Spring naar het artikel

Het EDINA project (EDucation of International Newly Arrived migrant pupils) brengt beleidsmakers, scholen en onderzoekers uit Finland (Helsinki), België (Gent) en Nederland (Rotterdam en Utrecht) samen.

Het voornaamste doel van EDINA is om ondersteuning te bieden aan gemeenten, scholen en leerkrachten. EDINA ondersteunt bij de ontvangst en integratie van NAMS (Newly Arrived Migrant pupilS) in het schoolsysteem. Er is een grote toestroom van NAMS in en binnen Europa. Dit maakt dat scholen een constante toename ervaren van leerlingen die de schooltaal niet machtig zijn. Dit is een enorme uitdaging voor het Europese schoolsysteem. Een succesvolle ontvangst van NAMS in hun nieuwe scholen is belangrijk om hen zo goed mogelijk te laten integreren.

Perspectieven verbeteren

De drie landen verzorgen onderwijs voor kinderen en adolescenten, onafhankelijk van hun verblijfstatus. Er is een groot verschil binnen en tussen landen bij de criteria. Dit betreffen de eisen voor de:

  • ontvangst
  • duur van eventueel speciaal onderwijs
  • overgang naar regulier of naar het voortgezet onderwijs
  • vormgeven van leeromgevingen
  • onderwijsachtergrond van leerkrachten.

Aan het begin van het project was het onbekend welke aanpak het meest effectief is. Daarom is er behoefte om de meest succesvolle strategieën om het onderwijs aan NAMS te verbeteren te identificeren. En ook om deze kennis beschikbaar te maken aan scholen in Europa. Zo worden deze scholen versterkt. Hierdoor verbeteren uiteindelijk de perspectieven van deze kwetsbare groep leerlingen.

Multi-modulair programma

Het EDINA project volgt een multi-modulair programma. Dit programma bevat:

  • een module om specifieke leerkrachtvaardigheden te ontwikkelen;
  • een module om actieve differentiatie binnen het klaslokaal aan te moedigen;
  • een toolset en hulpbronnen om de ontvangst, observatie en transitie processen van NAMS te optimaliseren.

Een bijzondere kracht van dit programma is dat de verschillende modules ontwikkeld zullen worden door een interdisciplinair team. Dit bestaat uit leerkrachten, schoolbesturen, gemeenten en onderzoekers. Zij zijn deskundig op gebied van pedagogiek, didactiek, interculturele communicatie en tweede taalverwerving. Het programma zal daarna gebruikt worden door leerkrachten, scholen, gemeenten en beleidsmakers. Het is gebaseerd op een grondige kwalitatieve analyse van de situatie van NAMS (in de leeftijd van 6 tot 18 jaar) in de schoolsystemen van de drie betrokken landen.

Doelen

De doelen van het EDINA project zijn:

  1. onder- of oververwijzing naar speciale hulp te verkleinen, adequate strategieën en activiteiten voorstellen om leerkrachten, scholen en gemeenten te helpen deze kinderen te ondersteunen,
  2. de efficiëntie waarmee er geïnvesteerd wordt in de educatie van NAMS te vergroten,
  3. de educatie en trainingspaden van schoolmedewerkers te versterken en de samenwerking tussen scholen, gemeenten en onderzoekers nationaal en internationaal verder uit te breiden.

Met dit programma wil het project ervoor zorgen dat NAMS toegang krijgen tot het onderwijsniveau dat aansluit bij hun cognitieve mogelijkheden. Hiermee verkleinen we het aantal vroege schoolverlaters.

Een goede en snelle opname van nieuwkomersleerlingen in het Nederlandse schoolsysteem is belangrijk. Het goed beheersen van de Nederlandse taal is hierin een belangrijke vereiste.

Dat vergroot de schoolloopbaankansen van deze leerlingen en voorkomt problemen in de toekomst. De thema’s kansengelijkheid en onderwijs op maat lopen als een rode draad door de onderwijsbegroting voor 2017. Kinderen moeten dezelfde kansen krijgen, vinden minister Bussemaker en staatssecretaris Dekker. Waar ongelijke kansen dreigen, grijpen ze in. Tegelijkertijd worden leerlingen die meer aankunnen uitgedaagd. Kortom: elk talent wordt gestimuleerd.

In de onderwijsbegroting is er 55 miljoen beschikbaar voor bevorderen van gelijke kansen. Hiervan gaat 15 miljoen naar vluchtelingkinderen. Zo krijgen scholen een (tweede) jaar extra bekostiging voor taalonderwijs.

Meer bekostiging voor onderwijs aan vluchtelingenkinderen

Voor bekostiging van onderwijs aan asielzoekers in het tweede onderwijsjaar op de basisschool wordt 15 miljoen uitgetrokken. Hiermee wordt tegemoet gekomen aan een roep uit het onderwijsveld, en een motie uit de Tweede Kamer.

De OCW Vaste Kamercommissie ontving een brief over de uitkomsten van het onderzoek van Le Pichon (EDINA). Dit onderzoek laat zien dat taalscholen goede resultaten behalen. Maar langer ondersteuning moeten krijgen dan 1 jaar om zich optimaal te mogen ontwikkelen. Dit zorgde ervoor, samen met de lobby-inspanningen van de PO raad en de G4, dat de motie werd gesteund.

EDINA

Dit laat zien dat een ‘lokaal’ Europees project een nationaal effect kan hebben. De Rotterdamse schoolbesturen ontvangen namelijk ongeveer 1,5 miljoen extra. Met deze middelen kunnen ze ondersteuning aan vluchtelingenkinderen mogelijk maken. EDINA heeft sterk bijgedragen aan dit resultaat.

Het voornaamste doel van EDINA is om ondersteuning te bieden aan gemeenten, scholen en leerkrachten. EDINA ondersteunt bij de ontvangst en integratie van NAMS (Newly Arrived Migrant pupilS) in het schoolsysteem. Er is een grote toestroom van NAMS in en binnen Europa. Dit maakt dat scholen een constante toename ervaren van leerlingen die de schooltaal niet machtig zijn. Dit is een enorme uitdaging voor het Europese schoolsysteem. Een succesvolle ontvangst van NAMS in hun nieuwe scholen is belangrijk om hen zo goed mogelijk te laten integreren.

Meer informatie

Programma: Eramus+ KA2
Nummer: 2015-1-NL01-KA201-00889
Projectwebsite: www.edinaplatform.eu
Budget: 440.224  euro