Nieuwe Maas
Gepubliceerd op: 15-12-2016
Geprint op: 23-01-2019
https://www.rotterdam.nl/wonen-leven/nieuwe-maas/
Spring naar het artikel
Foto: gemeente Rotterdam

De open verbinding met zee en de goede (internationale) scheepvaartverbindingen met het achterland zijn van groot economisch belang. De rivier is doorslaggevend voor de ontwikkeling van deze regio.

Ooit was Rotterdam een kleine stad in een grote dynamische delta. Door het graven van de Nieuwe Waterweg in 1872 kon Rotterdam na de Tweede Wereldoorlog uitgroeien tot een wereldhavenstad. De haven was de economische motor van de stad. De werkgebieden lagen direct langs de Nieuwe Maas en de rivier was de snelweg voor de scheepvaart. Aan het einde van de vorige eeuw breidde de haven zich grootschalig uit richting zee.

Verbinding met stad en natuur

Aan de Nieuwe Maas ervaar je grote contrasten: de enorme bedrijvigheid van de raffinaderijen tot een klein verscholen strandje. De rivier verbindt stad en ommeland, en noord en zuid. De Nieuwe Maas nodigt je uit om te sporten en te bewegen. Bijvoorbeeld via het Rondje bruggen of het Nieuwe Maasparcours. De rivier verbindt stad en natuur. De Nieuwe Maas is wilder dan je denkt. Zo vindt u er dieren als ijsvogels, zeehonden, steuren en bijzondere planten als spindotter. De steeds schoner wordende rivier, de verschillende overgangen van zout en zoet en het getij. Dit biedt kansen voor het vergroten van de biodiversiteit en het maken van natuurlijke (speel)plekken, dicht bij de bewoners. Langs de Nieuwe Maas is een aantal getijdenparken te vinden, en de komende jaren worden er nog meer aangelegd.

De Nieuwe Maas, wilder dan je denkt!

Meer groen en getijdennatuur zorgen voor schoner water, rustplekken voor vissen en een rijker onderwaterleven.

De grijze zeehond, het grootste roofdier van Nederland, laat zich niet afschrikken door de drukte van een wereldhaven. Doodgemoedereerd liggen ze op de zandstrandjes bij de Tweede Maasvlakte en de Nieuwe Waterweg. Van alle industrie en containerschepen trekken ze zich niet veel aan. Een zeehond kan prima leven in zoet water, het is een kwestie van voedsel, vis dus. Vroeger zwommen ze regelmatig de rivieren op. Die zijn nu meestal afgesloten door sluizen en waterkeringen. Daarom is het niet meer zo gemakkelijk om binnenwater te bereiken.
De Nederlandse Delta heeft alles te bieden voor een gezonde zeehondenpopulatie. Voor de Zeeuwse kust leefden ooit ruim 10.000 dieren. Vanaf het begin van de vorige eeuw daalde dat aantal dramatisch. Jacht was één van de boosdoeners. Maar ook de toenemende milieuvervuiling in de jaren vijftig en het aanleggen van de Deltawerken in de jaren zeventig.
Inmiddels nemen de aantallen gelukkig weer toe. In 2013 werden in het Zeeuwse en Zuid-Hollandse kustgebied 909 grijze en ongeveer 300 gewone zeehonden waargenomen. Wandelaars en badgasten kunnen steeds vaker van opduikende of zonnende dieren genieten. De grijze zeehond heeft de Oosterschelde en de Westerschelde opnieuw ontdekt. En wie weet straks ook het Haringvliet, als de kier in de dam groot genoeg zal zijn? Af en toe zwemmen ze al de Nieuwe Maas op. Dan wordt er eentje gezien in de Maashaven of in het Scheur. Een zeehond in hartje Rotterdam… allang geen utopie meer!

Ooit van de spindotter gehoord? Van deze bijzondere bloem komt het grootste deel van de wereldpopulatie rond Rotterdam voor. Op de benedenloop van de Elbe en de Schelde na dan. Rond Rotterdam zien we de spindotter in getijdenkreken, in rietkragen en greppels en in grienden en wilgenbossen van de Biesbosch, langs de Oude Maas en de Noord. De spindotter heeft zich aangepast aan sterk wisselende waterstanden zoals die horen bij getijdenwerking. Vanaf de Schelde in het zuidwesten tot aan de Elbe in het noordoosten. De spindotter is een typische plant van het zoetwatergetijdengebied. Het is een bijzondere dotter en uniek voor deze plek op aarde.
De getijdengebieden worden dagelijks twee maal door het tij overspoeld, Het slikkige milieu is daar zo dynamisch dat leven er eigenlijk overleven is. Het is een leven van uitersten. Het ene moment is het verdrinken, het andere moment is alles weer aan het verdrogen. De dotterspinnen hebben zich daar fantastisch aan aangepast. Wel nemen de aantallen af door ontwatering, bemesting en het steeds vroeger maaien. In de stedelijke omgeving vinden we de soort juist vaker. Het is namelijk een geliefde tuin- en parkplant, die veel wordt aangeplant en ook weer verwildert.
Wie spindotters wil zien, is in het voorjaar mooi op tijd; de eerste bloeiende exemplaren zijn eind maart gespot! Bezoek hiervoor bijvoorbeeld de Carnisse grienden, Klein Profijt, het Ruigeplaatbos of het Eiland van Brienenoord. Op die laatste loopt zelfs een echte getijdengeul. Eb en vloed zijn daar tot in het hart van de stad te beleven.

Palingen zijn taaie vissen met bijzondere eigenschappen. Het zijn enorm goede zwemmers, ze zijn bestand tegen extreme waterdruk en temperaturen, ze kunnen ook een vochtig weilandje oversteken. Ze kunnen heel oud worden; het Nederlands record is 88 jaar, bij vissen kun je dat meten aan de gehoorbeentjes. De paling heeft een levenscyclus die hem over de halve wereldbol voert. Tijdens zijn leven verandert de vis opmerkelijk van vorm en beweegt zich tussen zout en zoet water.
De paling is Nederlands cultuurgoed. Nog wel, want de soort staat als 'ernstig bedreigd' op de Rode Lijst. De Nederlandse palingstand is nog maar 3 procent van wat zij in 1970 was. Ondanks regulering, vangstbeperkingen en het jaarlijks uitzetten van miljoenen jonge aaltjes. De aalvisserij lijkt ten dode opgeschreven. In Volendam, de palinghoofstad van Nederland, zijn nog maar drie palingvissers actief.
Over de oorzaken wordt natuurlijk getwist. Overbevissing, habitatverlies, dijken, sluizen en gemalen die de trekkende vis de weg versperren. Maar ook ziekten, parasieten en aalscholvers worden genoemd. Elke belangengroep beweert iets anders. Maar zeker is dat de paling ons land niet binnen kan. En als hij binnen is kan hij er niet meer uit. Onze verstedelijkte rivierdelta zit potdicht. Een meer natuurlijke open delta is heel belangrijk voor de toekomst van trekvissen. De Nieuwe Waterweg van Rotterdam is de enige open riviermonding waar trekvissen zoals paling vrij doorheen kunnen zwemmen. Rotterdam als getijdenpark kan een welkome poort vormen voor paling!

Soms zie je langs de waterkant een metaalblauwe flits voorbij schieten in de lucht. Het gaat altijd snel, je moet het leren zien. Maar dan geeft het altijd een geluksgevoel, zo’n spectaculaire magentakleur in het Hollandse grijs: de ijsvogel! Een exotisch, tropisch ogend vogeltje, zomaar naast de mussen, spreeuwen en duiven van de stad. Juist in het waterrijke, multiculturele Rotterdam!
De ijsvogel komt vooral voor in het oosten en zuiden van het land. Ook in de Biesbosch leeft een flinke populatie. Maar ijsvogels in een grote stad? Ja, dat kan juist prima. Helder stromend water is wel nodig, zoals bij gemaaltjes en stuwtjes in de stadssingels. Bovendien is het in een stedelijke omgeving een paar graden warmer dan buiten de stad. Ook kent de stad geen roofdieren zoals bunzing of hermelijn, die op andere plekken nog wel eens de holletjes van ijsvogelnesten uitgraven. IJsvogels zelf “kraken” soms wel muizenholletjes. In de winter kan de ijsvogel bij grotere brakke of zoute wateren gezien worden, omdat deze langer ijsvrij blijven. Zout werkt als antivries. In die zin passen ijsvogels dus ook bij de delta en de Nieuwe Waterweg. Om een ijsvogel te zien moet je natuurlijk wel wat geluk hebben, maar vooral goed opletten. Ga maar eens kijken in het Kralingse bos. Of in Park De Twee Heuvels op Zuid of langs het Zuiddiepje op het Eiland van Brienenoord.

De held in dit verhaal is de Europese Atlantische steur. Een soort dino onder de vissen, in de Noordzee en onze rivieren een oeroude reus. De steur is zo’n 200 miljoen jaar oud en hij kan 3,5 meter lang worden. Het is een trekvis die zijn leven deels in zoet en deels in zout water doorbrengt. Deze beschermde diersoort is zeldzamer dan de zwarte neushoorn of de reuzenpanda. Kaviaar maakte de steur beroemd.
Nederland is beheerder van de Rijnmonding en Rotterdam is één van de toegangspoorten tot onze grote rivieren. Een gezonde en toekomstbestendige delta betekent, behalve veiligheid, hoogwaterbescherming en een bloeiende haven, dat planten en dieren een plek krijgen. Ook de steur, met in zijn kielzog andere trekvissen zoals zalm en paling. Allemaal hebben zij baat bij toegankelijke riviermondingen. De steur is een icoon voor een gezonde delta. Als geen andere diersoort maakt hij duidelijk hoe belangrijk het is dat rivier, monding en zee als een samenhangend natuurgebied functioneren. Ze verdwenen dan ook in de jaren ’50 van de vorige eeuw, door overbevissing en watervervuiling.
Nu zorgen we voor zijn terugkeer door het openen van sluizen en andere obstakels. Maar ook werken het Wereld Natuur Fonds, Sportvisserij Nederland en ARK Natuurontwikkeling aan een kweekprogramma. Deze organisaties willen meer te weten te komen over de al zo lang uitgestorven steur. Daarom hebben ze al twee keer steuren losgelaten in de Nieuwe Maas bij het Eiland van Brienenoord en in de Waal bij Nijmegen. De uitgezette steuren hebben een zender waarmee waardevolle informatie wordt verzameld. Zelf steuren zien kan in Diergaarde Blijdorp. Daar bevinden zich in het Oceanium een aantal Europese steuren.
 

Toekomstperspectief  binnenstedelijke Nieuwe Maas

Een dynamische rivier en een bruisende stad: samen het middelpunt van de Hollandse delta waar de moderne stad, de natuurlijke dynamiek, de haven en de scheepvaart samen gaan. Door plekken te maken waar je van het water kan genieten, door betere verbindingen langs en op het water wordt de Nieuwe Maas nog meer onderdeel van de stad. We zien de Nieuwe Maas als een parklandschap met veel groen en fijne plekken om te verblijven. En met mooie routes langs het water en verbindingen met de stad. Hoe we dat graag willen doen? Lees erover in de concept documenten: