Herdenking bombardement
Op 14 mei 1940, vanaf 13.27 uur, vielen de bommen op het hart van de stad en veroorzaakten een enorme vuurzee. Bijna 900 mensen kwamen om het leven. 80.000 Rotterdammers raakten huis en haard kwijt.
Programma herdenking 14 mei
- 10.00 uur - Muzikaal ontvangst
- 10.09 uur - Woord van herdenking door burgemeester Schouten
- 10.18 uur - Muzikaal Intermezzo
- 10.21 uur - Kranslegging namens het gemeentebestuur en alle burgers van Rotterdam door burgemeester Schouten
- 10.22 uur - Signaal Taptoe
- 10.23 uur - 2 minuten stilte
- 10.25 uur - 1e couplet van het 'Wilhelmus'
- 10.26 uur - Kranslegging
- 10.30 uur - Einde herdenkingsbijeenkomst
- 12.55 uur - Muzikaal ontvangst
- 13.03 uur - Woord van herdenking door burgemeester Schouten
- 13.11 uur - Muzikaal intermezzo
- 13.25 uur - Kranslegging namens het gemeentebestuur en alle burgers van Rotterdam door burgemeester Schouten
- 13.26 uur - Signaal Taptoe
- 13.27 uur - 2 minuten stilte - Klokken luiden in de binnenstad
- 13.29 uur - 1e couplet van het 'Wilhelmus'
- 13.30 uur - Krans-/bloemlegging
- 13.40 uur - Einde herdenkingsbijeenkomst
Toespraken en gedichten tijdens de herdenking van 2026
Geachte aanwezigen,
Vandaag staan we stil bij die noodlottige dag in mei, bij 14 mei 1940.
Nu 86 jaar geleden. De dag waarop onze stad voorgoed veranderde.
De dag waarop vrede en vrijheid in Rotterdam bruusk werden verruild door oorlog en angst. In heel Nederland.
Het zou vijf lange jaren duren voordat de bezetter verdreven werd.
Maar de effecten van oorlog, van alles wat er op die noodlottige dag in mei en daarna gebeurde, werken nog altijd door in onze stad.
Niet altijd zichtbaar, maar wel altijd aanwezig.
In harten en hoofden, in straten en pleinen.
Vandaag herdenken we in Rotterdam alle slachtoffers van 14 mei 1940.
Denken we aan de dappere militairen die de stad verdedigden.
Denken we aan alle onschuldige Rotterdammers die hun leven verloren in het bombardement en de verwoestende brand die daarop volgde.
Denken we aan alle mensen die vrede en vrijheid in rook en puin zagen opgaan.
Na 86 jaar zijn er steeds minder levende getuigen die hun verhaal met ons kunnen delen. Het is aan ons en aan onze kinderen en kleinkinderen om hun verhalen te blijven herinneren en te delen. Dat gaat niet vanzelf, we moeten er actief aan werken. Zeker met alle verwarrende desinformatie online. Het is cruciaal dat we scherp houden wat er écht is gebeurd. Dat we feiten van fabels gescheiden houden. En we daarmee de nagedachtenis aan alle slachtoffers met gepaste eer blijven benaderen. Ik ben daarom blij dat bij deze herdenking altijd leerlingen van Daltonschool De Margriet aanwezig zijn en gedichten voordragen.
Om een gedicht te kunnen schrijven, moet je je in het onderwerp willen verdiepen en opschrijven wat vanuit je gevoel komt. Daarvoor moet je proberen om je voor te stellen hoe het was die 14e mei. Moet je die verdrietige en nare feiten tot je nemen en erover nadenken. Maar is het wel belangrijk dat die feiten echt kloppen. En daarom is het heel belangrijk dat we met elkaar ons blijven verdiepen in de verhalen van de mensen die het echt hebben meegemaakt. En dat we daarna onszelf en elkaar evenzo belangrijke vragen kunnen stellen over de tijd waarin we nu leven.
Vragen zoals: wat betekenen die verhalen? Wat kunnen wij ervan leren?
En hoe zou het voelen om zulke dingen mee te maken? En hoe is het om in vrede te leven?
Dat deden de leerlingen onder begeleiding van de World Peace Flame organisatie. De lantaarn die zij straks samen plaatsen, staat dan ook symbool voor de vlam van vrede. Ik wil Raes, Saar en Timo bedanken voor hun mooie gedichten. Jullie hebben prachtig verwoord hoe belangrijk vrede is. Voor jullie en voor ieder mens.
En, geachte aanwezigen, dat is wat iedereen wil: leven in vrede.
Niemand houdt van oorlog, ook de mensen in de landen die oorlogen starten niet.
Hun leiders vallen anderen aan vanwege denkbeelden, strategische belangen, uitbreiding van gebied of inname van grondstoffen. Zij stellen eigenbelang boven vrede. Vaak met veel geweld tegen onschuldige mensen.
De Duitse leiders wilden op 10 mei 1940 Nederland met een snelle actie, de Blitzkrieg, overmeesteren en bezetten. Liefst binnen 1 of 2 dagen. Maar - zoals we ook bij oorlogen in het hier en nu zien - liep het anders dan verwacht. Want 4 dagen na de eerste aanval hield Nederland stand.
Dat was onverwacht en niet makkelijk, onze verdedigers hadden het zwaar. Vergeleken bij Duitsland hadden wij een klein leger.
Minder militairen en geen tanks. Toch lukte het om onze Maasbruggen uit vijandige handen te houden.
Dankzij dappere dienstplichtige militairen van de Koninklijke Landmacht en vastberaden mariniers van het Korps Mariniers.
Zij verdedigden uit alle macht onze noordoever. Moedig en volhardend.
Met beperkte middelen, zeker, maar met onverschrokken passie.
Hun verzet vertraagde en frustreerde de Duitse plannen; zij hadden hun zinnen gezet op onze haven. Dus stuurde generaal Rudolf Schmidt op 14 mei 1940 het welbekende ultimatum aan kolonel Pieter Scharroo, kantonnementscommandant van Rotterdam: ‘Geef u over of uw stad wordt vernietigd.’
Tijdens de onderhandelingen werd onze stad gebombardeerd.
Werd ons historisch stadshart vernietigd, verloren duizenden Rotterdammers huis en haard, bedrijf en inventaris en werden honderden mensen gedood.
In een paar minuten tijd was Rotterdam voorgoed veranderd.
Vandaag herdenken wij die gebeurtenissen. Het bombardement dat ondanks de onderhandelingen doorging, de capitulatie van Nederland en de daaropvolgende oorlogsjaren. Geen vrede. Geen vrijheid.
Inmiddels lang verleden tijd, maar geen vergeten tijd.
Niet voor de levende getuigen, die 15 minuten lang bommenwerpers boven hun hoofd hoorden en de stad voelden beven door de inslagen.
Die familieleden, buren, vrienden en collega’s verloren.
Die huis en haard verloren, hun bedrijf in vlammen zagen opgaan.
Die hun mooie Rotterdam in rokende puinhopen zagen veranderen.
Zij hebben aan den lijve ondervonden hoe voelt als vrede verdwijnt.
En hun ervaringen met veel moeite en verdriet doorgegeven aan hun kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen.
Maar ook aan ons. Als waarschuwing waartoe de mens in staat is.
Die waarschuwing moeten we te allen tijde ter harte nemen.
Nu, morgen en alle dagen daarna.
Vandaag staan we stil bij de gebeurtenissen van 14 mei 1940.
De dag waarop onze stad voorgoed veranderde.
We herdenken alle onschuldige Rotterdammers die hun leven verloren in het bombardement en de verwoestende brand die daarop volgde.
We denken aan onze stadsgenoten die vrede en vrijheid zagen verdwijnen. En we denken aan alle mensen die onze stad verdedigden en uit alle macht veilig probeerden te houden. Die de moed en kracht opbrachten om andere Nederlandse steden het Rotterdamse lot te besparen door de strijd te staken en te capituleren.
Dat doen we samen. Met alle generaties die nu leven. Om blijvend te waarschuwen voor wat er kan gebeuren als we ophouden onze medemensen als mens te blijven zien. Omdat haat alleen verliezers kent.
Het is goed dat we de verhalen blijven vertellen.
Het is goed dat we de verhalen in ere houden.
Het is goed dat we iedere dag kiezen voor vrede en veiligheid.
Samen. Nu, morgen en alle dagen daarna.
Opdat we nooit vergeten en waakzaam blijven.
Dank u wel.
Vrede - Raes
Voor mij is vrede als een schild, dat
me beschermt tegen de nare dingen
in de wereld.
Als een deur, die me in een warm en
knus huis brengt, waar alle
mensen van wie je houdt
gezellig samen zijn.
Muren die je beschermen
tegen de nare dingen buiten.
De nare dingen duwen
tegen de ramen,
maar ik voel er niks van,
want ik ben ergens waar
vrede is.
Vrede is... - Saar
Vrede is spelen op straat met elkaar, zonder geluid, sirenes of gevaar.
Gewoon kunnen lachen, rennen en vrij zonder dat angst meeloopt, dichtbij.
Vrede is slapen, dromen van morgen zonder gedachten, vluchten of zorgen.
Een huis dat nog staat als je wakker wordt vroeg en weten: vandaag is gewoon al genoeg.
Maar hier waar ik leef lijkt het heel normaal, alsof vrede er altijd was, overal.
Toch was dat niet zo, dat weten we goed. De stad die ooit trilde, de lucht die toen woedde.
We staan hier vandaag om stil te begrijpen, wat oorlog kan doen, hoe snel dingen grijpen.
Voor mensen van toen, voor hun pijn en hun strijd. Voor alles wat brak in een korte tijd.
En daarom wens ik, misschien klinkt het klein, dat vrede voor iedereen gewoon kan zijn.
Niet alleen vandaag, niet alleen voor mij, maar overal, altijd voor iedereen vrij.
Vrede voor elkaar - Timo
Vrede is aardig zij n voor andere mensen
en luisteren naar alle mensen en hun grenzen.
Heb respect voor anderen
mensen kunnen veranderen.
Sluit elkaar niet buiten
en als iemand dat doet moet je die persoon terug fluiten.
We herdenken dit moment,
want wat er toen gebeurde had je nu niet herkend.
Oorlog doet pij n,
daarom hoop ik dat de mensen snel weer gelukkig zij n.
Vrede vrede vrede,
aardig tegen elkaar zij n zonder reden.
“… van het station af strekt zich een onmetelijke woestenij uit, zover de blik reikte… Een zwartgeblakerde en opengescheurde kerk rees daar omhoog als de kies van een voorhistorisch dier, door een vulkaan uitgespuwd. Wat ik zag zou me niet meer met rust laten…”
Met deze woorden probeerde kunstenaar Ossip Zadkine te beschrijven wat hij zag toen hij na de oorlog Rotterdam bezocht.
En hier, naast zijn beeld De Verwoeste Stad, staan wij vandaag stil bij wat Rotterdam op 14 mei 1940 trof. Bij de vuurzee die het hart van onze stad verwoestte. Bij de levens die abrupt werden afgebroken. Bij het verdriet dat achterbleef tussen puin, rook en stilte.
Maar ook bij de mensen die verder moesten.
In de verhalen die zij vertellen en vertelden, komt niet alleen de herinnering terug aan de alom aanwezige verwoesting. Maar ook de herinnering aan de stilte daarna. Het onvermogen om de pijn een plek te geven. De stilte waarin verdriet vaak geen woorden kreeg.
Verdriet dat niet alleen op 14 mei 1940 werd veroorzaakt. Al op 12 mei werden Rotterdammers geraakt door het geweld van de aanzwellende oorlog.
Bij het bombardement op de Marinierskazerne aan het Oostplein en de aanvallen op de spoorwegstations Delftsche Poort, Beurs en Maasstation kwamen niet alleen militairen om het leven, maar ook vele Rotterdammers. Mensen die simpelweg onderweg waren. Die aan het werk waren. Die deden wat mensen iedere dag doen: hun leven leiden.
Juist daarin schuilt misschien wel de verdrietigste tragiek van oorlog. Dat gewone levens plotseling worden opengebroken. Dat mensen van het ene op het andere moment niet langer worden gezien als mens met een eigen verhaal, maar als ‘de ander’ of ‘de vijand’.
En daarom is het thema van deze herdenking dit jaar - je bent meer dan één - zo wezenlijk. Want achter ieder slachtoffer schuilt een volledig leven. Een mens die niet alleen slachtoffer was van oorlog, maar ook vader of moeder, zoon of dochter, collega, geliefde, vriend of buur. Mensen met dromen, gewoonten, humor, angsten en toekomstplannen.
Dat geldt ook voor Rotterdam zelf.
Onze stad is meer dan het bombardement alleen. Meer dan puin en wederopbouw. Rotterdam draagt littekens van diepe wonden, maar ook de geest van enorme veerkracht. Verdriet én kracht. Rouw én hoop.
De ziel van onze stad liet zich in die meidagen van 1940 goed zien. Terwijl het centrum in puin lag, hielpen Rotterdammers elkaar. Ze deelden voedsel, boden onderdak, zochten naar vermisten en troostten elkaar tussen de smeulende resten van hun stad.
Door alle rouw en ontreddering heen liet Rotterdam iets zien wat nog altijd de kracht van deze stad vormt: verbondenheid.
Mensen keken niet weg van het leed van een ander.
Niet naar afkomst.
Niet naar geloof.
Niet naar achtergrond.
Maar naar de mens tegenover hen.
En die verbondenheid vormde de basis van de wederopbouw.
Samen werd er opgestaan.
Samen werd er gerouwd.
Samen werd er gebouwd.
Steen voor steen.
Straat voor straat.
Leven voor leven.
Maar achter die wederopbouw zat ook stil verdriet. Verdriet dat vaak werd weggestopt achter de mentaliteit van doorgaan. Achter hard werken. Achter opgestroopte mouwen. Verdriet dat niet verdween, maar bleef bestaan in families en generaties.
Juist daarom moeten die verhalen verteld blijven worden. En juist daarom is herdenken zo belangrijk. Want hiermee bezinnen we ons ook op het hier en nu.
Want de wereld van nu is onrustig. We zien oorlogen die mensenlevens verwoesten. We zien steden die opnieuw worden geraakt door geweld. In Oekraïne, het Midden-Oosten en Soedan. En op zoveel andere plekken.
Voor veel Rotterdammers zijn dat geen verre gebeurtenissen. Daar woont familie. Daar leven vrienden. Daar liggen wortels. Het verdriet van de wereld komt ook onze stad binnen.
Dat raakt mensen diep.
En juist in tijden van spanning moeten we vasthouden aan wat ons als samenleving bijeenhoudt.
Aan onze medemenselijkheid.
Aan het open gesprek.
Aan de overtuiging dat verschillen er mogen zijn, maar dat geweld en intimidatie nooit acceptabel zijn.
Opvattingen en overtuigingen mogen schuren en zelfs botsen. Onze democratie biedt ons genoeg mogelijkheden om op een eerlijke en geweldloze manier met elkaar van te mening te verschillen. Maar juist de democratie, waar in de oorlogsjaren de grootste offers voor zijn gebracht, staat op het spel als mensen denken met geweld hun zin af te kunnen dwingen. Ook in wat er nu speelt in onze samenleving. Dan staat ons één ding te doen: gezamenlijk, onverschrokken voor onze democratische waarden te blijven staan.
Niet zwichten voor intimidatie en geweld. En in het democratisch debat de oplossing met elkaar vinden. Daarin zijn we schatplichtig aan allen die voor die vrijheid van ons land en onze stad hebben gevochten. Ook op die 14e mei in 1940.
Herdenken vraagt daarom meer dan stilte alleen.
Het vraagt bezinning.
Het vraagt zelfreflectie.
Het vraagt de bereidheid om ook in moeilijke tijden de menselijke waardigheid van de ander te blijven zien.
De les van Rotterdam is niet alleen hoe kwetsbaar een stad kan zijn.
De les van Rotterdam is ook hoe sterk mensen kunnen zijn.
Hoe mensen elkaar kunnen vasthouden wanneer alles wankelt.
Hoe verbondenheid sterker kan zijn dan verdeeldheid.
Vandaag staan wij stil bij de verwoesting.
Maar ook bij de menselijkheid die daarna zichtbaar werd.
Bij de mensen die elkaar hielpen toen alles verloren leek.
En bij de opdracht die daaruit voortkomt.
De opdracht om waakzaam te blijven.
Om elkaar als mens te blijven zien.
Om ruimte te houden voor elkaars verhalen, elkaars verdriet en elkaars waardigheid.
Rotterdam heeft bewezen dat opstaan mogelijk is.
Dat helen mogelijk is.
Dat samenleven mogelijk is.
Niet ondanks verschillen, maar juist mét verschillen.
Dat is de opdracht van toen.
En dat is de opdracht van nu.
Dank u wel.
De stad die weer opstond - Amelie
Mensen rennen rond.
Er liggen kinderen op de grond.
Er is veel paniek,
heel veel mensen zijn ziek.
Maar uit het puin en verdriet, klinkt er een hoopvol lied.
De straten worden weer langzaam schoon.
We horen weer een vrolijke toon.
De lucht wordt weer mooi blauw,
de verwoesting kwam veel te gauw.
Want uit het as, hoe diep ook gewond,
is dit de stad die weer opstond.
Leed & gemis - Jelle
14 mei 1940
geen school geen huis en ook geen dierentuin
de hele stad in puin
wij hoorden massaal het luchtalarm
er vielen 900 doden
niemand had ons hulp geboden
dit bombardement duurde 13 minuten lang Rotterdam was erg bang
maar Rotterdam overleeft dit bombardement
daarom staan we hier om even stil te staan bij dit moment
en samen hebben wij de stad opgebouwd
ook al hadden we het een beetje koud
maar nu hebben we allemaal een huis
echt een heel fijn thuis
een hele fijne stad
maar in ons hart is helaas wel een gat
nu wonen wij in het moderne Rotterdam
maar hebben wij door het bombardement nog een schram
De verwoeste stad - Lissy
14 mei 1940 precies om 13:27
de stad een vuurzee rood en heet iets wat geen enkele
Rotterdammer vergeet.
bommen vielen op alles wat Rotterdam had.
de huizen waren weg en het hart ook.
ongeveer 15 minuten duurde het bombardement.
Alles was kapot, alleen drie gebouwen bleven staan.
Geen tijd voor tranen, maar voor bouwen, met grenzeloze moed.
Het zit in het bloed, die Rotterdamse kracht.
vertrouwen in morgen, dat deden ze.
en zie de stad nu.
Mooi, modern, een geweldige haven
en we zijn één, één voor altijd.
Onze mooie stad Rotterdam - Rodayna
Achter het gordijn was het zwart
Geen lampje dat buiten de straat mocht verlichten
De angst was een steen in een kloppend hart
Terwijl de rug voor de storm moest richten
De tafel was leeg en de kachel bleef koud
We telden de uren die allemaal verstreken
De muren die werden voor ons veel te oud
Terwijl we door kieren naar buiten toe keken
Maar diep in een kistje onder de grond
Iedereen hielp mee, iedereen stond
We verstopten onze dromen die niemand kon stelen
We probeerden het, niemand mocht de stad betreden
Steen, voor steen, zo lukte het wel
Het zonlicht was niet meer zwart, maar fel
Iedereen juichten van plezier
Zo hebben wij het gedaan op onze manier
13 minuten - Féline
13 minuten op 14 mei 1940
13 minuten wordt Rotterdam plat gebombardeerd
13 minuten, wat kunnen we ertegen doen?
13 minuten, meer dan 700 gewonden en veel mensen die vluchten
13 minuten en Rotterdam is volledig onder het as
13 vreselijke minuten
We denken aan de slachtoffers die dit niet hebben overleefd
En aan de pijn die iedereen heeft beleefd
Men zei: dit nooit meer
Maar als ik om me heen kijk denk ik
Heeft iedereen van die vreselijke 13 minuten geleerd?
Ik zie jou - Aurélie
Mensen die voor ons hebben gevochten,
mensen die naar vrede zochten.
Ze waren bang: dagen, maanden, soms jarenlang.
We lopen nu op straat alsof er niets is gebeurd,
Maar voor hen was de kleurrijke stad verkleurd.
Ze keken met pijn in hun hart,
alles wat kleur had veranderde in grijs en zwart.
Ik kan lachen zonder pijn en verdriet,
maar ik zal nooit zien wat jij van binnen ziet.
Ik kan hier wonen en leven dankzij jou,
terwijl jij achtergelaten werd in de kou.
Jullie moesten toch verdergaan,
terwijl ik hier zorgeloos op de stoep kan staan.
De pijn die je niet kan verdragen,
het is lastig als mensen ernaar vragen.
Jullie raakten alles kwijt,
dat was jullie realiteit.
Je denkt er vast nog veel aan, dat voelt misschien eenzaam.
Jullie zijn zo sterk, want dat was echt zwaar werk.
Het voelt anders, maar toch vertrouwd,
jullie hadden hier een heel leven opgebouwd.
Wij denken aan jullie,
en hopen dit nooit te ervaren,
maar wat jullie voor ons weer hebben opgebouwd,
zullen wij voor jullie bewaren.
Het bombardement - Viggo
Alles verkoold, alles in as
Niets is meer hoe het was
De boosheid en het verdriet van al deze hulpeloze mensen
Wat moeten ze doen, ik heb zoveel te wensen
Het Oude beursgebouw, het Coolsingelziekenhuis en de Grote Schouwburg, allemaal weg
Wat hadden we toch pech
Hoelang zal het luchtalarm duren
Een paar minuten en de stad ligt in vuren
De mensen denken: Wat moeten we nu
Wat staat er nog meer op het menu
Mijn vrienden, de school, mijn tuin
Heel de straten vol met puin
Ik wou dat dit nooit is gebeurd
Dat ze ons zo hebben verscheurd
Papa, mama wat staat ons te wachten
Wat hebben die mensen in gedachten
Alles was plat
Ze waren op pad
En wat hebben we ervan geleerd
Er zijn nog steeds mensen die alleen maar denken aan wat hun hartje begeert
Mijn Rotterdam - Melisa
Bommen vielen, de lucht werd zwart.
In een kwartier verloor de stad haar hart.
Iedereen schreeuwde, iedereen was bang.
Het leven werd stil, gestorven door dwang.
De rook was dik en heel erg vies.
De stad leed een groot verlies.
Geen huizen meer, alleen maar steen.
De mensen voelden zich zo alleen.
Maar we gingen bouwen, steen voor steen.
We lieten de stad echt niet alleen.
Geen stad zonder hart, maar juist met kracht.
Heeft Rotterdam zichzelf teruggebracht.
Nu sta ik hier, in een stad die weer leeft,
die aan elk kind weer een toekomst geeft.
Rotterdam - Olivera
Het overkwam Rotterdam,
de stad waar ik nu woon.
De lucht werd plotseling donker,
het was niet meer gewoon.
Toen vielen alle stenen,
de huizen gingen stuk.
Alles werd een berg met puin,
weg was het geluk.
De mensen moesten rennen met pijn ieder uur,
enkele minuten voelden als eeuwen.
Overal rook en vuur,
mensen schreeuwen.
Het was een groot gebrek.
Nu is de stad weer prachtig,
Rotterdam is onze mooie plek.
Trotse harten - Lena
Kijk
Het is gelukt
We zijn trots
Trots op de mensen die hebben gevochten
Trots op de mensen die aan ze dachten
De stad is er weer
We kunnen het zien
Door het hart
Het hart van rotterdam
Ze hebben hard gewerkt
De stad is zo mooi nu
Ik zou willen dat ze erbij konden zijn
Eigenlijk zijn ze dat ook een beetje
Door ons
Dus blijf trots op ze
Ben jij ook trots?
Waarom - Rosa
Waarom moest het gebeuren
Wat hadden we gedaan
Waarom moesten we lijden
Doen alsof het niet was gebeurd
Ik mocht er niet naar vragen
We moesten sterk blijven
Ook al was alles weg
En was alles plat
We moesten weer bouwen
Alles weer terug
We bouwen nog steeds
We zijn nooit gestopt
Zijn we dan ooit
Zijn we ooit goed genoeg
Rotterdam in puin en as - Noor
Voorheen was Rotterdam echt een pracht
Met het centrum en het oude noorden nog intact
Maar toen kwam Duitsland
Dat ging anders dan verwacht
Ze namen de macht
Er kwam een waarschuwing
En Rotterdam was de sjaak
Maar wat was de oorzaak?
Rotterdam was in puin en as
Rotterdam is nooit meer hoe het was
In één dag alles weggevaagd
In één dag iedereen weggejaagd
Rotterdam in puin en as
Rotterdam is nooit meer hoe het was
Alles verwoest - Mia
258 hectare, in 13 minuten weg
Honderden mensen, in 13 minuten weg
Talloze woningen, weg en niet alleen dat
Ziekenhuizen, scholen, bioscopen en supermarkten zijn weg
Hoe kan dit, waarom moest je dit doen?
Deze 13 minuten veroorzaken 80.000 daklozen
Hoe zouden die mensen zich voelen?
Zou het verdriet zijn of juist angst?
Het hartje van Rotterdam was die dag verwoest
Dit zal Rotterdam nooit vergeten
De dag die alles veranderde - Lucas
Hartje Rotterdam
Waar iedereen samenkwam
In een keer kapot
De dag
Die alles heeft veranderd
Huizen, ziekenhuizen en scholen staan in brand
In welke nachtmerrie zijn we nu beland?
“Sterker door de strijd”
Ook al waren we in één dag alles kwijt
We hebben ons oude Rotterdam verloren
Maar dit is nog steeds waar we thuishoren
Waterrimpel
Maar je bent ingepakt door stort en hebt
daar een toren uitgehaald.
De cyclus van een opbouw zit hem
in die bodem,
Je zou vragen waar die steen vandaan komt
genesteld rauw materiaal zijn die wortels omringd.
En hoe die waters herrijzing hebben meegenomen
oneindig handen gevlochten opdat de grond
weer rust straalt.
Wroet met me mee dan
Jij, Stedeling en het dorp dat ons maakt.
Je hebt je bewezen als kraakbeenweefsel,
elastische rubberhuid.
Hier schommelt hier en veert
ik weet niet maar ik weet nog.
Toen tijdperk gescheiden is in scherpe regen.
En nu manifesteert als zelfbewustzijn.
(in de kieltjes tot de bouw)
We reiken samen daar beneden lijkt het.
Ik tracht te zeggen dat het wegvagen,
noch de wortel noch het ontspruiten noch
de toekomstringen van een stengel
hebben aangeraakt.
Ondanks die buikknijpend, verwonde lucht
gescheurd samenweefsel.
Het behappen, oh, alleen kunnen behappen.
Ik schrijn hier in indruk, weet je
in ons is wonder geoogst.
Ik zou je weer vragen naar hoe
maar ik zie die verwering,
Gespannen spier en rimpel
ja, de waterrimpels
die toch weer het thuis zullen luiden.
Ik hoop dat ik op een dag begrijpen kan
wat we putten uit andermans pijn
Ik hoop dat ik ooit snap wat er schuilgaat in de hoofden
van mensen die wreed willen zijn
Want momenteel is er geen touw aan vast te knopen
Ik spits mijn oren en doe mijn ogen open
Maar de stilte suist als een flikkerende lamp
Als een groot eenzaam veld na een moeizame ramp
Ik hoop dat de verbazing over
de wreedheid van mensen verdwijnt
en dat we ons ooit mogen verbazen
over hoe góed een mens kan zijn
Maar momenteel waait de wind ons naar de donkerste hoek
naar de laatste pagina van dit zwarte boek
En de stilte slaat in als bommen op bloemen
Als een kamer met een olifant die je niet mag benoemen
Maar soms waait de wind niet langer één kant op
Soms zijn we samen windkracht tien
en vliegen we als een vlinder
tot we het licht aan het eind van deze tunnel weer kunnen zien
Hoop is als de laatste vlinder
De laatste flard uit de doos
Hoop als een kinderwens
als een zacht verwelkte roos
Hoop als glinsterende confetti
die schittert in de zon
Hoop als kabbelend kraakhelder water
uit een sprankelende bron
Ik hoop dat we samen sterk staan
tegen onbegrijpelijke haat
Haat tegen mensen wiens vergoten bloed
blijft kleven aan de handen van de staat
En ik hoop dat als de rampen ons raken
en de moorden en oorlog ons hart laten kraken
dat we dan samen weer een leven opbouwen
en elkaar zullen helpen, en van elkaar zullen houden
Ik hoop dat we de wind kunnen draaien
en dat we samen blijven lopen
Blijven lopen tot we vliegen
en dat we altijd blijven hopen
Hoop is als de laatste vlinder... (etc.)
Ik hoop dat die laatste vlinder
altijd vliegen blijft
Ik hoop dat die kinderwens
nooit tot oud stof vergrijst
Ik hoop dat die confetti
altijd blijft schitteren in de zon
Ik hoop dat we altijd samen mogen drinken
van het water uit deze bron
Maar er zijn mensen
die niet eens wisten dat dat kon
Er zijn mensen die niet wisten
dat samenzijn bestond
En ik zal waarschijnlijk nooit weten
waar al die haat begon
Maar ik hoop...
Ik hoop dat we de wind kunnen draaien...