://www.rotterdam.nl/werken-leren/bewindvoerders/
Ga naar de hoofdinhoud

Deze informatie is voor bewindvoerders die werken met inwoners van gemeente Rotterdam. U vindt hier informatie over het indienen van een aanvraag schulddienstverlening, over bijzondere bijstand bewindvoeringskosten en relevante regelingen.

Per 1 maart 2021 gebruikt de gemeente Rotterdam het Adviesrecht voor gemeenten bij schulden bewinden. Met het adviesrecht brengen gemeenten advies uit aan rechtbanken of het schuldenbewind wel de beste hulp is voor de burger.

Meldpunt

Het meldpunt voor nieuwe bewinden is het Team Regie Bewindvoering. Voor aanmeldingen mailt u naar TeamregiebewindvoeringMO@rotterdam.nl.

Expertiseteam Financiën

Bij het Expertiseteam Financiën (ETF) van de gemeente werken experts die Rotterdammers met financiële problemen helpen. Zij zetten de hulp vanuit de gemeente in bij financiële problemen, en zij verwijzen ook door naar bewindvoering. Bij de uitvoering van het adviesrecht doet het ETF de inhoudelijke advisering.

Drie routes

Het ETF vult adviesrecht in volgens drie routes:

  • Route A: de gemeente verwijst naar beschermingsbewind.
  • Route B: het beschermingsbewind komt tot stand buiten de gemeente om; het ETF adviseert voor het instellen van beschermingsbewind.
  • Route C: het beschermingsbewind komt tot stand buiten de gemeente om; het ETF adviseert na instellen van beschermingsbewind.

Deze drie routes zijn met de rechtbank Rotterdam besproken.

Route A: de gemeente verwijst naar beschermingsbewind

De burger neemt contact op met de gemeente voor hulp bij het oplossen van de schulden. De trajectbegeleider van het ETF brengt de situatie van de burger in kaart, stelt een plan voor de geldzaken van de burger op en bepaalt of beschermingsbewind de juiste hulp is. Is dit het geval, dan begeleidt de trajectbegeleider het maken van een intakegesprek met de beschermingsbewindvoerder. Daarna dient de trajectbegeleider het plan voor de geldzaken en het advies voor beschermingsbewind samen met de aanvraag van de burger in bij de rechtbank.
Concludeert de trajectbegeleider dat beschermingsbewind niet de juiste oplossing is voor de burger, dan wordt er voor een andere oplossing gekozen.

Route B: het beschermingsbewind komt tot stand buiten de gemeente om; het ETF adviseert voor het instellen van beschermingsbewind

Neemt een burger contact op met u als bewindvoerder en twijfelt u of beschermingsbewind het juiste middel is, overleg dan met de gemeente. Mail uw vraagstuk met de gegevens van de burger naar het Meldpunt Adviesrecht: TeamregiebewindvoeringMO@rotterdam.nl. De trajectbegeleider neemt binnen een week na uw aanmelding contact met u op en bespreekt het dossier met u. Ook kan er een gesprek worden ingepland met u, de trajectbegeleider en de burger. Concludeert de trajectbegeleider na de overleggen dat de burger onder bewind moet komen te staan, dan stelt hij/zij binnen vier weken een positief advies op. Dit advies dient u samen met de aanvraag in bij de rechtbank.

Bij een negatief advies bent u het hier als beschermingsbewindvoerder wel of niet mee eens.
Bent u het eens met het advies van de trajectbegeleider, dan zet de trajectbegeleider een andere oplossing in voor de burger.
Bent u het niet eens met het advies van de trajectbegeleider, dien dan de aanvraag voor het bewind samen met het negatief advies van de gemeente in bij de rechtbank. De trajectbegeleider is als vertegenwoordiger van de gemeente aanwezig bij de rechtbank om het advies opnieuw uit te leggen. Daarna besluit de rechtbank wat de beste hulp is voor de burger.

Route C: het beschermingsbewind komt tot stand buiten de gemeente om; het ETF adviseert na instellen van beschermingsbewind

Wanneer het beschermingsbewind is uitgesproken, moet u dit als bewindvoerder binnen twee weken aan de gemeente laten weten. Mail uw aanmelding naar TeamregiebewindvoeringMO@rotterdam.nl. Stuur een kopie van de beschikking mee. De trajectbegeleider neemt binnen een week na ontvangst van de mail contact met u op en bespreekt het dossier verder met u.

Binnen drie maanden na het uitspreken van het bewind levert u het plan van aanpak en de boedelbeschrijving bij de trajectbegeleider aan. Vul het plan van aanpak zo uitgebreid mogelijk in, inclusief de reden dat er voor beschermingsbewind is gekozen. Na aanlevering van deze documenten, ontvangt u binnen vier weken het advies van de trajectbegeleider.

Bij een positief advies adviseert de trajectbegeleider om het beschermingsbewind voort te zetten. Bij een negatief advies geeft de trajectbegeleider mogelijke andere oplossingen aan. De trajectbegeleider dient adviezen (zowel positief als negatief) in bij de rechtbank. U ontvangt hier een afschrift van. Bij een negatief advies is de trajectbegeleider als vertegenwoordiger van de gemeente aanwezig bij de rechtbank om het advies  opnieuw uit te leggen. De rechtbank neemt daarna het definitieve besluit.

Crisis

Bij een crisissituatie – bijvoorbeeld een woningontruiming of afsluiting van gas, water en/of licht – moet snel geschakeld worden. De bestaande stappen blijven gelden:  

  • Crisisinterventies vallen onder de dienstverlening van de Kredietbank Rotterdam (KBR).
  • De schuldbemiddelaar kan een moratoriumverzoek indienen bij de rechtbank.
  • Is er bij een verzoek op grond van het adviesrecht sprake van een crisis, dan neemt het ETF altijd eerst contact op met Kredietbank Rotterdam om dit probleem op te lossen.  

Rotterdammers vanaf 18 jaar met een beschermingsbewindvoerder (mogelijk in combinatie met meervoudige en complexe problemen én met begeleiding) komen vaak in aanmerking voor een schuldregeling via de Kredietbank (KBR). Bewindvoerders kunnen hun cliënten verwijzen naar de Vraagwijzer of rechtstreeks aanmelden bij de KBR.

Aanmelden via Vraagwijzer

U kunt uw cliënt verwijzen naar de Vraagwijzer in de buurt. We vragen u om dan een brief mee te geven waarin u toestemming geeft.

Rechtstreeks aanmelden bij de KBR

Samen met uw cliënt verzamelt u alle documenten voor een aanvraag. Hiervoor kunt u de checklist gebruiken. Wilt u een checklist ontvangen? Stuur dan een e-mail of bel naar 010 - 498 17 30. Daarnaast vragen we aan de bewindvoerder een sociale rapportage te maken. Het formulier hiervoor vindt u hieronder.

De aanmelding kunt u bij voorkeur per e-mail sturen naar: aanmeldingen_kredietbankMO@rotterdam.nl. Ook kunt u de documenten eventueel per post sturen: Antwoordnummer 5559, 3000 VB Rotterdam.

Let op, het per e-mail indienen van een aanmelding werkt als volgt:

  • Voeg de bewijsstukken als losse bijlages toe als pdf-bestanden, behalve de schuldbewijzen. Bundel de schuldbewijzen in één pdf-bestand en voeg toe als bijlage.
  • Houd bij het indienen de volgorde aan die in de checklist vermeld staat.
  • Als de inhoud van de mail te groot wordt, dan verdeelt u de mail in meerdere delen. U stuurt dan meerdere e-mails voor één aanmelding. Graag de volgende informatie in de onderwerpregel van de e-mails vermelden:
    Aanvraag van klant X, deel 1 van 3
    Aanvraag van klant X, deel 2 van 3
    Aanvraag van klant X, deel 3 van 3
  • Na de het verzenden van de e-mails ontvangt u een ontvangstbevestiging. Als de aanvraag compleet is wordt u hier per brief van op de hoogte gesteld. Ontbreken er nog stukken, dan krijgt u per brief bericht om welke stukken het gaat en voor welke datum deze stukken ingediend moeten worden.

Inwoners kunnen ook zelfstandig een aanvraag bij de Kredietbank indienen. Zij kunnen hiervoor online of telefonisch een afspraak maken bij de Vraagwijzer in de buurt. Geef als bewindvoerder een brief mee waarin u aangeeft dat de cliënt zelf een aanvraag kan indienen bij de Kredietbank.

Bent u bewindvoerder en wilt u de belastingzaken van uw cliënt regelen? Geef de beschikking van de rechtbank door aan de gemeente om dit te kunnen doen.

Als uw cliënt onvoldoende inkomen en spaargeld heeft om de kosten van bewindvoering te betalen, kunt u bijzondere bijstand voor bewindvoeringskosten aanvragen.

Ontvangt u cliënt Bijzondere Bijstand voor de bewindvoeringskosten? En wijzigt de situatie van uw cliënt? Geef dit dan binnen twee weken aan ons door. Het gaat om de volgende wijzigingen:

  • inkomen of vermogen
  • woon- en leefsituatie
  • grondslag voor het bewind / de fase waarin het traject zich bevindt
  • hoogte van het tarief (niet de indexering van het tarief doorgeven alstublieft)

Met het wijzigingsformulier geeft u de wijzigingen door. Op het formulier is aangegeven welke bewijsstukken nodig zijn.

Is uw cliënt ook een klant van de Kredietbank? Stuur deze wijzigingen dan naar:

Kredietbank Rotterdam
Antwoordnummer 70169
3070 VB Rotterdam

Op 27 mei 2019 ondertekenden de gemeente Rotterdam en een aantal bewindvoerderskantoren het convenant bewindvoering. Hieronder vindt u het convenant en de werkafspraken. Bekijk de partners van het convenant op de pagina Beschermingsbewind. Wilt u ook partner worden? Neem dan contact op met het projectteam regie bewindvoering:

Veelgestelde vragen

Het doen van een aanvraag SDV

Die informatie die wordt opgevraagd in het inlichtingenformulier en de checklist is wat minimaal nodig is om een aanvraag schulddienstverlening af te handelen. Het kan zijn dat we aanvullende informatie bij u opvragen. Het is belangrijk om een zo volledig mogelijk beeld te krijgen van de situatie van uw cliënt zodat we binnen de geldende beslistermijn een besluit kunnen nemen en vervolgens een degelijk minnelijk traject kunnen starten.

Het is belangrijk dat op alle vragen in de sociale rapportage uitgebreid antwoord wordt gegeven. Geef het ook duidelijk aan als iets niet van toepassing is.

Nee, wij vragen u als bewindvoerder de rapportage zelf te vullen. Mist u informatie? Dan kunt u dit opvragen bij uw cliënt.

Voor een goede dienstverlening en een degelijk aanbod aan schuldeisers, is het van belang dat wij op de hoogte zijn van het toekomstperspectief van uw cliënt. Er moet een inschatting gemaakt kunnen worden van de verdiencapaciteit. Ook is het belangrijk dat u aantoont dat de leefsituatie van uw cliënt stabiel is. Informatie over flankerende hulp is dan erg belangrijk.

Deze informatie hebben wij nodig voor het bepalen van onze dienstverlening, tijdens de eventuele schuldregeling en bij een eventuele zitting na een verzoek dwangakkoord en/of Wsnp.

Het is belangrijk dat wij een volledig beeld hebben van de financiële situatie van uw cliënt. Daarnaast hebben wij deze bewijsstukken nodig voor het berekenen van het Vrij te laten bedrag voor uw cliënt.

Als de schuldenlast niet volledig in beeld is, kunnen wij geen gedegen minnelijk voorstel doen. Bij een (aanvraag) minnelijke schuldregeling is het (vaak) niet mogelijk om later een schuld toe te voegen. Om de (aanvraag) schuldregeling zo soepel en snel mogelijk te laten verlopen, is het van belang dat alle schulden in beeld zijn. Dit verkleint ook de kans op het voortijdig stoppen van de (aanvraag schuldregeling).

Behandelen van de aanvraag schulddienstverlening

Helaas is dit soms nodig om de water en/of energieleverancier de meest actuele meterstanden door te geven. De water en/of energieleverancier zal bij de aanvang van een aanvraag schuldregeling een tussentijdse afrekening opmaken. Dit kan alleen op basis van recente meterstanden.

Schuldeisers moeten erop kunnen vertrouwen dat wij voor uw cliënt het hoogst mogelijke aanbod doen. Het inleggen van vermogen hoort hierbij. We sluiten aan bij de werkwijze zoals gebruikt in de Wsnp. De schuldbemiddelaar die de aanvraag behandelt zal hierover contact met u opnemen.

Vaak heeft de behandelaar van de aanvraag schulddienstverlening vragen over de aanvraag die u heeft gedaan. Het is daarom belangrijk dat u goed per e-mail en telefoon bereikbaar bent. Vermeld u daarom een direct e-mailadres en een telefoonnummer waarop wij u de gehele werkdag kunnen bereiken. Daarnaast kan het voorkomen dat wij aanvullende stukken bij u moeten opvragen. Hoe eerder wij deze stukken ontvangen, hoe eerder er een besluit kan worden genomen. Het kan zijn dat er een zogenaamde hersteltermijn wordt geboden. Reageert u alstublieft binnen de opgegeven termijn.

Aanvraag schuldregeling

Een verzoek dwangakkoord is een middel om via de insolventierechter schuldeisers te dwingen tot medewerking aan een schuldregeling in het minnelijke traject tegen finale kwijting.

Een verzoek dwangakkoord kan worden ingezet zodra duidelijk is dat niet alle schuldeisers akkoord zijn met minnelijk voorstel of een antwoord daartoe uitblijft. De schuldbemiddelaar kijkt hierbij ook naar de reden van weigering. Daarnaast speelt mee wat de schuldsom bedraagt bij die betreffende schuldeiser en hoe dit in verhouding staat tot de overige schuldeisers die wel akkoord zijn gegaan.

De schuldbemiddelaar van de Kredietbank Rotterdam bepaalt of er een verzoek dwangakkoord wordt ingediend. De schuldbemiddelaar neemt hierna contact met u op voor de verdere afhandeling (zoals de verzending van het verzoekschrift).

Bij de behandeling van het verzoek dwangakkoord zijn de volgende personen aanwezig: betrokkene (schuldenaar), de bewindvoerder en de schuldbemiddelaar van de Kredietbank Rotterdam. Indien schuldenaar ondersteuning krijgt van een hulpverlenende organisatie, kan de betreffende hulpverlener ook aanwezig zijn. Dit gaat altijd in overleg met de verschillende betrokkenen.

Bij een aanvraag schuldregeling kan de schuldbemiddelaar een voorstel doen op basis van een schuldbemiddeling of een saneringskrediet. Bij een schuldbemiddeling krijgen de schuldeisers jaarlijks naar rato de gespaarde afloscapaciteit uitgekeerd. Bij deze vorm van schuldregelen kunnen wij een schuld toevoegen. Dit is echter niet altijd mogelijk. Wanneer wij een saneringskrediet inzetten, kopen wij als het ware de schuldsom af. Uw cliënt betaalt de schuldsom (krediet) terug aan de Kredietbank Rotterdam. Omdat de schuldeisers direct worden uitbetaald en de schuldenlast hiermee vaststaat, is het niet mogelijk om een schuld toe te voegen aan het saneringskrediet. Uw client zal in dat geval de volledige schuld moeten voldoen. Wij zullen u vragen zelf een betaalregeling te treffen.

Bij het beoordelen van de aanvraag kijken wij naar de leefvorm. Bij een samenwonend stel, zonder huwelijk of geregistreerd partnerschap in gemeenschap van goederen, beoordelen wij de situatie apart van elkaar. Iedere partner krijgt een eigen dossier in ons systeem. De schuldenlast kan ook verschillen van elkaar. Met een koppeling Basisregistratie Personen zien wij wel dat de partners bij elkaar horen en een gezamenlijke huishouding voeren. Omdat wij voor ieder een eigen schuldregeling opstarten, kan de uitkomst verschillend zijn.

Als alle schuldeisers akkoord gaan in de schuldregeling van de ene partner, maar niet in die van de ander, dan kan die partner bijvoorbeeld worden verwezen naar het wettelijk traject. De partner van wie de schuldregeling wel is geslaagd blijft klant bij de Kredietbank Rotterdam.

Het komt ook voor dat de ene partner schulden heeft en de andere partner niet. Wij starten dan alleen een schuldregeling op voor de partner met schulden. Wel vragen wij naar de gezamenlijke inkomsten en uitgaven om een correcte berekening te maken van het Vrij te laten bedrag van uw client.

Wanneer wij een prognosevoorstel doen aan de schuldeisers behandelen wij alle schuldeisers gelijkwaardig, al naar gelang het een concurrente of preferente schuldeiser betreft. Door het laten doorlopen van een betalingsregeling wordt één schuldeiser bevoordeeld. Aflossingen aan de schulden lopen, vanaf de start aanvraag schuldregeling, via de schuldregeling.

De looptijd van een schuldregeling is in principe 36 maanden. Als er een schuldbemiddeling (finale kwijting na afloop van de regeling) wordt ingezet loopt de termijn van 36 maanden vanaf de aanvraag schuldregeling. Dus niet pas na het slagen van de schuldregeling. Als er een saneringskrediet wordt verstrekt, wordt deze in 36 maanden afbetaald na het verstrekken van het krediet.

Let op! Bij een schuldbemiddeling kan de looptijd worden verlengd als er onvoldoende is afgedragen tijdens de reguliere duur van de regeling. Ook kan de looptijd worden verkort als het volledige schuldbedrag is ingelegd.

Net zoals bij de aanvraag schulddienstverlening is het belangrijk dat u als bewindvoerder goed bereikbaar bent. De betreffende schuldbemiddelaar kan tijdens de bemiddeling vragen hebben over de situatie van uw cliënt. Het is daarom belangrijk dat u goed per e-mail en telefoon bereikbaar bent. Vermeld u daarom een direct e-mailadres en een telefoonnummer waarop wij u de gehele werkdag kunnen bereiken. Daarnaast kan het voorkomen dat wij aanvullende stukken bij u moeten opvragen. Hoe eerder wij deze stukken ontvangen, hoe sneller wij de bemiddeling kunnen doorlopen. Tijdens de bemiddeling zullen wij u ook vragen een door ons opgesteld schuldoverzicht te controleren, ondertekenen en terug te sturen. Controleer het overzicht goed en stuur dit binnen 7 dagen retour. Zo houden we samen de doorlooptijd van de aanvraag schuldregeling zo kort mogelijk.

De Kredietbank Rotterdam heeft met verschillende schuldeisers afspraken gemaakt. Het kan bijvoorbeeld gebeuren dat u op het schuldoverzicht enkel de oorspronkelijke schuldeiser en niet het incassobureau of deurwaarder terugvindt. Met deze schuldeiser hebben wij dan afgesproken dat wij rechtstreeks onderhandelen. Ook zult u niet alle vorderingen van het CAK en DUO terugzien. Er kan hier sprake zijn van kwijtschelding of opschorting van de vorderingen.

Bij het niet slagen van de regeling

De schuldbemiddelaar stuurt u een brief zodra duidelijk is dat wij uw cliënt moeten doorverwijzen naar de Wsnp. In deze brief staat vermeld welke informatie wij nodig hebben voor het opstellen van een verzoekschrift Wsnp. Het gaat in ieder geval om de volgende stukken:

  • Kopie ID-bewijs
  • Uitdraai bevolkingsregister
  • Recente inkomstenbewijzen, zoals loon-of uitkeringsspecificatie, toeslagen Belastingdienst
  • Indien van toepassing, een kopie van de uitschrijving Kamer van Koophandel
  • Indien van toepassing, een kopie van het behandelplan wanneer de schulden zijn ontstaan als gevolg van verslavingsproblematiek
  • Indien van toepassing, een kopie van de huwelijksakte
  • In de brief wordt aangegeven welke verdere stukken er moeten worden aangeleverd.

Bij de zitting is betrokkene (schuldenaar) en de bewindvoerder aanwezig. Indien noodzakelijk is ook de betrokken schuldbemiddelaar aanwezig.

Bij een geslaagde schuldregeling

Bij een aanvraag schuldregeling kan de schuldbemiddelaar een voorstel doen op basis van een schuldbemiddeling of een saneringskrediet. Bij een schuldbemiddeling krijgen de schuldeisers jaarlijks naar rato de gespaarde afloscapaciteit uitgekeerd. Wanneer wij een saneringskrediet inzetten, kopen wij als het ware de schuldsom af. Uw cliënt betaalt de schuldsom (krediet) terug aan de Kredietbank Rotterdam. De betreffende schuldbemiddelaar bepaalt welke vorm van schuldregelen wordt ingezet.

Zowel een saneringskrediet als een schuldbemiddeling heeft de looptijd van 36 maanden. Individuele afspraken kunnen ertoe leiden dat de looptijd wordt verkort of verlengd.

Er zijn hier drie mogelijke opties. In alle gevallen:

  • Uw cliënt is wilsbekwaam en geeft toestemming voor het afsluiten van het saneringskrediet: de bewindvoerder tekent de overeenkomst
  • Uw cliënt is wilsbekwaam maar weigert toestemming voor afsluiten van het saneringskrediet: de bewindvoerder vraagt dan machtiging aan de rechtbank om overeenkomst saneringskrediet af te sluiten. Na ontvangst van de machtiging tekent de bewindvoerder de overeenkomst
  • Uw cliënt is wilsonbekwaam. De bewindvoerder vraagt machtiging aan de rechtbank om de overeenkomst saneringskrediet af te sluiten. Na ontvangst machtiging tekent de bewindvoerder de overeenkomst.

Bij een schuldbemiddeling krijgen de schuldeisers jaarlijks naar rato de ingelegde afloscapaciteit uitgekeerd. Bij deze vorm van schuldregelen kunnen wij in bepaalde gevallen wel een schuld toevoegen. De betreffende schuldeiser moet uiteraard akkoord gaan met het voorstel. De overige schuldeisers worden geïnformeerd. Als de schuld niet kan worden toegevoegd, zal de schuldregeling moeten worden beëindigd. Wanneer wij een saneringskrediet inzetten, kopen wij als het ware de totale schuldsom ineens af. Uw cliënt betaalt de schuldsom (krediet) terug aan de Kredietbank Rotterdam. Omdat de schuldeisers direct worden uitbetaald en de schuldenlast hiermee vaststaat, is het niet mogelijk om een schuld toe te voegen.

Wanneer er geen beslag ligt op het inkomen of er een andere inhouding plaatsvindt, maakt u de afloscapaciteit direct over na de afgifte van de toekenningsbeschikking. Als er wel beslag ligt op het inkomen van schuldenaar, overlegt u met de schuldbemiddelaar.

Bij een schuldregeling wordt in de 12e, 24e en 36e maand van de regeling het heronderzoek uitgevoerd. De benodigde stukken zullen wij voor deze maanden al bij u opvragen. Voor een positieve voortzetting van de schuldregeling is het van belang dat u tijdig reageert op ons verzoek.

Wij zullen tijdig informatie u bij opvragen. Wij zullen in ieder geval de volgende gegevens opvragen:

  • Recente inkomstenbewijzen, zoals loon- of uitkeringsspecificatie, toeslagen Belastingdienst
  • Recente bewijzen van de vaste lasten
  • Recente afschriften van de bankrekening.

Bij heronderzoek zal de schuldbemiddelaar van de Kredietbank Rotterdam per maand bekijken wat het vastgestelde Vrij te laten bedrag is. Daarna zal per maand worden gekeken wat de afloscapaciteit is. In de berekeningstabel wordt de vastgestelde afloscapaciteit vergeleken met hetgeen werkelijk is afgedragen. Op deze manier kan de schuldbemiddelaar vaststellen of er voldoende is afgedragen in de periode die het heronderzoek betreft. Als er onvoldoende is afgedragen zal de schuldbemiddelaar hierover contact met u opnemen.

Meer informatie

Op de hoogte blijven van al het nieuws over schulddienstverlening en armoedebestrijding? Meld u dan aan voor de digitale nieuwsbrief 'Welzijn, zorg en jeugdhulp dichtbij'.