Mogelijke uitbuiting in voormalig hotel
Wat je denkt aan te treffen, blijkt al snel te kloppen. Tijdens een onverwachts bezoek van gemeentelijke controleurs aan het voormalig hotel Campanile in Rotterdam Prins Alexander stuiten we op ‘pure uitbuiting’ van een groep voornamelijk jonge arbeidskrachten uit Spanje.
De tientallen arbeiders in het ‘hotel’ kijken bijna aangenaam verrast als we binnenkomen en vragen naar ID’s en allerlei andere papieren. Zo willen de controleurs weten of ze zijn ingeschreven in de Basisregistratie Personen (BRP). Dat is verplicht als je langer dan vier maanden in Nederland werkt. Ook kijken ambtenaren van Bouw- en Woningtoezicht mee of het gebouw aan de veiligheidsvoorschriften voldoet en of de woonregels worden nageleefd. ‘Geen enkel probleem’, klinkt het in gebroken Engels.
‘Ophokhotel’ voor arbeiders
We staan in de centrale lobby die dienstdoet als keuken, eetkamer en wasmachinehok tegelijk. Wat ooit een hotelketen was voor vertegenwoordigers met een aktetas die onderweg naar hun volgende klant waren, lijkt nu een ‘ophokhotel’ voor moderne gastarbeiders. Op het restaurantfornuis pruttelt nog wat warm water in een steelpannetje. Sommigen hebben net gekookt. Anderen lopen nog wat rond of buiken uit.
Aanleiding voor het bezoek is de overlast die omwonenden al enige tijd ervaren van de hotelgasten. De tip kwam binnen via de politie en de gemeente. Het laat maar zien hoe burgers nodig zijn bij het oplossen en tegengaan van allerlei vormen van mensenhandel, weet een van de controleurs van Directie Veiligheid. Zij zijn de extra oren en ogen van de gemeentelijke controleurs en politie om mensenhandel aan te pakken.
Eerste weken in Nederland
De 20-jarige Arnau uit Barcelona, gekleed in trainingspak, maar wel op pantoffels, staat twee controleurs te woord. Als ze uiteindelijk even gaan zitten vertelt hij in zijn beste Engels over zijn eerste weken in Nederland. Hoe hij hier is gekomen (via zijn stiefbroer), wat hij verdient (11,99 € per uur) en wat ze betalen aan huur (156 € per week). De antwoorden leiden al snel naar allerlei misstanden in de loonbetaling en de woonsituatie. Maar de verhuurder die ter plekke wordt gebeld geeft vooralsnog niet thuis.
De ambtenaren leggen Arnau uit dat ze er voor hem zijn. Om te kijken of het hem goed gaat. ‘Fysiek wel’, zegt hij, ‘maar mentaal minder, omdat ik achter mijn salaris aan moet.’ Later vertelt hij, samen met enkele huisgenoten, dat ze een keer naar de agency in Tiel zijn gereden. Dat is het malafide uitzendbureau dat hen een baan aanbood in Nederland. ‘Die man in Tiel wist niet eens hoe hij een salarisstrook moest opmaken’, zegt Arnau.
Het zaakje stinkt
Maar of ze nu werkelijk snappen dat ze mogelijk worden uitgebuit is onduidelijk. Niet iedereen heeft een kopie van een getekende arbeidsovereenkomst ontvangen. Een huurovereenkomst is er niet. Bij ziekte zouden ze salaris uitgekeerd krijgen, maar dat gebeurt niet. In helder Nederlands: het zaakje stinkt. Ze zijn dan ook blij met de aandacht van de gemeente Rotterdam om hen te helpen.
De ambtenaren zijn er inmiddels van overtuigd dat er meer actie nodig is. De Arbeidsinspectie wordt benaderd, maar ook de verhuurder van het pand kan een bezoek van de gemeente verwachten. Net als de ondernemer uit de Hoeksche Waard, waar de meeste gastarbeiders werken. ‘Er bestaat ook nog zoiets als goed werkgeverschap’, zegt de controlerende ambtenaar.
Korte vakantie
Arnau weet nog niet wat hij gaat doen. Voor de kerstdagen vliegt hij terug naar huis. Een korte vakantie. Maar of hij terugkomt, weet hij nog niet. Misschien pakt hij zijn studie journalistiek wel weer op. Voor nu is het nog even het avontuur in Rotterdam en overdag op de heftruck op zijn werkplek, een pakhuis.
Meer weten over de aanpak van mensenhandel?
Meer weten over hoe de gemeente Rotterdam probeert mensenhandel aan te pakken? En hoe Rotterdammers daarbij kunnen helpen? Lees dan ook het artikel Bestrijding mensenhandel werkt met hulp van Rotterdammers.