Maaien
Gepubliceerd op: 15-12-2016
Geprint op: 19-04-2021
https://www.rotterdam.nl/wonen-leven/maaien/
Ga naar de hoofdinhoud

Openbaar gras in Rotterdam wordt van april tot eind oktober meerdere keren gemaaid. Hoe vaak het gras gemaaid wordt, is afhankelijk van het gebruik en het gewenste beeld van het grasveld.

Dit is maatwerk waarbij we onderscheid maken tussen verschillende typen gazon en gras. Een grasveld kan glad, minder glad of meer natuurvriendelijk onderhouden worden.

Frequentie

Gras in het centrum, bijvoorbeeld bij Centraal Station, wordt 26 tot 28 keer per jaar gemaaid. Dit zorgt voor een strakke en verzorgde uitstraling. Gras waarop gespeeld  wordt, maaien we 20 tot 22 keer. En gras als ‘kijkgroen’ in bermen en langs waterkanten maaien we vaak tien keer per jaar. Op plekken waar gekozen is voor een meer natuurlijk beheerbeeld wordt twee- of driemaal per jaar gemaaid en voeren we het maaisel af. Hierdoor krijgen op deze plekken veldbloemen de kans om te bloeien, wat weer zorgt voor meer biodiversiteit en natuurlijke rijkdom in de stad.

Grazers

Gras wordt niet alleen machinaal kort gehouden. Op verschillende plekken in de stad kunt u grote grazers tegenkomen, die het groen in de stad nog natuurlijker maken. Lees meer over grazers in de stad.

Veelgestelde vragen

In het voorjaar maait de gemeente het gras minder vaak. Zo kunnen andere plantensoorten groeien die waardevol zijn voor bijvoorbeeld bijen en vlinders. Wegbermen worden ook minder vaak gemaaid. Hierbij wordt wel rekening gehouden met verkeersveiligheid (zicht), uitstapstroken bij parkeervakken, hondenuitlaatzones en ander specifiek gebruik.

Er zijn verschillende typen gazon en gras in de stad. Op de ene plek is het een strakke grasmat om te kunnen voetballen en spelen en op de andere plek laten we meer ruimte voor de natuur. Hoe vaak het gras gemaaid wordt, is afhankelijk van het gebruik en het gewenste beeld van het grasveld. Op plekken waar gekozen is voor een meer natuurlijke beheerbeeld wordt twee- of driemaal per jaar gemaaid en voeren we het maaisel af. Hierdoor verschraalt de bodem en krijgen veldbloemen de kans om zich te ontwikkelen en te bloeien, wat weer zorgt voor meer biodiversiteit en meer natuurlijke rijkdom in de stad.

Op plekken waar een natuurlijk beheerbeeld beoogd wordt, laten we het maaisel een aantal dagen liggen, voordat het afgeruimd wordt. Hierdoor kan het bloemzaad uit het maaisel achterblijven en later weer tot ontwikkeling komen.

Hoe snel bloemen en kruiden tussen het gras gaan groeien is afhankelijk van de plek. Op een schaduwrijke plek groeien minder soorten bloemen en kruiden dan op een zonnige locatie. Ook de voedselrijkdom van de bodem en de vochthuishouding hebben invloed op de soorten grassen en planten die zich kunnen ontwikkelen.

Nee, de gemeente maait soms minder vaak maar vooral gevarieerd zodat er meer verschillende plantensoorten kunnen gaan groeien. Het doel hiervan is meer diversiteit en natuurwaarde in het groen. Grassen die hoog kunnen uitgroeien, noemen we grasvegetaties. Afhankelijk van de oppervlakte, ligging en omgevingsfactoren kan dit een besparing op het beheer van het openbaar groen opleveren. Grasvegetatie is echter niet altijd goedkoper. Dit komt omdat het maaisel wel apart afgevoerd moet worden.

Deze term wordt gebruikt voor grassen die hoog kunnen uitgroeien door een tijdje niet te maaien. Hierdoor kunnen verschillende soorten zich ontwikkelen en ontstaat een gevarieerd beeld dat ook interessant is voor insecten. Voorbeelden staan op rotterdam.nl/minder-maaien.

Op plekken waar het zicht belangrijk is, wordt extra gemaaid om het gras laag te houden. Dit is bijvoorbeeld bij kruispunten en voetgangersoversteekplaatsen.

Grasvegetatie trekt allerlei soorten insecten aan. Als er meer insecten komen, zullen daar ook meer vogels en kleine zoogdieren zoals egels op af komen.

Teken komen in het hele land voor, in bos, park, hei, duinen of in de tuin. Ze zitten in de buurt van bomen of struiken in hoog gras of tussen dode bladeren. In grasvegetatie is meer kans op aanwezigheid van teken. Controleer uw lichaam en uw kleding op tekenbeten als u in het groen bent geweest. Kijk voor meer informatie over teken op ggdrotterdamrijnmond.nl/infectieziekten/teken.

Op plekken waar hondenuitlaatzones of -losloopzones aanwezig zijn wordt vaker gemaaid. Op andere plekken wordt gras minder vaak gemaaid en daar geldt meestal een opruimplicht. Hondenpoep verrijkt anders de bodem met mineralen en daarmee bereiken we niet het beoogde beheerbeeld meteen bloemrijk grasland en variatie aan flora en fauna. Hondenbezitters kunnen hun hond gewoon blijven uitlaten in de uitlaatzones.

Afval dat op straat wordt achtergelaten, wordt zwerfvuil genoemd. Dit zwerfvuil kan in hogere beplanting waaien. Ook in grasvegetatie kan dit vuil achterblijven. De gemeente verwijdert zwerfvuil regelmatig. Hoe minder op afval dat op straat wordt achtergelaten, hoe minder zwerfvuil de gemeente hoeft te verwijderen. Bewoners worden uitgenodigd zwerfvuil te voorkomen of zelf op te ruimen. Steeds vaker zien we 'ploggers' in de buitenruimte; actieve bewoners en sportievelingen die het opruimen van zwerfvuil gebruiken als workout om fit te blijven. Deze ontwikkeling juichen wij van harte toe!

Zaden kunnen zich verspreiden op verschillende manieren. Zo kan wind zaden over lange afstanden verspreiden. Maar ook via dieren of mensen kunnen zaden verspreid worden. In uw tuin kunnen dus altijd spontaan wilde planten groeien.

Enerzijds variatie in het ontwerp- en beheerbeeld, dus bijvoorbeeld niet overal gazon met bomen. Anderzijds op plekken die zich er voor lenen meer verschillende soorten planten in een beplantingsvak, zodat er over een langere periode wat te beleven valt in het groen.

Door het gras minder te maaien, kunnen er meer bloemrijke plantensoorten groeien. Bijen, vlinders, andere insecten en vogels komen op de nieuwe planten af. Meer planten- en dierensoorten betekent meer waarde voor de natuur.

Bij het beheer en onderhoud van onder meer bomen, oevers, bosplantsoen en sierbeplanting houdt de gemeente rekening met beschermde dier- en plantensoorten. Zoals vleermuizen of orchideeën. Kwetsbare dier- en plantensoorten in het gemeentelijk groen worden beschermd. Sinds januari 2016 werkt de gemeente bij het reguliere onderhoud in het groen volgens de Rotterdamse leidraad bij de gedragscode bestendig groenbeheer, gebaseerd op de wet Natuurbescherming.