Rattenoverlast
Gepubliceerd op: 15-12-2016
Geprint op: 29-11-2021
https://www.rotterdam.nl/wonen-leven/rattenoverlast/
Ga naar de hoofdinhoud

De hulp van bewoners is onmisbaar in het voorkomen van ratten in en om hun huis. Door geen stadsdieren te voeren bijvoorbeeld en geen voedsel rond te laten slingeren.

In Rotterdam komt de rat relatief veel voor, omdat hij in onze omgeving alles vindt wat hij nodig heeft. Hij nestelt graag aan walkanten, in riolen, groen en in of onder gebouwen. Daar vermenigvuldigt hij zich snel. Een wijfje kan tijdens haar leven meer dan honderden jongen werpen.

Wat kunt u zelf doen?

De rat kan schade veroorzaken doordat hij knaagt aan alles wat hij in zijn buurt vindt, zoals telefoonkabels en isolatiemateriaal. Bovendien kan een rat drager zijn van bijvoorbeeld de ziekte van Weil en paratyfus. Rotterdammers kunnen veel zelf doen om ratten uit de buurt te houden. Beperk of voorkom de overlast of schade van ratten door de volgende maatregelen te nemen:

  • Laat geen voedsel in en om uw woning slingeren
  • Voer geen brood aan stadsvogels zoals duiven en eenden, daar komen ook ratten op af
  • Gooi geen eten of etensresten op straat
  • Zet geen afval los naast de huisvuilcontainer
  • Meld rattenoverlast bij de gemeente
  • Dicht gaten en kieren in en om de woning om ongedierte buiten te houden. Dit is verantwoordelijkheid van de huiseigenaar/ verhuurder
  • Repareer of vervang kapotte rioolbuizen, regenpijpen, ventilatieroosters en tegels
  • Bent u huurder? Uw verhuurder is verantwoordelijk voor een goed onderhoud van de woning. Meld rattenoverlast daarom ook aan uw verhuurder, in verband met reparaties.

Rat in huis of tuin

Heeft u ratten in uw woning? Wij vinden het belangrijk dat daar snel op wordt gehandeld. Om een levende rat in huis te melden, kunt u ons 24 uur per dag bereiken op nummer 14 010 (lokaal tarief). We komen dan zo snel mogelijk naar u toe.

Rat in buitenruimte

Voor het melden van een rat in de buitenruimte, kunt u bellen. Maar u kunt ook een digitale melding doen bij Loket Plaagdierbeheersing. Naar elke melding doen wij onderzoek.

Wat doet de gemeente?

De gemeente is vanuit de wet op de Publieke Volksgezondheid verantwoordelijk voor bestrijding van ratten in de openbare buitenruimte. Deze openbare buitenruimte beslaat ongeveer 40 procent van de gehele buitenruimte binnen de stadsgrenzen. Stadsbeheer beheert deze openbare buitenruimte. Als meerdere bewoners ratten in hun straat signaleren en hiervan melding maken, krijgt de gemeente een beter beeld van de situatie en kan hiermee een gedegen onderzoek doen. Betreft het een melding van een rat in de openbare buitenruimte, dan kijkt Stadsbeheer naar een oplossing. Wanneer de bron ligt in een gebied of gebouw dat Stadsbeheer niet in beheer heeft, zoeken we contact met de verantwoordelijke eigenaar en/of beheerder. We werken in dat geval graag samen aan een oplossing van de rattenoverlast. Dit noemen we integraal samenwerken. Een (integrale) rattenaanpak bestaat onder meer uit:

  • Voorlichting aan bewoners, huiseigenaren en woningcorporaties
  • Eenmalige inspectie en bestrijding in huis en tuin
  • Snoei- en herstelwerk als dat nodig is
  • Onderzoeken waarom er ratten aanwezig zijn
  • Planmatige aanpak in samenwerking met bewoners en partners
  • Een controleronde.

In het 4de kwartaal van 2020 is er bijvoorbeeld een integrale aanpak gestart in de Afrikaanderwijk in samenwerking met verschillende ketenpartners.

Bekijk hieronder het actieplan waarin de aanpak van rattenoverlast staat omschreven (klik op de link).

Gooi geen voedsel op straat

Heeft u oud brood over? Gooi dit dan niet op straat en voer het niet aan duiven of eenden, want het brood (en ander voedsel) trekt ratten aan. In Rotterdam maken we energie of compost van oud brood, dus voeding voor planten. Lever daarom uw brood in bij een van de broodbakken. Ze staan in verschillende wijken in Rotterdam. De plekken van de broodbakken vindt u op de site van GroenCollect.

Brood kunt u ook kwijt in gft-containers. In een aantal wijken van Rotterdam wordt het gft (groente-, fruit- en tuinafval) al apart ingezameld. Van het gft wordt ook compost gemaakt.

Tip: door slim om te gaan met restjes en kliekjes, hoeft u minder weg te gooien. Kijk bijvoorbeeld eens wat u met uw restjes kunt doen.

Van ongediertebestrijding naar plaagdierbeheersing

In de afgelopen jaren is ongediertebestrijding ontwikkeld naar plaagdierbeheersing. Het uitgangspunt is om dieren zoveel mogelijk te laten leven en de negatieve gevolgen te beheersen. Dat betekent meer aandacht voor oorzaken, preventie en voorlichting en minder gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen. Bestrijdingsmiddelen kunnen namelijk ook negatieve gevolgen hebben voor het milieu en andere dieren. Bovendien kunnen ratten resistent worden bij te frequent gebruik van gif.

Zonder gif

De gemeente beheert honderden rattenvallen in de stad. Deze vervangen sinds 2015 de rattenblokken met gif. Voor het gebruik van gif in de buitenruimte gelden sinds 2015 strenge regels, genaamd Integrated Pest Management. Dit heeft te maken met mogelijke doorvergiftiging van de voedselketen (natuurlijke vijanden die op ratten jagen, zoals roofvogels). De rattenvallen komen op minder zichtbare plekken waar ratten veel voorkomen zoals bij singels, slootkanten, houtwallen, riolen en stortplaatsen. De blokken wegen ruim 80 kilo zodat ze goed op hun plek blijven en worden regelmatig gecontroleerd door de plaagdierbeheersers. De rattenvallen zijn onderdeel van een aanpak om de ratten in de stad te beheersen.

Veelgestelde vragen

Het voorkomen en bestrijden van rattenoverlast in de openbare ruimte is een wettelijke taak. Het heeft prioriteit binnen het team Plaagdierbeheersing. Elke melding wordt opgepakt. Een rat in een woning wordt gezien als een spoedgeval en wordt als het kan nog diezelfde dag afgehandeld. Via 14 010 is de gemeente 24/7 bereikbaar om telefonisch ratten binnenshuis te melden.

Dit doet de gemeente als een rat wordt gemeld:

  • Rat in woning
    De situatie wordt ter plaatse bekeken. De aanwezigheid van ratten wordt onderzocht en ook het huis (en de eventueel aanwezige tuin) wordt bekeken. Zijn er bijvoorbeeld kieren en hoe zien de kruipruimtes eruit? Maar ook de directe omgeving van het huis wordt bekeken: zijn er bijvoorbeeld verzakkingen, ligt er veel voedsel. Bewoners krijgen adviezen en de rat(ten) worden gevangen of bestreden met gif. De eerste bestrijding in woningen is gratis voor particulieren. Wanneer een vervolg noodzakelijk is, zijn hier kosten aan verbonden. Bedrijven kunnen ook ratten bestrijden tegen betaling.
  • Rat in de openbare (toegankelijke) buitenruimte
    Elke melding kan aanleiding zijn om onderzoek te doen. Ook hier wordt naar de hele omgeving gekeken. Er zijn in Rotterdam inmiddels honderden blokken met rattenklemmen geplaatst. Wanneer er in meerdere woningen in dezelfde buurt ratten worden gemeld, volgt een integrale aanpak met bewoners, huiseigenaren/ verhuurders en andere noodzakelijke partners. Voorlichting, controle huis aan huis, opruimen, snoeien, controle geveltuintjes, verzakte tegels, controle riolering en eventueel het plaatsen van rattenvallen zijn mogelijke onderdelen van deze manier van aanpak.

Als horecaondernemer heeft u meer invloed op het voorkomen van rattenoverlast dan u waarschijnlijk denkt. Ratten hebben voedsel, water en een schuilplaats nodig om te kunnen leven. Schuilplaatsen zijn er voor de rat voldoende te vinden op en rond terrassen in Rotterdam. We zien banken, tafels, plantenbakken, vlonders en andere bouwsels waarin/waaronder de rat zich prima kan verschuilen. Daarnaast is er gedurende de dag altijd wat te eten op het terras. Deze situaties geven voor de rat aanleiding om op het terras te willen zijn.

Wat kunt u als horecaondernemer concreet doen

  • Meubilair:
    • Banken en tafels
      Zorg dat de ruimte onder banken en tafels minimaal 40 cm is. Een opklapbare zitting bij banken voorkomt dat mensen wanneer het terras dicht is gebruik maken van de bank en vuil achterlaten.
    • Plantenbakken
      Altijd op poten met een minimale vrije ruimte van 40 cm. Hoogte van de bovenzijde bij de aarde minimaal 70 cm. Gladde buitenzijde zodat de rat er niet of moeilijk tegenaan loopt.
    • Vlonders
      Plaats bij voorkeur geen vlonders. Wanneer het niet anders kan, sluit de vlonders rondom geheel af met kieren niet groter dan 3 tot 5 mm. Kieren tussen de planken niet groter dan 3 tot 5 mm. Wanneer de vlonder beschadigd raakt, repareer deze dan zo snel mogelijk.
    • Andere bouwsels
      Zorg altijd voor minimale vrije ruimte van 40 cm.
  • Afval: Zorg dat de rat niet in afvalbakken en -containers kan door deksels te sluiten en zet er geen afval naast. Zie toe op de aanwezigheid van de lekdop onder de 1100 liter afvalcontainers. Deze lekdop aan de onderzijde van de container sluit het lekgat af. Wanneer deze ontbreekt is er een zeer geschikte toegang tot de container voor de rat. Deze situatie kan zorgen voor een explosieve groei van de populatie er daarmee de overlast van ratten in een groot gebied rondom uw vestiging.
  • Groen: Zorg voor een minimale ruimte van 1,5 meter tussen het groen rondom het terras en het aanwezige groen. Hiermee wordt voorkomen dat de rat in al het groen een goede schuilplaats vindt.

Ratten zijn bang voor mensen. Ze zullen altijd proberen te vluchten als ze ons zien en ons niet aanvallen, zoals mensen wel denken.

Wel kunnen ratten ziekteverwekkers verspreiden via hun uitwerpselen, urine en speeksel. Ziektes die de bruine rat (die in Rotterdam voorkomt) kan overbrengen, zijn:

  • Ziekte van Weil (leptospirose): dit is een bacteriële infectie die mild maar ook zeer ernstig kan verlopen (ongeveer 1 procent van de besmettingen is zeer ernstig). Wordt overgedragen door de urine van ratten en kan mensen besmetten via water. De meest gesignaleerde symptomen in Nederland zijn koorts, spierpijn, hoofdpijn, koude rillingen, diarree, braken en verminderde urineproductie. Niet alleen ratten kunnen trouwens deze ziekte overbrengen. Ook andere zoogdieren dragen leptospiren bij zich
  • Salmonellabacteriën en andere soorten bacteriën die voedselvergiftiging veroorzaken (waaronder paratyfus)
  • Rattenbeetkoorts wordt doorgegeven van knaagdier op de mens via de urine van de rat. Rattenbeetkoorts is zeldzaam.

Het risico om in Rotterdam ziek te worden als gevolg van de rattenoverlast is zeer klein. De kans om besmet te raken tijdens een vakantie in het buitenland is vele malen groter.

Wanneer we over ratten in de stad spreken, dan hebben we het over de bruine rat. De zwarte rat komt in de stad Rotterdam alleen voor in de haven maar wordt zelden waargenomen. Daarnaast leeft de zwarte rat veelal in agrarische gebieden in stallen en andere gebouwen.

Ratten voelen zich thuis in een stedelijke omgeving met voldoende voedsel en schuilmogelijkheden. Er is een aantal oorzaken aan te wijzen voor de aanwezigheid en daarmee overlast van ratten:

  • Zwerfvuil en voedselresten op straat
    Zwerfvuil en voedselresten op straat blijven een hardnekkig verschijnsel dat plaagdieren aantrekt. Naast eendjes voeren wordt er ook vaak eten in de buitenruimte achtergelaten door mensen die geen eten weg willen gooien. Ook dit heeft dit een grote aantrekkingskracht op ratten. Wij zijn een offensief tegen zwerfvuil begonnen. Ook hebben we onderzocht waarom mensen voedsel(resten) op straat achterlaten. We gebruiken de uitkomsten van dit onderzoek om Rotterdammers te overtuigen eten niet meer op straat achter te laten.
  • Voeren van vogels en andere dieren
    Eendjes of duiven voeren lijkt onschuldig en wordt door jong en oud gedaan. Het nadeel hiervan is dat brood- en etensresten ook plaagdieren aantrekken. Bovendien is dit in grotere hoeveelheden ongezond voor de vogels en nadelig voor de waterkwaliteit. Ook kan het voer in kippen- en konijnenhokken en duiventillen een voedingsbron voor ratten zijn.
  • Groen(onderhoud), schuilplekken
    In de buitenruimte zijn er voldoende schuilplekken voor de rat aanwezig. Niet goed bijgehouden geveltuintjes, bosschages, achterstallig groenonderhoud en attributen in de buitenruimte zijn prima schuilplaatsen. Daarbij moet opgemerkt worden dat deze plekken óók schuilplaatsen bieden aan de natuurlijke vijanden van ratten, zoals marterachtigen. Een risico van het wegnemen van groen is een afname van deze diersoorten. Hierdoor blijven uiteindelijk alleen ratten en muizen nog over.
  • Gebrek aan natuurlijke voedselbronnen
    Bruine ratten eten naast afval en door mensen achtergelaten voedselresten ook veel zaden, vruchten en planten. Wanneer er weinig natuurlijke voedselbronnen zijn, zullen ratten zich meer richten op menselijke voedselbronnen waardoor overlast toeneemt.
  • Werkzaamheden riolering
    Algemeen wordt aangenomen dat zich in het riool veel ratten bevinden. Het riool wordt door velen gezien als een ondergrondse rattensnelweg. De ervaringen in Rotterdam zijn wisselend. Delen van de hoofdriolering staan vaak grotendeels onder water. Hoewel ratten kunnen zwemmen, zullen zij er niet voor kiezen om zich op deze manier over grotere afstanden te verplaatsen. Het kan voorkomen dat via de eindstrengen en huisaansluitingen wel ratten in het riool komen. Ratten kunnen voedsel vinden in het riool: etensresten, vetresten, wormen en kikkers. Het uitgebreide Rotterdamse rioleringsstelsel wordt jaarlijks stukje bij beetje vervangen, met een snelheid van ongeveer 40 kilometer per jaar. Bij vervangingsprojecten raken veel rioolratten dakloos, waardoor zij zich verplaatsen in de omgeving. Soms leidt dit tot een (meestal tijdelijke) toename van overlast voor de buurt.
  • Slecht onderhoud gebouwen
    Ratten leven en vermeerderen zich in en om gebouwen die plaagdieren niet goed afweren, bijvoorbeeld: als een huis gaten en kieren heeft of wanneer de aansluiting op het riool defect is of wanneer de hemelwaterafvoer 'open' staat of als een tuin veel schuilplaatsen heeft. Het is de verantwoordelijkheid van huiseigenaren en/of huurders om huis en tuin goed te onderhouden. Zo krijgen ratten geen kans om te nestelen in uw omgeving. Het is belangrijk om melding te maken bij de gebouweigenaar wanneer in uw omgeving bovenstaande voorbeelden spelen
  • Invoering Integrated Pest Management (IPM)
    Aan het gebruik van gif in de buitenruimte worden landelijk sinds 2015 strenge voorwaarden gesteld. Dit heeft te maken met mogelijke doorvergiftiging van de voedselketen (natuurlijke vijanden die op ratten jagen, zoals roofvogels). Daarnaast zijn steeds meer ratten resistent tegen het gebruikte gif, waardoor beheersing van ratten op termijn onmogelijk dreigt te worden. We volgen nu de IPM-methode, een methode van ratten beheersen waarbij we allereerst de oorzaken van de aanwezigheid van ratten onderzoeken, preventieve en werende maatregelen nemen en pas daarna inzetten op bestrijding. Bestrijding vindt bij voorkeur plaats zonder gebruik van gif in de buitenruimte. Wanneer alle voorgaande stappen doorlopen zijn zonder voldoende resultaat, dan kan er voor een beperkte tijdsduur gif gebruikt worden. In Rotterdam worden voornamelijk klemmen in zware betonnen blokken gebruikt. In ernstige gevallen, wanneer alle andere maatregelen zijn toegepast, wordt gif ingezet. De rattenvallen komen op minder zichtbare plekken waar ratten veel voorkomen zoals in het groen, bij singels, slootkanten, houtwallen, riolen en stortplaatsen. De blokken wegen ruim 80 kilo zodat ze goed op hun plek blijven en worden regelmatig gecontroleerd door de plaagdierbeheersers.
  • Klimaat
    Door een serie zachte winters is de overleving van jonge ratten in de wintermaanden relatief hoog geweest. Hierdoor is op lokaal niveau overbevolking van rattenkolonies ontstaan, waardoor meer dieren bovengronds komen.

De rat heeft een slecht imago. Mensen schrikken eerder van een rat dan dat ze schrikken van een konijn, terwijl ook konijnen overlast kunnen veroorzaken. Een individuele rat die op straat wordt waargenomen hoeft op zichzelf geen bron van overlast te zijn. Wanneer diezelfde rat op het toilet of in de slaapkamer wordt gezien, is dat anders. Dat vinden we allemaal onwenselijk en onprettig. Het is duidelijk dat dat als overlast gezien wordt. Die enkele rat op straat hoeft geen probleem te zijn maar die kan wel een aanwijzing zijn van een (te) grote populatie of een achterliggend probleem met zwerfvuil. Daarom zijn meldingen altijd zinvol maar staat niet elke melding gelijk aan overlast.

Een rat die u in de openbare buitenruimte heeft gezien kunt u melden

  1. online
  2. via de BuitenBeter-app / MeldR-app: bij omschrijving kunt u invoeren dat het om ratten in de openbare ruimte gaat, aangevuld met een locatie (eventueel op de kaart aangegeven)
  3. telefonisch via 14 010

Let op! Een rat in uw huis of tuin kunt u alleen telefonisch melden, via 14 010. Een rat in huis is spoed, u kunt ons 24 uur per dag bellen. Wij komen dan zo snel mogelijk bij u langs.

Laat altijd uw telefoonnummer achter, zodat we u kunnen bellen om meer te weten te komen over de oorzaak en de rattenoverlast daarmee beter kunnen aanpakken.

Beperk of voorkom de overlast of schade van ratten door de volgende maatregelen te nemen:

  • Laat geen voedsel in en om uw woning slingeren
  • Voer geen brood aan stadsvogels zoals duiven of eenden, daar komen ook ratten op af
  • Gooi geen eten of etensresten op straat
  • Zet geen afval los naast de huisvuilcontainer
  • Meld rattenoverlast bij de gemeente
  • Dicht gaten en kieren in en om de woning om ongedierte buiten te houden. Dit is verantwoordelijkheid van de huiseigenaar/ verhuurder
  • Repareer of vervang kapotte rioolbuizen, regenpijpen, ventilatieroosters en tegels
  • Bent u huurder? Uw verhuurder is verantwoordelijk voor een goed onderhoud van de woning. Meld rattenoverlast daarom ook aan uw verhuurder, in verband met reparaties.

Nee, u mag zelf geen rattengif gebruiken. Een gecertificeerde bestrijder moet daarvoor worden ingeschakeld.

Er is voor particulier gebruik geen rattengif of klem te koop. Bij overlast in de openbare buitenruimte dient u altijd melding te maken bij de gemeente. Wanneer de overlast plaatsvindt op plekken waar Stadsbeheer geen beheerder is, is het afhankelijk van de situatie wat u doet:

  • Bent u eigenaar: schakel een erkend plaagdierbedrijf in.
  • Bent u huurder: informeer dan bij uw huisbaas/verhuurder.

Er zijn locaties die Stadsbeheer niet in beheer heeft, zoals binnentuinen en andere terreinen van woningcorporaties.
 

IPM staat voor Integrated Pest Management. Dit is een methode van ratten beheersen waarbij we allereerst inzetten op opsporen en verhelpen van oorzaken, informeren van de burger (preventie), werende maatregelen en pas daarna op bestrijding. Bestrijding vindt bij voorkeur plaats zonder gebruik van gif in de buitenruimte. Dit heeft te maken met de kans op doorvergiftiging van andere diersoorten. Wanneer alle voorgaande stappen doorlopen zijn zonder voldoende resultaat, dan kan er voor een beperkte tijdsduur gif gebruikt worden. De  IPM-regelgeving geeft aan onder welke voorwaarden dit mag. De gemeentelijke plaagdierbeheersers zijn gecertificeerd en mogen werken volgens de IPM methode. Jaarlijks wordt de gemeente gecontroleerd op de juiste uitvoering van wet- en regelgeving.

Sinds 1 januari 2015 is het gebruik van gif in de buitenruimte alleen toegestaan onder strenge voorwaarden. Dit heeft te maken met doorvergiftiging van bijvoorbeeld roofvogels en resistentie bij ratten zelf. Wanneer een rat direct gedood wordt door de klem is deze methode minder dieronvriendelijk dan gif. Binnenshuis mag tot 2023 nog wel gif worden ingezet.

De toename van het aantal meldingen heeft meerdere oorzaken:

  • Zachte winters
  • Veel voedselaanbod op straat
  • Nieuwe manier van ratten vangen: met klemmen in plaats van gif in de buitenruimte
  • Aanwezigheid van geschikte schuilplekken in de buitenruimte
  • Meer aandacht voor rattenoverlast in de media bijvoorbeeld. Dit kan invloed hebben op de bereidheid van mensen om ratten te melden.
  • De nieuwe werkwijze, namelijk het integraal aanpakken van oorzaken, betekent een enorme verandering voor alle betrokkenen in de stad. Het kost tijd om deze verandering vorm te geven.

Omdat het aantal meldingen over ratten in de buitenruimte toeneemt, is het aannemelijk dat ook het aantal ratten groeit. Het is niet bekend hoeveel ratten er precies in de stad zijn.

In Rotterdam Centrum, Noord en Hillegersberg-Schiebroek zijn gebieden aangewezen waar voederen verboden is. Hier mag men dus geen stadsvogels zoals eenden en duiven voeren. In Feijenoord is voederen overal verboden.

Tip: door slim om te gaan met restjes en kliekjes, hoeft u minder weg te gooien. Kijk bijvoorbeeld eens wat u met uw restjes kunt doen.

Meer informatie

Bel 14 010 of kijk op de pagina plaagdierbeheersing om overlast te melden. Woningcorporaties kunnen via deze kanalen een pakket met voorlichting opvragen.