Spring naar het artikel

De integrale aanpak van wateroverlast en bescherming tegen water maakt de stad steeds meer ‘waterproof’. Hier leest u wat voor plannen de gemeente Rotterdam en de waterschappen hebben met water.

Water en Rotterdam zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Water vormt een wezenlijk onderdeel en speelt een cruciale rol bij de ontwikkeling van de stad. Maar de watersystemen staan onder druk en de grenzen zijn inmiddels bereikt. Door klimaatverandering, bodemdaling en verstedelijking is het water- en rioleringsbeheer een lastige opgave. Het regent vaker en harder, waardoor de kans op wateroverlast toeneemt. De gemeente en de waterschappen zoeken in de 'wateropgave' samen naar de beste oplossingen om wateroverlast zoveel mogelijk te voorkomen. In Waterplan 2 staat een visie voor het watersysteem, de problemen die er zijn en de mogelijke maatregelen om deze te verhelpen.

Waterplan 2 Rotterdam beschrijft hoe gemeente Rotterdam, waterschap Hollandse Delta en  hoogheemraadschappen van Delfland en van Schieland en de Krimpenerwaard de komende jaren willen omgaan met het water in de stad. Dit is vastgelegd, omdat de klimaatverandering ook voor Rotterdam grote gevolgen kan hebben. Om de stad 'waterproof' te maken moet er een nieuwe aanpak komen voor waterberging, waterkwaliteit en bescherming tegen het water.

Water helpt om van Rotterdam een aantrekkelijke, sterke en klimaatbestendige deltastad te maken.

Voorgeschiedenis

In 2007 verscheen Waterplan 2 Rotterdam. Hierin beschrijven gemeente en waterschappen hoe ze willen omgaan met het water in en om Rotterdam. Sinds 2007 is er veel gebeurd. Er is een grote hoeveelheid waterberging gerealiseerd in combinatie met vergroening van de stad. Ook investeerden gemeente en waterschappen in innovatieve oplossingen. Zoals groene daken om neerslag langer vast te houden, waterpleinen en (ondergrondse) waterberging. Rotterdam is dé waterstad van Nederland geworden. Sinds 2008 is het programma Rotterdam Climate Proof (RCP) actief, met als belangrijkste doelstelling: in 2025 is Rotterdam 100% klimaatbestendig. De visie en de weg daar naartoe staan beschreven in de Rotterdamse Adaptatie Strategie (RAS). Water helpt om van Rotterdam een aantrekkelijke, sterke en klimaatbestendige deltastad te maken. De aanpak trekt ook internationaal veel belangstelling, getuige de vele delegaties die op bezoek komen.

Het eerste uitvoeringsprogramma van Waterplan 2 liep van 2007 tot 2012. Na die vijf jaar was het tijd voor een nieuwe editie. Het doel en de visie van Waterplan 2 staan nog steeds overeind. Maar de weg ernaartoe is op enkele punten aangepast aan de huidige tijd en economische situatie. De focus ligt vooral op de opgaven voor de toekomst; hoe gaan we die oplossen? Daarbij houden we rekening met de uitdagingen van nu en het klimaat van morgen. Met de herijking van Waterplan 2 Rotterdam blijven gemeente en waterschappen werken aan water voor een aantrekkelijke en klimaatbestendige stad.

Waterplan 2 behandelt bijna alle watergerelateerde thema's: wateroverlast, waterveiligheid en de Kaderrichtlijn Water. Het Waterplan draagt ook innovatieve manieren aan om de wateropgave te realiseren. Denk aan groene daken (daktuinen waarop het water wordt vastgehouden). En aan waterpleinen, die bij regen vollopen, maar bij droogte dienst doen als speelplek of openbaar plein.

In Waterplan 2 is een visie op water ontwikkeld: 'Perspectief Rotterdam Waterstad 2030'. Deze is gebaseerd op het versterken van bestaande kwaliteiten, maar ook op het slim inspelen op nieuwe ontwikkelingen. Binnen de stad worden drie hoofdgebieden onderscheiden met verschillende watersystemen en dus verschillende oplossingsrichtingen.

Rivierstad bestaat grofweg uit het buitendijks gelegen gebied. Het kenmerk van Rivierstad is de Maas, dé identiteitsdrager van Rotterdam, de levensader van de stad.

De rivier vormt de verbinding tussen de haven - de economische motor - en het achterland. Het waterfront is karakteristiek voor Rotterdam, met de Kop van Zuid, het Lloydkwartier en nieuwe bouwlocaties. Hier is plaats voor een breed scala aan dynamische woon- en werkgebieden. De rivier biedt tegelijkertijd kansen voor meer vervoer over water. Dat verkort de reistijd en verbetert de bereikbaarheid van die gebieden. Bovendien kan Rotterdam zich met dit type vervoer onderscheiden. Langs de hele rivier kan een recreatieve route ontstaan. Een aaneenschakeling van bijzondere plekken die met elkaar het grootste recreatiegebied van de stad vormen.

In Noord speelt water een belangrijke rol in de leefomgeving. Op de noordoever bevinden zich veel gewilde woon- en werkgebieden. Het grootste deel van het centrum, Kralingen, Blijdorp, Hillegersberg, de Brainparken en Alexander.

Het water levert daaraan een grote bijdrage; wonen aan de plas of een singel is zeer geliefd. De opgave voor dit stadsdeel is het verder uitbouwen van die bestaande kwaliteiten. Noord heeft boezems en singels die voor de waterberging dienst doen. Maar een groot deel van de berging gaat via het rioleringsstelsel. De strategie is de singels en boezems te versterken en uit te breiden waar dat kan. En innovatieve oplossingen zoals waterpleinen en groene daken te gebruiken waar de ruimte schaars is. Zoals in de binnenstad en de oude stadswijken.

Op Zuid is een niet-alledaagse aanpak van het water nodig. De problemen zijn namelijk ook niet alledaags. Wel zijn er uitzonderlijke kansen. Zuid is een waterrijk gebied, met zijn (binnen)havens en ligging aan de Maas.

Het water kan nog beter gebruikt worden, maar dat betekent wel diep ingrijpen in stedelijk gebied. Mogelijkheden zijn:

  • de waterstructuur in het Zuiderpark versterken en uitbreiden.
  • nieuwe waternetwerken maken van bestaande en nieuwe singels, waterlopen, het Zuiderpark en de herstructureringswijken.
  • Zuid verbinden met het ommeland door een nieuw noord-zuidverbinding.

Bij veiligheid gaat het om twee hoofdthema's: de dijken en het buitendijks bouwen. Uitgangspunt is dat de stad beschermd is en blijft tegen het water. Op langere termijn moeten er keuzes gemaakt worden over de stormvloedkering en de gewenste dijkhoogtes. Dat gebeurt in een forum met alle betrokken partijen.

In de uitvoeringsperiode van dit Waterplan worden de dijkvakken versterkt die nog niet voldoen aan de huidige normen. Verder vraagt de waterkering bij de Vier- en Merwehaven aandacht. Hier moet nog gedetailleerd getoetst worden. Er kan een onderzoek starten naar adaptief (passend) bouwen in deze havens en in de Rijn- en Maashaven. Voor de buitendijkse gebieden moet zeker rekening gehouden worden met risico's van wateroverlast en overstroming. Nieuwbouw en inrichting van het gebied moeten daarop zijn afgestemd. Evacuatie moet mogelijk zijn. Communicatie met de bewoners is een vereiste. De komende vijf jaar staan studies naar die aspecten op het programma.

Rotterdam moet beschermd zijn tegen overstroming, zowel binnendijks als buitendijks.

Alle kades en dijken die volgens de huidige normen nog niet op hoogte zijn, worden in de komende jaren versterkt. Maar ook op langere termijn moet de stad beschermd zijn. Daarom moet nu al ruimte gereserveerd worden om ooit de waterkeringen op te hogen. Dat betekent niet dat die dijken enorme barrières gaan vormen tussen gebieden. Waterbeheerders en stedenbouwkundigen gaan samenwerken om ze als verbindend element te gebruiken. Als parklandschap, balkon op de Maas of wandel- en fietsroute. Wanneer Rotterdam buitendijks gaat bouwen, zal bij het ontwerp ook rekening gehouden worden met mogelijk hogere waterstanden in de toekomst.

'Helder en plantenrijk water' is de algemene doelstelling voor het water in Rotterdam. Met een juiste combinatie van maatregelen is dat doel voor bijna alle wateren in de stad haalbaar. Rotterdam en de waterschappen streven naar hogere kwaliteit van het water in 2015. Dat is omdat Europa daarvoor richtlijnen heeft opgelegd. Maar ook omdat zulk water meer gebruiksmogelijkheden biedt, als beter ervaren wordt en meer economische waarde heeft. Bovendien zijn er minder beheers- en onderhoudskosten.

Het is ondoenlijk om binnen tien jaar een volledig schoon watersysteem te krijgen. Het is duur, en vaak zijn de effecten van maatregelen pas op langere termijn zichtbaar. Dankzij een speciale systematiek van waterkwaliteitsbeelden kunnen we kiezen voor maatregelen die haalbaar, technisch uitvoerbaar en betaalbaar zijn. Die aanpak passen we vooral toe in de deelgemeentelijke waterplannen. Verder moeten de watergangen (die nog niet op die manier aangepakt worden) aan bepaalde minimumeisen voldoen. Dus zo min mogelijk drijfvuil, stankklachten en vissterfte. Ook komt er onderzoek naar mogelijkheden voor vismigratie en een visstandbeheersplan, met aandacht voor de ecologische waarde van het water.

Om te zorgen dat de uitgangspunten van het Waterplan ook in praktijk worden gebracht, wordt de samenwerking tussen gemeente en waterschappen en die tussen waterdeskundigen en stedenbouwkundigen vastgelegd.

De komende jaren zal Rotterdam meer neerslag moeten bergen dan nu gebeurt. In het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) staan daarvoor al veel maatregelen. Een andere aanpak is meer plaats creëren voor open water. Dat is vooral in de herstructureringswijken mogelijk. Voorbeelden zijn Groenehagen/Tuinhoven, Hordijkerveld, de noordkant van Lombardijen en het Oedevlietsepark. Waar geen of weinig ruimte is, moeten we ons richten op innovatie en alternatieve mogelijkheden om water vast te houden. Voorbeelden zijn wadi's, watertuinen, waterpleinen en begroeide daken. Lees meer informatie over groene daken en waterpleinen. Daarnaast komt er onderzoek naar oplossingen voor de te verwachten problemen. Die kunnen optreden in het centrum, Oude Noorden, Crooswijk, Overschie en Oud-Zuid en de bedrijventerreinen Spaansepolder en Noordwest.

Misschien wel het allerbelangrijkst: hoe kan de stad nog aantrekkelijker gemaakt worden om te wonen, werken, studeren en uit te gaan? En hoe kunnen tegelijkertijd de waterproblemen worden opgelost? Hiervoor zijn traditionele oplossingen niet voldoende. In het stadscentrum en in de oude wijken kunnen bijvoorbeeld geen extra bergingen worden gegraven. De kosten zijn buitensporig hoog en bestaande bebouwing kan niet zomaar gesloopt worden. Innovaties als groene daken, waterpleinen en andere vormen van waterberging zijn dan ook essentieel voor de verdere ontwikkeling van de stad.

Hoe kan de stad nog aantrekkelijker gemaakt worden om te wonen, werken, studeren en uit te gaan. En hoe kunnen tegelijkertijd de waterproblemen worden opgelost?

In de praktijk verloopt de afvoer van regenwater meestal via de riolen. Bij de toenemende neerslag leidt dat tot problemen met het huidige rioleringsstelsel. Die problemen kunnen worden voorkomen door het regenwater op te vangen en af te voeren in een systeem buiten de riolering. Dus scheiding van het vuile afvalwater en het schone hemelwater. Alleen mag die scheiding de volksgezondheid, de kwaliteit van het grondwater en de hoeveelheid grondwater niet schaden. Het ombouwen van het Rotterdamse rioolstelsel is geen gemakkelijke taak. Rioolbuizen gaan zo'n vijftig jaar mee en de ombouw zal dus ook tientallen jaren duren. Volgens een recente maatschappelijke kosten-batenanalyse is volledige scheiding in heel Rotterdam niet de beste oplossing. Daarom wordt naar een aanpak per type gebied gezocht.

Waterplannen gebieden

Een waterplan van het gebied (vroeger: deelgemeentelijk waterplan (DGWP)) is een verdere gebiedsgerichte uitwerking van het Waterplan Rotterdam. Een DGWP heeft als doel om een gebiedsgerichte visie op het watersysteem op te stellen en gebiedsgerichte maatregelen uit te voeren. Dit watersysteem bestaat uit de samenhangende onderdelen oppervlaktewater, grondwater, regenwater en afvalwater. Een DGWP bestaat uit:

  • een systeem- en probleemanalyse (inventarisatiefase) en
  • een maatregelenplan (in de onderstaande plannen soms vertaald in aparte documenten fase 1 en fase 2).

Door de realisatie van de maatregelen uit het deelgemeentelijk waterplan kunnen knelpunten in het watersysteem integraal worden aangepakt en opgelost. De koppeling met de inrichting van het gebied is daarbij essentieel.
 
Ondanks het verdwijnen van de deelgemeenten zal de gebiedsgerichte vertaling van het overkoepelende Rotterdamse Waterplan blijven bestaan. Ze heten dan wel anders, maar de inhoud is hetzelfde als de huidige waterplannen per gebied. Voor ieder gebied in Rotterdam is er een waterplan.

Overige wetten en plannen

Er zijn, naast het gemeentelijke waterplan, verschillende wetten en beleidsdocumenten rond de thema's water en riolering. Hieronder volgt een selectie, een volledige lijst vindt u op de website Helpdesk Water.

De Wet gemeentelijke watertaken is op 1 januari 2008 in werking getreden. Met deze wet zijn drie bestaande wetten aangepast, te weten:

  1. In de Wet op de waterhuishouding komen nu twee zorgplichten voor de gemeente te staan: een hemelwaterzorgplicht en een grondwaterzorgplicht.
  2. De gemeentelijke zorgplicht uit de Wet Milieubeheer (art 10.30) wordt verduidelijkt. De gemeente krijgt de mogelijkheid om bij verordening regels te stellen aan het lozen van afvloeiend hemelwater en grondwater. Daarnaast wordt het Gemeentelijk rioleringsplan (GRP) uitgebreid met grond- en hemelwater
  3. Via de Gemeentewet krijgen gemeenten betere mogelijkheden om de kosten te verhalen die gepaard gaan met de gemeentelijke wateropgave.

De Waterwet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater en verbetert ook de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening.

Daarnaast levert de Waterwet een flinke bijdrage aan de gewenste vermindering van regels, vergunningstelsels en administratieve lasten. De wet is op 22 december 2009 in werking getreden. De Waterwet vervangt de bestaande wetten voor het waterbeheer in Nederland.

Met de Waterwet zijn Rijk, provincies, waterschappen en gemeenten beter in staat om wateroverlast, waterschaarste en watervervuiling tegen te gaan. Een belangrijk gevolg van de Waterwet is het bundelen van de huidige vergunningstelsels uit de afzonderlijke waterbeheerwetten in één watervergunning. Kijk op de website Helpdesk Water voor meer informatie.

In Nederland vinden we een goede waterkwaliteit belangrijk. Omdat water zich weinig aantrekt van landsgrenzen, zijn internationale afspraken nodig.

Daarom is sinds eind 2000 de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) van kracht. Die moet ervoor zorgen dat de kwaliteit van het oppervlaktewater en grondwater in Europa op orde komt en blijft. Een van de kenmerken van de KRW is de zogenoemde stroomgebiedbenadering.

Een belangrijk instrument hiervoor vormt het stroomgebiedbeheersplan. Nederland maakt stroomgebiedbeheersplannen voor de stroomgebieden van de Schelde, Maas, Rijn en Eems. Het plan bevat:

  • een beschrijving van het watersysteem
  • een invulling van het begrip 'goede toestand'
  • een vergelijking van de huidige toestand met de goede toestand
  • een beschrijving van maatregelen die nodig zijn om de goede toestand te bereiken.

Bij de riolering gaat het om het verminderen van de vuiluitworp.

Rotterdam ligt in het stroomgebied 'Rijn-West'. De gemeente werkt samen met partners als waterschappen en Rijkswaterstaat aan het stroomgebiedbeheersplan. Daarin staat welke maatregelen er getroffen zullen gaan worden om in 2027 de waterkwaliteit zoveel mogelijk op orde te hebben.

De Keur is een verordening van een waterschap of hoogheemraadschap. Hierin staat wat wel en niet mag in of nabij oppervlaktewater en dijken. Het vaststellen van de Keur is een eigen bevoegdheid van het bestuur van het waterschap/hoogheemraadschap. Kijk voor meer informatie op: Hoogheemraadschap van Delfland, Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard, Waterschap Hollandsche Delta.

Het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) is een overeenkomst uit 2003 tussen Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen. Hierin is opgenomen dat alle partijen gezamenlijk zullen werken aan de noodzakelijke veranderingen in het waterbeheer. Veranderingen als gevolg van: bodemdaling, klimaatverandering en verstedelijking. Doel is om in 2015 het watersysteem op orde te hebben. Momenteel wordt gewerkt aan een nieuw NBW.

Hierin staan de belangrijkste beleidsdoelstellingen voor waterbeheer voor de periode 1998-2006. De belangrijkste aandachtspunten zijn:

  • De veranderingen voor het waterbeheer als gevolg van de klimaatverandering, zeespiegelstijging en voortgaande bodemdaling.
  • Integraal waterbeheer, 'standstill-beginsel' en het principe ‘de vervuiler betaalt’.

De hoofddoelstelling van de Nota is het hebben en houden van een veilig en bewoonbaar land. En het in stand houden en versterken van gezonde en veerkrachtige watersystemen. Hierdoor blijft een duurzaam gebruik gegarandeerd.

Het Beleidsplan Groen, Water en Milieu vormt het wettelijk verplichte provinciale Waterhuishoudingsplan van de Provincie Zuid-Holland. In het plan staan doelen voor waterveiligheid, waterkwaliteit en waterbeheersing en wat de provincie doet om de doelen te bereiken. Ook staat erin wat van anderen wordt verwacht.

Een waterbeheerplan bevat de belangrijkste onderwerpen van het beleid voor de taken van het waterschap. Deze zijn gericht op de waterveiligheid, het oppervlaktewater- en grondwaterbeheer, het beheer van afvalwaterketen en emissies en het wegenbeheer. Kijk voor meer informatie op: Hoogheemraadschap van Delfland, Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard, Waterschap Hollandsche Delta.

Het gemeentelijk rioleringsplan (GRP) beschrijft het rioleringsbeleid van de gemeente Rotterdam voor vijf jaar. Het beschrijft onder andere de huidige situatie van het rioleringsbeheer, de doelstellingen van de komende jaren en een maatregelenprogramma. Zie voor meer informatie de speciale pagina over het GRP.