Bijstandsuitkering
Gepubliceerd op: 13-03-2019
Geprint op: 05-10-2022
https://www.rotterdam.nl/werken-leren/bijstandsuitkering/
Ga naar de hoofdinhoud

Als u geen recht heeft op een andere uitkering, dan kunt u een bijstandsuitkering bij de gemeente aanvragen. Met deze uitkering betaalt u noodzakelijke kosten zoals huur, boodschappen, kleren, schoenen en een ziektekostenverzekering.

U kunt een bijstandsuitkering aanvragen bij de gemeente als deze voorwaarden voor u gelden:

  • U woont rechtmatig in Nederland.
  • U bent 18 jaar of ouder maar ontvangt nog geen AOW.
  • U heeft niet genoeg inkomen of eigen vermogen en u kunt geen beroep doen op een andere voorziening of uitkering.
  • U zit niet in de gevangenis of een huis van bewaring.

Ben je tussen de 18 en 27 jaar en wil je een bijstandsuitkering aanvragen? Meld je dan aan bij het Jongerenloket.

Aanvraag uitkering

Uw aanvraag doet u digitaal. Bij de aanvraag gebruikt u uw DigiD.
Na het invullen van een aantal vragen krijgt u een advies en of u mogelijk recht heeft op een uitkering.
Als u dat wilt kunt u daarna een uitkering aanvragen.

Na de aanvraag vragen we u om een aantal vragenlijsten in te vullen. We sturen de vragenlijsten per e-mail naar u op.
Het is belangrijk dat u deze vragenlijsten helemaal invult. Zo kunnen wij u beter helpen.

Voor zzp’ers

Bent u zzp’er en wilt u een uitkering aanvragen dan kan dat via Regionaal Bureau Zelfstandigen (RBZ).

Als u geen digitale aanvraag kunt doen

Als u thuis geen computer of laptop heeft, dan kunt u op locatie Centrum een uitkering aanvragen. Daar zijn medewerkers die u kunnen helpen.
Heeft u meer ondersteuning nodig, dan maakt de medewerker een afspraak met u. Dan maken we meer tijd om u bij uw aanvraag te helpen.  

Wat gebeurt er als u uw aanvraag heeft gedaan

Een aantal dagen na uw aanvraag neemt een inkomensconsulent telefonisch contact met u op. Deze inkomensconsulent is uw eerste aanspreekpunt.
De inkomensconsulent neemt de aanvraag met u door.
Als u nog meer informatie moet opsturen dan worden hier afspraken over gemaakt.
De inkomensconsulent vertelt u wat u kunt verwachten tot het besluit op de aanvraag.

We kunnen u na uw aanvraag ook uitnodigen voor een gesprek met een werkcoach voor een werkintake.
Tijdens het gesprek bespreken we hoe het met u gaat en welke ondersteuning u nodig heeft.
Bijvoorbeeld bij het oplossen van schulden of wegwerken van een taalachterstand.

Nadat u uw bijstandsaanvraag heeft ingediend, duurt het nog enkele weken voordat u uw eerste uitkering krijgt.
In die weken heeft u waarschijnlijk al kosten. U moet bijvoorbeeld uw huur, uw verzekeringen en de boodschappen betalen.
Lees op de pagina Wettelijk voorschot, overbruggingsuitkering en voorschot broodnood wat er kan.

  • We proberen om uw aanvraag binnen 2 tot 4 weken te behandelen. De wettelijke termijn voor het behandelen van uw aanvraag is 8 weken.
  • U ontvangt hiervan per post een besluit.
  • De inkomensconsulent belt u om dit besluit toe te lichten.

De gemeente vraagt u om bewijsstukken.
Kunt u bepaalde gegevens niet laten zien en is dat niet uw schuld? Zeg dat dan meteen bij de aanvraag.
 U krijgt dan de tijd om die gegevens te zoeken of aan te vragen. Die tijd wordt wel bij de aanvraagtermijn van maximaal 8 weken opgeteld.

Heeft de gemeente niet op tijd gereageerd op uw aanvraag of bezwaarschrift? Dan kunt u via de pagina Dwangsom de gemeente Rotterdam in gebreke stellen en een dwangsom vragen.

Als uw aanvraag voor een bijstandsuitkering is goedgekeurd, krijgt u een uitnodiging voor een gesprek met uw vaste werkcoach.
Met uw werkcoach bespreekt u uw mogelijkheden om weer aan het werk te gaan.

Als u nog niet kunt werken, gaat u samen met de gemeente na wat u nodig heeft om wel aan het werk te kunnen.
Ook hierover maakt u afspraken met de gemeente.

De gemeente moet er zeker van zijn dat u recht heeft op een bijstandsuitkering. En dat u het juiste bedrag krijgt.
Als u de gemeente informatie geeft die niet klopt, kunt u te veel of te weinig geld krijgen. U loopt ook het risico op een waarschuwing of boete.  
U heeft dus een inlichtingenplicht. Dat betekent dat u veranderingen in uw persoonlijke-, gezins-, woon- en/of financiële situatie altijd direct moet doorgeven, of uiterlijk binnen 2 weken, aan de gemeente met de wijzigingsformulieren.

Als u werk vindt geeft u dit direct aan de gemeente door. Als uw loon hoger is dan de bijstand, stopt uw uitkering.
Uw uitkering stopt bijvoorbeeld:

  • Als u gaat samenwonen met iemand die voldoende inkomsten heeft.
  • Als u een erfenis, schenking of geldprijs krijgt waardoor u voldoende eigen vermogen heeft.
  • Als u recht heeft op een andere uitkering.
  • Als u Als u recht heeft op een volledig AOW-pensioen.
  • verhuist naar een andere gemeente.
  • Als u geen of onvoldoende informatie verstrekt die nodig is om het recht op een uitkering vast te stellen.
  • Als u fraudeert.
  • Als u naar de gevangenis gaat.

Hoogte bijstandsuitkering

Het basisbedrag voor een bijstandsuitkering is het wettelijk minimumloon.
De hoogte van uw uitkering hangt af van verschillende dingen.
Op de pagina hoogte bijstandsuitkering leest u wat van invloed kan zijn op de hoogte van uw uitkering, de bijstandsnorm en de hoogte van het vakantiegeld.

Ontvangt u een bijstandsuitkering en woont u samen met anderen van 21 jaar of ouder in één huis?
Dan kan voor u de kostendelersnorm gelden.
Ook als u een IOAW- of een IOAZ-uitkering heeft.
Het aantal mensen waarmee u in een huis woont, bepaalt de hoogte van uw bijstandsuitkering.

Als u een bijstandsuitkering aanvraagt, kijkt de gemeente naar uw vermogen. U mag niet te veel eigen bezit hebben, want bezit telt mee als vermogen.
Woont u samen met uw echtgenoot of deelt u huishoudkosten met iemand? Dan telt het inkomen en het vermogen van deze persoon ook mee. 
Het vermogen van thuiswonende kinderen jonger dan 18 jaar telt ook mee.

Voorbeelden van vermogen zijn:

  • contant geld en geld op uw spaar- en bankrekeningen
  • contant geld of geld op de bank- en spaarrekeningen van uw inwonende kinderen jonger dan 18 jaar
  • huis, bedrijf of grond in het buitenland
  • woonboot of caravan
  • onverdeelde boedel
  • levensverzekering
  • aandelen
  • antiek
  • auto of ander motorvoertuig boven de 2.300 euro
  • sieraden en waardevolle verzamelingen.

De normale spullen die bijna alle mensen in huis hebben, horen niet bij het vermogen. Bijvoorbeeld een wasmachine of televisie.
Ook bezittingen die dringend nodig zijn (bijvoorbeeld een aan uw handicap aangepaste auto) horen niet bij het vermogen.

Vrij te laten vermogen

U mag vermogen hebben tot een bepaald bedrag. Dit heet 'vrij te laten vermogen'.
Als u schulden hebt, trekt de gemeente die van uw vermogen af.

De maximale waarde van dit vermogen is per 1 januari 2022:

  • voor gezinnen en alleenstaande ouders: € 13.010
  • voor alleenstaanden: € 6.505
  • maximale vrijlating waarde eigen woning: € 54.900

Heeft u meer vermogen? Dan mag u dit extra vermogen niet te snel opmaken en alleen gebruiken voor noodzakelijke uitgaven.
U mag per maand maximaal 1,5 keer de voor u geldende bijstandsnorm uitgeven.

Uitvaartkosten

Heeft u voor toekomstige begrafenis- of crematiekosten een bijzondere regeling getroffen?
Dan gelden andere (extra) vrijlatingen:

  • Gezinnen en alleenstaande ouders mogen maximaal € 8.600 apart zetten voor uitvaartkosten.
  • Een alleenstaande mag maximaal € 4.300 apart zetten voor uitvaartkosten.

​Let op! Het geld moet staan op een geblokkeerde bank-, spaar-, deposito- of andere rekening.
Deze bedragen zijn lager als u ook verzekerd bent voor de uitvaartkosten.

Een eigen woning of woonboot ziet de gemeente als een onderdeel van uw vermogen.
De gemeente controleert hoeveel vermogen er in uw woning zit en kijkt naar de overwaarde van uw woning.
Dit is de huidige waarde van uw woning min de nog niet afgeloste hypotheek.
Waar u aan moet voldoen, hangt af van de overwaarde van uw woning: hoger of lager dan € 54.900 (in 2022).

De gemeente bepaalt of u de uitkering als lening krijgt (krediethypotheek) of als een geldbedrag dat u niet hoeft terug te betalen.
Het kan zijn dat u een deel van de overwaarde van uw woning moet gebruiken om van te leven. Maar u hoeft uw huis nooit helemaal 'op te eten'.

Een belangrijke voorwaarde dat u de woning of woonboot zélf bewoont en niet heeft verhuurd.
Verhuur van de woning of woonboot betekent dat u deze ook kunt verkopen en van de opbrengt een bepaalde periode kunt leven.

Krediethypotheek

Wanneer u de woning of woonboot zelf bewoont, bekijkt de gemeente of u een krediethypotheek kunt krijgen.
De bijstandsuitkering wordt dan als lening gegeven in de vorm van een krediethypotheek.
Een krediethypotheek is een hypotheek die de gemeente op uw woning neemt. Dit gebeurt alleen als er sprake is van overwaarde.
U heeft overwaarde als uw woning meer waard is dan het bedrag dat u nog als hypotheekschuld moet terugbetalen.

Om overwaarde te bepalen, taxeert een beëdigd makelaar uw woning. Deze makelaar bepaalt ook of u een krediethypotheek kunt krijgen.
De gemeente wijst de makelaar aan in overleg met u. De makelaar bepaalt de waarde van uw woning op dat moment.

Daarna wordt van de getaxeerde waarde een aantal bedragen afgetrokken:

  • Het bedrag van uw hypotheek dat nog niet is afgelost. Het gaat hierbij om uw normale hypotheek, die u bij een bank heeft lopen.
  • Een vrij te laten bedrag.

Het bedrag dat na deze berekening overblijft, ziet de gemeente als restoverwaarde op uw woning.
Voor het bedrag van deze restoverwaarde wordt een krediethypotheek afgesloten en betaalt de gemeente uw uitkering.
U krijgt uw uitkering dus in de vorm van een lening.
Met andere woorden: u betaalt uw eigen uitkering van de restoverwaarde van uw woning.

Als inkomen telt mee:

  • al uw inkomsten uit werk, uw bedrijf of andere uitkeringen
  • alimentatie voor u of uw kinderen
  • sommige heffingskortingen van de Belastingdienst
  • studiefinanciering
  • giften.

De gemeente bekijkt bij uw aanvraag of u recht heeft op een andere voorziening of uitkering.
Als u aanspraak kunt maken op een andere voorziening of uitkering dan kan dit betekenen dat u geen recht op een bijstandsuitkering hebt. Of dat u een lagere bijstandsuitkering krijgt.

Uw uitkering van de gemeente loopt door tot u de AOW-leeftijd bereikt.
Dit geldt voor de bijstandsuitkering, de IOAW-uitkering, de IOAZ-uitkering en de bijstandsuitkering voor zelfstandigen (Bbz).

Wet taaleis

Het is makkelijker werk te vinden als u de Nederlandse taal goed begrijpt.
De gemeente verwacht daarom dat u aan de Wet taaleis voldoet.
Dit betekent dat werkzoekenden het Nederlands beheersen op het niveau van groep 8 van de basisschool (het 1F of A2 niveau).
U beheerst de Nederlandse taal op dit niveau als u een opleiding in Nederland heeft gevolgd, die is gegeven in het Nederlands en u dit kunt aantonen.
Als u dit niet kunt aantonen, nodigt de gemeente u uit voor een taaltoets.
Op de pagina Taaleis bijstand leest u meer informatie.

Meer informatie

Gemeente Rotterdam vindt het belangrijk u juiste, volledige en actuele informatie te bieden. Omdat we dit niet altijd kunnen garanderen, kunt u geen rechten aan deze informatie ontlenen. Wilt u meer weten? Neemt u dan contact met ons op.