Openbare orde
Gepubliceerd op: 15-12-2016
Geprint op: 20-05-2019
https://www.rotterdam.nl/bestuur-organisatie/openbare-orde/
Spring naar het artikel
Foto: gemeente Rotterdam

De gemeente kan een aantal maatregelen nemen om overlast, baldadigheid en kleine ergernissen tegen te gaan. Om zo om verstoring van de openbare orde te voorkomen. Hieronder ziet u welke maatregelen de gemeente kan nemen.

Maatregelen tegen kleine ergernissen

Het is verboden om op of aan de weg, of in een voor iedereen toegankelijk gebouw te bedelen. Het verbod moet het (winkelend) publiek ertegen beschermen dat men hinderlijk wordt aangesproken door bedelaars.

Juridische basis: Artikel 2.65 APV

Het rooftassenverbod beoogt winkeldiefstal te voorkomen. Winkeldieven maken vaak gebruik van speciale voorwerpen. Bijvoorbeeld ‘vermomde’ diepvriestassen, jammers (stoorzenders), magneten of elektronische hulpmiddelen die veiligheidspoortjes of veiligheidslabels uitschakelen. Politie en beveiligers zijn in staat om geprepareerde voorwerpen te herkennen. Met het rooftassenverbod kan worden ingegrepen vóór de winkeldief zijn slag heeft geslagen.

Juridische basis: Artikel 2.44a APV

De artikelen in hoofdstuk 2 afdeling 14 van de APV hebben betrekking op:

  • verkoop van drugs op of aan de weg
  • openlijk drugsgebruik
  • weggooien van spuiten e.d.

Deze artikelen zijn bedoeld om het publiek te beschermen tegen hinder en overlast door dealers, gebruikers en drugsafval. Zichtbare aanwezigheid van dealers en openlijk gebruik van drugs kan gevoelens van onveiligheid veroorzaken. Daarnaast kan de politie door handhaving op deze artikelen kan feitelijk optreden en wordt het vervolgingsbeleid van het OM ondersteund.

Juridische basis: Artikel 2.74, 2.74a, 2.75 APV

Hoofdstuk 5 afdeling 1 APV regelt situaties waarin hinder of overlast kan ontstaan door geparkeerde voertuigen. Het is bijvoorbeeld verboden om autowrakken op de weg te parkeren. Het college van burgemeester en wethouders kan wegen aanwijzen waar het bijvoorbeeld verboden is voertuigen te koop aan te bieden. Of om grote en hoge voertuigen te parkeren.

Juridische basis: Artikel 5.1 t/m 5.10, 5.12 APV

Elk bedrijf dat winkelwagens ter beschikking stelt, moet deze voorzien van de bedrijfsnaam of een ander herkenningsteken. Bovendien moet het bedrijf winkelwagens verwijderen die in omgeving van het bedrijf in de openbare ruimte worden aangetroffen.

Juridische basis: Artikel 2.14 APV

Maatregelen tegen overlast en baldadigheid

De politie kan optreden tegen alcoholgebruik dat samengaat met gedragingen die hinder en overlast veroorzaken of die de openbare orde verstoren.

Bij structurele overlast, of als hinder en overlast valt te verwachten, kan het college op grond  van lid 2 een gebied aanwijzen waar

  • het gebruik van alcoholhoudende drank verboden is en
  • het verboden is om aangebroken flessen en blikjes met alcoholhoudende drank bij zich te hebben.

Juridische basis: Artikel 2.48 APV

Het is verboden om hinder en overlast te veroorzaken. Of om doelloos rond te hangen in portieken, wachtruimtes en dergelijke voor iedereen toegankelijke ruimtes. Hetzelfde geldt voor de ruimte meteen voor gebouwen (bordes, trap, kozijnen enzovoort)

Juridische basis: Artikel 2.49 en 2.50 APV

De Mosquito is een apparaat dat een vooral voor jongeren hinderlijk hoog piepend geluid afgeeft. Het, wordt als laatste redmiddel ingezet om jongeren die voortdurend overlast veroorzaken van bepaalde plekken te weren.

De Mosquito is een zwaar middel, dat alleen in het uiterste geval wordt ingezet. Er moet uitvoerig worden gemotiveerd:

  • is er sprake van structurele overlast?
  • waarom hebben al ingezette middelen geen effect gehad?
  • zijn er al Mosquito’s in de buurt?

Mosquito’s worden niet geplaatst in de buurt van voorzieningen die voor iedereen toegankelijk moeten zijn, zoals bushokjes.

Juridische basis: Artikel 4.6a APV

De gemeenteraad kan de burgemeester de bevoegdheid geven om cameratoezicht in te stellen. De Rotterdamse gemeenteraad heeft de burgemeester deze bevoegdheid toegekend in artikel 2:77 APV. Cameratoezicht kan worden ingesteld op openbare plaatsen en op voor iedereen toegankelijke parkeerterreinen.

De burgemeester kan besluiten cameratoezicht in te stellen als dit noodzakelijk is voor de handhaving van de openbare orde. Daarbij moet worden gemotiveerd dat de situatie zo ernstig is dat een zwaar middel als cameratoezicht moet worden ingezet.

Juridische basis: Art.151c Gemeentewet, samen met artikel 2.77 APV

Het is verboden om als straatartiest of straatmuzikant op te treden op of aan door de burgemeester aangewezen wegen. Van dit verbod kan ontheffing worden verleend. Reden voor de burgemeester om een speelverbod in te stellen kunnen zijn:

  • de openbare orde en veiligheid
  • de volksgezondheid
  • het milieu.

Juridische basis: Artikel 2.9 APV

Soms wordt er op straat gevochten, maar is er niets waartegen kan worden opgetreden op grond van het wetboek van Strafrecht. Dus geen openlijke geweldpleging, eenvoudige mishandeling of vechtpartij. Dat gebeurt wanneer twee personen vechten, er geen sprake is van letsel en er geen aangifte wordt gedaan. In zulke gevallen kan er soms wel worden opgetreden op basis van de APV.

Juridische basis: Artikel 2.1 APV

Drugsgebruik in het openbaar kan gevoelens van onbehagen en onveiligheid bij het publiek  veroorzaken. Op grond van dit artikel kan de politie gebruikers aanhouden of van bepaalde plekken wegsturen.

Ook kan de politie de voorwerpen waarmee de overtreding wordt gepleegd (lepels, pijpen e.d.) in beslag nemen.

Zie ook de toelichting bij Verbod straathandel en drugsgebruik in het openbaar.

Juridische basis: Artikel 2.74a APV

De burgemeester kan, in het belang van de openbare orde, een persoon een verbod opleggen om in de buurt van het Feyenoordstadion, Spartastadion of Excelsiorstadion te zijn. Dit geldt van van 4 uur voor de wedstrijd tot 4 uur na de wedstrijd of evenement. Dit verbod moet niet worden verward met het stadionverbod, dat alleen door de beheerder van het stadion kan worden opgelegd. Om een omgevingsverbod op te kunnen leggen is een dossier nodig. Hieruit moet blijken dat de betreffende persoon de openbare orde structureel rond begin en einde van de wedstrijd verstoort.

Juridische basis: Artikel 2.77c APV

Alle vormen van geluid zijn verboden als ze overlast of hinder voor de omgeving (kunnen) veroorzaken. Van dit verbod kan ontheffing worden verleend.

Juridische basis: Artikel 4.6 APV

Het is verboden in de openbare ruimte de natuurlijke behoefte te doen op een niet daartoe bestemde inrichting of plaats.

Juridische basis: Artikel 4.8 APV

Maatregelen bij ernstige verstoring van de openbare orde

Bestuurlijk ophouden is het op een bepaalde plaats onderbrengen en vasthouden van groepen ordeverstoorders. Het ophouden mag maximaal twaalf uren duren. Bestuurlijk ophouden is een bestuursrechtelijk laatste redmiddel. Het komt pas in beeld bij grootschalige verstoringen van de openbare orde of ernstige vrees daarvoor. Bijvoorbeeld bij krakersrellen, demonstraties of risicowedstrijden.

Juridische basis: Artikel 2.75 APV

De burgemeester kan - op basis van artikel 151b van de Gemeentewet - een gebied aanwijzen als veiligheidsrisicogebied. Dit kan bij verstoring van de openbare orde door de aanwezigheid van wapens of de vrees voor het ontstaan daarvan. Dus wanneer de kans groot is dat men in een bepaald gebied in een bepaalde periode (vuur)wapens in bezit heeft en hier gebruik van gaat maken. Een gebied wordt aangewezen als veiligheidsrisicogebied voor een bepaalde periode die niet langer is dan strikt nodig is voor handhaving van de openbare orde. In dit gebied mag de officier van justitie een aantal controlebevoegdheden uitoefenen genoemd in de Wet wapens en munitie. Vervoermiddelen, kleding en verpakkingen die personen bij zich dragen mogen worden gecontroleerd.

Voordat de burgemeester een gebied aanwijst, overlegt hij hierover met de officier van justitie en de korpschef.

Juridische basis: Artikel 2.76 APV

Het samenscholingsverbod verbiedt personen

  • op de weg deel te nemen aan samenscholing
  • onnodig op te dringen
  • door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot wanordelijkheden.

Samenscholing is het in groepjes bij elkaar komen van mensen die een dreigende houding aannemen of kwade bedoelingen hebben. Zo staat het in artikel 186 van het Wetboek van strafrecht

Onder omstandigheden is het denkbaar dat een samenscholing het karakter heeft van een betoging. Gelet op de Wet openbare manifestaties (WOM) zijn dit soort samenscholingen van de werking van dit artikel uitgesloten.

Doel van het samenscholingsverbod is een goed gebruik van de openbare weg. En het voorkomen van verstoring van de openbare orde.

Juridische basis: Artikel 2.1 APV