Spring naar het artikel

In Nederland wonen veel kattenliefhebbers en veel katten mogen buiten rondlopen van hun eigenaren. Dat leidt regelmatig tot overlast bij buurtgenoten. De gemeente krijgt soms klachten van mensen die hinder hebben van katten in hun tuin.

De katten graven, poepen, vernielen beplanting en/of zorgen voor geluidsoverlast. Een besmetting met toxoplasmose (via contact met uitwerpselen) kan bovendien gezondheidsrisico’s met zich meebrengen.

Geen kant en klare oplossing

Regelmatig wordt aan de gemeente om een oplossing gevraagd. Helaas is er voor dit probleem geen makkelijke oplossing. Het handhaven op kattenoverlast is heel moeilijk. Een loslopende kat in de openbare ruimte heeft zelden zijn baasje bij zich die hierover aangesproken kan worden. Het probleem met katten is bovendien dat ze zich niet laten tegenhouden door een muur, haag of afrastering. Katten hebben daarmee een ‘territorium’ dat veel verder reikt dan de eigen achtertuin. De meeste overlast (en ergernis) van katten vindt dan ook met name plaats in de tuinen van de buren en niet in de openbare ruimten. Op privéterrein kan de gemeente echter niet handhaven.

Advies: ga in gesprek

Heeft u last van andermans katten, dan adviseert de gemeente u om in gesprek te gaan met katteneigenaren, met het verzoek om de katten uit uw tuin te houden. Daarbij kunt u eventueel hulp inschakelen van buurtbemiddeling.

Tips om katten te weren

  • Voorkom los zand in de tuin zoveel mogelijk. Katten begraven hun behoeften en zoeken naar een goede bodem waarin gemakkelijk te graven is.  Plaats zoveel mogelijk planten en houd aarde aangestampt. Het wordt hiermee oninteressant voor katten om uw tuin als toilet te gebruiken.
  • Breng op plaatsen waar geen regen valt stof besprenkeld met citroensap of azijn aan. 
  • Strooi peper op de plekken waar de katten vaak komen. Het prikkelt de neusgaten en voelt erg onprettig voor de kat. Het kan echter geen schade aanrichten.
  • Leg koffiedrab op plekken waar veel gegraven wordt.
  • Plaats planten in de tuin waar katten niet van houden. Deze planten zijn: wijnruit, boerenwormkruid, afrikaantjes en planten met citroengeur.
  • Leg mottenballen neer op plekken waar geen regen komt (niet bij moestuinen).
  • Maak ongewenste katten een paar keer nat met tuinslang, tuinsproeier of waterpistool.

Tips voor katteneigenaren

  • Houd uw kat(ten) zo veel mogelijk binnen uw eigen tuin. Plaats een erfafscheiding met verticale latten, waar katten moeilijker overheen kunnen klimmen of eronder kunnen kruipen.
  • Laat uw kat(ten) steriliseren of castreren. Zowel de Dierenbescherming als de gemeente raden dit aan. Gesteriliseerde en gecastreerde katten zijn veel rustiger en veroorzaken minder geluidsoverlast. Ook voorkomt u hiermee de uitbreiding van de kattenpopulatie. Binnen een aantal jaar kunnen twee katten immers voor duizenden nakomelingen zorgen.
  • Laat uw kat(ten) chippen. De Dierenambulance kan ‘gevonden’ katten makkelijker traceren. Veel dierenartsen hebben speciale actieperioden voor chippen met korting.
  • Plant aantrekkelijke planten voor uw katten: bijvoorbeeld kattenkruid, gamander of schildzaad, steenanjer, vetmuur, sierhaver, zachte lange grassoorten en kattengras.
  • Zorg voor een zonnige, zachte ligplek. Of houd katten aan een kattenriempje in de tuin, zodat ze in uw eigen tuin kunnen rondlopen met bewegingsvrijheid.

Wilt u een melding doen over zwerfkatten? Dat kan bij Zwerfkatten Rijnmond.

Meer informatie

Er zijn nog meer huis-, tuin- en keukentips om katten uit uw tuin te weren. U vindt ze op deze websites: