Spring naar het artikel

Het begrip stadsvernieuwing kwam begin jaren zeventig van de twintigste eeuw in zwang. Het staat voor de zorgvuldige vernieuwing en verbetering van woningen en woonomgeving in verouderde wijken.

Tot dan toe dacht men bij oude wijken vooral in termen als sanering en krotopruiming. In de wederopbouwperiode lag de aandacht vooral op het bestrijden van de woningnood. Er werden nieuwe uitbreidingswijken gebouwd, maar de oude wijken werden verwaarloosd. Daarnaast had het versterken van de bereikbaarheid en de cityfunctie van het centrum prioriteit. De steeds grootschaliger projecten leidden in veel steden tot twijfel en protesten.

Grootschaligheid

In Rotterdam concentreerden de protesten zich op de sloop van de wijken rond het centrum en op de aanleg van het zogenoemde Rotte-tracé. Dit was een plan voor een tweebaanssnelweg en spoortracé dat globaal de loop van de Rotte zou volgen. Verder bestond er in Rotterdam een algemene onvrede over de ongezelligheid en grootschaligheid van het wederopbouwcentrum. Deze kwam tijdens de manifestatie C70 naar voren. Door de onstuimige groei van de stad eind negentiende eeuw waren er naar verhouding veel kwalitatief slechte woningen ( revolutiebouw). Deze woningen waren vaak in handen van particuliere verhuurders en huisjesmelkers. Door het bombardement was trouwens wel de grote sloppenwijk bij de Goudsesingel verdwenen.

Volgens de Saneringsnota van 1969 moesten maar liefst 4.200 woningen worden gesloopt. Zo bestonden er plannen het Oude Westen geheel te slopen en te vervangen door middelhoge flats in het groen. De onvrede over de grootschalige sloopplannen kwam - ook onder invloed van het protestklimaat sinds 1968 - tot uiting in de oprichting van actiegroepen. Daar dwongen bewoners van oude wijken samen met jonge linkse studenten de stadsvernieuwing af. In 1973 zette het kabinet Den Uyl met minister Gruyters en de staatssecretarissen Schaefer en Van Dam de stadsvernieuwingsproblematiek landelijk op de kaart. Hierna kwam de doorbraak in Rotterdam met het nieuwe meerderheidscollege van de PvdA in 1974.

Voortrekkersrol

Onder Van der Louw en wethouder Van der Ploeg werd de stadsvernieuwing krachtig ter hand genomen. Met enige trots wordt de voortrekkersrol van Rotterdam beschreven in twee publicaties. In 1984 wordt het tienjarig jubileum van de stadsvernieuwing gevierd, Dit gebeurt met een driedelige publicatie. In 1999 verschijnt 'Rotterdam binnenstebuiten ondersteboven' over vijfentwintig jaar stadsvernieuwing. In totaal zijn in vijfentwintig jaar 71.000 nieuwe en vernieuwde woningen opgeleverd.

1974-1984

In de eerste periode, later wel de 'klassieke stadsvernieuwing' genoemd, lag de aandacht vooral bij de organisatie van het proces. Hiervoor ontwikkelde Van der Ploeg het 'Rotterdamse model', waarbij bewoners en ambtenaren decentraal samenwerkten in projectgroepen. Onder het motto 'Bouwen voor de buurt' werd de waarde van de bestaande wijken erkend. De vernieuwing voor de bestaande wijkbewoners werd ingezet. Dat betekende behoud van de bestaande verkaveling en een voorkeur voor renovatie en verder betaalbare huren en sociale woningbouw.

Allereerst moest daarvoor het versnipperde woningbezit worden aangepakt. De particuliere verhuurders konden of wilden de noodzakelijke verbeteringen niet aanbrengen. In korte tijd werd de helft van de 17.000 woningen in de oude wijken aangekocht. Daarnaast werden enkele bedrijfsterreinen (Veemarkt, Slachthuis, Jamin) voor woningbouw bestemd. Het Simonsterrein in Feijenoord (1976- is een prototype voor dergelijke stadsvernieuwing. Op een plek langs de Maas zijn blokjes portiekwoningen gesitueerd. Ze zijn van een eenvoudige architectuur zonder opsmuk en met een betaalbare huur.

Andere vroege voorbeelden van stadsvernieuwing zijn de woningbouw in

  • Rubroek
  • de Rottebocht
  • de Boogjes
  • de Gouvernestraat in het Oude Westen. 

Het Oude Westen is een belangrijk laboratorium voor de stadsvernieuwing, waarbij de Aktiegroep Oude Westen een belangrijke rol speelt. De Aktiegroep krijgt in 1980 zelfs de Rotterdam-Maaskantprijs. In deze periode wordt nabij het centrum op onder andere het Heliport-terrein betaalbare kleinschalige nieuwbouw gerealiseerd. De economische crisis van de jaren tachtig bemoeilijkt de financiering van de stadsvernieuwing.

1984

De viering van tien jaar stadsvernieuwing in 1984 betekent ook een kentering in het denken over stadsvernieuwing. De eenzijdige aandacht voor kleinschaligheid en sociale woningbouw heeft niet tot sprankelende architectuur geleid. Het biedt geen oplossing voor grootschalige projecten als de herbestemming van oude havengebieden. Daarnaast verwoest de renovatie met kunststof kozijnen, gepleisterde gevels en optoppingen de kwaliteit van de negentiende-eeuwse architectuur. In enkele projecten is deze kentering zichtbaar. De Peperklip is een groot woongebouw dat breekt met de traditionele blokopbouw en aansluit op de grootschaligheid van de haven.

De verzorgde, op het Nieuwe Bouwen geïnspireerde architectuur van architectengroep Mecanoo bij projecten als het Kruisplein, het Tiendplein en de Hillekop heeft wel de gewenste architectonische kwaliteit. Frits van Dongen en DKV breken in de Afrikaanderwijk de bestaande verkaveling open met modernistische concepten. De Kop van Zuid wordt na een ideeënprijsvraag in 1982 niet volgebouwd met standaard sociale woningbouw. Er komt een mix van woningbouwtypen.

Een andere verandering is de toenemende aandacht voor de sociale problematiek van de stadsvernieuwingswijken. Daar waar sprake is van een concentratie van lage inkomensgroepen en allochtonen. Er is nu sprake van sociale vernieuwing. Hierbij krijgen, naast de verbetering van de bouwkundige kwaliteit van de woningen en van de woonomgeving, ook de sociale samenhang en het beheer aandacht.
Eind twintigste eeuw komen ook de naoorlogse wijken in zicht bij de stadsvernieuwing, zoals in Hoogvliet, Pendrecht en Kleinpolder.

Nieuwe eeuw

Onder het nieuwe college in 2002 zonder PvdA en met Leefbaar Rotterdam als aanjager verandert de kijk op stadsvernieuwing opnieuw. Onder de noemer stedelijke vernieuwing wordt meer nadruk gelegd op sociale menging. Bijvoorbeeld door de bouw van woningen voor hogere inkomens en aandacht voor veiligheid en beheer. Het idee voor de bijna complete sloop van de wijk Nieuw-Crooswijk lijkt op de saneringsplannen uit de jaren zestig. Ook in de naoorlogse wijken wordt flink gesloopt.

Daartegenover staat de zorgvuldige restauratie van vroeg twintigste-eeuwse woningbouwcomplexen op het Noordereiland, in Bospolder en in Spangen. De vraag naar vertrouwde, traditionele architectuur is zichtbaar in de woningbouw van Bob van Reeth op het Noordereiland. En in projecten van Molenaar & Van Winden.

  • S.U. Barbieri e.a. - Stedebouw in Rotterdam, 1981
  • Diverse auteurs - Stadsvernieuwing Rotterdam 1974-1984, 1984
  • Diverse auteurs - Die Stad komt nooit af, Rotterdam, 1984
  • K. Hogervorst e.a. - Spijkers met koppen! Volkswoningbouw in Rotterdam 1985-1990, Rotterdam, 1990
  • P. Kuenzli, J. Stoof - Een huisbaas wordt bouwheer, Rotterdam, 1993
  • J. van Dieten, H. Moscoviter - Bakstenen kun je tellen, leefbaarheid niet, Rotterdam, 1994