Stadsverwarming
De gemeente Rotterdam wil dat woningen, kantoren, scholen en andere gebouwen die nieuw worden gebouwd aangesloten worden op stadsverwarming.
Wat is stadsverwarming?
Waar geldt de aansluitplicht op het warmtenet?
Veelgestelde vragen
Een warmtenet levert een belangrijke bijdrage aan het behalen van de milieudoelstellingen en duurzaamheidsambities van de gemeente Rotterdam. Bovendien vermindert het gebruik van warmtenetten de belasting van het elektriciteitsnet, wat een positief effect heeft op het voorkomen van netcongestie.
De aansluitplicht heeft als doel dat nieuw te bouwen bouwwerken collectief op het warmtenet aansluiten. Dit maakt en houdt het warmtenet efficiënt en betaalbaar. Het aansluiten op een warmtenet kan ook een positieve bijdrage leveren aan de energieprestatie van een gebouw, in de vorm van een gunstige BENG-berekening (Bijna Energie Neutraal Gebouw).
De aansluitplicht op het warmtenet geldt voor nieuw te bouwen bouwwerken (woningen en utiliteiten/voorzieningen), inclusief sloop-nieuwbouw. Voor renovatie- of verbouwprojecten geldt geen aansluitplicht, maar binnen het concessiegebied is vrijwillig aansluiten soms ook mogelijk. Neem daarvoor zo vroeg mogelijk contact op met het warmtebedrijf in het gebied van uw project.
Een bouwplan voldoet aan de aansluitplicht als een gebouw is aangesloten op het warmtenet en deze aansluiting voorziet in de volledige behoefte aan ruimteverwarming en warm kraanwater van het gebouw. Een hybride systeem van stadsverwarming met een warmte-koudeopslagsysteem (WKO) kan ook aan de aansluitplicht voldoen, bijvoorbeeld wanneer voor warm kraanwater volledig van stadsverwarming gebruik gemaakt wordt, en de WKO gedimensioneerd is op de koudevraag. U hoeft dan geen toestemming voor een gelijkwaardige maatregel aan te vragen. Neem in dit geval wel zo vroeg mogelijk contact op met het desbetreffende warmtebedrijf om hierover af te stemmen.
Als er een aansluitplicht geldt, neem dan zo vroeg mogelijk contact op met het warmtebedrijf van het concessiegebied waarin uw bouwproject ligt. Via de interactieve kaart of via de kaart op gis.rotterdam.nl ziet u welk warmtebedrijf dat is.
Vattenfall: stuur een e-mail naar Warmte.Aanleg.Rotterdam@vattenfall.nl. Link opent een externe pagina in een nieuw browsertabblad.
Eneco: stuur een e-mail naar de ontwikkelaar Energieprojecten regio Rotterdam via de website van Eneco. Link opent een externe pagina in een nieuw browsertabblad..
De officiële aanvraag voor een aansluiting doet u via de website www.mijnaansluiting.nl. Link opent een externe pagina in een nieuw browsertabblad..
Soms kan het warmtebedrijf uw gebouw om technische of financiële redenen niet aansluiten. Dan vraagt het bedrijf toestemming aan de gemeente om dat niet te doen. Als de gemeente akkoord gaat, mag u een andere manier van verwarmen kiezen en vervalt de aansluitplicht.
De aansluitplicht stond voorheen in de Bouwverordening Rotterdam en daarna via het overgangsrecht in het Bouwbesluit 2012.
Op 1 januari 2024 trad de Omgevingswet in werking. Sindsdien maakt de aansluitplicht via het overgangsrecht automatisch deel uit van het Omgevingsplan van Rotterdam, zie artikel 22.10, lid 3 en lid 4 van het tijdelijke deel daarvan.
Soms mag u een andere manier van verwarmen kiezen. Dit heet een gelijkwaardige maatregel. Dat betekent: uw alternatief moet even goed of beter zijn dan aansluiten op het warmtenet. U moet dan bewijzen dat uw oplossing net zo zuinig is met energie. Dit doet u met een zogenoemde BENG-berekening.
Als u gebruik wilt maken van een gelijkwaardige warmtevoorziening moet u bij de vergunningsaanvraag voor de Omgevingsplanactiviteit (OPA) Bouwen aantonen dat de door u gekozen alternatieve warmtevoorziening gelijkwaardig is. Dit heet een beroep op gelijkwaardigheid en kan het beste beoordeeld worden in een conceptaanvraag én als u uw aanvraag OPA Bouwen samen met de aanvraag voor de technische bouwactiviteit in het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) doet. De schriftelijke onderbouwing van de gelijkwaardigheid moet u in de vergunningsaanvraag voor de OPA Bouwen indienen.
Voor het opstellen van een gelijkwaardigheid kunt u een stappenplan en handleiding opvragen door een e-mail te sturen naar bwt-bouwfysica@rotterdam.nl. Link opent een externe pagina in een nieuw browsertabblad..
Bij de toets kijkt de gemeente naar de energieprestaties van het aan te sluiten gebouw op het moment van de aanvraag. Als uitgangspunt hanteert de gemeente de energieprestatie bij een volledige behoefte aan ruimteverwarming en warm kraanwater.
Voor het aantonen van de gelijkwaardige warmtevoorziening is het volgende van belang:
- U moet met behulp van een BENG-berekening (conform NTA8800) aantonen dat met de alternatieve warmtevoorziening het gebouw tenminste dezelfde energieprestatie op BENG 2 en 3 bereikt.
- U moet een berekening en toelichting overleggen waarin gerekend wordt met een aansluiting op het warmtenet die geschikt is om te voorzien in de volledige behoefte aan ruimteverwarming en warm kraanwater van het gebouw of de gebouwen in de aanvraag.
- U moet ook een berekening overleggen waaruit blijkt dat de alternatieve warmtevoorziening, die geschikt is om te voorzien in de behoefte aan ruimteverwarming en warm kraanwater van het gebouw, dezelfde of een betere BENG 2 én 3-waarde bereikt dan wanneer het gebouw aangesloten zou zijn op het warmtenet. Hierbij moeten de uitgangspunten voor beide berekeningen alleen afwijken op het energiesysteem bij ruimteverwarming en warm kraanwater, waar het nodig is voor het alternatief. Dus alle andere onderdelen van de berekening moeten precies hetzelfde zijn, zoals de waardes voor isolatie of de fysieke vorm van het gebouw. Alleen de waarden van de energiesystemen mogen anders zijn.
De uitkomst van BENG-1 blijft in beide berekeningen dus gelijk, aangezien de energiebehoefte van het gebouw niet gewijzigd wordt. Andere installaties zoals koeling, PV en ventilatie hebben geen directe relatie met de warmtelevering en zijn dan ook geen onderdeel van de vergelijking. De gemeente gaat ervan uit dat deze overige parameters zoveel als mogelijk gelijk zijn. Bij de vergunningsaanvraag voor de Omgevingsplanactiviteit Bouwen moet u aantonen hoe aan de genoemde voorwaarden voldoet. Als de gemeente vindt dat de door u voorgestelde warmtevoorziening aan alle eisen voldoet, zal uw beroep op gelijkwaardigheid geaccepteerd worden.
Houd er rekening mee dat een gelijkwaardige maatregel per geval wordt beoordeeld en per project kan verschillen, omdat de beoordeling afgestemd wordt op de kenmerken van het project.
Er is een stappenplan en een handleiding beschikbaar om het juiste rendement en energiesysteem in de BENG-berekening mee te nemen. Hierin staan uitgangspunten voor het warmtenet met betrekking tot ontwerptemperatuur, distributie enzovoorts.
Voor de energieprestatie-factoren van het warmtenet kunt u de kwaliteitsverklaringen aanhouden. Deze verklaringen zijn geregistreerd op de website van de BCRG. Link opent een externe pagina in een nieuw browsertabblad. (Bureau Controle Registratie Gelijkwaardigheid) in het verklaringenregister.
U kunt daar zoeken op “Rotterdam” om de in Rotterdam beschikbare warmtenetten en de bijbehorende kwaliteitsverklaring en rendementen te vinden. Deze informatie vindt u ook in de BENG-software. Bij toepassing in de BENG-berekening wordt hiermee de juiste energieprestatie meegenomen.