Dodenherdenking
Gepubliceerd op: 26-04-2022
Geprint op: 05-10-2022
https://www.rotterdam.nl/wonen-leven/dodenherdenking/
Ga naar de hoofdinhoud

Jaarlijks herdenken we op 4 mei alle burgers en militairen die in het Koninkrijk der Nederlanden of waar ook ter wereld zijn omgekomen of vermoord sinds het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog, in oorlogssituaties en bij vredesoperaties.

We zijn om 8 uur 's avonds 2 minuten stil. Uit respect voor de offers die zijn gebracht. Offers voor onze vrijheid. Bent u er ook bij? Want Rotterdam Herdenkt. U toch ook?

'Nooit Meer Oorlog'

De oorlog in Oekraïne die begin dit jaar uitbrak, confronteert ons met het feit dat oorlog in Europa helaas nog lang niet tot het verleden behoort.

Burgemeester Aboutaleb:''Nooit Meer Oorlog' betekent niets, als we de daad niet bij het woord voegen. Niet alleen regeringen, maar wij allemaal. We moeten allemaal bereid zijn ruimte in ons huis, ons hoofd en hart te maken. Een boterham minder te eten, de verwarming lager te draaien als dat moet.'

Herdenkingen in de stad

Herdenken doen we samen en dat kan op verschillende plekken in de stad. De burgemeester legt namens het gemeentebestuur kransen op een aantal van deze plekken. De centrale herdenking, met om 20.00 uur 2 minuten stilte, vindt plaats op het Stadhuisplein.

Toespraken burgemeester Aboutaleb

Dames en heren, welkom bij het Nationaal Koopvaardijmonument de Boeg. Fijn dat we weer zonder beperkingen samen kunnen komen. In het bijzonder wil ik graag Hare Koninklijke Hoogheid Prinses Margriet welkom heten, petekind van de Nederlandse Koopvaardij.

Vandaag staan we stil bij het lot van de opvarenden van de koopvaardij tijdens de Tweede Wereldoorlog. Denken we aan de gevallenen en aan de overlevenden. Aan hun geliefden, familie en vrienden die vaak jarenlang in grote onzekerheid zaten.

Na de bevrijding werden speciale ansichtkaarten gemaakt. Op één daarvan staat een tekening van een matroos die de Nederlandse vlag hijst naast de boeg van een aangemeerd schip. Daarnaast staat geschreven: ‘Het bang getij is afgelopen: de wereld ligt voor ons weer open’.

Die boodschap is veelzeggend. Mensen van de grote vaart zijn namelijk niet snel bang. Het zijn avonturiers bij uitstek. Zij houden van onbekende kusten, de drukte van de havens en de schoonheid van de weerbarstige zee. Maar hun liefde voor de zee en hang naar avontuur werd overschaduwd door afschuw en angst, toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak.

In die tijd is de Nederlandse koopvaardijvloot één van de grootste ter wereld. En daarom heel belangrijk in de strijd tegen de Duitsers en Japanners. Passagiersschepen worden omgebouwd om troepen te vervoeren. Vrachtschepen zorgen voor de toevoer van grondstoffen, materieel en voedsel. Daarnaast vervoeren onze schepen vluchtelingen en gewonden.

Wezenlijk en zeer waardevol werk. Als blijk van waardering vraagt de Koninklijke Familie in 1943 de Nederlandse Koopvaardij als peet op te treden bij de doop van de pasgeboren prinses, Hare Koninklijke Hoogheid Prinses Margriet. Een band die u al uw hele leven in ere houdt, Koninklijke Hoogheid.

Ondanks die Koninklijke eer en waardering is er na de oorlog bij het grote publiek weinig aandacht voor de heldhaftige koopvaardijvaarders. Tot op de dag van vandaag is bij weinig mensen bekend dat de helft van de vloot ten onder is gegaan en duizenden dappere opvarenden op zee omgekomen zijn.

Zij verdienen meer eer en erkenning. Want de bemanning bestond niet uit doorgewinterde beroepssoldaten. Het waren vaders, zonen en broers uit de burgerbevolking. Gewone mensen zoals u en ik, zonder gevechtsopleiding. Van koksjongen tot kapitein, vol verwachting gingen zij scheeps. Hoe konden ze voorzien dat hun leven zo’n vreselijke wending zou nemen?

Neem Jan van Manen. Als 17-jarige monstert hij aan bij de Holland Amerika Lijn als ‘kommie’, het hulpje van de kelner. Twee jaar later valt hij door het uitbreken van de oorlog ineens onder de Vaarplicht, een burgerdienstplicht. Met de SS Volendam vaart hij van Engeland naar Canada. Aan boord onder meer 320 kinderen die in veiligheid gebracht moeten worden.

Een fragment uit een interview van Oorlogsbronnen met Jan van Manen. Ik citeer:

‘Zes mijl uit de kust, in zeer slecht weer, werden we getorpedeerd. Alle kinderen moesten naar de lounge, om 12 uur ‘s nachts. Ik dacht dat ze wel honger zouden hebben, daarom bracht ik ze cake.

Toen begon een kind te zingen en even later zongen ze allemaal. Ik heb het diepste respect voor die kinderen die er zo de moed in hielden.’

Stelt u zich eens voor. Midden in de nacht word je uit je warme bed gehaald op een zwaar beschadigd schip. Je houdt de moed erin door te zingen, wachtend tot je de reddingssloep in kunt. Die stampt op de hoge golven, want er staat veel wind. In het donker en de kou zie je een ander deinend schip. Daar word je aan boord gehesen. Terwijl iedereen weet dat er een vijandige onderzeeër in de buurt is.

Wat een onuitwisbare indruk moet dat gemaakt hebben op de kinderen, op Jan en alle andere bemanningsleden.

Zij werden gelukkig gered. Het deinende schip was een Noors fruitschip, dat hen naar Schotland bracht. Eén opvarende, de purser, is tijdens de aanval om het leven gekomen. Hij viel uit de reddingssloep en verdronk.

Ook voor veel andere zeelieden loopt het gevaarlijke werk slecht af. Ondanks bewapening en het konvooi varen, vallen de koopvaardijschepen in grote getalen ten prooi aan bombardementen, torpedo’s en zeemijnen.

Ook Jan vaart later in een konvooi waarvan de schepen links en rechts getorpedeerd worden. Een vrachtschip met brandstof krijgt een voltreffer. Het inferno dat erop volgt staat in zijn geheugen gegrift.

Zijn kapitein neemt het dappere besluit om de bescherming van het konvooi te verlaten en solo richting haven te varen. Dankzij dat besluit overleeft Jan de oorlog en kan hij zijn ervaringen met ons delen.

Zijn getuigenis is belangrijk. Feiten en cijfers gaan pas leven als je de persoonlijke verhalen kent. Mensen, jong en oud, met al hun dromen en verlangens. Mensen zoals u en ik.

Vrijheid en vrede zijn niet vanzelfsprekend. Oorlog is de wereld niet uit en kan nog steeds een samenleving verwoesten. Zoals we nu aan de hartverscheurende beelden uit Oekraïne zien.

De ms Volendam ligt nu in de Merwehaven en biedt noodopvang aan Oekraïense vluchtelingen. Opnieuw een schip met deze naam dat oorlogsvluchtelingen opvangt. Gelukkig ligt deze Volendam veilig in onze haven.

Mede dankzij de strijdbaarheid van duizenden zeelieden zoals Jan, is Nederland in 1945 bevrijd. Dankzij hun moed zijn de vijandigheden gestaakt en heeft Europa zich kunnen verenigen.

Daarom herdenken we elk jaar het grote offer dat zij voor onze vrijheid hebben gebracht. Bedanken we hen voor hun bijdrage aan de strijd. Staan we stil bij de angst en onzekerheid waarin hun geliefden, vrienden en familie hebben verkeerd.

‘Older men declare war. But it is youth that must fight and die.‘ Zo luidt een uitspraak van Herbert Clark Hoover, de 31e president van de Verenigde Staten.

En dat is een beeld dat we bij oorlog vaak zien. Leiders die besluiten nemen en jonge mensen die daardoor in afschuwelijke, levensbedreigende situaties terechtkomen. Waarin ze snel moeten handelen onder enorme druk. Ver van huis; bang, verward en gestrest. Met alle risico’s op misverstanden, fouten en ontsporingen van dien.

De gevolgen daarvan hebben we net op deze begraafplaats gezien. En dit is slechts één begraafplaats; er zijn er vele zoals deze. Met ontelbaar veel graven van mensen wiens leven op veel te jonge leeftijd afgebroken is.

Neem Ernst Piena, hier begraven op het Ereveld. Een jonge Rotterdammer die als 20-jarige marinier in 1962 sneuvelt tijdens gevechten in Nederlands-Nieuw-Guinea.

We kijken nu, zoveel jaar later, anders aan tegen de heerschappij over overzeese gebiedsdelen. Toch staat het verhaal van Ernst symbool voor het verhaal van zoveel soldaten. Hij voerde in opdracht van de regering, namens ons allemaal, zijn opdracht uit. In levensbedreigende omstandigheden, in een vreemde, vijandige omgeving. Hij raakte gewond en overleefde die verwondingen niet.

Ernst werd een oorlogsslachtoffer. Net zoals de Nederlandse militairen die sneuvelden bij de verdediging van Rotterdam, in mei 1940. En de gewone mensen die bij het bombardement omkwamen.

Zoals de geallieerde militairen die sneuvelden bij de verdediging van onze stad en ons land. En de verzetsmensen en holocaustslachtoffers.

Velen liggen hier op Crooswijk begraven. Zo veel levens die voortijdig zijn geknakt en afgebroken. Zo veel gezinnen, families en vrienden die zonder hen verder moesten.

Vandaag herdenken we hen. En staan we stil bij het nu. Want ook op dit moment sterven mensen door oorlogsgeweld. We kennen allemaal de hartverscheurende beelden uit Syrië, Jemen en Afghanistan. Uit Oekraïne.

Daar gebeurt nu elke dag waarvan we ooit zeiden dat we dat nooit meer zouden laten gebeuren. Waar Europa van verlost zou blijven, zodat onze kinderen in vrijheid en veiligheid zouden opgroeien. Helaas is de werkelijkheid anders.

Met de Russische inval in Oekraïne is er opnieuw oorlog op Europees grondgebied. Maken Oekraïense overlevenden van eerdere oorlogen opnieuw bombardementen, beschietingen en wandaden mee.

Neem Boris Romanchenko, 96 jaar oud. Hij overleefde het terreurbewind van Stalin, meerdere concentratiekampen van Nazi-Duitsland én de vuist van het IJzeren Gordijn. Het oorlogsgeweld van Rusland werd hem dit jaar fataal. Een bom verwoestte zijn flatgebouw in Kharkiv. Hij was op dat moment thuis.

Meneer Romanchenko heeft zijn leven gewijd aan het jaarlijks herdenken van Holocaust-slachtoffers.

Hij zag – net als wij - het belang van die herdenkingen. Daarom herdenken we in Rotterdam ook elk jaar onze oorlogsslachtoffers, op verschillende plekken.

Ten eerste om de slachtoffers te eren, om stil te staan bij hun leed en opoffering. En ten tweede omdat deze herinneringen belangrijke lessen bevatten voor de toekomst.

Ik begon deze speech met een citaat van de Amerikaanse president Herbert Clark Hoover. Iemand die al beroemd was voordat hij president werd.

Hij organiseerde namelijk humanitaire acties tijdens de Eerste Wereldoorlog, zoals voedselhulp voor bezet België.

En dat is precies wat mij hoop geeft. Hoewel oorlog het slechtste van de mens vertegenwoordigt, toont het ook onze kracht. Legt het een vergrootglas op onze saamhorigheid, hulpvaardigheid en onze wil om door te gaan, de maatschappij weer op te bouwen.

Dat zie ik elke dag terug in de herbouwde straten van Rotterdam en die beweging zie ik nu ook in Europa. Samen trekken we op om Oekraïne te steunen.

Met sancties tegen Rusland en Belarus, met materieel voor het Oekraïense leger, met inzamelingsacties voor burgers in kapotgeschoten steden en met de opvang van miljoenen vluchtelingen.

Die saamhorigheid, dat onbaatzuchtig openstellen van hart en huis schept hoop voor de toekomst. Vrijheid en vrede zijn de basis van onze democratie.

Van een samenleving waarin jonge levens hun dromen in daden kunnen omzetten. Waarin kinderen een goede toekomst hebben, zonder angst en geweld.

Daarom herdenken we elk jaar het grote offer dat alle gevallenen voor onze vrijheid hebben gebracht. Bedanken we hen voor hun bijdrage aan de strijd. En geven we hun verhalen door aan de jongere generaties. De mensen die ooit onze stad op de schouders zullen nemen, zonder te hoeven vechten of sterven.

Lieve mensen. Herinnert u deze nog: Nooit meer Oorlog?
De mensen die de Tweede Wereldoorlog hadden meegemaakt, schreeuwden dit mantra bij het graf van hun dierbaren. De vaders, moeders, kinderen en echtgenoten die de bommen, het geweld, de razzia’s of de honger niet hadden overleefd.

Hun kinderen spraken over Nooit meer Oorlog, omdat ze verhalen over angst, opoffering en verdriet van hun ouders hadden gehoord. Of juist niet, en had die stilte hen bang gemaakt.
De naoorlogse kinderen groeiden op met de Koude Oorlog, de oorlog in Vietnam en nucleaire dreiging.

Hun kleinkinderen fluisterden Nooit Meer Oorlog alleen nog maar. Omdat ze dat geleerd hadden op school. De verhalen van hun ouders en grootouders raakten op de achtergrond. De oorlog werd iets uit boeken en films. Van ver weg en lang geleden. Herdenken werd iets van oude mensen.

1992, 47 jaar later.
De burgeroorlog in Joegoslavië breekt uit. Oude vetes laaien op en verspreiden zich als giftige rook. Goede buren staan elkaar plots naar het leven en pakken de wapens op. Heel Nederland ziet de detentiekampen in Bosnië op televisie. Rijen uitgehongerde mensen achter prikkeldraad, met een holle blik in de ogen.

De schok is groot, en de beelden van nazi- concentratiekampen niet ver weg. Veel mensen willen iets doen om het immense leed te verzachten. Sommigen maken al ruimte in hun huis voor de vluchtelingen uit Bosnië en Kroatië.

Dan wordt het zomer 1995.
Meer dan 8300 moslimmannen en -jongens worden op brute wijze vermoord. Zij worden als oud vuil in massagraven gegooid, verspreid over heel Bosnië. Zwartwit-foto’s uit de Tweede Wereldoorlog, ingekleurd met de gruwelijke realiteit.

Tot op de dag van vandaag, 27 jaar later, zijn vrouwen en mannen in Bosnië op zoek naar het stoffelijk overschot van hun dierbaren. Het lichaam van hun man, vader, opa, zoon of broer. Wie denkt er nog wel eens aan hen?

2011. In Syrië breekt een bloedige burgeroorlog uit. Al meer dan tien jaar zijn gewone burgers, mensen zoals u en ik, slachtoffer van meedogenloos geweld tussen regeringstroepen en gewapende rebellen.

Er vallen bommen op huizen en ziekenhuizen. Historische steden worden verwoest. “14 mei 1940…” fluisteren de ooggetuigen van het bombardement op Rotterdam die nog in leven zijn. Hun woorden gaan verloren in de gure politieke wind die door het land waait.

Het Syrische regeringsleger zet zelfs chemische wapens in tegen de eigen bevolking, in 2013. Veel mensen ontvluchten het oorlogsgeweld en reizen af naar Europa. Ze komen vaak in kampen terecht, onder erbarmelijke omstandigheden. Een deel reist door, ook naar Nederland.

Maar de ontvangst is nu minder hartelijk. Veel mensen kijken weg en het klimaat is kil. De stemmen van de oorlogsgeneraties zijn nog nauwelijks hoorbaar in de gure wind, aangejaagd door stemmingmakerij en leugens.

24 februari 2022.
Russische tanks steken de grens over naar Oekraïne. In de krant en op TV, via sociale media zien we hoe wreed en verwoestend deze oorlog is. Duizenden Oekraïners zijn op zoek naar vermiste dierbaren, die soms in massagraven zijn gegooid.

Miljoenen Oekraïners zijn hun land ontvlucht, op zoek naar veiligheid en geborgenheid. Ze zijn gedwongen alles van waarde achter te laten: hun thuis, familie, vrienden, klasgenootjes, hun vaders en zonen.

De achterkleinkinderen van de mensen die de Tweede Wereldoorlog overleefden, zitten nu met Oekraïense kinderen in de klas.

Nooit Meer Oorlog betekent niets, als we verzuimen de daad bij het woord te voegen. Niet alleen regeringen, maar wij allemaal. We moeten allemaal bereid zijn ruimte in ons huis, ons hoofd en ons hart te maken. Een boterham minder te eten, de verwarming lager te draaien als dat moet.

Nooit meer Oorlog betekent niets als we de verhalen van de slachtoffers vergeten, hen herdenken zonder stil te staan bij hun offers. Offers voor onze vrede en veiligheid.

Nooit meer Oorlog betekent iets als wij onze kinderen en kleinkinderen leren dat ook hún woorden en daden ertoe doen. Dat een oorlog altijd begint met woorden. Woorden van minachting, afkeuringen uitsluiting. Hatelijke, kwetsende woorden.

De mens is nog steeds tot mensonterende dingen in staat. Ook in Europa. Ook na de Tweede Wereldoorlog. Daarom zijn er wetten en verdragen. Daarom hebben we een militair bondgenootschap. Een Europese Unie. Ze bewijzen hun waarde weer. Keer op keer.

Alleen als wij Nooit meer Oorlog in woord en daad uitdragen, temmen we het beest.
Het beest dat nationalisme heet en zich voedt met racisme en discriminatie.
Het beest dat mensen tegen elkaar uitspeelt voor politiek gewin en daarbij leugens niet schuwt.
Het beest dat de ene keer een uniform draagt en de andere keer een stropdas, besmeurd met bloed van onschuldige burgers.

Er is hoop. Omdat miljoenen Europeanen de schouders eronder zetten om de Oekraïense vluchtelingen een warm welkom te bieden.
Omdat de EU in korte tijd de gelederen sloot en met een indrukwekkend sanctiepakket kwam.
Omdat Rotterdam samen met andere Europese steden plannen maakt voor de wederopbouw van Oekraïne.

Het sterkt me in mijn overtuiging dat de mens ten diepste gemotiveerd is het goede te doen. Ten diepste verlangt naar vrede. Een groot deel van de vrede bestaat erin de vrede van harte te willen, zoals de grote denker Erasmus zei.

Laten we dat doen. Biddend, fluisterend, schreeuwend desnoods.
Zwijgend. Luisterend.
Samen.

Gedichten 4 mei 2022

Casus Belli

Praat niet goed dat je vroeg om 'versterking die hoog over gaat -nu rekruteren!'

Je tuimelt van een brug, je wiekt tussen aeonen, lading op lading, megafoon aan je lippen:

'Ik verlies alleen van mezelf…'
Praat niet goed dat iemand geloofde dat je je bukte.

Je zag iets wat groter was dan hoe een stad zich losmaakt uit haar wade, of bedoelde je woede?

Je streelde je schedel, er was gewoon te weinig tijd om iets anders te verzinnen dan je naam.

Iemand vond je muts, later zag iemand de gebroken stam van de ratelpopulier, de ratelpopulier waarover je zei: 'Die wist alles, die wilde ouder worden dan die en die en die en die en die.'

zouden zij die schreeuwden om onze hulp

gehoord worden in hun machteloosheid
was iedereen op afstand vrij van schuld
van onwetendheid en achteloosheid

zouden zij die zich verzetten, winnen
wanneer wij de aandacht niet verloren?
wanneer zij wérkelijk buiten zinnen
langer dan even, met méér dan woorden

zouden zij die vluchtten van huis en haard
op uitsluitend open armen stuiten
maakten we ongeacht plek op de kaart
plaats voor ze, voorbij verschil van buiten

zouden zij die vielen, zijn gevallen
als anderen zouden zijn opgestaan?
zouden ze meer zijn dan slechts getallen
dan de geschiedenis van vooraf aan

zouden zij die huilden, zijn onthouden
ging het niet langer gruwelijk verkeerd
zou zich nooit nóg een oorlog ontvouwen
hadden we eerdere lessen geleerd

we kunnen hier samen zó veel beter
weliswaar in het ogenschijnlijk klein
met dúrven spreken na dúrven weten
van hoe verschrikkelijk de mens kan zijn

door anders te doen dan hoe we deden
bij onrecht, waar en jegens wie. dan. ook.
door een zijden draadje zélf te wezen
een beetje liefde, een sprankje hoop

tot gelijkenissen niet meer deren
bij wat we voelen van andermans pijn
zouden we zó onze vrijheid eren
zouden levens een stúk gelijker zijn

laat dit een dag zijn waarop we samen
steun betuigen maar óók hardop dromen
en vreedzaam vechten voor idealen
van mededogen naar mede pogen

Locaties herdenkingen

Op onderstaande kaart vindt u een overzicht van alle herdenkingen met de bijbehorende locaties.

De Vallende Ruiter - herinneringen ooggetuigen

Het standbeeld De vallende ruiter.

Op 12 maart 1945 halen de Duitsers in alle vroegte 30 mannen uit de gevangenis in Scheveningen op en nog eens 10 die gevangen zaten op politiebureau Haagsche Veer in Rotterdam. Twintig van hen worden om half negen ‘s ochtends doodgeschoten op het Hofplein. Twee uur later worden de andere twintig vermoord op de hoek van de Pleinweg en de Goereesestraat in Rotterdam-Zuid. De fusillade is een wraakactie voor de aanslag op de hoogste functionaris van de Ordnungspolizei en de liquidatie van de Duitse SD'er Rohmer.

Bep van Beek is een knulletje van vier jaar als hij met zijn moeder op bezoek gaat bij zijn tante op het Afrikaanderplein. Ze gaan lopend en als ze aan het einde van hun straat de hoek omgaan, zien ze tegen een talud twintig dode mannen liggen. Een beeld dat hij nooit meer vergeet.

'Mijn moeder wilde snel omdraaien, maar de Duitsers dwongen haar om erlangs te lopen én te kijken. 'Doorlopen en niet kijken!', fluisterde ze tegen mij. Maar ik keek natuurlijk toch. Hoewel ik nog nooit eerder dode mensen gezien, had ik toch direct door dat die mannen niet meer leefden. Eentje droeg er boerenklompen en dat beeld is me altijd bijgebleven. Zeer ontdaan kwamen we bij mijn tante aan. De fusillade was nog lang het gesprek van de dag. Als jochie was ik mij daar niet zo van bewust. Het leven ging door. Ik heb er later gelukkig geen last van gekregen, maar vergeten zal ik het nooit! Nog elk jaar ga ik naar de dodenherdenking bij de Vallende Ruiter.'

Nadat z'n amandelen zijn geknipt, loopt Arie Bezemer als jochie van acht jaar met zijn moeder van de Medische Dienst aan de Riederlaan terug naar huis. In de verte stopt er een colonne auto's. Er stappen Duitse soldaten uit en heel veel mannen. De kleine Arie wil blijven staan, maar zijn moeder zegt 'doorlopen!'

'Terwijl we doorliepen, keek ik natuurlijk toch een paar keer om. Ik zag soldaten schieten en mannen op de grond vallen. Het geluid van die schoten hoor ik nog steeds helder in mijn hoofd als ik eraan terugdenk. Opeens kwam er heel hard een paard en wagen aanrijden. De jongen op de bok schreeuwde 'ze gaan mijn baas doodschieten, ze gaan mijn baas doodschieten…!' Dat maakte veel indruk. Later bleek dat de baas van die jongen op bevel had moeten kijken naar de fusillade. Thuis vertelde ik mijn buurjongens wat er gebeurd was. Zij wilde gaan kijken bij de slachtoffers. Ik vroeg aan mijn moeder of ik ook mee mocht. Ze zei: 'Je mag gaan kijken, maar doe het niet. Want het klopt niet.' Ik ben toen niet meegegaan en daar heb ik tot op de dag van vandaag geen spijt van. Later heb ik nog dikwijls gespeeld met het Tamboer- en Pijperkorps tijdens de dodenherdenking bij het monument De Vallende Ruiter.'

Ruud Lamers vond in het dagboek van zijn moeder Bep van Daalen een dagboekfragment over de fusillade bij het Hofplein. Ze schreef als meisje van 15 jaar op 12 maart 1945 het volgende:

'Het is vandaag weer een enge dag geweest. Vanmorgen zou ik naar Sjaan gaan en ik liep daar bij het Hofplein en daar zag ik een hoop mensen staan. Ik kwam dichterbij en daar lagen twintig mannen doodgeschoten. Ik kwam bij Sjaan d'r moeder aan en daar heb ik zitten brullen. Toen ik thuiskwam begon ik weer, want het was zo'n vreselijk gezicht. Er lag ook een jongen bij van ongeveer 15 jaar oud, erg hè. Aan Overmaas zijn er ook twintig neergeschoten.  Ik was er de hele dag akelig van. Bah. Ook is Sjaan haar Opa gisteravond gestorven.'