Dodenherdenking
Jaarlijks herdenken we op 4 mei alle burgers en militairen die in het Koninkrijk der Nederlanden of waar ook ter wereld zijn omgekomen of vermoord sinds het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog, in oorlogssituaties en bij vredesoperaties daarna.
Bij dit monument herdenken wij de opvarenden van Nederlandse koopvaardijschepen die tijdens de Tweede Wereldoorlog omkwamen.
- 09.30 uur - Ontvangst bij het monument
- 10.00 uur - Het 'slaan van 4 glazen' op de scheepsbel door Zeekadetkorps Rotterdam
- 10.05 uur - Woord van herdenking door burgemeester Schouten
- 10.10 uur - Kranslegging met koraalmuziek door het Nederlands Douane Orkest
- 10.45 uur - Ontvangst met koffie en thee
- 11.15 uur - Einde
Databank Koopvaardij
De Databank Koopvaardij is op donderdag 4 mei 2023 gelanceerd door Koninklijke Hoogheid Prinses Margriet der Nederlanden, petekind van de Nederlandse koopvaardij, aansluitend op de herdenking bij het Nationaal Koopvaardijmonument 'De Boeg' in Rotterdam.
Deze Databank is gratis en te vinden op de website Databank Koopvaardij | koopvaardijpersoneel40-45.nl. Link opent een externe pagina in een nieuw browsertabblad..
Hier bevinden zich een aantal (ere) graven en monumenten ter nagedachtenis aan de militairen en burgerslachtoffers uit de Tweede Wereldoorlog, maar ook uit andere oorlogen.
- 13.45 uur - Inloop
- 14.00 uur - Plechtige herdenkingsbijeenkomst
- 14.30 uur - Einde herdenkingsbijeenkomst
Erehof van het Verzet
Op 4 mei 1950 is dit monument met vrouwenfiguur van Kees Schrikker onthuld. Het staat op het Erehof omringd door een hoge haag. Aan weerszijden bevinden zich natuurstenen grafstenen voor 52 verzetsmensen.
Korea Monument
De urn die zich op het monument bevindt bevat aarde uit de begraafplaats in Korea waar acht Rotterdammers begraven liggen die in de Koreaanse oorlog (1950 - 1953) omkwamen. Op de urn staat het wapen van hun legeronderdeel.
Indië Monument
Een monument ter nagedachtenis aan de 177 vrijwillige en dienstplichtige Rotterdamse militairen die in de periode 1945 - 1962 omkwamen in Nederlands-Indië en Nederlands Nieuw-Guinea. Op 9 vierkante palen staan de namen van de gevallenen.
Burger Monument
Deze gedenkplaats is het perceel met de stoffelijke overschotten van slachtoffers van het geallieerde bombardement van 31 maart 1943 en later van slachtoffers van de Hongerwinter. De slachtoffers van het bombardement van 1940 zijn hier ook begraven. Na de oorlog zijn veel van deze graven geruimd. Op 14 mei 1965 het beeldhouwwerk ‘Knielende vrouw met duif’ van Cor van Kralingen onthuld.
Aan de achterzijde van het voetstuk zit een bronzen deurtje met het wapen van Rotterdam en de spreuk ‘Sterker door strijd’. Hierachter lag een boekje met de namen van 464 omgekomen burgers. Het is in te zien in het begraafplaatskantoor.
Geallieerden Monument
Hier liggen in totaal 124 Britse, Canadese, Australische en Nieuw-Zeelandse militairen. Zo ook Poolse vliegeniers die tijdens de Tweede Wereldoorlog in Nederland zijn gesneuveld.
Militaire Erehof
Het Militaire Erehof met het monument ‘Vallende Man’ van de Rotterdamse beeldhouwer Cor van Kralingen is geopend op 26 mei 1951. Er staan 102 grafstenen met de namen van de militairen en de datum waarop zij sneuvelden. De meeste vielen tijdens de meidagen van 1940. Afgietsels van het beeld zijn ook later geplaatst op andere erehoven voor Nederlandse militairen in binnen- en buitenland.
Bij dit monument herdenken wij alle Rotterdamse joden die in de Tweede Wereldoorlog door de bezetter zijn weggevoerd en omgebracht.
- 16.00 uur - Ontvangst in de Centrale Hal van het Stadhuis
- 16.10 uur - Aanvang herdenking in de Stadhuistuin
- 16.45 uur - Einde herdenkingsbijeenkomst
Plechtigheid met sprekers in de Laurenskerk met aansluitend een stille tocht naar het Stadhuisplein waar om 20.00 uur twee minuten stilte worden gehouden.
- 18.15 uur - Opening Laurenskerk
- 18.45 uur - Aanvang herdenkingsplechtigheid
- 18.50 uur - Woord van herdenking door burgemeester Schouten
- 19.35 uur - Vertrek stille tocht
Grote Kerkplein, Oppert, Meent, Coolsingel
Kijk hieronder voor het programma op het Stadhuisplein.
Na afloop van de herdenkingsbijeenkomst in de Laurenskerk is er een stille tocht naar het Stadhuisplein waar om 20.00 uur twee minuten stilte worden gehouden.
- 19.50 uur - Aankomst stille tocht
- 19.58 uur - Kranslegging namens het gemeentebestuur door burgemeester Schouten
- 20.00 uur - 2 minuten stilte
- 20.02 uur - Kranslegging
- 20.32 uur - Einde kranslegging en opening defilé langs het monument
| Locatie | Plaats | Tijdstip | Activiteit |
| Feijenoord | Beukendaal en Bongert | 10.00 | Verzetskruis |
| Feijenoord | Dreef 73 | 11.00 | Herdenkingsbijeenkomst in de Brink |
| Feijenoord | 3e Katendrechtse hoofd 25 | 14.00 | Herdenkingsbijeenkomst Vereniging De Lijn |
| Feijenoord | Eva Cohen - Hartogkade | 19.00/20.00 | Herdenkingsbijeenkomst bij Joods Kindermonument - Loods 24 |
| Noord | Noordsingel | 10.45 | Herdenkingsbijeenkomst bij monument voor Britse vliegers |
| Noord | 1e Pijnackerstraat 104-106 | 17.45 | Herdenkingsbijeenkomst bij monument Geloof en Vrijheid |
| Centrum | de Boeg, Boompjeskade, 3011 XE Rotterdam | 10.00/ 10.45 | Het Nationaal Koopvaardijmonument 'De Boeg' |
| Overschie | Delftweg 230 | 14.00 | Eremonument op de algemene begraafplaats Hofwijk |
| Kralingen-Crooswijk | Kerkhoflaan 1 | 13.30/14.30 | Algemene begraafplaats Crooswijk i.a.v. de burgemeester |
| Pernis | Ring 548, 3195 XT Pernis | 19.00 | Begraafplaats Pernis |
| Kralingen-Crooswijk | Oudedijk en Willem Ruyslaan | 19.45/20.30 | Monument De Steen der Miljoen Tranen |
| Kralingen-Crooswijk | Hoflaan | 19.45/20.30 | Herdenkingskruis |
| Kralingen-Crooswijk | Jan Vermeersingel | 19.45/20.30 | Herdenkingsbijeenkomst monument executies 28-11-1944 |
| Kralingen-Crooswijk | Boezemlaan | 20.00/20.30 | Herdenkingskruis |
| Kralingen-Crooswijk | Watertorenweg en Rijnwaterstraat | 19.50/20.30 | Herdenkingsbijeenkomst |
| Centrum | Laurenskerk | 18.15/18.45 | Herdenkingsbijeenkomst i.a.v. de burgemeester |
| Centrum | Stadhuisplein | 19.50/20.30 | Monument voor alle gevallenen 1940-1945' i.a.v. de burgemeester |
| Centrum | Veerhaven/Calandstraat | 20.00 | Herdenking bij Lloyd-monument |
| Delfshaven | Rösener Manzstraat 80 en Park 1943 | 19.00/19.20 | Samenkomst in Wijkcentrum Pier 80. Vandaaruit naar monument 'Het vergeten Bombardement' |
| Delfshaven | Hooidrift t.h.v. nr. 138 | 19.40/20.15 | Herdenkingsbijeenkomst bij het voormalig woonadres van de verzetsstrijder Jan Kwak. |
| Hoogvliet | Dorpskerk (Achterweg) hoek Jan de Raadtkade | 19.00 | Samenkomst voor de Dorpskerk |
| Hoogvliet | Dorpskerk (Achterweg) hoek Jan de Raadtkade | 19.55/20.00 | Herdenkingsbijeenkomst |
| Heijplaat | Courzandseweg en Heysekade | 19.30 | Samenkomst bij Ontmoetingplek De Huiskamer. Vandaaruit naar monument hoek Heijsekade |
| Charlois | Zuidplein en Mijnsherenlaan | 19.25 | Herdenkingsbijeenkomst monument De Vallende Ruiter |
| Hillegersberg-Schiebroek | Ringdijk 50 | 19.00 | Stille tocht vanaf Kootsekade via Melanchthon Schiebroek naar Herdenkingskruis Spinbolplein |
| Hillegersberg-Schiebroek | Terbregseweg-Irenebrug | 19.30 | Herdenking bij het verzets- en vredesmonument |
| Hoek van Holland | R.K. Kerk Cordesstraat 27-29 | 18.30 | Herdenkingsbijeenkomst in de RK Kerk |
| Hoek van Holland | R.K. Kerk Cordesstraat 27-29 | 19.10 | Stille tocht vanaf RK Kerk naar de Algemene begraafplaats aan de Kerkhofweg 6 |
| Hoek van Holland | Kerkhofweg 6 | 19.40 | Herdenkingsbijeenkomst bij het Erehof |
| IJsselmonde | Kasteelweg 50 en Cranendonckweg | 19.30 | Herdenkingsbijeenkomst |
| Prins Alexander | Springerstraat 340 | 19.00 | Herdenkingsdienst |
| Prins Alexander | Samuel Esmeijerplein | 19.30 | Stille tocht vanaf de Springerstraat |
| Prins Alexander | Samuel Esmeijerplein | 19.45 | Herdenkingsbijeenkomst bij gedenkteken |
| Overschie | Overschiese Dorpsstraat 95 | 19.40 | Herdenkingstocht via Overschiese Dorpstraat, Rotterdamse Rijweg naar Saenredamplein |
| Overschie | Overschiese Dorpsstraat 90 | 19.40/19.45 | Herdenkingsbijeenkomst onbekende gevallenen |
| Overschie | Saenredamplein | 20.00 | Herdenkingsbijeenkomst bij oorlogsmonument |
| Rozenburg | Jan Tooropstraat 3/5 | 19.00 | Herdenkingsdienst in de Rooms Katholieke Kerk St. Jozef |
| Rozenburg | Jan van Goyenstraat 1 | 19.40 | Stille tocht vanaf het plein voor de Stadswinkel naar de Algemene Begraafplaats aan de Molenweg 40 |
| Rozenburg | Molenweg 40 | 19.55 | Herdenking, toespraak en kranslegging, met muzikale omlijsting |
19.15 uur - Kranslegging bij het monument 'De Vallende Ruiter' aan de Mijnsherenlaan
De herdenkingsrede wordt uitgesproken door een lid van het college van burgemeester en wethouders
20.15 uur - Einde
Op 12 maart 1945 halen de Duitsers in alle vroegte 30 mannen uit de gevangenis in Scheveningen op en nog eens 10 die gevangen zaten op politiebureau Haagsche Veer in Rotterdam. Twintig van hen worden om half negen ‘s ochtends doodgeschoten op het Hofplein. Twee uur later worden de andere twintig vermoord op de hoek van de Pleinweg en de Goereesestraat in Rotterdam-Zuid. De fusillade is een wraakactie voor de aanslag op de hoogste functionaris van de Ordnungspolizei en de liquidatie van de Duitse SD'er Rohmer.
De herinnering van de heer Bep van Beek (1941): 'Ik had direct door dat die mannen niet meer leefden'
Bep van Beek is een knulletje van vier jaar als hij met zijn moeder op bezoek gaat bij zijn tante op het Afrikaanderplein. Ze gaan lopend en als ze aan het einde van hun straat de hoek omgaan, zien ze tegen een talud twintig dode mannen liggen. Een beeld dat hij nooit meer vergeet.
'Mijn moeder wilde snel omdraaien, maar de Duitsers dwongen haar om erlangs te lopen én te kijken. 'Doorlopen en niet kijken!', fluisterde ze tegen mij. Maar ik keek natuurlijk toch. Hoewel ik nog nooit eerder dode mensen gezien, had ik toch direct door dat die mannen niet meer leefden. Eentje droeg er boerenklompen en dat beeld is me altijd bijgebleven. Zeer ontdaan kwamen we bij mijn tante aan. De fusillade was nog lang het gesprek van de dag. Als jochie was ik mij daar niet zo van bewust. Het leven ging door. Ik heb er later gelukkig geen last van gekregen, maar vergeten zal ik het nooit! Nog elk jaar ga ik naar de dodenherdenking bij de Vallende Ruiter.'
De herinnering van de heer Arie Bezemer (1937): 'Je mag gaan kijken, maar doe het niet'
Nadat z'n amandelen zijn geknipt, loopt Arie Bezemer als jochie van acht jaar met zijn moeder van de Medische Dienst aan de Riederlaan terug naar huis. In de verte stopt er een colonne auto's. Er stappen Duitse soldaten uit en heel veel mannen. De kleine Arie wil blijven staan, maar zijn moeder zegt 'doorlopen!'
'Terwijl we doorliepen, keek ik natuurlijk toch een paar keer om. Ik zag soldaten schieten en mannen op de grond vallen. Het geluid van die schoten hoor ik nog steeds helder in mijn hoofd als ik eraan terugdenk. Opeens kwam er heel hard een paard en wagen aanrijden. De jongen op de bok schreeuwde 'ze gaan mijn baas doodschieten, ze gaan mijn baas doodschieten…!' Dat maakte veel indruk. Later bleek dat de baas van die jongen op bevel had moeten kijken naar de fusillade. Thuis vertelde ik mijn buurjongens wat er gebeurd was. Zij wilde gaan kijken bij de slachtoffers. Ik vroeg aan mijn moeder of ik ook mee mocht. Ze zei: 'Je mag gaan kijken, maar doe het niet. Want het klopt niet.' Ik ben toen niet meegegaan en daar heb ik tot op de dag van vandaag geen spijt van. Later heb ik nog dikwijls gespeeld met het Tamboer- en Pijperkorps tijdens de dodenherdenking bij het monument De Vallende Ruiter.'
De herinnering van mevrouw Bep van Daalen (1929): 'Het is vandaag weer een enge dag geweest'
Ruud Lamers vond in het dagboek van zijn moeder Bep van Daalen een dagboekfragment over de fusillade bij het Hofplein. Ze schreef als meisje van 15 jaar op 12 maart 1945 het volgende:
'Het is vandaag weer een enge dag geweest. Vanmorgen zou ik naar Sjaan gaan en ik liep daar bij het Hofplein en daar zag ik een hoop mensen staan. Ik kwam dichterbij en daar lagen twintig mannen doodgeschoten. Ik kwam bij Sjaan d'r moeder aan en daar heb ik zitten brullen. Toen ik thuiskwam begon ik weer, want het was zo'n vreselijk gezicht. Er lag ook een jongen bij van ongeveer 15 jaar oud, erg hè. Aan Overmaas zijn er ook twintig neergeschoten. Ik was er de hele dag akelig van. Bah. Ook is Sjaan haar Opa gisteravond gestorven.'
Dodenherdenking 2026
Geachte aanwezigen,
Welkom bij het nationaal koopvaardijmonument De Boeg. Vandaag staan wij stil bij alle opvarenden van de koopvaardijschepen die het leven lieten tijdens de Tweede Wereldoorlog.
We zijn dankbaar voor hun onmisbare hulp op zee.
Voor hun moed, kracht en doorzettingsvermogen.
Voor het ultieme offer dat 4291 zeevaarders van de Nederlandse koopvaardij gaven voor onze bevrijding.
Naast dat we de slachtoffers herdenken, vieren we ook onze vrijheid. Een vrijheid die zwaarbevochten is. Ook door de Koopvaardij.
Dit jaar is het 80 jaar geleden dat er een einde kwam aan de Vaarplicht Koopvaardij.
De Vaarplicht werd ingesteld door koningin Wilhelmina, vlak na het uitbreken van de oorlog.
Op 6 juni 1940 gaf ze de Nederlandse koopvaardijvloot het bevel om op zee te blijven.
Ruim 900 commerciële schepen – verspreid over onze wereldzeeën en oceanen – hadden de opdracht om de geallieerden te helpen. Om troepen te verplaatsen, materieel en wapens te vervoeren.
Eerst in de oorlog tegen de Duitsers, later ook in de strijd tegen Japan.
Als we het zo benoemen, lijkt het een bijna administratieve handeling. Maar dat was het allerminst. Voor de Nederlandse zeevaarders – stokers, matrozen en kapiteins, betekende dit een jarenlang verblijf op zee.
Een eindeloze tijd van spanning.
Van onzekerheid. Gevaar. En eenzaamheid.
En natuurlijk van… gemis.
Het gemis van vrouw en kinderen, familie en vrienden.
Niet voor weken of maanden, maar voor jaren.
Zeelieden die met een heel ander beeld op weg waren gegaan. Hun geliefden wellicht hadden uitgezwaaid in de hoop en de verwachting ze spoedig weer te zien. De geschiedenis bepaalde anders.
Zo’n 32.000 zeelieden zetten zich meer dan zes jaar onafgebroken in voor onze vrijheid. Trotseerden angst, toonden moed en doorzettingsvermogen. Niet wetend hoelang de situatie zou duren. Niet wetend hoe het hun geliefden aan wal verging. Niet wetend of ze ooit nog huiswaarts zouden keren.
Een van hen was Nico Hoogendam, een toen 17-jarige jongen uit Vlaardingen die een onwaarschijnlijk verhaal beleefde op zee.
Het is 1942. Nico werkt op een passagiersschip dat onderweg is van New York naar Kaapstad, als het op volle zee wordt getorpedeerd.
Het schip zinkt vrijwel direct, en Nico drijft urenlang alleen op zee - zich vastklampend aan een stuk hout.
Maar bijna een dag na het vergaan van zijn schip, weet hij een houten reddingsvlot te bereiken, van zo’n twee bij drie meter. Hij klimt aan boord van het wankele vlotje, en voegt zich bij vier andere overlevenden.
De vijf beginnen aan onzekere en gevaarlijke tocht. Een tocht die 83 dagen duurt.
83 dagen van dorst en honger.
83 dagen in – afwisselend - de brandende zon, striemende regen en storm.
83 dagen overleven, op volle zee.
Nico overleeft het. In februari 1943 wordt hij gered door een Amerikaans schip, 70 mijl uit de Braziliaanse kust. De mannen zijn dan nog maar met zijn drieën. Van de oorspronkelijke vijf overleven twee de ontberingen niet.
Dat is in 1943. De Vaarplicht zou daarna nog zo’n drie jaar gelden.
Drie jaar waarin zeelieden er alles aan doen om mee te werken aan de bevrijding.
Drie jaar waarin velen het ultieme offer geven.
Ondertussen deden collega’s aan wal er alles aan om de gezinnen en achterblijvers te ondersteunen.
Via de Zeemanspot, waarvoor we afgelopen jaar een Gedenkteken mochten onthullen. Met gevaar voor eigen leven werden er miljoenen opgehaald om financiële steun te bieden aan de achterblijvers. Door die steun konden gezinnen blijven leven en stonden zij er niet alleen voor. Het was niet alleen het geld dat steun bood, maar ook de wetenschap dat er mensen waren die naar hen omzagen.
Zonder hun bijdragen en de dappere inzet van al die zeevaarders, zouden Europa en Azië niet zijn bevrijd.
Vrijheid klinkt zo vanzelfsprekend. We mogen hier vandaag in vrijheid herdenken. Maar de diepste betekenis van vrijheid leren we pas kennen als we bedenken hoeveel moed zovelen hebben getoond. Ja zelfs zo, dat sommigen het moesten bekopen met de dood. Dat maakt stil en nederig.
Maar stelt onszelf ook de vraag: welke keuze zou ik maken? Een confronterende vraag. Zouden wij zelf de moed hebben? Zouden wij het belang van vrijheid voor onze kinderen en kleinkinderen onderkennen en verdedigen? Zouden wij opstaan als onrecht de overhand krijgt?
Vragen die voor de zeelieden van de koopvaardij en degenen die op wal hulp boden, geen vraag meer was, maar een realiteit. Zij stonden op. Zij voeren door. Zij riskeerden hun leven. Voor onze vrijheid.
Daarom moeten we blijven herdenken. En onze diepste eer betonen aan hen die ons bevrijdden. Dat doen we door stil te zijn, maar ook door ons steeds te realiseren dat vrede en vrijheid verre van vanzelfsprekend zijn. Dat dit steeds een keuze blijft vragen. Ook nu.
Wij zijn schatplichtig aan degenen die streden voor onze vrijheid. Die het onderscheidingsvermogen hadden onrecht te onderkennen en ertegenop te staan. Die kozen voor menselijkheid, tegen de ontmenselijking in.
Daarom eren en herdenken we hen vandaag. Met het diepst ontzag.
Dank u wel.
Geachte aanwezigen,
Vandaag komen we samen om te herdenken.
We herdenken de oorlogsjaren in Rotterdam.
We herdenken hen die vielen.
We delen herinneringen aan een tijd die soms ver weg voelt en door de verhalen weer dichtbij komt.
Op deze bijzondere en serene plek: begraafplaats Crooswijk.
I would like to offer a warm welcome to our friends from the United Kingdom. Thank you so much for attending this memorial service.
We are deeply grateful for your countrymen’s courage, bravery and valour in the defence of our city. I hope you don’t mind if I continue in Dutch from now on.
Dames en heren,
We staan vandaag samen stil. Samen in vrijheid.
Vrijheid die onze voortdurende aandacht, respect en waardering verdient.
Want zonder vrijheid leef je in angst en onzekerheid.
Zonder vrijheid wordt er onderscheid gemaakt in wij en zij.
Zonder vrijheid verdwijnen rechten. Stap voor stap.
Zonder vrijheid, geen volwaardige samenleving.
Daarom moeten we altijd waakzaam zijn en onze vrijheid en vrede beschermen.
Onze geschiedenis draagt zoveel lessen in zich. Elk jaar en iedere dag van de week moeten wij daar lering uit trekken. Én ernaar handelen.
Dat vergt dat we niet wegkijken en de waarheid onder ogen zien. En dat we altijd de mens in de ander blijven zien.
Dichter Jos van Helst schreef het treffend:
Vrijheid weet goed
Wat roofzucht is en wat bloedbad
Dat beulen en kwelgeesten bestaan
Heeft een hoofd dat niet afwendt
Ogen die zich niet sluiten
Een mond die schreeuwt als het moet
Vrijheid zo oud als duizend doden
Zo jong als de eerste liefde.
--
De Rotterdammers die hier op begraafplaats Crooswijk hun laatste rustplek hebben, zijn onze stille getuigen.
Van hoe anders het kan lopen als vrijheid in de kiem wordt gesmoord.
De helden die onze stad verdedigden tijdens de meidagen.
De militairen en dienstplichtigen.
Zoals kantoorbediende Arie de Rek. Als dienstplichtige soldaat sneuvelde hij op 26-jarige leeftijd bij de verdediging van vliegveld Waalhaven.
We staan stil bij de verzetsmensen.
Zoals Arie den Toom. De spil van het verzet op Heijplaat.
In de kelder van zijn café Courzand werden verzetsplannen gesmeed. Ook hielp hij vele mensen onderduiken.
Zijn moed en medemenselijkheid moest hij met de dood bekopen. Een maand voor de bevrijding werd hij samen met andere verzetslieden doodgeschoten op de Hoflaan in Kralingen.
Op zijn gedenksteen staat:
Zijn moedig offer was veler behoud.
De gewone Rotterdammers die omkwamen bij het grote bombardement op 14 mei 1940 zijn ook onze stille getuigen vandaag.
Zoals broodbezorger Engelbertus en zijn 11-jarige zoontje Hendrikus.
Ofschoon de oorlog aanzwellend woedde in Rotterdam ging Engelbertus die dag toch naar zijn werk. En nam zijn zoontje mee.
Kort nadat het luchtalarm afgaat, vallen de bommen op bakkerij Ceres in de Warmoeziersstraat.
Vader en zoon komen om het leven.
Hier op begraafplaats Crooswijk zijn zij samen in één kist begraven.
We denken ook aan de moeders, vaders, grootouders en kinderen die het bombardement op Bospolder en Tussendijken van 31 maart 1943 niet overleefden. Gewone Rotterdammers die geen kwaad in de zin hadden.
Zoals Marcel Bedeaux, een baby’tje van pas anderhalve maand oud.
Vandaag herdenken we alle slachtoffers van oorlogsgeweld. In de Tweede Wereldoorlog en in latere conflicten. In Nederlands-Indië, in Korea en bij vredesoperaties.
De verhalen die we delen vormen samen onze stadsgeschiedenis. Een geschiedenis die levend is. Gevormd door mensen.
Hoewel de Tweede Wereldoorlog heel wat jaren achter ons ligt, zijn er altijd nieuwe herinneringen en ervaringen te vertellen. Zijn er verhalen die nog onontdekt zijn. Gezichten die bij namen worden gevonden. Of namen bij gezichten.
Juist nu de levende getuigen steeds spaarzamer worden, is het aan onze en toekomstige generaties om die verhalen, gezichten en namen in levende herinnering te houden.
Door niet alleen bestaande verhalen te vertellen, maar ook door nieuwe verhalen eraan toe te voegen. Door ooggetuigenverslagen vast te leggen. Door het gesprek te blijven voeren. Door naar de gezichten en namen te blijven kijken. En hun noodlot als waarschuwing te begrijpen in het hier en nu. Maar zeker ook voor toekomstige generaties.
Wij zijn het aan al deze Rotterdammers verplicht om hun aandeel in onze stadsgeschiedenis te erkennen en ervan te leren.
Om ons ervan te doordringen wat er op het spel staat.
Om de waarde van onze vrijheid en vrede ten volle te koesteren.
En ten volle te beschermen.
Dank u wel.
Ik hoop dat ik op een dag begrijpen kan
wat we putten uit andermans pijn
Ik hoop dat ik ooit snap wat er schuilgaat in de hoofden
van mensen die wreed willen zijn
Want momenteel is er geen touw aan vast te knopen
Ik spits mijn oren en doe mijn ogen open
Maar de stilte suist als een flikkerende lamp
Als een groot eenzaam veld na een moeizame ramp
Ik hoop dat de verbazing over
de wreedheid van mensen verdwijnt
en dat we ons ooit mogen verbazen
over hoe góed een mens kan zijn
Maar momenteel waait de wind ons naar de donkerste hoek
naar de laatste pagina van dit zwarte boek
En de stilte slaat in als bommen op bloemen
Als een kamer met een olifant die je niet mag benoemen
Maar soms waait de wind niet langer één kant op
Soms zijn we samen windkracht tien
en vliegen we als een vlinder
tot we het licht aan het eind van deze tunnel weer kunnen zien
Hoop is als de laatste vlinder
De laatste flard uit de doos
Hoop als een kinderwens
als een zacht verwelkte roos
Hoop als glinsterende confetti
die schittert in de zon
Hoop als kabbelend kraakhelder water
uit een sprankelende bron
Ik hoop dat we samen sterk staan
tegen onbegrijpelijke haat
Haat tegen mensen wiens vergoten bloed
blijft kleven aan de handen van de staat
En ik hoop dat als de rampen ons raken
en de moorden en oorlog ons hart laten kraken
dat we dan samen weer een leven opbouwen
en elkaar zullen helpen, en van elkaar zullen houden
Ik hoop dat we de wind kunnen draaien
en dat we samen blijven lopen
Blijven lopen tot we vliegen
en dat we altijd blijven hopen
Hoop is als de laatste vlinder... (etc.)
Ik hoop dat die laatste vlinder
altijd vliegen blijft
Ik hoop dat die kinderwens
nooit tot oud stof vergrijst
Ik hoop dat die confetti
altijd blijft schitteren in de zon
Ik hoop dat we altijd samen mogen drinken
van het water uit deze bron
Maar er zijn mensen
die niet eens wisten dat dat kon
Er zijn mensen die niet wisten
dat samenzijn bestond
En ik zal waarschijnlijk nooit weten
waar al die haat begon
Maar ik hoop...
Ik hoop dat we de wind kunnen draaien...
Geachte aanwezigen,
Vandaag zijn wij hier samen. In de binnentuin van het stadhuis. In het hart van onze stad. Om te herdenken.
Wij herdenken onze Joodse stadsgenoten die de Tweede Wereldoorlog niet hebben overleefd.
Joodse stadsgenoten uit onze wijken en straten.
Met namen.
Met gezinnen.
Met levens die hier begonnen.
Met liefde voor elkaar, hun buren, hun stad en stadsgenoten.
Zij werden weggevoerd.
Van elkaar gescheiden.
Vernederd.
Ontmenselijkt.
Vermoord.
Omdat ze waren wie ze waren.
Omdat het Joden waren.
Dat blijft moeilijk te bevatten. Ook nu nog.
En misschien wel juist nu.
Want terwijl wij hier staan, woedt er oorlog in het Midden-Oosten.
En wat daar gebeurt, raakt ook hier.
In onze stad.
In onze straten.
In onze gesprekken.
Voor veel Joodse inwoners van onze stad is er iets veranderd.
Zij voelen het. Elke dag.
In blikken. In woorden. In opmerkingen, die misschien klein lijken, maar dat niet zijn.
In de afweging: kan ik mijn keppel dragen?
Kan ik mijn Magen David zichtbaar dragen?
Kan ik mijzelf zijn en mijn identiteit tonen?
Dat is geen abstract gevoel, dat is een werkelijkheid.
Een harde, schrijnende werkelijkheid.
Die raakt mij.
Ook omdat het niet losstaat van wat wij hier vandaag herdenken.
Herdenken gaat niet alleen over het verleden.
Het gaat ook over wat wij vandaag toelaten.
En waar wij vandaag grenzen trekken.
De aanslag op de synagoge aan het A.B.N. Davidsplein heeft sommigen mogelijk wakker geschud. Maar het mag daar niet bij blijven.
Want veiligheid is niet alleen een kwestie van stenen en beveiliging. Het is ook een kwestie van woorden. Van houding. Van elkaar beschermen.
Het vraagt iets van ons. Niet alleen van degene die lijdt. Maar juist van de samenleving eromheen. Van ons allemaal.
Wij maken keuzes. Elke dag.
Kiezen we ervoor om weg te kijken? Of om te zien wat er gebeurt?
Kiezen we ervoor om te zwijgen? Of om ons uit te spreken?
Kiezen we ervoor om mensen te reduceren tot de groep waar ze toe behoren, of ze als individu te blijven zien?
Vorig jaar sprak Clara Schifrah van Thijn hier op deze plek. Ze vertelde dat ze als kind van 2 van de deportatie werd gered bij Loods 24. Haar ouders overleefden de oorlog niet. Haar indrukwekkende verhaal en dat van zovelen anderen laat zien wat er kan gebeuren als mensen niet meer als mens worden gezien. Ze herinneren ons aan iets wezenlijks en waarachtigs: aan onze medemenselijkheid, kwetsbaarheid en onze waardigheid.
De psycholoog en concentratiekampoverlevende Viktor Frankl schreef dat de grens tussen goed en kwaad niet tussen mensen loopt, maar door ieder mens heen.
Dat is geen makkelijke gedachte, maar wel een belangrijke. Want het betekent dat waakzaamheid nodig blijft. Ook nu.
Om niet te wennen aan het ondenkbare.
Om niet te zwijgen als het schuurt.
Om niet weg te kijken als het dichtbij komt.
Vandaag dragen wij de herinnering aan onze Joodse stadsgenoten. We zijn stil. Voor het onmenselijke leed dat hen is aangedaan.
En met die herinnering dragen wij als samenleving ook een opdracht.
Dat Joodse Rotterdammer zich hier veilig moeten weten.
Zichtbaar. Vrij.
Niet ondanks wie ze zijn, maar juist om wie ze zijn.
Om te blijven luisteren.
Om te blijven vertellen.
Om waakzaam te blijven.
Om elkaar te beschermen.
Om te blijven kiezen.
Voor menselijkheid. Voor moed. Voor elkaar.
Dank u wel.
Geachte aanwezigen,
'De gevangenen werden van de ene plaats naar de andere gedreven – soms in groepen, soms apart – als een kudde schapen, zonder eigen gedachten, zonder eigen wil. Een kleine maar gevaarlijke troep wolven, zeer bedreven in het toepassen van martelingen en andere vormen van sadisme, loerde van alle kanten op hen. Zij dreven de kudde voortdurend op, met schreeuwen, trappen en slagen. En wij schapen dachten slechts aan twee dingen – hoe wij de boze wolven zouden kunnen ontwijken en hoe wij aan een beetje voedsel zouden kunnen komen.'
Met deze indringende woorden beschrijft Viktor Frankl de ontmenselijking die hij en miljoenen anderen ondergingen in de concentratiekampen gedurende de Tweede Wereldoorlog. Frankl, zelf overlevende van Auschwitz en andere kampen, laat zien hoe een mens niet alleen lichamelijk wordt gebroken, maar ook innerlijk kan worden aangetast.
Met zijn werk wijst hij ons op een verschrikking die verder gaat dan fysieke marteling: de vernietiging van de ziel, van de innerlijke vrijheid die ons mens maakt. Hierin ligt een ongemakkelijke waarheid besloten. Want wat tijdens de holocaust zichtbaar werd, zegt niet alleen iets over toen, maar ook over ons. De Tweede Wereldoorlog heeft ons, misschien wel op de meest indringende en afschuwelijke manier denkbaar, laten zien waartoe de mens in staat is. Niet aan de randen van onze beschaving, maar in het hart ervan. Het was een gitzwarte episode in de wereldgeschiedenis, waarin haat en ontmenselijking tot het uiterste werden doorgevoerd.
En juist daarom rust er een morele taak op ons.
De taak om deze lessen niet alleen te herinneren, maar ze werkelijk tot ons te nemen. Om te beseffen dat dit geen afgesloten hoofdstuk is, maar een waarschuwing. Dat wat toen gebeurde, opnieuw kan gebeuren als wij niet waakzaam blijven.
Frankl schrijft dat het leven in de kampen de mens tot zijn kern terugbracht. Dat de scheidslijn tussen goed en kwaad niet tussen groepen mensen loopt, maar door ieder mens heen. Ontmenselijking en onderwerping zijn geen vreemde krachten van buitenaf, maar mogelijkheden die in ons allemaal aanwezig zijn.
Dat is confronterend.
Want het betekent dat de agressie die de wereld toen verscheurde, niet verdwenen is. We zien haar nog altijd in conflicten, in uitsluiting, in de manier waarop mensen elkaar reduceren tot 'de ander'. We zien dit nog altijd om ons heen.
We zien steden die worden verwoest.
We zien mensen wereldwijd wier levens worden gebroken.
We zien wanhoop, woede en onmacht; elke dag opnieuw.
In Oekraïne. In Gaza. In Libanon. In Iran. In Soedan.
Voor velen in onze stad zijn dat geen verre plaatsen. Daar woont familie. Daar zijn vrienden. Daar reiken wortels. Geen oorlog in een ver verleden. Maar pijn en verdriet in het hier en nu.
Het raakt ons allemaal. Het raakt mij tot in mijn wezenlijke kern. Een kern waarvan de moraliteit juist is gevormd door de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog. Tegen die achtergrond snijden de beelden van geweld en verdriet in het hier en nu door mijn ziel. Ook omdat ik zie wat het met ons als mens in deze tijd doet. De wereld lijkt op drift met razernij als brandstof. Dan is de neiging groot om je terug te trekken. Om hoop en troost te vinden in het eigen gelijk, de eigen groep, de eigen wereld.
Maar juist herdenken leert ons dat we die weg niet in kunnen gaan.
Want ontmenselijking begint niet alleen met geweld. Het begint met woorden. Met het veralgemeniseren van de ander. Met het reduceren van mensen tot deel van een groep.
En dat gebeurt niet alleen ver weg. Dat gebeurt ook hier. Iedere dag. In ons eigen land. Ook in het publieke en politieke debat. Mensen worden niet meer als individu gezien, maar als deel van een groep. Verschillen worden uitvergroot en gebruikt. Zo wordt het makkelijker om óver elkaar te spreken, dan met elkaar. Dat is gevaarlijker dan wij soms denken.
Want hoe herdenk je samen, als mensen verschillend kijken naar wat er nu gebeurt? Hoe blijf je elkaar vasthouden, als de pijn en de overtuigingen uiteenlopen? Ik worstel hiermee.
Maar voor mij begint het hier. Op het moment van herdenken. Dat we erkennen dat die pijn er is, aan verschillende kanten. Dat we niet wegkijken van het leed van anderen, maar ook niet van elkaar. Dat we weigeren om elkaar te reduceren tot een standpunt. En blijven proberen de ander te zien.
We moeten alert zijn en blijven. Door onze stem te verheffen als haat de ruimte krijgt om te woekeren. Door voor onze medemensen op te komen als onrecht of angst wordt aangedaan. Door elkaars waardigheid net zo te beschermen als elkaars veiligheid.
Viktor Frankl was in staat, ondanks zijn eigen lijden en het verlies van zijn vrouw en ouders, een belangrijke les te trekken: zelfs in de meest absurde en pijnlijke omstandigheden kan het leven betekenis hebben.
Frankl leert ons dat het leven, hoe zwaar ook, ons altijd voor een keuze stelt.
De keuze om onze menselijke waardigheid te behouden.
De keuze om verantwoordelijkheid te nemen voor hoe wij ons tot anderen verhouden. In de concentratiekampen werden mensen tot nummers gemaakt, hun identiteit en wil uitgewist. En toch wisten sommigen hun innerlijke vrijheid te behouden. Niet omdat de omstandigheden dat toelieten, maar omdat zij — hoe moeilijk ook — bleven kiezen. En juist dat besef is vandaag van groot belang.
Vandaag, 81 jaar na de bevrijding, moeten we ons deze keuzes herinneren. Niet alleen als geschiedenis, maar als een opdracht voor het heden. Herdenken betekent niet alleen terugkijken, maar ook het heden onder ogen zien. Onder ogen zien dat ontmenselijking nog altijd bestaat. Dat we niet buiten deze werkelijkheid staan. Inzien dat het ook in ons schuilt. En we juist dát bewustzijn scherp moet houden. Want alleen wanneer we ons daarvan bewust zijn, kunnen we kiezen.
Kiezen voor wat we zeggen en wat we niet zeggen.
Kiezen waar we voor opstaan en waar we stil blijven.
Kiezen om de ander te blijven zien als mens.
Kiezen om ons te verplaatsen in andermans pijn.
Kiezen voor een leven waarin we de waardigheid van de ander hooghouden.
Viktor Frankl laat ons zien dat die keuze er altijd is. Zelfs in de donkerste omstandigheden. Misschien is dat wel de meest ongemakkelijke les van allemaal: dat we ons niet kunnen verschuilen achter omstandigheden. Dat we altijd een keuze hebben. En daarmee ook verantwoordelijkheid. Laten we de herinnering aan hen die geleden hebben, die hun leven verloren en die zich verzetten tegen onverdraagzaamheid, met ons meedragen. Niet alleen als herinnering, maar als richting.
De keuze is aan ons.
Dank u wel.
en nu zie je wat er allemaal in fragmenten over je heen kan zakken
zak maar
al die namen die eerst gezichten die eerst een hoofdje
en dan, lig maar
je legt je vinger over al deze momenten als een deken al deze momenten in al deze dagen
hoe kunnen we je spoelen met al wat in ons, al wat ligt opgeslagen
een hoop stukjes een hoopje wat je voor ons, om je in ons weer op te halen
al die gebrek aan jou te zien en daarom overal weer jou mee te maken
waar ben jij?
een effect die in alle talen en zulke talen die je met een blik door deze ruimte zendt
kom collect de rest van ons
je hebt je hoofd gelegd op talloze plekken
het is een test om te zien hoe ver een mens kan geraken
zonder zichzelf en een reflecterend oppervlak
ik denk dat je een stuk vrede hebt gehandeld met een stuk onderdak
en dan je bedenkt je opeens je deed
koos één voor één misschien, misschien dat jij het dan begreep
je paste je aan en dat paste dan in hokjes zonder gaten
nu ben je hier, in het schuiven zoeken we jou op al deze plekken waar nu en toen
je ziet ons lopen en dat is hoe je de wolken groet
en wij zien jou lopen live zien wij jou lopen
en dan opeens zien we jou liggen life
vragen we onze ouders om voor je te bidden
en doen wij bidden.
alles wat je bent is waar je achteraan gaat
Geachte aanwezigen,
Vandaag staan wij hier in stilte; verbonden door persoonlijke herinneringen en onze gezamenlijke geschiedenis. Herdenken is meer dan een moment in de tijd. Het is een daad van respect en van overtuiging. Vandaag herdenken wij alle Nederlandse slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog en van oorlogssituaties en vredesmissies daarna; waar ook ter wereld.
Wij herdenken de Rotterdammers die hun leven verloren. Verzetsmensen die opstonden tegen onrecht en gewone Rotterdammers die hun leven verloren in het oorlogsgeweld. Iedere naam en ieder verhaal draagt een leven in zich dat abrupt werd afgebroken. Iedere herinnering verdient onze diepe eerbied.
Maar herdenken vraagt meer van ons.
De Tweede Wereldoorlog heeft ons op een indringende en afschuwelijke manier laten zien waartoe de mens in staat is. Niet ver van ons vandaan, maar midden in onze samenleving. Het was een gitzwarte periode waarin ontmenselijking en geweld de overhand kregen en waarin mensen werden teruggebracht tot nummers, tot middelen, tot ‘de ander’.
Dat besef mogen we niet loslaten.
We waren twee minuten stil.
Die stilte is geen leegte.
Het is een moment van gezamenlijk herdenken van allen die zijn omgekomen door oorlog en geweld.
Een moment waarin we hun namen, hun levens en hun verlies in gedachten met ons meedragen.
En tegelijkertijd is het een moment van bezinning.
Een moment waarin we onder ogen zien wat er gebeurt wanneer menselijke waardigheid verdwijnt. Waarin we beseffen dat de grens tussen menselijkheid en ontmenselijking niet alleen in het verleden ligt, maar ook vandaag nog bewaakt moet worden.
De agressie die de wereld ooit verscheurde, is niet verdwenen. We zien haar nog steeds terug in conflicten, in uitsluiting en in hoe mensen elkaar tot ‘de ander’ reduceren. Wat er vandaag gebeurt, is niet ver weg. Oekraïne, Gaza, Libanon, Iran, Soedan: het raakt ons allemaal, ook hier, ook nu.
Wereldwijd worden levens verwoest en voor velen hier in Rotterdam gaat het om familie en vrienden. Het verdriet en de onmacht zijn voelbaar en de constante stroom aan beelden maakt dat het ons dieper raakt dan ooit.
Juist in zulke tijden is de verleiding groot om ons terug te trekken in ons eigen gelijk. Maar herdenken herinnert ons eraan dat we niet mogen wegkijken. Dat we scherp moeten zijn. Ontmenselijking begint bij woorden. Bij het wegzetten van mensen als groep in plaats van als individu. En dat gebeurt niet alleen ver weg, maar ook hier, in ons eigen land.
Herdenken herinnert ons eraan om elkaar te blijven zien en vasthouden; ondanks verschillen in pijn en overtuigingen. Dat begint met erkenning: van elkaars leed en elkaars menselijkheid. Alleen zo voorkomen we dat verdeeldheid de overhand krijgt.
Rotterdam heeft de gevolgen van oorlog diep ervaren. Gevolgen die nog altijd voelbaar zijn bij hen die het moesten ondergaan. Gevolgen die nog generaties zullen doorklinken bij hun kinderen en kleinkinderen. De oorlog heeft ons getoond waartoe de mens in staat is. En daarom is het belangrijk te beseffen dat we als mens een keus hebben. Een keus om elkaar te allen tijde als mens te blijven zien. En dat we de dagelijkse verantwoordelijkheid hebben om in vrijheid die keuze te maken. De keuze om iedere dag onze medemenselijkheid waar te maken naar elkaar toe.
We denken aan hen die hun leven verloren: toen en in latere conflicten. Aan hen die vochten voor onze vrijheid, aan hen die werden getroffen door geweld en aan hen die hun leven gaven in dienst van vrede.
Maar we dragen ook een besef met ons mee.
Dat deze geschiedenis niet onze toekomst mag zijn.
Dat waakzaamheid nodig blijft.
En dat wij in ons dagelijks handelen bijdragen aan de vrede van morgen.
Daarom zijn we vandaag twee minuten stil met diep respect en met bewustzijn.
Bewust zijn van wat geweest is.
Bewust zijn van wat nog altijd mogelijk is.
En bewust zijn dat we altijd kunnen kiezen.
Dank u wel.