Spring naar het artikel

Bewoners kunnen zelf veel doen in het voorkomen van ratten in en om hun huis. Geen stadsdieren voeren bijvoorbeeld en geen voedsel rond laten slingeren.

In Rotterdam komt de rat relatief veel voor, omdat hij in onze omgeving alles vindt wat hij nodig heeft. Hij nestelt graag aan walkanten, in riolen en in of onder gebouwen. Daar vermenigvuldigt hij zich snel. Een wijfje kan tijdens haar leven meer dan honderd jongen werpen.

Wat kunt u doen?

De rat kan schade veroorzaken doordat hij knaagt aan alles wat hij in zijn buurt vindt, zoals telefoonkabels en isolatiemateriaal. Bovendien kan een rat drager zijn van bijvoorbeeld de ziekte van Weil en paratyfus. Houd ratten daarom uit de buurt van uzelf en uw kinderen: ga netjes met uw afval om. Rotterdammers kunnen veel zelf doen om ratten uit de buurt te houden. U kunt de overlast of schade van ratten beperken en zelfs voorkomen, als u de volgende maatregelen neemt:

  • Laat geen voedsel in en om uw woning slingeren
  • Strooi geen brood voor de vogels, daar komen ook ratten op af
  • Gooi geen eten of etensresten op straat
  • Zet geen afval los naast de vuilniszak of huisvuilcontainer
  • Houd uw vuilniszak binnen tot de vuilnisman langskomt
  • Dicht gaten en kieren in en om de woning
  • Repareer of vervang kapotte rioolbuizen, regenpijpen, ventilatieroosters en tegels.
    U kunt ook contact opnemen met uw verhuurder voor reparaties.

Oud brood of etensrestjes over?

Heeft u oud brood over? Gooi dit dan niet op straat, want dat trekt ratten aan. In Rotterdam maken we energie of compost van oud brood, dus voeding voor planten. Lever daarvoor uw brood in bij een van de broodbakken. Ze staan in Feijenoord, Noord en Delfshaven. En er komen steeds nieuwe bakken bij in andere wijken. De plekken van de broodbakken vindt u op de site van Broodnodig onder het kopje Broodbakken.

Brood kunt u ook kwijt in gft-containers. In een aantal wijken van Rotterdam wordt het gft (groente-, fruit- en tuinafval) al apart ingezameld. Van het gft wordt ook compost gemaakt.

Tip: door slim om te gaan met restjes en kliekjes, hoeft u minder weg te gooien. Kijk bijvoorbeeld eens wat u met uw restjes kunt doen.

Wat doet de gemeente?

Als meerdere bewoners ratten in hun straat signaleren, onderzoekt de gemeente de situatie. Als dat nodig is treft ze aanvullende maatregelen. Een rattenaanpak bestaat onder meer uit:

  • voorlichting
  • inspectie en bestrijding in huis en tuin
  • extra vallen in de openbare ruimte
  • soms snoei- en herstelwerk
  • een controleronde.

In het Liskwartier is bijvoorbeeld in nauwe samenwerking met de bewonersorganisatie een rattenaanpak van kracht.

De gemeente beheert honderden rattenvallen in de stad. Deze vervangen sinds 2015 de rattenblokken met gif. Voor het gebruik van gif in de buitenruimte gelden sinds 2015 strenge regels. Dit is in verband met mogelijke doorvergiftiging van andere dieren. De rattenvallen komen op minder zichtbare plekken waar ratten veel voorkomen zoals bij singels, slootkanten, houtwallen, riolen en stortplaatsen. De blokken wegen ruim 80 kilo zodat ze goed op hun plek blijven en worden regelmatig gecontroleerd door de plaagdierbeheersers. De rattenvallen zijn onderdeel van een aanpak om de ratten in de stad te beheersen.

In de afgelopen jaren is ongediertebestrijding ontwikkeld naar plaagdierbeheersing. Uitgangspunt is om dieren zoveel mogelijk te laten leven en de negatieve gevolgen te beheersen. Dat betekent meer aandacht voor preventie en voorlichting en minder gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen. Maatregelen om rattenoverlast te voorkomen zijn bijvoorbeeld gebouwen voorzien van wering, gaten dichten en goed schoonhouden zodat het voor plaagdieren niet aantrekkelijk is.

Rat in huis of tuin

Heeft u ratten in uw woning of tuin? Wij vinden het belangrijk dat daar snel op wordt gehandeld. Om een levende rat in huis of tuin te melden, kunt u ons 24 uur per dag bereiken op nummer 14 010 (lokaal tarief).

Rat in buitenruimte

Voor het melden van een rat in de buitenruimte, kunt u bellen. Maar ook een digitale melding doen bij Loket Plaagdierbeheersing. Dan helpen wij u de rattenoverlast tegen te gaan.

Veelgestelde vragen

Ratten zijn bang voor mensen. Ze zullen altijd proberen te vluchten als ze ons zien en ons niet aanvallen, zoals mensen wel eens denken.

Wel kunnen ratten ziekteverwekkers verspreiden via hun uitwerpselen, urine en speeksel. Ziektes die de bruine rat (die in Rotterdam voorkomt) kan overbrengen, zijn:

  • Ziekte van Weil (Leptospirose): dit is een bacteriële infectie die mild maar ook zeer ernstig kan verlopen (ca. 1% van de besmettingen is zeer ernstig). Wordt overgedragen door de urine van ratten en kan mensen besmetten via water. De meest gesignaleerde symptomen in Nederland zijn koorts, spierpijn, hoofdpijn, koude rillingen, diarree, braken en verminderde urineproductie. Niet alleen ratten kunnen trouwens deze ziekte overbrengen. Ook andere zoogdieren dragen leptospiren bij zich;
  • Salmonellabacteriën en andere soorten bacteriën die voedselvergiftiging veroorzaken (waaronder paratyfus);
  • Rattenbeetkoorts wordt doorgegeven van knaagdier op de mens via de urine van de rat. Rattenbeetkoorts is zeldzaam.

Het risico om in Rotterdam ziek te worden als gevolg van de rattenoverlast is zeer klein. De kans om besmet te raken tijdens een vakantie in het buitenland is vele malen groter.

Wanneer we over ratten in de stad spreken, dan hebben we het over de bruine rat. De zwarte rat komt nog in kleine aantallen voor in de haven maar wordt in de stad Rotterdam zelden waargenomen.

Er is een aantal oorzaken aan te wijzen voor de aanwezigheid en daarmee overlast van ratten. Ratten voelen zich thuis in een stedelijke omgeving met voldoende voedsel en schuilmogelijkheden.

  • Zwerfvuil en voedselresten op straat
    Zwerfvuil op straat blijft een hardnekkig verschijnsel en trekt plaagdieren aan. Naast eendjes voeren wordt er ook vaak eten in de buitenruimte achtergelaten door mensen die geen eten weg willen gooien. Ook dit heeft dit een grote aantrekkingskracht op ratten. De gemeente Rotterdam is een offensief tegen zwerfvuil begonnen.
  • Voeren van vogels en andere dieren
    Eendjes of duiven voeren lijkt onschuldig en wordt door jong en oud gedaan. Het nadeel hiervan is dat brood- en etensresten ook plaagdieren aantrekken. Bovendien is dit in grotere hoeveelheden ongezond voor de vogels en nadelig voor de waterkwaliteit. Ook kan het voer in kippen- en konijnenhokken en duiventillen een voedingsbron voor ratten zijn.
  • Groen(onderhoud), schuilplekken
    In de buitenruimte zijn er voldoende schuilplekken voor de rat aanwezig. Niet goed bijgehouden geveltuintjes, bosschages, achterstallig groenonderhoud en attributen in de buitenruimte zijn prima schuilplaatsen. Daarbij moet opgemerkt worden dat deze plekken óók schuilplaatsen bieden aan de natuurlijke vijanden van ratten, zoals marterachtigen. Een risico van het wegnemen van groen is een afname van deze diersoorten. Hierdoor blijven uiteindelijk alleen ratten en muizen nog over.
  • Gebrek aan natuurlijke voedselbronnen
    Bruine ratten eten naast afval en door mensen achtergelaten voedselresten ook veel zaden, vruchten en planten. Wanneer er weinig natuurlijke voedselbronnen zijn, zullen ratten zich meer richten op menselijke voedselbronnen waardoor overlast toeneemt.
  • Werkzaamheden riolering
    Algemeen wordt aangenomen dat zich in het riool veel ratten bevinden. Het riool wordt door velen gezien als een ondergrondse rattensnelweg. De ervaringen in Rotterdam zijn wisselend. Delen van de hoofdriolering staan vaak grotendeels onder water. Hoewel ratten kunnen zwemmen, zullen zij er niet voor kiezen om zich op deze manier over grotere afstanden te verplaatsen. Het kan voorkomen dat via de eindstrengen en huisaansluitingen wel ratten in het riool komen. Ratten kunnen voedsel vinden in het riool: etensresten, vetresten, wormen en kikkers. Het uitgebreide Rotterdamse rioleringsstelsel wordt jaarlijks stukje bij beetje vervangen, met een snelheid van ca. 40 km per jaar. Bij vervangingsprojecten raken veel rioolratten dakloos, waardoor zij zich verplaatsen in de omgeving. Soms leidt dit tot een (meestal tijdelijke) toename van overlast voor de buurt.

Bovenstaande factoren zijn niet nieuw. Ze spelen sinds jaar en dag een rol in het voorkomen van ratten in een stedelijke omgeving. De twee onderstaande factoren spelen een grote rol bij de toename van het aantal ratten:

  • Invoering Integrated Pest Management (IPM)
    Aan het gebruik van gif in de buitenruimte worden landelijk sinds 2015 strenge voorwaarden gesteld. Het gebruik van gif is niet verboden. Deze strengere voorwaarden hebben te maken met de doorvergiftiging van andere dieren in de voedselketen (roofdieren die op ratten jagen!). Daarnaast zijn steeds meer ratten resistent tegen het gebruikte gif, waardoor beheersing van ratten op termijn onmogelijk dreigt te worden. In plaats van gif worden in Rotterdam nu voornamelijk klemmen gebruikt, die regelmatig gecontroleerd worden. In ernstige gevallen, wanneer alle andere maatregelen zijn toegepast, wordt gif ingezet.
  • Klimaat
    Door een serie zachte winters is de overleving van jonge ratten in de wintermaanden relatief hoog geweest. Hierdoor is op lokaal niveau overbevolking van rattenkolonies ontstaan, waardoor meer dieren bovengronds komen.

De rat heeft een slecht imago. Mensen schrikken eerder van een rat dan dat ze schrikken van een konijn, terwijl ook konijnen overlast kunnen veroorzaken. Een individuele rat die op straat wordt waargenomen hoeft op zichzelf geen bron van overlast te zijn. Wanneer diezelfde rat op het toilet of in de slaapkamer wordt gezien, is dat anders. Dat vinden we allemaal onwenselijk en onprettig. Het is duidelijk dat dat als overlast gezien wordt. Die enkele rat op straat hoeft geen probleem te zijn. Maar die kan wel een aanwijzing zijn van een (te) grote populatie of een achterliggend probleem met zwerfvuil. Daarom zijn meldingen altijd zinvol maar staat niet elke melding gelijk aan overlast.

Een rat die u in de openbare buitenruimte heeft gezien kunt u melden

  1. online
  2. via de BuitenBeter-app: bij omschrijving kan men invoeren dat het om ratten in de openbare ruimte gaat, aangevuld met een locatie (eventueel op de kaart aangegeven)
  3. telefonisch via 14 010

Let op! Een rat in uw huis of tuin kunt u alleen telefonisch melden, via 14 010

U kunt de overlast of schade van ratten beperken en zelfs voorkomen, als u de volgende maatregelen neemt:

  • Laat geen voedsel in en om uw woning slingeren
  • Strooi geen brood voor de vogels, daar komen ook ratten op af
  • Sluit vuilniszakken goed af
  • Zet geen afval los naast de vuilniszak of huisvuilcontainer
  • Houd uw vuilniszak binnen tot de vuilnisman langskomt
  • Dicht gaten en kieren in en om de woning
  • Repareer of vervang kapotte rioolbuizen, regenpijpen, ventilatieroosters en tegels

U kunt ook contact opnemen met uw verhuurder voor reparaties.

Het voorkomen en bestrijden van rattenoverlast in de openbare ruimte is een wettelijke taak. Het heeft prioriteit binnen het team Plaagdierbeheersing. Elke melding (telefonisch of via MSB) wordt opgepakt. Een rat in een woning wordt gezien als een spoedgeval en wordt als het kan nog diezelfde dag afgehandeld. Via 14 010 is de gemeente 24/7 bereikbaar om telefonisch ratten binnenshuis te melden.

Dit doet de gemeente als een rat wordt gemeld:

  • Rat in woning
    De situatie wordt ter plaatse bekeken. De aanwezigheid van ratten, evt. kieren, kruipruimtes maar ook de directe omgeving van het huis wordt bekeken. Bewoners krijgen adviezen en de rat(ten) worden gevangen of bestreden met gif. Wanneer er in meerdere woningen in de zelfde buurt ratten worden gemeld, volgt een grotere aanpak. Voorlichting, controle huis aan huis en eventueel. plaatsen gifdozen, controle en als het nodig is acties in de buitenruimte (denk aan zwerfvuil opruimen, snoeien, controle geveltuintjes, verzakte tegels, controle riolering, plaatsen klemmen). Bestrijding in woningen is gratis voor particulieren. Bedrijven kunnen ratten laten bestrijden tegen betaling.
  • Rat in buitenruimte
    Elke melding wordt ter plaatse bekeken. Ook hier wordt integraal naar de omgeving gekeken. Er zijn in Rotterdam inmiddels honderden blokken met klemmen geplaatst. Alle klemmen in Rotterdam worden met ingang van 2017 digitaal geregistreerd. We kunnen rapportages uitdraaien over hoeveel volle klemmen in welk gebied er zijn geweest in een bepaalde periode. Hierdoor kunnen we hotspots inventariseren en kijken wat daar nodig is om de populatie beter te beheersen.

IPM staat voor Integrated Pest Management. Dit is een methode van ratten beheersen waarbij we allereerst inzetten op voorkomen en werende maatregelen en pas daarna op bestrijding. Bestrijding vindt bij voorkeur plaats zonder gebruik van gif in de buitenruimte. Dit  in verband met de kans op doorvergiftiging van andere diersoorten. Wanneer alle voorgaande stappen doorlopen zijn zonder voldoende resultaat, dan kan er voor een beperkte tijdsduur gif gebruikt worden. Het handboek IPM geeft aan onder welke voorwaarden dit mag.

Sinds 1 januari 2015 is het gebruik van gif in de buitenruimte alleen toegestaan onder strenge voorwaarden. Dit heeft te maken met doorvergiftiging van bijvoorbeeld roofvogels. De verandering heeft dus niet te maken met de rat zelf. Wanneer een rat direct gedood wordt door de klem is deze methode minder dieronvriendelijk dan gif. Binnenshuis wordt gif nog wel ingezet.

De toename van het aantal meldingen (met name de laatste drie jaar) heeft meerdere oorzaken:

  • Zachte winters;
  • Onverminderd veel voedselaanbod op straat;
  • Nieuwe manier van ratten vangen: met klemmen i.p.v. gif in de buitenruimte;
  • Aanwezigheid van geschikte schuilplekken in de buitenruimte;
  • Meer aandacht voor rattenoverlast in de media bijvoorbeeld. Dit kan invloed hebben op de bereidheid van mensen om ratten te melden.

Omdat het aantal meldingen over ratten in de buitenruimte toeneemt, is het aannemelijk dat ook het aantal ratten groeit. Het is trouwens niet bekend hoeveel ratten er precies in de stad zijn.

Ratten komen in heel de stad voor maar er zijn wel hotspots aan te wijzen. Bijvoorbeeld Delfshaven, Noord, Crooswijk, Prins Alexander, Charlois en Feijenoord.

Omdat het aantal meldingen over ratten in de buitenruimte toeneemt, is het aannemelijk dat ook het aantal ratten groeit. Het is trouwens niet bekend hoeveel ratten er precies in de stad zijn.

De bevoegdheid voor het aanwijzen van gebieden waar een voederverbod geldt, ligt bij de gebiedscommissies. Centrum en Noord hebben gebieden aangewezen en in Feijenoord is voederen overal verboden. Op dit moment zou een stadsbreed voederverbod niet te handhaven zijn. Ook met meer handhavers is dit lastig. Mensen moeten op heterdaad betrapt worden en het OM kan eisen dat er eerst twee keer gewaarschuwd wordt (zoals in het centrum bij de duiventillen). Het is de vraag of hier daadwerkelijk gedragsverandering mee bewerkstelligd wordt. Het moet altijd toegepast worden i.c.m. andere maatregelen. Met een voederverbod geef je wel een signaal af dat het in Rotterdam ongewenst is om te voederen. Dat zou dan vooral symbolische waarde hebben.

Tip: door slim om te gaan met restjes en kliekjes, hoeft u minder weg te gooien. Kijk bijvoorbeeld eens wat u met uw restjes kunt doen.

Meer informatie

Bel 14 010 of kijk op de pagina plaagdierbeheersing om overlast te melden. Woningcorporaties kunnen via deze kanalen een pakket met voorlichting opvragen.