Ga naar de hoofdinhoud

Leestijd: 10 min

Grondwater

Grondwater is water dat via sloten, meren en rivieren in de bodem is gezakt, of regenwater dat de bodem intrekt tot het niet meer verder kan. Als de bodem geen water meer kan opnemen, noemen we dat verzadiging van de grond.

De hoogte van deze verzadiging noemen we de grondwaterstand of het grondwaterpeil. Al het water dat onder deze hoogte zit heet grondwater.

Grondwateroverlast

Als een hoge grondwaterstand problemen oplevert, spreken we van grondwateroverlast. Zo kan grondwater bijvoorbeeld binnendringen in lage (kruip)ruimtes, tuinen of niet-waterdichte kelders.

In de openbare ruimte veroorzaakt een te hoge grondwaterstand soms opvriezende wegen of drassige parken. Als we verwachten dat de grondwaterstand te hoog wordt, kunnen we het water dat er ligt draineren (afvoeren naar sloten). Dit is helaas niet altijd een oplossing voor problemen bij mensen thuis.

Door allerlei oorzaken kan de grondwaterstand op een bepaalde plaats veranderen. Dit kan gevolgen hebben in openbaar gebied, maar ook op particulier terrein.

  • Maak ondergrondse ruimtes, zoals kelders en souterrains, waterdicht. Dat kan zowel aan de binnen- als aan de buitenkant. Vraag als het nodig is een deskundig bedrijf om advies.
  • Vul een diepe kruipruimte aan met een laag schelpen of zand.
  • Leg drainage (waterafvoer) aan op uw eigen terrein. Deze kunt u aansluiten op een gemeentelijke drainage of het riool, of rechtstreeks op een watergang.
  • Laat uw huisaansluiting naar het gemeenteriool controleren. Wanneer deze niet meer voldoende werkt, kan dit wateroverlast in kelders of kruipruimtes veroorzaken. U kunt deze aansluiting makkelijk laten repareren. Ook een pomp of terugslagklep in uw aansluiting voorkomt wateroverlast.
  • Zorg ervoor dat het regenwater dat op of rond de woning valt, goed wordt afgevoerd. Wateroverlast in kelders en kruipruimtes wordt ook vaak veroorzaakt door regenwater.

Grondwateronderlast

Het omgekeerde is ook mogelijk: problemen door een lage grondwaterstand. Dit noemen we grondwateronderlast. Bij grondwateronderlast kunnen schimmels houten funderingspalen aantasten. En bij langdurige droogstand kunnen deze funderingen zelfs plaatselijk bezwijken.

Ook in de openbare ruimte kan een lage grondwaterstand nadelig zijn. Denk bijvoorbeeld aan verzakkingen of het verdrogen van groenvoorzieningen.

  • Laat regenwater niet afstromen naar het riool, maar laat het in de bodem dringen. Bijvoorbeeld door harde stenen in uw tuin te vervangen door planten, gras, waterpasserende of waterdoorlatende verharding aan te leggen, infiltratiebuizen aan te leggen of regenpijpen af te zagen  (afkoppelen).
  • Plaats een peilbuis op uw terrein om de grondwaterstand in de gaten te houden.
  • Laat een deskundig bedrijf een funderingsonderzoek uitvoeren. Hiermee komt u achter de staat en houdbaarheid van uw fundering. Kijk voor meer informatie op onze pagina over het Funderingsloket.

De stand van het grondwater meten

We meten de stand van het grondwater in Rotterdam eens per maand handmatig via ongeveer 2.000 peilbuizen. Hierdoor krijgen we inzicht in de algemene grondwaterstand. De plotselinge extreme waarden, bijvoorbeeld bij hoosbuien, komen hier alleen niet goed mee in beeld.

Daarom hebben 300 peilbuizen sinds 2020 automatische loggers die elke 4 uur een meting doen. Deze automatische loggers maken gebruik van Long Range. Dit is een systeem dat met heel weinig stroomverbruik, en zonder gebruik van WiFi, kleine hoeveelheden informatie kan verzenden. Op dit moment komen de gegevens alleen nog bij ons binnen. Maar op termijn maken we ze voor iedereen met interesse toegankelijk.

Grondwatermeetnet online

Benieuwd naar de stand van het grondwater bij u in de buurt of in een andere wijk van Rotterdam? Bekijk deze cijfers makkelijk zelf via deze kaart.

  • Ga naar gis.rotterdam.nl. In de linkerkolom vindt u de map Prowat. Klik op het plusje links daarvan en vink vervolgens het vakje aan naast Grondwatermeetnet. In deze kaartlaag staan alle relevante peilbuizen.
  • Klik in de rechterkolom op de groene knop Kaart tonen. Hierdoor verschijnt de kaart. Zorg dat in de rechterkolom het vinkje voor Grondwatermeetnet aanstaat. Selecteer vervolgens ook het informatie-icoontje, met de letter i, dat hierachter staat. Als u dit heeft gedaan, wordt het icoontje donkerblauw.
  • Rechtsboven in de lichtblauwe balk zit een knop Locatie zoeken. Als u hierop klikt, kunt u een straatnaam invullen en daarheen navigeren.
  • U ziet nu blauwe en rode symbolen. Blauwe symbolen zijn peilbuizen die nu nog in gebruik zijn. Rode symbolen zijn peilbuizen die niet meer in gebruik zijn. U kunt op een rood of blauw symbool klikken om de gegevens van die peilbuis op te vragen. Let op: niet elke peilbuis toont gegevens over de hoogte van het maaiveld ten opzichte van NAP.
  • Onderaan het overzicht met gegevens staat Klik hier. Via deze link komt u op een nieuw scherm met de grondwaterstanden. De getallen in de kolom onder Meetwaarde tonen de grondwaterstand ten opzichte van NAP. Als u deze gegevens vergelijkt met de hoogte van het maaiveld, ook ten opzichte van NAP, kunt u bepalen hoe diep het grondwater op een bepaalde plaats staat. De hoogte van het maaiveld vindt u onder de kolom Peilbuis.
  • Heeft er bij een peilbuis bij u in de buurt geen meting plaatsgevonden? Dan vindt u onder de kolom Meetwaarden onder de omschrijving wat de reden daarvoor was.

Hoogtemeeting maaiveld

Informatie over de hoogte van het maaiveld bij u in de buurt kan verouderd zijn of zelfs ontbreken. In dat geval kunt u zelf een recente hoogtemeting van het maaiveld opzoeken.

  • Ga opnieuw naar gis.rotterdam.nl. In de linkerkolom vindt u helemaal bovenaan de map Kernregistratie Geografie. Klik op het plusje links daarvan en vink vervolgens het vakje aan naast Hoogtebestand Rotterdam. Hier vindt u per deelgebied de maaiveldhoogte, van verschillende jaren.
  • Door op het plusje voor een map te klikken, opent u de onderliggende mappen. Selecteer de map waarin u geïnteresseerd bent door op het vakje links ervan te klikken.
  • Open de kaart en klik in de rechterkolom een of meerdere deelgebieden aan waarvan u de gegevens wilt zien. Klik ook op het informatie-icoontje, met de letter i, dat hierachter staat. Als u dit heeft gedaan, wordt het icoontje donkerblauw.
  • Zoek vervolgens met de knop Locatie zoeken naar de straat waarover u meer wilt weten.

Door in de kaart te klikken, vindt u de hoogte van een locatie ten opzichte van NAP. Soms klopt de hoogte niet helemaal, doordat er bijvoorbeeld bomen of struiken op die plek kunnen staan. Voor de zekerheid kunt u daarom het best een aantal verschillende punten dicht bij elkaar aanklikken. Ook daken van huizen liggen natuurlijk veel hoger. In 2019 corrigeerden we de meeste peilbuizen voor het laatst. Hierdoor kunnen de huidige meetwaarden iets afwijken van die voor dit jaar.

Om te kunnen beoordelen of uw houten paalfundering droog zou kunnen staan, heeft u de hoogtegegevens van het funderingshout ten opzichte van NAP nodig. Deze vindt u bijvoorbeeld op de bouwtekeningen. Als huiseigenaar bent u zelf verantwoordelijk voor het verzamelen van die gegevens. Met een funderingsonderzoek kan de actuele hoogteligging worden bepaald.

Om te kunnen zien of uw pand zich in een risicogebied voor funderingsproblemen bevindt, kunt u de risicokaart van het Funderingsloket raadplegen.

Grondwaterzorgplicht

Sinds 2008 geldt de Wet gemeentelijke watertaken, die per december 2009 is opgegaan in de Waterwet. Vanuit deze wet dragen we gemeentelijke zorgplicht voor grondwater. Dit betekent níet dat de we aansprakelijk zijn voor grondwaterproblemen, maar we zijn wél aanspreekbaar. 

De hoofdlijnen van ons grondwaterbeleid staan in het Gemeentelijk Rioleringsplan.

Belangrijke begrippen

Wanneer we spreken over de gemeentelijke zorgplicht voor het grondwater, hebben we het vaak over een aantal belangrijke begrippen. Hieronder lichten we die toe.

We nemen alleen maatregelen in het openbaar gebied. Bent u grond- of huiseigenaar? Dan bent u dus zelf verantwoordelijk voor maatregelen tegen grondwaterproblemen en funderingsproblemen op uw eigen terrein.

Ondergrondse gebruiksruimtes van panden, zoals kelders of souterrains, moeten volgens de bouwregelgeving waterdicht zijn. Als dit niet het geval is, is er sprake van een bouwkundig probleem. Ook hiervoor bent u als eigenaar zelf verantwoordelijk.

Drainage van het eigen terrein

Wanneer u als huiseigenaar drainage op uw eigen terrein aanlegt om overtollig grondwater af te voeren, kunnen we het water in het openbare gebied inzamelen en verder transporteren. Zo helpen voorzieningen in het openbare gebied tegen problemen op particuliere grond. Als particulier bent u verantwoordelijk voor uw eigen drainage tot en met de aansluiting op de gemeentelijke voorziening.

Sluit drainage bij voorkeur direct aan op het oppervlaktewater of op een gemeentelijke drainage naar het oppervlaktewater. We hanteren het uitgangspunt dat het singelpeil maatgevend is voor de grondwaterstand. Als dit niet doelmatig is, staan we onder voorwaarden aansluiting op het gemeenteriool toe.

Grondwaterstand verhogen

Omgekeerd zijn er ook maatregelen mogelijk om het grondwater juist aan te vullen. Dat kan door regen in de bodem te laten dringen in plaats van het af te voeren naar het riool. In gebieden met grondwateronderlast kan rioolherstel of -vervanging helpen. In de risicogebieden voor fundering streven we ernaar om rioolvervanging versneld uit te voeren. In deze gebieden leggen we, waar nodig, tijdens de vervanging een DIT-leiding aan. Zo bieden we bewoners de mogelijkheid hun grondwaterstand te verhogen.

Zakkende bodem

Door langdurige regenval kan de grondwaterstand tijdelijk hoger worden. Maar hoge grondwaterstanden kunnen ook veroorzaakt worden door de zetting van de bodem. Rotterdam is namelijk gebouwd op een slappe bodem die jaarlijks zakt. Hierdoor verzakt ook het maaiveld, waardoor de afstand tot het grondwater kleiner wordt. Periodiek ophogen van uw terrein of tuin kan wateroverlast voorkomen.

Met nadelige gevolgen van een te hoge of te lage grondwaterstand, bedoelen we dat grondwater de waarde van een terrein of pand vermindert of ervoor zorgt dat mensen daar niet meer willen zijn. Dit komt bijvoorbeeld doordat er kans is op gezondheidsproblemen voor bewoners of gebruikers van panden, of doordat er schade ontstaat aan vloeren en wanden, wegconstructies, kabels, leidingen en funderingen.

Neerslag of een hoge rivierwaterstand leiden soms tijdelijk tot een hogere grondwaterstand. Dit kan overlast geven. Als u eigenaar van een perceel bent, moet u zelf maatregelen nemen om deze tijdelijke overlast te beperken.

Als de gemeente heeft vastgesteld dat er sprake is van structurele grondwateroverlast of -onderlast, kan zij overwegen maatregelen te treffen op openbaar terrein. Daarbij hoort een doelmatigheidsafweging.

Rekenregel

Als bij meer dan 30% van de gemeentelijke peilingen van de grondwaterstand het verschil tussen het maaiveld en de grondwaterstand (de ontwateringsdiepte) te klein of te groot is, dan spreken we van een structureel probleem.

Stel dat we 12 peilingen in een jaar doen, waarbij we 4 keer een te kleine ontwateringsdiepte meten. Dan is dat 33% en dus structureel. Om vervolgens een goede berekening te maken van de overlast, moeten we vaak aanvullend onderzoek doen. Zo moeten we over een langere periode meetgegevens verzamelen, de meetfrequentie van de peilbuizen verhogen, en extra peilbuizen bijplaatsen.

Bouwbesluiten gaan alleen over bovengronds gebruik. Denk aan wonen, werken, recreatie en verkeer. Ondergrondse bouwwerken, zoals parkeergarages en tunnels, moeten in de constructie waterdichtheid garanderen. Dit geldt ook voor kelders en souterrains van particuliere woningen en bedrijven.

Ook bij grondwaterproblemen is voorkomen beter dan genezen. Bij de inrichting van (nieuw) stedelijk gebied houdt de gemeente al rekening met het grondwater, met behulp van het bestemmingsplan en de gemeentelijke bouwverordening. Ook stelt de gemeente uitgiftepeilen vast voor gebieden. Dat is de hoogte (ten opzichte van NAP) die het openbare gebied hoort te hebben. Daarbij speelt de gewenste ontwateringsdiepte een rol.

Ook bij grondwaterproblemen is voorkomen beter dan genezen. Bij de inrichting van (nieuw) stedelijk gebied houden we dus al rekening met het grondwater, met behulp van het bestemmingsplan en de gemeentelijke bouwverordening. Ook stellen we uitgiftepeilen vast voor gebieden. Dat is de hoogte (ten opzichte van NAP) die het openbare gebied hoort te hebben. Daarbij speelt de gewenste ontwateringsdiepte een belangrijke rol.

Doelmatigheid betekent dat we bij problemen met grondwater steeds een zorgvuldige afweging moeten maken tussen wat het gaat kosten en wat het oplevert. Maatregelen moeten zowel effectief als efficiënt zijn.

De effectiviteit is de invloed van een maatregel op een situatie of probleem. En efficiëntie gaat over afweging van het risico en de kosten van een maatregel.

Bij de afweging tussen kosten en baten beantwoorden we verschillende vragen:

  • Wat is de omvang en de duur van de overlast of onderlast?
  • Hoeveel percelen/gebouwen zijn getroffen?
  • Wat is de gebruiksfunctie daarvan?
  • Wat zijn de financiële gevolgen van de overlast of onderlast?
  • Welke oplossingen zijn mogelijk?
  • Tegen welke kosten?

Op basis hiervan beslissen we of we maatregelen in de openbare ruimte treffen. We werken hierbij integraal en gebiedsgericht. Dit betekent dat we de aanleg van voorzieningen als drainage of waterberging bij voorkeur meenemen bij al geplande werkzaamheden aan het riool, de weg of het openbaar groen. Lopende onderhouds- en vervangingsprogramma's zijn dus belangrijk bij de doelmatigheidsafweging.

Provincie en waterschappen

De provincie en waterschappen spelen ook een rol. Waterschappen beheren het peil van het oppervlaktewater, dat sterk samenhangt met het grondwaterpeil. Verder verlenen de provincie en de waterschappen vergunningen voor grondwateronttrekkingen. In het kader van de zorgplicht voor grondwater werkt de gemeente dan ook nauw samen met deze partijen

Vervuiling van het grondwater

Menselijke activiteiten kunnen leiden tot vervuiling van het grondwater. Dit noemen we ook wel verontreiniging. Denk bijvoorbeeld aan het morsen of lozen van olie, of veel afval in het water.

Contact met verontreinigd grondwater kan schadelijk zijn voor de gezondheid van mens en dier. Bovendien kan verontreiniging zich via het grondwater verspreiden, waardoor een groter gebied vervuild raakt. Meer weten over de kwaliteit van de bodem en het grondwater in Rotterdam? U kunt informatie opvragen bij de DCMR Milieudienst Rijnmond.

Meer informatie

Heeft u vragen of opmerkingen stuur dan een bericht aan het Waterloket via waterloket@rotterdam.nl.