Grondwater
Gepubliceerd op: 20-12-2016
Geprint op: 21-01-2019
https://www.rotterdam.nl/wonen-leven/grondwater/
Spring naar het artikel

Door allerlei oorzaken kan de grondwaterstand op een bepaalde plaats veranderen. Dit kan gevolgen hebben in openbaar gebied, maar ook op particulier terrein.

Bij problemen als gevolg van hoge grondwaterstand spreken we van grondwateroverlast. Bij particulieren kan bijvoorbeeld grondwater binnendringen in laag gelegen (kruip)ruimtes of kelders die niet waterdicht zijn. Of in tuinen die lager liggen dan de openbare ruimte.

In de openbare ruimte veroorzaakt een te hoge grondwaterstand soms opvriezende wegen of drassige parken. Als de gemeente verwacht dat de grondwaterstand te hoog wordt, kan er drainage in het openbare gebied komen. Dit is helaas niet altijd een oplossing voor particuliere problemen.

Grondwateronderlast

Het omgekeerde is ook mogelijk: problemen als gevolg van een lage grondwaterstand. Dit noemen we grondwateronderlast. Gebeurt dit in een gebied met houten funderingspalen, dan kunnen schimmels de palen aantasten. Bij langdurige droogstand kunnen funderingen (plaatselijk) bezwijken.

Ook in openbaar gebied kan een lage grondwaterstand nadelig zijn, er kunnen bijvoorbeeld verzakkingen optreden of groenvoorzieningen verdrogen.

  • Maak ondergrondse ruimtes zoals kelders en souterrains waterdicht. Dat kan zowel aan de binnen- als aan de buitenkant. Vraag een deskundig bedrijf om advies.
  • Vul een diepe kruipruimte aan met een laag schelpen of zand.
  • Leg drainage aan op eigen terrein. Deze kan worden aangesloten op een gemeentelijke voorziening in het openbare gebied (drainage of riool) of rechtstreeks op een watergang.
  • Laat de rioolaansluiting naar het gemeenteriool controleren. Wateroverlast in kelders/kruipruimtes wordt ook vaak veroorzaakt door een ondeugdelijke rioolaansluiting. Reparatie kan wateroverlast oplossen. En een pomp of terugslagklep kan wateroverlast voorkomen.
  • Zorg ervoor dat het regenwater dat op of rond de woning valt, goed wordt afgevoerd. Wateroverlast in kelders/kruipruimtes wordt ook vaak veroorzaakt door regenwater.
  • Laat regenwater in de bodem dringen in plaats van het te laten afstromen naar het riool. Bijvoorbeeld door verharding weg te halen en te vervangen door groen, waterpasserende of waterdoorlatende verharding aan te leggen, infiltratiebuizen aan te leggen, regenpijpen af te zagen etc.
  • Plaats een peilbuis op eigen terrein om de grondwaterstand in de gaten te houden.
  • Een funderingsonderzoek door een deskundig bedrijf kan de staat en resterende houdbaarheid van een fundering uitwijzen. Kijk voor meer informatie op het Funderingsloket

Grondwatermeetnet online

Rotterdam beheert een meetnet van ongeveer 2.000 peilbuizen en peilt daarmee regelmatig de grondwaterstanden in de stad. Deze gegevens zijn van belang voor de gemeente, maar ook interessant voor burgers en bedrijven. Daarom zijn deze gegevens digitaal beschikbaar op internet, zodat iedereen deze zelf kan opzoeken. De gegevens zijn te raadplegen via deze kaart.

  • Ga naar www.gis.rotterdam.nl. In de linker kolom onder de map Prowat vindt u het Grondwatermeetnet. In deze kaartlaag staan alle relevante peilbuizen. Vink het vakje aan.
  • Klik op 'Kaart tonen' in de rechterkolom. De kaart verschijnt. Zorg dat in de rechterkolom het vinkje voor 'Grondwatermeetnet' aan staat en selecteer vervolgens ook het informatie icoontje achter ‘Grondwatermeetnet’ (wordt donkerblauw).
  • Rechtsboven in de lichtblauwe balk zit een knop 'Locatie zoeken'. Als u hierop klikt, kunt u een straatnaam invullen en daarheen navigeren.
  • Door te klikken op een peilbuissymbool op de kaart, kunt u de gegevens van de betreffende peilbuis opvragen. Blauwe symbolen zijn peilbuizen die nu nog in gebruik zijn. Rode symbolen zijn peilbuizen die niet meer in gebruik zijn. Er verschijnt een scherm met algemene informatie, zoals de datum van plaatsing en de hoogte van het maaiveld ten opzichte van NAP (niet overal ingevuld).
  • Wanneer u doorklikt via 'Klik hier' verschijnt er een nieuw scherm met de grondwaterstanden. De getallen in de kolom 'Meetwaarde' geven de grondwaterstand ten opzichte van NAP weer. Door de gegevens te vergelijken met de hoogte van het maaiveld (ook ten opzichte van NAP) kunt u bepalen hoe diep het grondwater op een bepaalde plaats staat. Deze gegevens kunt u kopiëren en plakken in een Excel-werkblad en ze daarin verder bewerken (bijvoorbeeld om grafieken te maken). In de kolom 'Omschrijving' staat vermeld wat de reden is dat er soms geen meting heeft plaatsgevonden.

Hoogtemeeting maaiveld

Zoals hierboven vermeld, staat in het eerste scherm met algemene informatie ook de hoogte van het maaiveld. Deze informatie kan echter verouderd zijn of zelfs ontbreken. Met behulp van gis.rotterdam.nl kunt u ook een recente hoogtemeting van het maaiveld opzoeken.

  • Onder de map 'Kernregistratie Geografie' vindt u het Hoogtebestand Rotterdam. Hierin is voor verschillende jaren per deelgebied de maaiveldhoogte weergegeven.
  • Door op het +-teken voor een map te klikken opent u de onderliggende mappen.
  • Open de kaart en selecteer in de rechter kolom een of meerdere deelgebieden waarin u geïnteresseerd bent (vakje aanvinken).
  • Zoek vervolgens met de knop 'Locatie zoeken' de straat op waarin u geïnteresseerd bent.

Door te klikken in de kaart kunt u de precieze hoogte opvragen van een locatie. Voor de zekerheid kunt u het beste een aantal verschillende punten dicht bij elkaar opvragen, omdat aanwezige objecten zoals bomen en struiken een verkeerde hoogte kunnen opleveren. Ook daken van huizen liggen natuurlijk veel hoger. Let op! Alle weergegeven hoogtes zijn ten opzichte van NAP.

Om te kunnen oordelen over eventuele droogstand van een houten paalfundering, dient u ook te beschikken over de hoogtegegevens van het funderingshout ten opzichte van NAP (bijvoorbeeld te vinden op de bouwtekeningen). Eigenaren zijn zelf verantwoordelijk voor het verzamelen van die gegevens. Met een funderingsonderzoek kan de actuele hoogteligging worden bepaald.

Om te kunnen zien of uw pand zich in een risicogebied voor funderingsproblemen bevindt, kunt u de risicokaart van het Funderingsloket raadplegen.

Grondwaterzorgplicht

Sinds 2008 is de 'Wet gemeentelijke watertaken' van kracht. Deze is per december 2009 opgegaan in de ‘Waterwet’. In de wet is een gemeentelijke zorgplicht voor grondwater opgenomen. Dit betekent níet dat de gemeente aansprakelijk is voor grondwaterproblemen, maar zij is wél aanspreekbaar. In Rotterdam staan de hoofdlijnen van het grondwaterbeleid in het Gemeentelijk Rioleringsplan:

Belangrijke begrippen

De gemeentelijke zorgplicht voor het grondwater kent een aantal belangrijke begrippen.

De gemeente neemt alleen maatregelen in het openbaar gebied, waarvan de gemeente eigenaar en beheerder is. De grond- of huiseigenaar is zelf verantwoordelijk voor maatregelen tegen grondwaterproblemen op eigen terrein.

Dit geldt ook voor funderingsproblemen. Ondergrondse gebruiksruimtes van panden, zoals een kelder of een souterrain, moeten volgens de bouwregelgeving waterdicht zijn. Als dit niet het geval is, is er sprake van een bouwkundig probleem waarvoor de eigenaar zelf verantwoordelijk is.

Drainage eigen terrein

Wanneer huiseigenaren drainage op eigen terrein aanleggen om overtollig grondwater af te voeren, kan de gemeente het water in het openbare gebied inzamelen en verder transporteren. Op deze manier kunnen voorzieningen in het openbare gebied helpen tegen problemen op particuliere percelen. Net als bij de rioolaansluiting het geval is, is de particulier verantwoordelijk voor zijn eigen drainage tot en met de aansluiting op gemeentelijke voorziening.

Drainage wordt bij voorkeur direct aangesloten op het oppervlaktewater of op een verzameldrainage naar het oppervlaktewater. De gemeente hanteert het uitgangspunt dat het singelpeil maatgevend is voor de grondwaterstand. Als dit niet doelmatig is, kan onder voorwaarden aansluiting op het gemeenteriool worden toegestaan.

Grondwaterstand verhogen

Omgekeerd zijn ook maatregelen mogelijk om het grondwater juist aan te vullen. Dat kan door regen in de bodem te laten dringen in plaats van het af te voeren naar het riool. In gebieden met grondwateronderlast kan rioolherstel of -vervanging helpen. De gemeente streeft ernaar om in de risicogebieden voor funderingsschade in de periode tot 2021 waar nodig de riolering te vervangen of herstellen.

In Rotterdam heeft de gemeente een minimaal gewenste ontwateringsdiepte vastgesteld voor de openbare ruimte van 0,80 meter voor straten, pleinen en trottoirs en 0,50 meter voor openbaar groen. De grondwaterstand wordt daarbij afgemeten ten opzichte van het uitgiftepeil van de openbare ruimte en niet ten opzichte van de actuele hoogte van het maaiveld. Problemen met grondwater zijn namelijk in veel gevallen niet zo zeer te wijten aan een te hoge grondwaterstand, maar aan een te laag (verzakt) maaiveldniveau.

De gemeente spreekt over nadelige gevolgen als de gebruiksmogelijkheden en/of de waarde van een terrein of pand worden verminderd door een te hoge of te lage grondwaterstand.

Nadelige gevolgen kunnen zowel in de openbare ruimte als op particulier terrein optreden. Voorbeelden zijn gezondheidsklachten voor bewoners/gebruikers van panden, schade aan vloeren en/of wanden, schade aan wegconstructies of kabels en leidingen en funderingsschade, als gevolg van droogstand van houten funderingspalen.

Klimatologische omstandigheden als neerslag of een hoge rivierwaterstand kunnen leiden tot een tijdelijk hogere grondwaterstand. Dit kan tijdelijk overlast geven.

Maar het hoeft de gebruiksfunctie van een perceel op de langere termijn (structureel) niet te belemmeren. Bij tijdelijke problemen met grondwater moet de perceeleigenaar zelf  maatregelen nemen om de overlast te beperken.

Rekenregel

De gemeente Rotterdam hanteert een rekenregel om te bepalen op de grondwaterstand structureel te hoog is (let op: dit zegt nog niets over de vraag of er ook sprake is van nadelige gevolgen). Als bij meer dan 30% van de gemeentelijke peilingen van de grondwaterstand de ontwateringsdiepte te klein is (of juist te groot), dan spreken we van structureel.

Rekenvoorbeeld: twaalf peilingen in een jaar, waarvan vier keer een te kleine ontwateringsdiepte gemeten wordt = 33% = structureel. Om een goede berekening te kunnen maken, is vaak aanvullend onderzoek nodig. Over een langere periode meetgegevens verzamelen, de meetfrequentie van de peilbuizen verhogen, extra peilbuizen bijplaatsen.

Als de gemeente heeft vastgesteld dat er sprake is van structurele grondwateroverlast of -onderlast, kan zij overwegen maatregelen te treffen op openbaar terrein. Daarbij hoort een doelmatigheidsafweging.

Dit gaat alleen over bovengronds gebruik, zoals wonen, werken, recreatie en verkeer. Ondergrondse bouwwerken als parkeergarages en tunnels moeten zo geconstrueerd zijn dat de waterdichtheid gegarandeerd is. Zoals eerder gezegd, geldt dit ook voor kelders en souterrains van particuliere woningen en bedrijven.

Ook bij grondwaterproblemen is voorkomen beter dan genezen. Bij de inrichting van (nieuw) stedelijk gebied houdt de gemeente al rekening met het grondwater, met behulp van het bestemmingsplan en de gemeentelijke bouwverordening. Ook stelt de gemeente uitgiftepeilen vast voor gebieden. Dat is de hoogte (ten opzichte van NAP) die het openbare gebied hoort te hebben. Daarbij speelt de gewenste ontwateringsdiepte een rol.

De grondwaterstanden in stedelijk gebied worden beïnvloed door veel factoren, waardoor een sterk wisselend beeld ontstaat in plaats en tijd. Peilbeheer van het grondwater is daarom een onmogelijke opgave in de stad. De wet houdt hier rekening mee en legt gemeenten daarom slechts een inspanningsverplichting op en geen resultaatverplichting. Vandaar het begrip 'zoveel mogelijk' in de wettekst.

Doelmatig wil zeggen dat de gemeente bij problemen met grondwater telkens een zorgvuldige afweging moet maken tussen kosten en baten. Het betekent dat maatregelen zowel effectief als efficiënt moeten zijn.

De effectiviteit wordt bepaald door invloed van een maatregel op een situatie of probleem. Bij efficiëntie gaat het vooral om een afweging van het risico en de kosten van een maatregel. Bij deze afweging worden diverse vragen  beantwoord:

  • wat is de omvang en de duur van de overlast of onderlast
  • hoeveel percelen/gebouwen zijn getroffen
  • wat is de gebruiksfunctie daarvan
  • wat zijn de financiële gevolgen van de overlast of onderlast
  • welke oplossingen zijn mogelijk
  • tegen welke kosten

Op basis hiervan beslist de gemeente of zij maatregelen in de openbare ruimte treft. De gemeente werkt integraal en gebiedsgericht. Dit betekent dat we de aanleg van voorzieningen bij voorkeur meenemen bij al geplande werkzaamheden aan het riool, de weg of het openbaar groen. Lopende onderhouds- en vervangingsprogramma's zijn dus van belang bij de doelmatigheidsafweging.

Provincie en waterschappen

Tenslotte spelen de provincie en waterschappen ook een rol. Waterschappen beheren het peil van het oppervlaktewater dat een sterke relatie heeft met het grondwater. De provincie en de waterschappen verlenen vergunningen voor grondwateronttrekkingen. In het kader van de zorgplicht voor grondwater werkt de gemeente dan ook nauw samen met deze partijen.

Vervuiling

Menselijke activiteiten kunnen leiden tot vervuiling van het grondwater. Dit noemen we ook wel verontreiniging. Denk bijvoorbeeld aan morsingen/lozingen van olieproducten of ophooglagen van puin/afval. Contact met verontreinigd grondwater kan schadelijk zijn voor de gezondheid van mens en dier. Bovendien kan verontreiniging zich via het grondwater verspreiden, waardoor een groter gebied vervuild raakt. Ook verspreiding naar boven of naar beneden is mogelijk. Meer informatie over de kwaliteit van de bodem en het grondwater in Rotterdam is opvraagbaar bij de DCMR Milieudienst Rijnmond.

Meer informatie

Heeft u vragen of opmerkingen stuur dan een bericht aan het Waterloket via waterloket@rotterdam.nl.