Spring naar het artikel

In en om Rotterdam leven veel ganzen, naar schatting enkele duizenden. Veel mensen genieten van deze watervogels, die echt thuishoren in het Nederlandse landschap. Maar ganzen en Nijlganzen veroorzaken ook steeds vaker overlast.

Het aantal ganzen in Nederland is de laatste jaren enorm toegenomen, ook in Rotterdam. Ze zorgen daarmee ook steeds vaker voor overlast in de stad: vervuiling, geluidsoverlast en agressief gedrag. Ook kunnen ganzen een gevaar voor de veiligheid in lucht vormen, voor het vliegverkeer (vliegveiligheid).

Het zijn vooral boerenganzen, grauwe ganzen en Nijlganzen die voor overlast zorgen. De provincie Zuid Holland heeft in een faunabeheerplan opgenomen dat het aantal ganzen flink moet afnemen. In het landelijk gebied is er namelijk veel schade aan gewassen. Ook vliegveiligheid is een argument voor bestrijding.

De gemeente Rotterdam doet op dit moment het volgende om de overlast te beperken:

  • Nestbehandeling van de grauwe gans, boerengans, Nijlgans. Elk jaar behandelen de boswachters ruim 2.000 eieren met maisolie waardoor deze niet uitkomen. Dit wordt gedaan in de grotere groengebieden en op plekken waar overlast is.
  • Op sommige locaties is het zinvol om boerenganzen af te vangen. De boswachter beoordeelt dit. De ganzen worden levend gevangen door een faunabeheerder en ondergebracht bij een dierenhandel. Het uitgangspunt is dat er geen ganzen gedood worden.
  • Als het nodig is geeft de gemeente trottoirs extra reiniging.

U kunt het volgende doen:

  • Voer de ganzen niet
  • Zijn er ganzennesten op uw eigen terrein? Zoek samenwerking met een boswachter voor nestbeheer, bel hiervoor met 14 010
  • Houd tijdens het broedseizoen uw hond aangelijnd (ook op plaatsen waar uw hond mag loslopen). Houd uw hond uit de buurt van de ganzen, zodat ze in rust kunnen broeden. Volgens de Wet natuurbescherming is het opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten, rustplaatsen en eieren verboden.

De bescherming van dieren is geregeld in de Wet natuurbescherming. Deze wet maakt onderscheid tussen soorten die hier van nature voorkomen (inheems) en exoten. Alle inheemse soorten zijn beschermd en mogen niet gedood of gevangen worden. De provincie kan bij schade en overlast een ontheffing verlenen op deze verboden. Dit is geregeld in een provinciale verordening en in faunabeheerplannen.

  • Beschermde soorten
    Inheemse soorten zijn de grauwe gans, brandgans, Canadese gans en kolgans. Deze soorten zijn beschermd. Voor nestbehandeling of het vangen van deze ganzen is dus een ontheffing nodig. De gemeente Rotterdam heeft geen ontheffing voor het vangen van Grauwe ganzen.
  • Niet beschermde soorten
    Exoten zijn Nijlganzen . Voor de nestbehandeling of het vangen en doden van deze ganzen is geen ontheffing nodig. Echter, Nijlganzen broeden op moeilijk bereikbare plaatsen en zijn lastig te vangen. Vangen en doden van Nijlganzen ziet de gemeente niet als een gewenste oplossing.
    De Boerengans is een gedomesticeerde en later weer verwilderde grauwe gans en is niet beschermd. Deze gans mag zonder ontheffing worden gevangen.