Verborgen leed
Ongeveer 1 op elke 20 ouderen in Rotterdam krijgt te maken met onprettige situaties. Denk hierbij aan schelden, hardhandig vastpakken, verwaarlozing of het misbruiken van de pinpas van de oudere. Vaak vindt dit achter de voordeur plaats. Ouderen vinden het moeilijk hierover te praten. Daarom spreken we van verborgen leed.
Ouderen
Verhalen
Ik ben Jan, ik ben 85 en woon mijn hele leven al in Ommoord. Bijna 48 jaar was ik getrouwd met Ellie. Maar vier jaar geleden is ze overleden. Kanker. Nou, dan weet je het wel. Gelukkig heeft het niet lang geduurd.
We waren echt altijd samen. Kinderen hebben we jammer genoeg nooit gehad. Maar we hadden elkaar, weet je. En met Ellie was het altijd gezellig in huis, die praatte de hele dag door.
Ja, en nu zit ik hier alweer een paar jaar alleen. In de stilte. In me uppie. Echt jonge, dat went nooit.
In de super tijdens de boodschappen raakte ik op een gegeven moment aan de praat met ene Sonja. Leuke vrouw, dacht ik. Ja, veel jonger dan ik, hoor. Maar ze wilde af en toe wel eens langskomen voor de koffie. Dat je even wat aanspraak hebt, weet je wel.
En zo kwam ze elke week wel een paar keer langs. Voor een bakkie en een praatje, maar soms pakte ze ook even een doekie om even wat af te nemen, of dan ruimde ze een kastje op ofzo. Ze wilde ook wel mijn boodschappen halen, lekker makkelijk want ik loop niet goed meer. Ik wilde natuurlijk niet dat ze dat zelf betaalde, dat kon ze mooi doen met mijn pinpas. Ik vond t allemaal wel best. Het was heel vertrouwd eigenlijk.
Maar nou lag ik een paar weken geleden een tijdje in het ziekenhuis. Niks ernstigs hoor. Maar goed, Sonja bood aan af en toe de plantjes water te geven de post opruimen, dat soort dingen. Nou, dat was wel heel fijn. Ze had de sleutel, dus dat kwam goed.
Maar wat er nou gebeurde: ik kwam vervroegd thuis uit het ziekenhuis en toen kwam ik binnen en was het net of iemand in m’n laatjes had zitten snuffelen. Dat kan je zo hebben hè, dat je dat voelt? Ook het laatje waar de gouden oorbellen van Ellie altijd in lagen. En de trouwring. Maar wat denk je: alleen een leeg doosje. En later zag ik dat er ook geld weg was, ik had een speciaal envelopje en daar zat volgens mij veel meer in. Keek ik bij de post, zag ik bankafschriften waarop stond dat er honderden euro’s waren afgeschreven!
Dus ik Sonja bellen, maar die zei dat ze van niks wist en dat ik gewoon wat verward ben. Dat het vast wel ergens zou liggen en dat ik zelf had geld had gepind. Maar ze was ook hartstikke boos dat ik dacht dat zij het gedaan had, en dit en dat, en dat ze nooit meer bij mijn langs zou komen.
Dat snap je toch niet hé? Dat je denkt dat je iemand kan vertrouwen en dan gebeurt dit. Wat moet je dan?
De Jan en Sonja uit dit verhaal bestaan niet echt, maar dit soort situaties komen dagelijks in Rotterdam voor.
Ik ben Gerda. Ik woon sinds 1966 in Overschie met mijn man Cor. We hebben hier hele fijne jaren meegemaakt samen, Cor en ik, maar ook met onze kinderen en kleinkinderen. Er is zelfs een achterkleinkind op komst, geweldig!
Maar de laatste jaren is er wel wat veranderd. Ik hou nog steeds van Cor hoor, daar niet van. Maar hij lijkt soms wel een andere man te zijn geworden. Dan is hij boos over iets kleins, of is heel kortaf tegen mij en de kinderen… Terwijl hij vroeger echt nóóit ergens kwaad over kon worden. Het was echt een lieve man, weet je?
Nou voel ik me de laatste jaren niet altijd goed. In m’n hoofd dan hé? Dan vergeet ik dingen of kan ik niet op een naam komen of laat ik de rijst aanbranden, dat soort dingen. Cor kan daar slecht tegen. Echt héél slecht. Dan loopt ie te mopperen of te schelden ofzo. Nee, dat is echt niet leuk. Ik kan er toch ook niks aan doen?
Dus als ik nu ergens heen wil, naar de koffiemiddag in het buurthuis ofzo, dan wil Cor per se met me mee. Want hij zegt dat ik anders verdwaal. Nou ja, dat snap ik ergens ook wel. […] Maar soms mag ik juist nérgens heen van hem en moet ik thuisblijven, terwijl ik dat niet wil. Als we wel een keer ergens koffiedrinken is hij vaak heel kortaf tegen mij. Dan zegt -ie dat ik mijn mond moet houden, of dat ik domme dingen zeg of niet zo hard moet praten… Dus dan blijf ik liever maar weer thuis.
Soms vraag ik iets wat al een keer heb gevraagd. Ken je dat? En daar kan Cor dan niet tegen. Dan gaat ie tekeer tegen me, alsof ik dom ben en dat soort dingen. En vorige week bij de huisarts was Cor ook mee. Maar elke keer als de dokter me iets vroeg, gaf Cor antwoord. Maar toen vroeg de huisarts aan mij hoe het thuis ging, en toen mocht Cor niet antwoorden van de dokter en toen liep hij boos weg.
(Diepe zucht) Ik zou graag willen dat Cor niet alles voor mij bepaalt. En dat ik zelf naar de koffiemiddag kan gaan als ik dat wil. Van die kleine dingen, snap je? Kijk, ik vergeet soms echt wel eens wat, maar hé: ik ben nog steeds mijn eigen persoon met een eigen mening, en een eigen wil, toch?
Ik zou eigenlijk wel tegen mijn kinderen willen zeggen dat ik me niet meer helemaal fijn voel thuis, en veilig met Cor erbij enzo. Maar ik durf er niet over te beginnen. Kijk, het is toch ook hun vader, waar zij van houden en straks ben ik iedereen kwijt. Maar ik weet niet hoelang ik dit nog volhoud.
Mijn naam is Hamza. Ik ben 78 en woon driehoog in Bospolder Tussendijken.
Ik heb hier in de haven altijd hard gewerkt, tot mijn pensioen. Maar ik kreeg steeds meer moeite met lopen. M’n heup was versleten, ken je dat? Gelukkig kon ik geopereerd worden, ik heb nu een nieuwe heup. Maar nu begint de andere kant, ik heb steeds meer pijn. En ik kom steeds moeilijker de trappen af en boodschappen doen lukt me eigenlijk niet meer.
Mijn zoon woont ook in Rotterdam en die helpt me. Hij werkt heel hard, hij is taxichauffeur en heeft een vrouw en drie kinderen. Hele lieve kinderen. Mijn zoon komt ‘s morgens vroeg dan langs en helpt me met wassen en aankleden. Soms eten we nog wat en dan gaat hij weer aan het werk. En soms neemt hij wat boodschappen voor me mee, of iets te eten.
Het is een goeie jongen, maar hij heeft het heel druk. Dat zegt hij tenminste. Hij komt ook steeds minder vaak langs met z’n kinderen. Terwijl ik hen zo graag zie. Maar hij heeft steeds minder tijd voor me.
Kijk, ik wil graag schoon en fris aan de dag beginnen. Dat was ik altijd gewend. Ik begin de dag het liefste met een douche, maar daar komt steeds minder van. Afgelopen week maar twee keer. Omdat mijn zoon het zo druk heeft. Ik voel me dan vies. En door mijn slechte heup kan ik niet goed bewegen. Dus bij het aankleden heb ik eigenlijk wel hulp nodig.
Ik probeer het ook wel zelf te doen hoor, maar laatst ging ik zo onderuit in de badkamer. Dat deed heel zeer en ik moest lang wachten tot hij weer langskwam, omdat ik zelf niet meer omhoogkwam. Maar in plaats van mij te helpen, begon hij te schreeuwen dat ik beter op moest letten. En dat dit hem nog meer tijd kostte en zo. Ik durf dus niet goed meer iets tegen hem te zeggen.
Hij begint ook steeds over het oude horloge van mijn vader. Hoe mooi hij het vindt en of hij het mag hebben als ik dood ben. Maar ik ben nog steeds gewoon hier hoor! Ik ben niet van plan er binnenkort mee op te houden. Dus als hij over dat horloge begint, maakt dat me verdrietig. Alsof hij wil dat ik snel dood ben.
Ik houd van mijn zoon. En hij heeft mij altijd heel erg goed geholpen. Maar nu durf ik haast niks meer tegen hem te zeggen over hoe ik mij voel, want straks wordt hij boos of kwets ik hem. En straks komt hij misschien helemáál niet meer… Ik ben best een beetje bang over hoe dat in de toekomst moet.
Zorgprofessionals
Algemene informatie
Het gaat om iemand met een persoonlijke (bijvoorbeeld familie) of professionele (bijvoorbeeld zorgpersoneel) relatie, die de oudere regelmatig ziet. En waarvan de oudere (deels) afhankelijk is. Deze persoon doet iets wat de oudere niet wil of doet juist iets niet wat de oudere nodig heeft. Hierdoor lijdt de oudere lichamelijke (zoals slaan), geestelijke (zoals pesten, bang maken, schelden of beledigen) of materiële schade (zoals stelen, bankpas meenemen om zelf boodschappen mee te doen).
Er zijn verschillende vormen en signalen van ouderenmishandeling. Vormen die vaak voorkomen zijn en zaken waar u op kunt letten zijn:
- Lichamelijke mishandeling
Denk aan slaan, duwen, schoppen, bedreigen of zelfs verwonden.
Signalen hiervan zijn: blauwe plekken, botbreuken en andere zichtbare wonden en het ontbreken van een goede verklaring hiervoor. - Geestelijke mishandeling
Kan bestaan uit uitschelden en kleineren, iemand niet meer naar buiten laten gaan, geen bezoek toelaten en de post niet aan de oudere geven.
Signalen hiervan zijn: veranderingen in gedrag, angst en somberheid. - Financieel misbruik
Kan bestaan uit het zonder overleg veranderen van het testament, stelen of verkopen van spullen van de oudere, spullen voor zichzelf kopen met de bankpas van de oudere en misbruik van het persoonsgebonden budget (PGB).
Signalen hiervan zijn: een gebrek aan medicijnen of bijvoorbeeld toiletspullen en pleisters in huis, het verdwijnen van spullen en plotselinge schulden of betalingsachterstanden. Oudere beschikt niet meer zelf over eigen bankpas. - Verwaarlozing
Kan bestaan uit geen of te weinig voeding krijgen, geen lichamelijke verzorging of medische zorg geven, het huis vies laten worden en geen liefde, zorg en aandacht krijgen.
Signalen hiervan zijn: onbehandelde wonden, vermageren door te weinig voeding, slechte lichamelijke hygiëne, vieze kleding en beddengoed, vervuild huis. Een lege (en vieze) koelkast en geen voeding in huis. - Seksuele mishandeling
Denk aan het verrichten van seksuele handelingen met of in het bijzijn van de oudere, tegen de wens van de oudere.
Signalen hiervan zijn: irritaties of terugkerende infecties aan geslachtsdelen of anus, bloedvlekken in kleding of beddengoed, moeite met zitten of lopen, geslachtsziekten, onrustig bij (ont-) kleden of wassen, oudere maakt bedroefde indruk.
Veel ouderen zijn afhankelijk van hulp door mensen om hen heen: kennissen, buren en familie. Deze vorm van zorg noemen we mantelzorg. Dat gaat vaak goed, maar soms ook niet. Wanneer een mantelzorger het bijvoorbeeld te druk heeft of niet de juiste kennis of kunde heeft, geeft de mantelzorger soms niet (meer) de goede zorg. Overbelasting en frustratie bij de mantelzorger kan dan leiden tot ontoelaatbaar gedrag naar de oudere. Ook dit valt onder ouderenmishandeling.
We noemen dit 'ontspoorde mantelzorg'. Een vorm daarvan is 'compassiemoeheid' bij de mantelzorger. Dit maakt dat de oudere aan z’n lot wordt overgelaten en er geen oog meer is voor zijn/haar zorgbehoefte. Uiteindelijk kan dat leiden tot het niet of steeds minder geven van de hulp en zorg die nodig is. Bij ontspoorde mantelzorg is er geen sprake van opzet bij de mantelzorger. Soms heeft de mantelzorger niet eens in de gaten dat zijn/haar handelen eigenlijk een vorm van mishandeling is.
Veel ouderen zijn afhankelijk van hulp door mensen om hen heen: kennissen, buren en familie. Deze vorm van zorg noemen we mantelzorg. Dat gaat vaak goed, maar soms ook niet. Wanneer een mantelzorger het bijvoorbeeld te druk heeft of niet de juiste kennis of kunde heeft, geeft de mantelzorger soms niet (meer) de goede zorg. Overbelasting en frustratie bij de mantelzorger kan dan leiden tot ontoelaatbaar gedrag naar de oudere. Ook dit valt onder ouderenmishandeling.
We noemen dit 'ontspoorde mantelzorg'. Een vorm daarvan is 'compassiemoeheid' bij de mantelzorger. Dit maakt dat de oudere aan z’n lot wordt overgelaten en er geen oog meer is voor zijn/haar zorgbehoefte. Uiteindelijk kan dat leiden tot het niet of steeds minder geven van de hulp en zorg die nodig is. Bij ontspoorde mantelzorg is er geen sprake van opzet bij de mantelzorger. Soms heeft de mantelzorger niet eens in de gaten dat zijn/haar handelen eigenlijk een vorm van mishandeling is.
Mantelzorgers
Ik ben Anneke en woon in Rotterdam. Net als mijn moeder. Ze is pas 75 maar ze loopt moeilijk en ze kan niet goed lezen en schrijven. Alleen basisschool gehad hè, dan krijg je dat. Gelukkig woont ze ook in Schiebroek, dicht in de buurt. Ik doe haar boodschappen, maak bij haar schoon, help haar met het papierwerk en zo voorts. Dat is al zo sinds het overlijden van mijn vader, een paar jaar terug. Ik vind dat dat hoort. Ze heeft altijd voor mij gezorgd en dit is het minste wat ik kan terugdoen.
Zelf heb ik 4 schatten van kinderen. De jongste is 8 de oudste 16. Dus je kent dat wel, daar heb ik m’n handen meer dan vol aan. De één moet na school naar voetbal, de ander naar de zwemles en de volgende naar z’n vrienden. En mijn man is vaak weg. Altijd maar druk met twee banen naast elkaar om ons een goed leven te geven. “Er moet brood op de plank en liefst met een dikke plak worst”, zegt hij altijd. Maar daardoor is hij bijna nooit thuis en heb ík eigenlijk óók twee banen.
Je snapt het, ik moet dus zorgen voor een heleboel mensen. Zorgen dat het allemaal goed loopt, dat de was gedaan is, dat alles schoon is en dat iedereen op tijd te eten heeft. En weet je, de laatste tijd slaap ik steeds minder goed. Dan lig ik wakker en denk na over alles wat ik de volgende dag moet doen. Daar kan ik zo over piekeren. Echt, dat slóópt me.
Ik weet niet of het daardoor komt, maar ik reageer wel steeds vaker geïrriteerd. Of ik vergeet iets waardoor er van alles misgaat. Gisteren bijvoorbeeld. Ik zou met mijn moeder mee naar de huisarts, maar dat was ik helemaal vergeten. Zat ze aangekleed en wel voor niks op me te wachten bij haar thuis. En moesten we een nieuwe afspraak maken. Afijn, hoop gedoe, ma boos, ik boos…
Maar toen ze daar dus boos over deed naar mij, kon ik het even niet meer aan. Er knapte gewoon wat. Dus ik viel heel erg tegen haar uit. Terwijl het míjn schuld was! Maar het gebeurde gewoon. En als ik heel eerlijk ben: het was niet de eerste keer.
Ja natuurlijk voel ik me daarna heel erg schuldig. Ik houd erg van mijn moeder en zij kan het ook niet helpen. Kijk, ik wil voor mijn gezin zorgen, én voor mijn moeder. Ik denk ook écht dat ik dat het beste kan. Ik ken mijn moeder het beste. Maar soms wordt het me allemaal echt te veel. En dan zeg ik dingen die ik niet had moeten zeggen. Want dan reageer ik dat op haar af. Erg eigenlijk hè?