Nieuw Rotterdams Onderwijsbeleid (NROB)
In Rotterdam werken scholen, kinderopvang en de gemeente samen aan beter onderwijs. Met het Nieuw Rotterdams Onderwijsbeleid (NROB) kiest de gemeente voor duidelijke acties en samenwerking om het onderwijs te verbeteren.
Gericht benaderen
‘Van alle peuters die ik zie, komen 9 van de 10 op de Peutergroep’, vertelt Rita. ‘Als ouders zeggen dat ze hun kind gaan inschrijven, moet ik erop vertrouwen dat ze dat doen. Soms lukt het ouders niet. Als ik ze dan toevallig zie op straat, maak ik een praatje en probeer ze alsnog te helpen. Maar sinds ik samenwerk met Janine, krijg ik van haar terugkoppeling of de kinderen die bij een locatie van KindeRdam zouden worden ingeschreven, daar bekend zijn. Als dat niet zo is, kan ik heel gericht en snel die ouders benaderen.’
Te lage prioriteit
Dat doet Rita door ouders te bellen, op huisbezoek te gaan of door mee te gaan naar de locatie van de Peutergroep. Janine: ‘Ouders vinden inschrijven soms moeilijk, willen eerst zien hoe het is op de Peutergroep of staan bij ons met een te lage prioriteit op de wachtlijst. Met recht op extra uren spelen en leren, krijgen ze voorrang bij plaatsing, maar ze vergeten soms het formulier dat ze daarvoor hebben gekregen, mee te sturen met de inschrijving. Daarom is het goed dat ik weet welke kinderen Rita heeft doorverwezen, zodat ik dat kan nakijken. Zo werken Rita en ik samen om kinderen die dat het meeste nodig hebben, mee te laten doen aan de Peutergroep.’
Ouders Meenemen
Rita doet daar veel voor: ‘Ik neem ouders bijvoorbeeld mee in de wijk om ze de voorzieningen te laten zien, zoals de bibliotheek, kinderboerderij, zwembaden of speeltuin. Dan praat ik ook over het belang van de Peutergroep.’
Relatie werkt
Rita en Janine kennen elkaar van een, door de gemeente opgerichte, werkgroep voor het vergroten van het bereik van de Peutergroep. Janine: ‘Het helpt echt als je elkaar kent. Dat maakt samenwerken makkelijker. Als je steeds met nieuwe mensen samenwerkt, gaat tijd verloren met het opbouwen van de relatie en het inrichten van het proces van gegevensuitwisseling. Ik ben blij dat dit in Hoogvliet soepel loopt.’
Kirsten noemt de schakelklassen zowel een landingsplek als een filter. ‘De kinderen in de schakelklassen hebben allemaal een andere achtergrond. Sommigen komen uit oorlogsgebieden, vluchtelingenkampen of azc’s. Ze komen mogelijk uit landen waar ze een ander schrift hebben, zoals Arabisch of Chinees. Per kind kijken we welke ondersteuning ze nodig hebben om na een jaar uit te stromen naar onze reguliere klassen.’
Meer dan alleen taal
Bij de Emmaus zijn de schakelklassen onderdeel van de basisschool. Een soort school in een school dus. Dat heeft voordelen volgens Kirsten. ‘Het Nieuwe Westen is sowieso een buurt met veel anderstalige nieuwkomers. Daar hebben we dus veel ervaring mee. We zijn al lang bezig met de schakelklassen, we zijn een van de voorlopers op dat gebied. Formeel is het doel om de nieuwkomers Nederlands te leren. Maar we willen hen meer meegeven. Op cognitief niveau, maar ook op het gebied van cultuur en burgerschap.’
‘We gaan naar de kinderboerderij en leren de kinderen over tradities. Beschuit met muisjes als er een kind geboren wordt of het Sinterklaasfeest bijvoorbeeld. Toen het sneeuwde hebben alle kinderen buiten gespeeld. De meesten hadden nog nooit sneeuw gezien. Ze waren dolgelukkig dat ze dat meemaakten.’
Bijdrage aan diversiteit
De schakelklassen zijn een zegen voor de nieuwkomers. Kirsten: ‘Ze zijn soms angstig. Ze moeten naar school maar spreken de taal niet. Hier geldt dat voor de hele klas. Kinderen begrijpen en helpen elkaar. Kinderen in een schakelklas leren de taal ook sneller en gerichter dan kinderen die direct in een reguliere klas komen. De schakelklassen dragen daarnaast bij aan de diversiteit op school. Daardoor leren alle leerlingen over diversiteit en rekening houden met elkaar.’
Dankbare doelgroep
‘Schakelklaskinderen zijn ook meestal heel gemotiveerd. Want ze willen zo graag en zijn blij met de kans die ze krijgen. Het is echt een dankbare doelgroep. Om kwart over 8 staan ze al te popelen bij de voordeur. Vooral de wat oudere kinderen voelen zich heel verantwoordelijk voor hun eigen ontwikkeling. Zij zijn erg gedreven. Door die motivatie zijn de schakelklassen ook heel geliefd bij de leerkrachten.’
Rol van de gemeente
De gemeente Rotterdam faciliteert de schakelklassen, momenteel telt Rotterdam 49 schakelklassen (telling juli 2025). Dat gebeurt door afstemming met de scholen, zowel op bestuurs- als op schoolniveau. Maar er zijn ook samenwerkingsverbanden met partners als het COA. Bovendien subsidieert de gemeente Rotterdamse schakelklassen jaarlijks met 40.000 euro.
De scholengroep zocht samenwerking met iHUB en Gro-uP voor een project. Ze ontwikkelden interventies om docenten, mentoren en ouders meer handelingsbekwaam te maken in het omgaan met uitdagingen bij opgroeien en opvoeden. Het project is mede mogelijk dankzij subsidie van de gemeente.
Minder individuele zorg
‘Mentoren verwezen bij leerlingenvragen snel door naar het ondersteuningsteam’, constateerde Vincent. ‘De vraag van een leerling, wordt daarmee snel geproblematiseerd. En leerlingen “klimmen” daarmee in de ondersteuningspiramide. Daarnaast zien we dat wachtlijsten voor het wijkteam en de jeugdhulpaanbieders vaak fors zijn, waardoor ondersteuningsvragen in de tussentijd kunnen verergeren. Daarom werd ons doel het aantal leerlingen dat gebruik maakt van individuele zorg of jeugdhulp verminderen en nieuwe aanmeldingen voorkomen. Onze vraag was; wat kunnen wij als school doen om de pedagogische basis te versterken door ouders, docenten en mentoren toe te rusten in het omgaan met lichte ondersteunings- en opvoedvragen?
Mijn kind doet dat niet
Met de kennis van iHUB en Gro-uP ontwikkelen wij activiteiten voor ouders en training voor docenten en mentoren. Aan het begin van dit schooljaar vroegen wij ouders waar zij behoefte aan hebben wat betreft opvoeden, maar wij besteden ook aandacht aan vragen als “hoe ga je om met sociale media” en “wat te doen bij gebruik van vapes”. Wij willen aansluiten bij die vragen, maar bieden ook actief informatie aan, want ouders denken nog wel eens ten onrechte “dat doet mijn kind niet”. Activiteiten voor ouders, zoals ouderavonden en workshops, zijn op iedere vestiging anders, passend bij waar behoefte aan is. Zo organiseren wij op onze locatie een trefbaltoernooi voor ouders en hun kinderen om op een leuke manier aandacht te besteden aan het belang van samen iets doen en in contact zijn. Naast iHUB en Gro-uP betrekt de school hierbij ook andere professionals, zoals jeugdwerkers of een arts.
Vroegsignalering
Als docenten en mentoren snel kunnen signaleren dat het niet goed gaat met een leerling, kan ook snel hulp worden geboden. Daarom worden zij door middel van intervisie onder leiding van iHUB getraind in vroegsignalering. Maar ook in het voeren van gesprekken met ouders hierover. En hoe ouders gesprekken met hun kinderen kunnen voeren. Als school nemen wij de opvoeding niet over, wij willen ouders juist weer aan het stuur krijgen.
Vliegwiel
Een bijkomend voordeel van de samenwerking met iHUB en Gro-uP is dat het bij elkaar brengen van professionals van onderwijs, welzijn en jeugdhulp werkt als een vliegwiel voor inclusiever onderwijs. Elkaar leren kennen, leidt tot vertrouwen in elkaars expertise en het zien van mogelijkheden.’
‘Ik heb cultuurwetenschappen aan de Erasmus Universiteit gestudeerd. Daarna heb ik onder meer voor het Rotterdams Philharmonisch Orkest gewerkt en deed projecten op het gebied van evenementen en marketing. Daarna heb ik vier jaar mijn eigen bedrijf gehad als kinderyogadocent en kindercoach. Ik wilde op een gegeven moment toch meer zekerheid en dacht na over een carrièreswitch.’
Betrokkenheid en band
‘Mijn vader, moeder, ooms en tantes werkten op basisscholen en ik heb ooit stellig gezegd dat ik nooit in het onderwijs zou werken. Toch kwam ik bij het onderwijs uit. Mijn eerste stap was bijlessen geven, zowel op scholen als privé. Dit vond ik erg leuk, maar ik zag de kinderen maar een paar uurtjes in de week. Als leerkracht maak je de leerlingen elke dag mee: dat verhoogt de betrokkenheid en zo schep je een band.’
Waardevolle informatiebijeenkomst
‘Voor mijn oriëntatie op het zij-instroomtraject heb ik eerst meegelopen op scholen. Ook ben ik naar een informatiebijeenkomst van de gemeente geweest. Waardevol, want daar kreeg ik inzicht in de selectiecriteria en het leerwerktraject. Al vrij snel wist ik: dit ga ik doen! Het aanmeld- en selectieproces is best wel intens. Ik vond vooral het assessment spannend. Je geeft les op een school en in een klas die je niet goed kent. Ook voel je de blikken van de twee beoordelaars.’
Warmte en zelfstandigheid
‘Ik sta nu drie dagen voor de klas en op vrijdag ga ik naar de pabo aan de Hogeschool Rotterdam. Mijn eerste school was Montessorischool De Korf in Delfshaven. Tijdens de meeloopdag was ik gegrepen door de warmte naar de kinderen en het inzetten op hun zelfstandigheid. Ik houd ook van de diversiteit in de klas, want dat is een mooie afspiegeling van Rotterdam. Vanaf het nieuwe schooljaar ga ik aan de slag op Daltonschool De Margriet in Blijdorp. Daar krijg ik nog meer ruimte om creatief invulling te geven aan mijn lessen.’
Goede begeleiding
‘In het eerste jaar sta je voor de klas met de vaste leerkracht. Na verloop van tijd neem je lessen over. De feedback van je begeleidende leerkracht helpt je jouw lessen en lesgeven te verbeteren. De begeleiding vanuit het schoolbestuur vind ik fijn: ik heb een vaste coach waarmee ik alles mee kan bespreken. Onderwijs volgen met volwassenen bevalt me ook prima: iedereen is gemotiveerd en doet actief mee.’
Puur en echt contact
‘Je kunt als leerkracht veel voor kinderen betekenen, vooral ook op het sociaal-emotionele vlak. Daarnaast is het erg leuk werk: kinderen komen met onverwachte visies op de wereld. Het contact met kinderen is puur en echt en dat maakt het makkelijker om helemaal mezelf te zijn.’
Lekker aan het werk
'Mijn dag is geslaagd als ik lekker heb lesgegeven of als ik goed ben omgegaan met een ordeprobleem in de klas. Ik geniet als ik een leuke les heb bedacht en zie dat de kinderen lekker aan het werk zijn met elkaar. Ik heb al natuurlessen gemaakt over paddenstoelen en schimmel en over de voedselkringloop. We zijn de natuur ingegaan en binnen gingen we aan de slag met werkbladen en quizjes. In de toekomst wil ik graag meer met taal doen, vooral ook in de andere vakken.’
Positieve aandacht
‘Mijn advies voor twijfelaars: loop eens mee op een paar basisscholen. Luister dan goed naar je gevoel. Hoe gaan leerkrachten en kinderen met elkaar om? Past de visie van de school bij jouw visie op lesgeven, opvoeden en kind-zijn? Daarna is het gewoon doen en ervaren dat een kind opleeft van jouw positieve aandacht.’