Burgemeester Aboutaleb
Gepubliceerd op: 15-12-2016
Geprint op: 25-10-2020
https://www.rotterdam.nl/bestuur-organisatie/burgemeester-aboutaleb/
Ga naar de hoofdinhoud

Ahmed Aboutaleb is op 5 januari 2009 benoemd als burgemeester van Rotterdam. Op 5 januari 2015 is zijn tweede termijn van zes jaar ingegaan.

De burgemeester vormt samen met de wethouders het dagelijks bestuur van de gemeente, het college van B en W. Hij is de voorzitter van het college en kan zelf onderwerpen op de agenda zetten en eigen voorstellen in het college bespreken. Het college als geheel en alle leden afzonderlijk zijn voor het gevoerde beleid en hun handelen verantwoording verschuldigd aan de gemeenteraad.

Voorzitter van de Raad

De burgemeester is naast voorzitter van het college ook voorzitter van de gemeenteraad. Hij kan tijdens de vergadering aan de beraadslagingen deelnemen en is verantwoordelijk voor de orde tijdens de vergadering. Hij maakt zelf geen deel uit van de gemeenteraad.

Bevoegdheden

Burgemeester Aboutaleb heeft een aantal wettelijke bevoegdheden op het terrein van openbare orde en veiligheid. Daarnaast is hij verantwoordelijk voor internationale betrekkingen, bestuur, citymarketing en communicatie.

Curriculum Vitae burgemeester Aboutaleb

Ahmed Aboutaleb (Beni Sidel, Marokko, 1961) is sinds 2009 burgemeester van Rotterdam.

Eerder was hij namens de PvdA staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in het kabinet-Balkenende IV (2007-2008) en wethouder in Amsterdam (2004-2007). Op zijn vijftiende kwam Aboutaleb door gezinshereniging naar Nederland. Het gezin woonde in Den Haag, waar hij achtereenvolgens de lts, mts en hts doorliep. Hij studeerde in 1987 af in de telecommunicatie. Ahmed Aboutaleb is een groot liefhebber van poëzie.

1985 - 2007

Halverwege de jaren 80 begint zijn journalistieke carrière. Hij was discussieleider bij RVU televisie, programmamaker bij Radio Stad Amsterdam, Radio Noord-Holland en verslaggever bij Veronica Radio, NOS Radio en RTL nieuws. In 1991 maakte hij de overstap naar de overheid. Hij werkte onder andere bij het ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur, de Sociaal-Economische Raad (SER) en bij het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). In 1998 werd hij bestuurder van Forum, het instituut voor multiculturele ontwikkeling en in 2002 directeur van de sector Maatschappelijke, Economische en Culturele Ontwikkeling (MEC) van de gemeente Amsterdam.

Rotterdam

Burgemeester Aboutaleb is een groot pleitbezorger van de waarden die in de Nederlandse Grondwet verankerd zijn: de vrijheid van religie, vrijheid van meningsuiting en het antidiscriminatiebeginsel. Het verkrijgen van de Nederlandse nationaliteit beschouwt hij als een opdracht om die waarden te respecteren, uit te dragen en mee te bouwen aan de wij-samenleving. Hoe meer mensen daar deel van uitmaken, hoe sterker en veerkrachtiger die samenleving is, in voor- en tegenspoed. Hij gaat regelmatig de stad in om met bewoners te spreken over wat er speelt in hun wijk.

In 2015 verschenen twee publicaties van zijn hand: de HJ Schoo lezing (pdf, uitgave van weekblad Elsevier) over de leidende rol die steden en stedelijke regio’s kunnen spelen op nationaal en internationaal niveau en Droom & Daad, dat werd uitgegeven in de Week van de Geschiedenis door Stichting CPNB. Hierin beschrijft hij met een Rotterdams oorlogsverhaal wat er nodig is voor een stabiele, vreedzame samenleving.

Ahmed Aboutaleb (born 1961 in Beni Sidel, Morocco) has been Mayor of Rotterdam since 2009.

Previously, he represented the PvdA (Labor Party) as State Secretary for the Ministry of Social Affairs and Employment in the fourth Balkenende cabinet (2007-2008) and as an alderman in Amsterdam (2004-2007). At the age of fifteen, Aboutaleb came to the Netherlands for family reunification. The family resided in The Hague, where Aboutaleb successively attended Junior Technical School, Intermediate Technical School and Technical College, graduating in Telecommunications in 1987. Ahmed Aboutaleb is a poetry enthusiast.

1985 -2007

In the mid-1980s, Aboutaleb started his career in journalism. He was a discussion leader for RVU Television, made programs for Radio Stad Amsterdam and Radio Noord-Holland, and reported for Veronica Radio, NOS Radio and RTL News. In 1991, he moved to public services, holding positions with the Ministry of Welfare, Health and Culture, the Social and Economic Council of the Netherlands (SER) and Statistics Netherlands (CBS). In 1998 he became an administrator for the Forum institute for multicultural development, and in 2002 he became director of the City of Amsterdam’s sector of Social, Economic and Cultural Development (MEC).

Rotterdam

Mayor Aboutaleb strongly advocates the values enshrined in the Dutch Constitution: freedom of religion, freedom of speech and the principle of non-discrimination.In his view, obtaining Dutch citizenship entails a responsibility to respect and uphold those values and to take part in building the We Society. The more people take part in which, the stronger and more resilient that society will be, both in good and bad times. He’ll regularly take neighbourhood strolls throughout Rotterdam to have talks with residents about what concerns them.

In 2015, Aboutaleb published two books: an HJ Schoo Reading (published by Elseviermagazine) titled De roep van de stad ('The City’s Call'), covering the leading role cities and urban regions can play at the national and international level, and Droom & Daad ('Dream & Deed'), which was published for the History Week of the Collective Promotion of the Dutch Book foundation (CPNB). In Droom & Daad, he tells a Rotterdam war story to present how to ensure a stable, peaceful society.

Secretariaat Woordvoerder (media) Bezoekadres Postadres
010 - 267 38 93
a.aboutaleb@rotterdam.nl

Claudia Verhulp
06 512 663 15
c.verhulp@rotterdam.nl

Stadhuis
Coolsingel 40
3011 AD  Rotterdam
Gemeente Rotterdam
Postbus 70012
3000 KP  Rotterdam

Toespraak tijdens herdenking slavernijverleden 30 juni 2020

Slavernijmonument van Alex da Silva (1974-2019) in het Lloydkwartier

Zo’n 50 jaar geleden, op de basisschool in Marokko, hoorde ik voor het eerst over slavernij. De onderwijzer vertelde het verhaal van Bilal Ibn Rabah, een tot slaaf gemaakte man uit Ethiopië, die in de zesde eeuw leefde op het Arabische Schiereiland.

Bilal werd mishandeld en afgebeuld door zijn meester. Hij werd vernederd door zijn stadgenoten vanwege zijn huidskleur. Nadat een barmhartig man hem had vrijgekocht, werd Bilal een vrij mens.

Toen in Medina de eerste moskee werd gebouwd, zochten de gelovigen een manier om de mensen tot het gebed op te roepen. Niet met klokken of trommels zoals toen gebruikelijk was, maar met een menselijke stem.

Ze vroegen Bilal, omdat hij van onbesproken gedrag was en zo mooi en welluidend kon spreken. Hij werd de allereerste gebedsoproeper van de allereerste moskee. Zo schreef hij geschiedenis, en tot op de dag van vandaag wordt er met grote eerbied over hem gesproken.

Dit verhaal bevat een wijze les: het leven draait niet om onze kleur en gedaante, maar om ons hart en onze daden. Om onze talenten. Menselijke waardigheid en vrijheid zijn verbonden met ieder mens en verdienen respect. We worden niet geboren om het bezit te zijn van een ander.

Toen de Europeanen in de 16e eeuw uitvoeren om verre oorden te koloniseren, werd deze wijsheid simpelweg ontkend.

Om bij de rijkdommen te komen, werden de volken die ze eeuwenlang hadden beheerd, weggejaagd of vermoord. Om de rijkdommen te kunnen oogsten, werden miljoenen mensen tot slaaf gemaakt. Gereduceerd tot gereedschap of lastdier, waarmee de eigenaar kon doen wat hij wilde.

Het economische succesverhaal van het kolonialisme wordt nog steeds gevierd. Maar hoe duur was de suiker, het katoen en de koffie écht? Met hoeveel bloed, zweet en tranen is er betaald? Het antwoord op die vraag is geen ontkenning, maar juist een verrijking van het verhaal over ons koloniale verleden.

Ook onze stad kent pijnlijke verhalen. De Rotterdamse rederij Van Coopstad en Rochussen was een van de grootste slavenhandelaren. In drie jaar tijd vervoerde deze reder meer dan 20.000 mannen en vrouwen die tot slaaf waren gemaakt. Zij werden beschouwd als stukgoed, in plaats van mensen van vlees en bloed.

Dit is een inktzwarte bladzijde in ons geschiedenisboek. We kunnen de geschiedenis niet herschrijven, maar de verhalen wel blijven vertellen.
Daarom onderzoeken we het koloniale verleden van deze stad. Daarom is slavernij opgenomen in de Canon van Nederland, evenals de schrijver en dichter Anton de Kom, die het eerste boek over de Surinaamse geschiedenis schreef.

Het is goed dat we nadenken over het verleden en de wijze waarop sommigen tot helden werden verheven. Zo ontstaat er ruimte voor discussie, vergeving en historische genoegdoening. Ruimte voor waardering van de menselijke veerkracht.

De huidige generatie verantwoordelijk stellen voor de afschuwelijke daden van toen, helpt niet bij het bouwen van een sterke samenleving. De geschiedenis moet juist gebruikt worden om mensen krachtig te verbinden.

Bilal Ibn Rabah, ooit tot slaaf gemaakt in Afrika, overleed als een alom gerespecteerd en vereerd man. Vele tot slaaf gemaakten die na hem kwamen, was een triester lot beschoren. Zij stierven naamloos en eerloos, teruggebracht tot cijfers in de boekhouding van hun eigenaren.

Het is aan ons allemaal om hen een gezicht te geven. Niet alleen door onderzoek te doen en de Canon van Nederland aan te passen, maar ook door erover te lezen en met elkaar over te praten. Als we elkaar beter begrijpen, zijn we sterker.

Ook al lijkt het soms alsof het verleden verdeeldheid zaait, er is meer dat ons verbindt: het besef dat niemand wordt geboren om het bezit te zijn van een ander. Dat waardigheid en vrijheid hoort bij ons menszijn. En dat we gezamenlijk aan een goede toekomst kunnen werken.

Een toekomst die we in alle eerlijkheid en nederigheid zullen doorgeven aan onze kinderen. Een toekomst die vanzelf geschiedenis wordt, een geschiedenis waar onze kinderen en kleinkinderen met respect op terug zullen kijken.

Toespraak tijdens Internationale Herdenkingsdag van de Holocaust bij Loods 24 27 januari 2020

Kindermonument bij Loods 24 aan de Eva Cohen Hartogkade

Beste mensen, lieve kinderen.

Ieder jaar breng ik met Rotterdamse scholieren een bezoek aan kamp Westerbork. Kinderen van een basisschool en een middelbare school. Een aantal jaren geleden ben ik hiermee begonnen, omdat ik het belangrijk vind dat de lessen van de Tweede Wereldoorlog worden doorgegeven. Veel jongeren hebben nauwelijks besef van deze zwarte bladzijde in de geschiedenis.

Op weg naar Westerbork roepen de scholieren nog: “Waarom moet ik meer dan twee uur in deze bus zitten?” Maar eenmaal daar, verdwijnen hun praatjes en maken de rondleiding, de verhalen en foto’s diepe indruk.

Het verhaal over een vroeggeboren baby, die in Westerbork nog zo liefdevol verzorgd werd. Eenmaal gezond en sterk, werd de baby zonder pardon met zijn ouders op transport naar Auschwitz gezet.

De foto van een trein die klaarstond om te vertrekken. Wagons vol mensen die hun noodlot tegemoet gingen. Een perron met mensen die wanhopig “tot ziens” riepen, tegen beter weten in.

Ik wees naar beneden, en vroeg de kinderen naar de grond te luisteren. De grond waarop al die bange, wanhopige mensen gelopen hadden. Kinderen zoals de heer Waterman, als 6-jarig jongetje.

”Het gaat over de oorlog en onze stad”, zei een leerling tijdens het bezoek. Een ander meisje zei: “Ik wil voortaan met mensen praten over wat ze écht voelen en denken. Dat is belangrijk, dat heb ik vandaag wel geleerd.”

Lieve mensen,

Het is waar: vergelijkingen met de Tweede Wereldoorlog gaan altijd mank. Hun reacties doen geen recht aan het onrecht dat toen gebeurde. Toch was ik erdoor ontroerd. Want eigenlijk zeiden die kinderen drie dingen:

Dit bezoek heeft mijn ogen geopend.
Deze mensen waren net zoals wij, en
Ik begrijp dat wat er toen is gebeurd, ook iets betekent voor nu.

Daarom is het zo belangrijk dat wij deze geschiedenis blijven vertellen. Want kennis leidt tot inzicht en inzicht leidt tot medemenselijkheid. En medemenselijkheid is onmisbaar voor een vreedzame samenleving.
Een samenleving waarin we oog hebben voor de noden van de ander, voor mensen die het minder hebben dan wij.

Wat zou de jeugd van de Holocaust moeten leren? Van de Porajmos, zoals de Roma en Sinti het noemen? In de eerste plaats dat de aanloop jaren eerder begon. Met het vernederen en beschuldigen van medeburgers, het vernielen van hun bezittingen.

De Joodse bevolking moest boeten voor de nederlaag van Duitsland in de Eerste Wereldoorlog. Zij moest boeten voor de economische malaise. Ze waren een makkelijk doelwit:

Omdat ze “anders” waren,
een ander geloof hadden,
een andere cultuur.

Net zoals de Roma en Sinti, voor wie ook geen plaats was in Nazi-Duitsland. Net zoals mensen met een andere seksuele geaardheid, of een handicap.

Schelden, beschuldigingen: het lijken slechts woorden. Maar ze maken meer kapot dan je denkt. Onwetendheid is een voedingsbodem van haat en racisme. En haat en racisme plaveien de weg naar geweld.

Verder hebben we instrumenten nodig, zoals de heer Waterman aangaf, waarmee jongeren een verbinding kunnen maken tussen het verhaal van toen en nu. Tussen de geschiedenis en wat zij nu op hun tv en mobieltje zien. Wat zij zelf kunnen doen om haat en racisme geen kans te geven.

Een instrument om het wij-zij-denken te doorbreken. Want wij, dat is iedereen. Alle mensen, oud en jong, met en zonder religie, de voorlopers en de twijfelaars. Iedereen die iets van zijn leven, de samenleving wil maken.

Dat begint op school. In de klas leer je hoe belangrijk het is om in vrede en vrijheid te kunnen leven. Wat vrijheid van onderwijs, van religie, van vergadering en drukpers betekent.

In de klas leer je ook dat vrijheid niet zonder verantwoordelijkheid kan, want jouw vrijheid mag een ander geen schade berokkenen.

De heer Waterman heeft ons als waterbouwer ook een instrument gegeven. Hij heeft een methode bedacht om onze waterwegen en hun oevers terug te geven aan de natuur. Zodat niet alleen de scheepvaart, maar ook bewoners en recreanten weer van het water kunnen genieten. Deze methode heet: Aquapunctuur. Omdat het geen grote ingrepen hoeven te zijn, maar speldenprikjes waar iedereen mee aan de slag kan.

Zo’n methode kunnen we ook gebruiken om vrede te brengen in de stad. Pax betekent vrede, en daarom noem ik het: PaxPunctuur. Ook dat hoeven geen grote ingrepen te zijn, want het begint bij onszelf.

Het begint ermee dat we onszelf prikken als dat nodig is. Dat we onze mond opendoen als iemand onrecht wordt aangedaan, gepest wordt. Dat wat we zelf willen, ook een ander gunnen. Dat we met iemand die ‘anders’ is, kennismaken in plaats van de rug toekeren.

Het begint met kleine, zachte speldenprikjes die uiteindelijk ongelofelijk sterk kunnen zijn. Zoals waterdruppels zelfs het hardste steen doen slijten en op die manier de loop van de rivier kunnen veranderen.

Daarom koesteren we vandaag de stenen van Levenslicht, die een belangrijke boodschap voor ons hebben: vier je vrijheid, door stil te staan bij het verleden.

Meer informatie

Wilt u de burgemeester iets vertellen of informeren over wat speelt in de stad? Dan kunt u hem rechtstreeks mailen op a.aboutaleb@rotterdam.nl.