Zorgdichtbij: verhalen uit de wijk
Gepubliceerd op: 18-06-2018
Geprint op: 27-11-2021
https://www.rotterdam.nl/wonen-leven/zorgdichtbij-verhalen/
Ga naar de hoofdinhoud

Soms stapelen problemen zich op. Problemen met geld, wonen en gezondheid bijvoorbeeld. Het wijkteam kan u dan helpen.

De Vraagwijzer, het Centrum Jeugd en Gezin, de schoolmaatschappelijk werker en de huisarts kunnen u doorverwijzen naar het wijkteam. Dagelijks helpen honderden wijkteammedewerkers Rotterdammers met (complexe) problemen. Deze serie portretteert de mensen die werken aan een sterker Rotterdam waarin iedereen mee kan doen. 

Klik op onderstaande foto's om de verhalen te lezen.

Kwetsbare zwangeren staan er niet alleen voor

Een kindje zit op de bank en speelt.

Een onbezorgde zwangerschap is belangrijk voor de moeder, maar zeker ook voor de baby. Imke Bergijk werkt als coach bij Moeders van Rotterdam.

Moeders van Rotterdam

Portret van Frederike Sinnema, projectleider Moeders van Rotterdam (MvR)

Het succesvolle project Moeders van Rotterdam (MvR) voor (zeer) kwetsbare zwangere vrouwen krijgt een plek binnen de wijkteams.

Van overleven naar leren leven

Haar kleren waren wat kreukelig merkte Rita op, ze probeerde de blouse met haar hand glad te strijken. Ze leefde uit haar koffer en sliep op een bank.

Dakloos en verloren

Sultan Oomen

Sultan glibberde over de vers gevallen sneeuw. Ze moest Martha ontmoeten en kijken of ze haar kon helpen. Met twee kinderen op straat leven kan niet in Rotterdam.

Wat als ik er straks niet meer ben

Yousra Al Allaoui

Stel je voor: je bent moeder en je ziet hoe je zoon zijn leven verpest met drugs en drank. Je bent bang dat hij straks ook nog dakloos wordt. Het overkwam Dina.

Bol van de ruzie

Coen Mourik

'Er kwam een melding bij het wijkteam binnen via de jeugdverpleegkundige van de school van de jongste dochter in het gezin. Het meisje wilde niet meer leven.' Al gauw bleek dat er nog meer aan de hand was.

Erger voorkomen

Maaike Schipper

Patricia, een jonge moeder had vragen over de opvoeding van haar dochter van negen. Ze twijfelde of ze het wel goed deed en wilde niet dezelfde fouten maken als haar moeder.

Liefde is blind

Een hand van een vrouw op de rug van een man op straat.

Albert is blind en heeft psychische problemen en komt voor zijn dagbesteding dagelijks op locatie bij Pameijer over de vloer. Het viel op dat zijn vrouw zo onaardig deed. En omdat zij zijn mantelzorger was maakte we ons zorgen of Albert thuis wel goed verzorgd werd.

Op slaapplekjacht

Jeroen Wiegmann

De cliënt die Jeugdzorgwerker Jeroen Wiegmann nooit zal vergeten? Dat is Semhar en haar zoontje Yaro van twee. Hij weet het nog goed, ook al is het al een aantal jaar geleden.

 

Een kindje zit op de bank en speelt.

Een zwangerschap is voor alle moeders spannend. Maar als de aanstaande moeder ook nog in een stressvolle situatie zit, maakt dat de zwangerschap extra zwaar. Moeders van Rotterdam (MvR) staat deze vrouwen bij. Omdat een onbezorgde zwangerschap belangrijk is voor de moeder, maar zeker ook voor de baby. Imke Bergijk werkt als coach bij MvR.

Sinds anderhalf jaar begeleidt ze een moeder en haar 1-jarige zoon. Tijdens de zwangerschap constateerde het ErasmusMC een hartprobleem bij het jongetje. Ook had de moeder geen inkomen en had ze destijds geen verblijfsstatus in Nederland. Dit veroorzaakte veel stress. Daarom schakelde een medisch maatschappelijk werker Moeders van Rotterdam in.

Huisbezoek, informatie en praktische hulp

Imke: 'Wij helpen kwetsbare zwangere vrouwen met problemen op allerlei gebieden. We gaan op huisbezoek en informeren de aanstaande moeder over wat ze kan verwachten van de zwangerschap en de bevalling. Ook bespreken we de voorbereiding van de komst van de baby en het juridische  gedeelte rondom de zwangerschap. En we helpen met praktische zaken op alle leefgebieden, zoals schuldhulpverlening, administratie, een opleiding of werk enzovoorts. We gooien een moeder nooit in het diepe. Wel sturen we aan op zelfredzaamheid.'

'Ik raad alle zwangere vrouwen die in een kwetsbare situatie zitten Moeders van Rotterdam aan! Ik heb veel bereikt en zonder de hulp van Imke was dat niet gelukt.'

De moeder die Imke begeleidt

Niet alleen

De moeder die Imke momenteel begeleidt, maakte zich zorgen om de gezondheid van haar kindje en werd overweldigd door wat er allemaal op haar af kwam. Imke: 'Het belangrijkste is eerst het stressniveau omlaag te krijgen. Ik heb samen met de moeder een verblijfsvergunning aangevraagd, babyspullen verzameld en vergoeding van de kraamzorgkosten geregeld. Dit luchtte haar al heel erg op; ze stond er niet meer alleen voor. Na een keizersnede had ze tijd nodig om te herstellen, maar inmiddels gaat het heel goed. Ze heeft een verblijfsvergunning en geen schulden meer. Ook heeft ze zelfstandig een baan gevonden. Ze zit lekker in haar vel en kan nu genieten van haar zoontje.'

Maatwerk                                                                                                                                             

Een traject bij Moeders van Rotterdam (MvR)  loopt meestal vanaf de conceptie tot het tweede levensjaar. Imke: 'Maar het is maatwerk. Als de doelen zijn bereikt, stoppen we eerder. Als langer hulp nodig is, kan dat ook; de nazorgfase loopt tot het derde levensjaar. MvR heeft korte lijnen binnen de gemeente en met netwerkpartners. Als we een moeder doorverwijzen naar een andere instantie, stopt de begeleiding en nazorg vanuit ons. Zo zorgen we altijd voor de juiste ondersteuning.'

Een kwetsbare zwangere aanmelden kan via het aanmeldpunt.

Portret van Frederike Sinnema, projectleider Moeders van Rotterdam (MvR)

Het succesvolle project Moeders van Rotterdam (MvR) voor (zeer) kwetsbare zwangere vrouwen krijgt een plek binnen de wijkteams. Om dit zo zorgvuldig mogelijk te regelen, draait er een pilot in het wijkteam IJsselmonde. Collega’s van MvR en het wijkteam onderzoeken in deze pilot hoe zij het beste kunnen samenwerken.

Vaste plek

‘Tot nu toe was MvR een project dat apart stond van het reguliere proces van hulpverlening’, vertelt projectleider Frederike Sinnema. ‘Inmiddels ziet het er naar uit dat de methodiek effectief bewezen wordt. Dit onderzoek loopt nog, de uiteindelijke resultaten worden eind 2022 gepresenteerd. De betrokken partijen hebben besloten dit niet af te wachten, maar MvR eerder al een vaste plek te geven in het reguliere proces; bij de Wijkteams.’

Samenwerking

MvR heeft een eigen specialistische methodiek die is afgestemd op de doelgroep. Frederike: ‘De bedoeling is dat de medewerkers van MvR dit werk in de wijkteams ook blijven doen. En dat de wijkteammedewerkers hun eigen werkzaamheden houden. Wel willen we graag de samenwerking stimuleren en elkaar te versterken. Bijvoorbeeld door gebruik te maken van elkaars expertise en netwerk.’

Kennismaken

Momenteel gaat een deel van de aanmeldingen van kwetsbare zwangere vrouwen naar MvR, en een deel gaat direct naar het wijkteam. Frederike: ‘De bedoeling is dat het team van MvR straks alle aanmeldingen oppakt. Daarom vinden we de samenwerking ook zo belangrijk. In de pilot onderzoeken we hoe deze samenwerking vorm moet krijgen; wat werkt, en wat niet. Dit jaar staat in het teken van kennismaken, met elkaar en met het werk. En met elkaar te komen tot inhoudelijke afspraken. Op basis van de pilot maken we een plan van hoe we het gaan aanpakken. Dit volgt na september als de pilot is afgerond. Het is nog te vroeg om conclusies te trekken. Maar we merken wel al dat iedereen er positief instaat, en dat is een mooi uitgangspunt. Ik heb er alle vertrouwen in dat deze samenwerking gaat slagen.’

Succesvol

Frederike benadrukt het belang van goede begeleiding van kwetsbare moeders en waarom de methodiek van MvR succesvol is. ‘Stress kan de ontwikkeling en groei van de baby remmen, en zorgen voor vroeggeboorte en een laag geboortegewicht. MvR biedt een compleet traject aan dat is gericht op stress verlagen, zelfredzaamheid vergroten en een goede start voor het kind. Juist deze totaalaanpak, neemt veel zorgen weg en zorgt voor rust.’

portret van Margriet Mol tegen een graffiti-achtergrond

Haar kleren waren wat kreukelig merkte Rita op, ze probeerde de blouse met haar hand glad te strijken. Ze leefde uit haar koffer en sliep op een bank. In de spiegel bij de deur zag ze dat de kreukels niet weg waren. Ze keek zichzelf recht in de ogen en vroeg zich wanhopig af: hoe heeft het zover kunnen komen? 

Geen geluk

Margriet, wijkteammedewerker en jeugd en gezinscoach via Enver: ‘Het verhaal van Rita raakte me. Niet alleen omdat ze met haar negentien jaar beschikte over een grote daadkracht. Ze was ook lief. Maar ze had gewoon geen geluk. Haar moeder gooide haar het huis uit na een ruzie. Ze sliep bij haar neef op de bank, maar hij rekende een belachelijk hoge huur die ze nauwelijks kon ophoesten met haar studiefinanciering en bijbaan. Tot overmaat van ramp kreeg ze een ongeluk met een scooter. Ze moest daar een paar weken van herstellen, maar raakte daardoor ook nog haar bijbaantje kwijt.’  

Boekdelen

‘Geloof me, dit is een slimme meid! Ze had een diploma verpleegkundige op zak, was mantelzorger voor haar zieke tante en deed vrijwilligerswerk. Ik kwam met haar in contact nadat de schoolmaatschappelijk werker ons wijkteam inschakelde. Zij maakte zich zorgen omdat Rita niet naar school kwam, en ze haar niet konden bereiken. Het was voor mij ook lastig in contact te komen, maar ik bleef het op alle mogelijke manieren proberen. Eindelijk kreeg ik haar te pakken en mocht ik op huisbezoek komen. Ze was nerveus en durfde me niet aan te kijken. En ondanks dat ze echt een stoere dame is, kon ik van haar gezicht aflezen wat er aan de hand was. Die ogen spraken boekdelen. Langzaam ontdooide ze en gaf ze antwoord op mijn vragen. We besloten samen te gaan praten op school.’

Wonen

‘Rita vertelde me dat ze zelf onderdak had geregeld en kon intrekken bij een vriendin. Maar later bleek dat deze vriendin haar had opgelicht. De borg die ze in goeder trouw had overgemaakt, was verdwenen en de woning was niet meer beschikbaar. Dat was zo’n tegenvaller dus ik bood mijn hulp aan. Via het jongerenloket van COJ (Centraal Onthaal Jongeren) vroeg ik een begeleid wonen traject aan.‘

Netwerk

‘Rita werkte hard aan haar doelen en ik schakelde ons wijkteamnetwerk in om haar verder te helpen. We onderhielden samen contact met school, het expertise team financiën, het JOC en Stichting JOZ en het begeleid wonen liep via Enver. Ze hoefde even niet alles alleen te doen. Waar ze voorheen alleen maar teleurgesteld werd door mensen, werd ze nu geholpen. Dat deed haar zichtbaar goed.’

Zon nodig

‘Toen Rita haar leven weer op de rit had, ging ze zelf jongeren begeleiden bij het COJ. Ze is inmiddels afgestudeerd op maatschappelijk werk. Ze is actief in de wijk en helpt organisaties die iets doen voor meiden. Dat is haar kracht, en dat vind ik zo mooi aan haar. We leerden elkaar ongeveer drie jaar geleden kennen en we appen nog steeds regelmatig. Er zit zoveel kracht in die meid. We hebben allemaal een beetje zon nodig om te kunnen groeien.’

Sultan Oomen

Martha lag met haar te vroeg geboren kindje in het ziekenhuis. Haar zoontje van vijf trok aan de lakens. Hij wilde naar huis. Zij ook. Maar ze hadden geen huis meer. Martha was wanhopig. Ze stond er helemaal alleen voor. In het ziekenhuis vertelde ze de medisch maatschappelijk werker over haar situatie. Deze medewerker nam contact op met het wijkteam. 

Van de radar

Sultan Oomen, wijkteammedewerker: ‘Martha raakte net na dat telefoontje ineens van de radar. Alleen en met een pasgeboren baby en kind, we maakten ons zorgen, maar je kunt niets doen als iemand verdwijnt. Een paar maanden later kwam er opnieuw een melding binnen bij het wijkteam. Dit keer werden we rechtstreeks gebeld door de schoolmaatschappelijk werker van Martha’s zoontje. Op school was het opgevallen dat hij geen vaste verblijfplaats leek te hebben.'

Alles kwijt

‘Mijn teamgenoot van jeugdzaken lichtte mij in. We werken altijd samen om een totaalbeeld van de situatie te krijgen. We namen contact met Martha op en spraken de volgende dag af. Het sneeuwde hard die ochtend, maar ik wilde niet afzeggen. Wat als ze weer verdween! Ik glibberde dus door de sneeuw naar onze afspraak. En gelukkig, daar was ze. Met de baby goed ingepakt in haar armen. Ik gaf haar een kop thee en vroeg haar hoe het met haar ging. Toen brak ze en terwijl de tranen over haar wangen rolden vertelde ze dat ze bang was haar kinderen kwijt te raken. Ze was al zoveel kwijtgeraakt.’ 

Op straat

‘Martha leefde met die twee kleine kinderen al een paar maanden op straat. ‘s Ochtends bracht ze haar zoontje naar school. Daarna ging ze met de kinderwagen het warme winkelcentrum in en wachtte ze tot ze haar zoontje weer kon oppikken na schooltijd. Ze had een paar adressen waar ze ’s nachts met haar kinderen kon verblijven, maar Martha wilde die mensen overdag niet tot last zijn.’

Een gewoon leven 

‘Martha’s leven was eerst heel normaal. Maar toen stapelden de problemen zich op. Haar relatie liep op de klippen. Ze ging tijdelijk bij haar moeder wonen en verzorgde haar ernstig zieke vader. Ze had een baan in de zorg, maar raakte zelf ziek. Ze verloor haar baan en raakte in de financiële problemen die ze niet meer zelf kon oplossen. Het enige wat ze wilde was een plekje om tot zichzelf te komen. Ze biechtte op dat ze na het ziekenhuis was verdwenen omdat er over opvang was gesproken. Dat vond ze toen een verschrikkelijk idee. Maar nu zag ze ook wel in dat het zo niet langer kon. Ze was op.’

Voor iedereen zorgen 

‘Martha had de laatste jaren alleen maar voor anderen gezorgd en was zichzelf kwijtgeraakt. Daarnaast had ze ook echt veel pech gehad. Daarom zei ik dat het nu tijd was voor háár te zorgen. Ik belde Centraal Onthaal en we konden er de volgende dag terecht om over onderdak te praten. Ik ging mee. We spraken af dat zij zelf het woord zou doen. Ik zou haar alleen zou steunen als het nodig was. Maar dat hoefde niet. Ze vertelde me na het gesprek dat ze zich gesteund voelde omdat ik achter haar zat in de spreekkamer. De WMO adviseur had mijn rapport gelezen en Martha deed haar verhaal. Er werd een plan (WMO arrangement) gemaakt.’

Een nieuwe start

‘Een paar weken later kreeg Martha via het Leger des Heils een kamer met keuken waar het gezin in ieder geval een half jaar kan blijven. Ook kreeg ze een ambulant begeleider vanuit The Village die haar gaat helpen met de schulden. Er is weer licht aan het einde van de tunnel. 

Laatst zag ik Martha weer om afscheid te nemen. Ze zei: ‘Ik zie dit als een nieuwe start, ik ga er wat van maken.’ Ze bleef me bedanken. Maar ik zei tegen haar; ‘We hebben dit samen gedaan. Jij hebt de hoofdrol, ik ben een schakel.’ En zo zie ik ons werk ook; geef je mensen perspectief, dan krijgen ze hoop en gaan ze weer aan zichzelf werken.’

Yousra Al Allaoui

Stel je voor: je bent moeder en je ziet hoe je zoon zijn leven verpest met drugs en drank. Je bent bang dat hij straks ook nog dakloos wordt. Het overkwam Dina. Haar zoon Ronnie van 24 maakte een potje van zijn leven en ze was radeloos. Ze belde de Vraagwijzer, er werd een melding gedaan bij het wijkteam. Wijkteammedewerker en GGZ-specialist Yousra Al Allaoui belde de vrouw meteen.

Yousra: 'Moeder Dina vertelde dat Ronnie bij vrienden op de bank sliep, dat hij veel dronk en cocaïne gebruikte. Op school was hij uitgeschreven. Hij had dus geen studiefinanciering meer, geen werk en zonder inkomen werden zijn schulden steeds groter. Hij deed niets de hele dag en douchte al een tijdje niet meer. Als hij zo doorgaat, gooien zijn vrienden hem eruit, snikte ze.'

De doorslag

'Toen ik voorstelde bij Ronnie langs te gaan, vermoedde Dina dat hij de deur niet voor me zou open doen. Ze ging daarom bij hem thuis schoonmaken, en ik ging mee. Daar stonden we dan met z’n drieën. In de rommelige keuken, want verder mocht ik niet binnenkomen. Zoals verwacht wilde Ronnie niet met mij praten. Hij beantwoordde mijn vraag hoe het met hem ging, maar verder hield hij zijn mond stijf dicht. Zijn moeder zei toen wanhopig; ‘Ik zorg nu wel voor jou, maar wat als ik er straks niet meer ben?’ Dat gaf denk ik de doorslag; ik zag hem schrikken. En hij stemde in met een volgende afspraak.'

Beginnen met regelen

'Tijdens mijn tweede huisbezoek mocht ik inmiddels in de woonkamer zitten. Ronnie schoof wat lege bierblikjes en vieze borden opzij. Hij had alleen wat praktische vragen. Zo had hij een postadres nodig en maakte hij zich zorgen over schulden. Ik heb toen heel fijn samengewerkt met het Jongerenloket. We regelden een postadres en hielpen hem met een uitkeringsaanvraag.'

Vertrouwen

'Langzaam won ik wat meer vertrouwen, en begon Ronnie meer te vertellen. Zijn vader was onverwacht overleden toen hij nog jong was. Hij was ook vroeg uit huis gegaan omdat er altijd ruzie was. Ronnie maakte zich zorgen over de chaos in zijn hoofd. Toen ik voorstelde dat hij daar met iemand over zou kunnen praten, wilde hij dat niet. Wel met mij.  Dat deden we. Die vier maanden die volgden, vertelde hij me alles.'

Detoxen

'Ronnie moest van zijn verslaving af, maar was niet verzekerd en had ook geen huisarts. Via de straatdokter van de Pauluskerk kreeg ik een verwijzing voor hulp bij verslavingszorg en psychiatrische klachten. Ronnie stond even op de wachtlijst, maar werd daarna zes weken opgenomen voor een detoxbehandeling. Een kort traject, maar het deed hem zichtbaar goed.

Inmiddels was de uitkering goedgekeurd en had hij een inkomen. Ik koppelde hem daarom aan een bewindsvoerder om samen zijn financiën overzichtelijk te maken. Ook begreep hij wel dat hij niet altijd met mij kon blijven praten over zijn problemen. Hij wilde nu wel met een psycholoog spreken.'

Zelfstandig

'Na Ronnie’s verblijf in de kliniek, kon hij niet direct zelfstandig wonen. Ik heb toen een aanvraag gedaan voor begeleid wonen. Toen heb ik ook afscheid van hem genomen; hij is nu in goede handen bij de begeleider en mijn rol vanuit het wijkteam is volbracht.'

'Ronnie’s moeder Dina vertelde me: het contact tussen ons is nu heel goed, hij kwam laatst zelfs langs met bloemen.' Wat een goede afloop. 'Ik was jaren zijn gevangenisbewaarder, maar nu kan ik zijn moeder zijn.'

Streng genoeg

‘Ik kreeg een vraag binnen via de Vraagwijzer. Patricia*, een jonge moeder, had vragen over de opvoeding van haar dochter van negen.  Ze twijfelde of ze het wel goed deed en wilde niet dezelfde fouten maken als haar moeder vroeger had gemaakt. Ze wilde niet zo streng zijn, maar was nu bang dat ze niet streng genoeg was; hoe reageer ik als mijn dochter iets stouts doet? En hoe zorg ik ervoor dat ze dan niet een loopje met me neemt?’

Netwerk

‘We belden, maakten een afspraak voor een huisbezoek en hebben heel fijn gepraat. Normaal praat je hierover met je familie en vrienden, zei Patricia. Dat wist ze ook wel, maar zij wilde het juist anders doen en buiten haar netwerk houden. Daarom vroeg ze ons hoe ze de opvoeding van haar dochtertje het best kon aanpakken. Ook kwam tijdens het gesprek naar boven dat ze geen overzicht had van haar financiën. Ze had dat nooit geleerd en het gevoel dat ze te veel uitgaf.’

Aanpak

‘De paar weken die volgden gaf ik haar opvoedtips waar zij mee aan de slag kon, bijvoorbeeld over voeding, schermtijd en dagstructuur. Ook nam ik een collega uit het wijkteam mee op huisbezoek om haar financiën te bekijken. Ze had gelukkig geen grote schulden en mijn collega hielp haar met budgetteren, want haar inkomsten waren minimaal.

Omdat het Kerst was, vroeg ik voor haar een pakket met kortingsbonnen aan bij de Linda Foundation. Dat hoef ik niet te doen, maar zo had ze toch wat lekkers op tafel.’

Voorkomen

‘Toen we na een paar maanden afscheid namen bedankte ze me. Ik had haar zo fijn geholpen. Ze had veel geleerd en haar leven was ‘opgeruimd’. Het lijkt misschien eenvoudig, maar ik denk echt dat we hiermee erger hebben kunnen voorkomen. Als we niet hadden geholpen, had er later specialistische hulp ingezet moeten worden. Zolang ik dat kan voorkomen, blijf ik doen wat ik doe!’

*Namen zijn verzonnen

Coen Mourik is stagiair in het wijkteam IJsselmonde. Hij is derdejaars op de Christelijke Hogeschool in Ede en studeert Social Work. Welk verhaal maakte op hem het meeste indruk? 'Dan denk ik aan het gezin dat helemaal overhoop lag.'

Signaal

'Er kwam een melding bij het wijkteam binnen via de jeugdverpleegkundige van de school van de jongste dochter in het gezin; Kelsey (14 jaar). Het meisje wilde niet meer leven. Onze bel ging rinkelen, want het meisje had een bekende achternaam. We zochten in ons bestand en jawel; haar zus Jasmin (23 jaar) was al eens geholpen door het wijkteam. Zij had een jaar geleden contact gezocht met het wijkteam omdat ze zwanger was en worstelde met een traumatische gebeurtenis uit het verleden. We belden direct met het gezin en mochten langskomen.'

Alleen maar ruzie

'Al gauw bleek in gesprek met de gezinsleden dat er nog meer aan de hand was. De vader zat erg met zichzelf in de knoop en de moeder was emotioneel niet in staat aan te voelen wat haar dochters nodig hadden. Het huis stond bol van de ruzie. Dit was voor niemand goed en al helemaal niet voor dat kleintje wat er rondkroop. Er moest snel iets gebeuren.'

Samenwerken

'Het belangrijkste was dat er rust in huis zou komen. Er was al heel veel hulp voor het gezin. Met instemming van de andere hulpverleners, pakte wijkteammedewerker Maaike, die mij begeleidt, de regie op. Zo kregen we overzicht en konden we beter inschatten waar we bij konden helpen. Kelsey wilde graag iemand om mee te praten, voor haar regelden we psychologische hulp via onze partner Youz.

Ook vroegen we urgentie aan voor een huis voor Jasmin en haar dochtertje. Ze zocht al jaren een ander huis. De gemeente kan geen huis regelen, maar we kunnen vanuit het wijkteam wel urgentie aanvragen. Dat duurt ook nog vaak best lang want huizen zijn nu eenmaal schaars, maar met hulp van netwerkpartner CVD lukte het!’

Bal bleef rollen

'We zijn nu een paar maanden verder en het gaat al een stuk beter met Kelsey. Jasmin is verhuisd naar een eigen studiootje. Zij heeft zelf psychiatrische hulp gezocht en wil de band met haar ouders weer gaan herstellen. Het balletje wat wij lieten rollen, blééf rollen. Ook de ouders leerden weer praten. Samen met onze netwerkpartners bleven we het gezin bijstaan en nu lukt het de gezinsleden weer zelf het leven op te pakken. Volgens mij is daarmee heel wat ellende mee voorkomen.'

Andere cultuur

'Ik kom zelf uit een boerendorp, iedereen heeft vrijwel dezelfde achtergrond. Ik ben echt veranderd door het werken in het wijkteam. Iedereen is hier anders. Werken met mensen van een andere cultuur was nieuw voor mij en soms best spannend, maar daar ben ik nu aan gewend.  In contact met mensen die je niet kent ligt heel veel moois. Het is het waard om je vooroordelen van je af te zetten.'

Een hand van een vrouw op de rug van een man op straat.

'Meestal komen telefoontjes binnen via de Vraagwijzer, maar dit keer kwam het telefoontje binnen via een hulpverlener van Pameijer', vertelt Bert van Oostenbrugge van het wijkteam. We weten elkaar altijd goed te vinden. Ze had het vermoeden dat het thuis niet goed ging met Albert*.

Albert is blind en heeft psychische problemen en komt voor zijn dagbesteding dagelijks op locatie bij Pameijer over de vloer. Het viel haar op dat zijn vrouw Maria* zo onaardig deed. En omdat zij zijn mantelzorger was maakte ze zich zorgen of Albert thuis wel goed verzorgd werd.'

* de namen zijn verzonnen.

Zijn verhaal

'We gaan altijd op zoek naar een compleet beeld, je moet van alles durven vragen om de situatie goed in te schatten. In gesprek met Albert begreep ik dat hij volledig afhankelijk is van Maria, en er bleek ook sprake van een schuld. Al was die bijna opgelost. Van Albert mocht ik eerst niet met zijn vrouw praten, maar later draaide hij bij.'

Haar verhaal

'‘Maria voelde zich eerst aangevallen, maar uiteindelijk vertelde ze me alles. Over hoe ze met hem trouwde en een kind kreeg, en dat de families die hen ooit koppelden verzwegen hadden dat Albert een erfelijke ziekte heeft. Alles draaide in het gezin altijd om hem 24 uur per dag. Hun zoon van 10 werd door hem genegeerd. En vanwege de schuld ging zelfs de vergoeding voor haar mantelzorg direct naar de schuldeisers. En ook al was het een enorm gezichtsverlies naar familie, ze kon niet meer goed voor hem zorgen en wilde scheiden. De zorg werd steeds moeilijker en ze voelde zich in het nauw gedreven.'

Aanpak

'Als zogenoemd 'regisseur' regelde ik voor de zoon een afspraak met een jeugdcoach uit mijn wijkteam zodat de jongen ook zijn hart eens kon luchten. Een andere collega uit mijn team werd aan Albert voorgesteld en zij werkten samen aan een oplossing. De echtscheidingspapieren werden in orde gemaakt en ze vonden een aangepaste woning voor Albert en hij krijgt nu dagelijks hulp aan huis van Pameijer. Ook regelde we een bewindsvoerder die de financiën overzichtelijker hielp maken. En ik had regelmatig contact met Maria, en zij vond - met een beetje hulp - binnen 3 weken een baan.'

En nu?

'Het gaat nu beter, met allemaal. We kunnen helaas niet voorkomen dat mensen scheiden, maar wel zorgen dat het niet verder uit de hand loopt. Hij leert allemaal nieuwe dingen en is een stuk zelfstandiger dan hij voor mogelijk kon houden. Door de dagelijkse hulp van Pameijer kan hij nu zelf drinken inschenken, brood smeren en zijn eten opwarmen. Wat hij erg fijn vindt. En hij wil graag weer aan de relatie met zijn zoon bouwen. Albert wandelt en zwemt nu samen met zijn zoon.

Ik houd nog steeds een lijntje met haar want ze is nog erg verdrietig, maar geniet gelukkig ook van de tijd die ze nu weer voor zichzelf heeft. En het belangrijkste, de jongen krijgt nu echt leuke aandacht van zowel vader als moeder. Dat vind ik zo fijn. Laatst kreeg ik van een vriend een cadeaubon en die heb ik toen aan Albert gegeven, hij gaat - zodra het weer kan - samen met zijn zoon naar een pretpark!'

We vroegen aan wijkcoach Abdelaziz el Hachioui uit de wijk Kralingen-Crooswijk welk verhaal hem het meest is bijgebleven. Hij hoeft niet lang na te denken: ‘Oh, dat is dat verhaal van die eenzame oude vrouw met psychiatrische problemen.

De dame in kwestie bezocht regelmatig een psychiater en kreeg hulp van een sociaal verpleegkundige. Maar ze schold de psychiater en de verpleegkundige regelmatig flink de huid vol. Dat had natuurlijk ook met haar ziekte te maken, maar op een dag was zelfs voor hen de maat vol. Mevrouw kreeg een brief thuis dat ze haar niet meer konden helpen op deze manier. Samen met de verpleegkundige ben ik toen bij mevrouw langsgegaan en hebben we lang gepraat. Na dat gesprek ging het gelukkig een stuk beter. We bleven contact houden.'

Gratis verhuizing

'Op een dag moest ze verhuizen, ze kon de trap niet meer op. Er moest dus worden uitgekeken naar een speciale woning. Zelf kon ze dat niet regelen. En hoe betaal je zoiets als je helemaal geen geld hebt? Eerst regelde ik voor haar een urgentie voor een aangepaste woning en toen heb ik de stoute schoenen aangetrokken en een verhuisbedrijf uit Crooswijk gebeld. Mijn collega’s verklaarden mij voor gek, maar ik vroeg de secretaresse mij door te verbinden met de directeur en dat lukte! Ik legde hem de situatie uit en hij bood aan mevrouw gratis te verhuizen. Dat was zo fijn!

De woning waar de oude dame naartoe verhuisde was nog helemaal kaal. Er lag niets op de vloer. We hebben toen uit het maatwerkbudget, een soort noodpotje, zeil voor op de vloer betaald. Je kunt bij de gemeente een geldbedrag aanvragen voor dit soort gevallen maar dat neemt veel tijd in beslag. Omdat mevrouw binnen twee weken haar huis uit moest, besloten we het zo op te lossen.'

Begrafenis

'We hielden haar altijd een beetje in de gaten en op een dag kreeg ik een telefoontje van de sociaal verpleegkundige. Mevrouw was overleden. Samen zijn we toen naar de begrafenis gegaan.

We verwachten eigenlijk niemand te zien op de begraafplaats, maar tot onze verbazing waren al die mensen, waar ze altijd ruzie mee had, aanwezig. De dood herenigt.'

De client die Jeugdzorgwerker Jeroen Wiegmann nooit zal vergeten? Dat is Semhar en haar zoontje Yaro van twee. Hij weet het nog goed, ook al is het al een aantal jaar geleden.

‘Het was hartje winter en die twee waren uit huis gezet’ begint Jeroen. Het wijkteam kreeg via Veilig Thuis de vraag of ik kon helpen. En eerlijk gezegd wist ik ook even niet waar ik moest beginnen op de vrijdagavond.’

Op straat gezet

‘De rechter had besloten dat Semhar het huis uit moest. Zij en haar man waren verwikkeld in een vechtscheiding. En omdat het huurcontract op zijn naam stond, moest zij het huis uit. Semhar en haar zoontje konden nergens terecht en moesten zich bij de politie aanmelden voor crisisopvang. Ik haalde haar op en we pakten samen de metro. Gelukkig konden ze dat weekend bij de opvang blijven. Omdat ze geen geld had gaf ik haar een paar metrokaartjes, zodat ze in ieder geval kon reizen.’

Een plekje zoeken

'Die maandag pikte ik op de afgesproken tijd een verdrietige Semhar op in de bibliotheek in het centrum. Ze zat er al een paar uur met die kleine op d’r arm. Want het was veel te koud buiten en daar zaten ze lekker warm. We gingen naar Centraal Onthaal waar daklozen doorverwezen worden naar crisiscentra of -opvang.

‘Ik herinner me dat haar zoontje naar me lachte, het was zo’n grappig mannetje. Ik was een bekend gezicht geworden voor hem. Zijn lach gaf me moed. Zoals wij met zijn drietjes door de stad sjouwden op zoek naar een slaapplaats, het was zo verdrietig. Als ik er niet bij was geweest had ze ‘s nachts met dat kleine ventje in de kou rondgelopen.

Zij deden erg hun best voor Semhar. Goed nieuws was dat zij nog een nachtje mochten blijven in de crisisopvang, maar ze moest wel op zoek naar een vastere plek. Ook kreeg Semhar een maatschappelijk werker toegewezen.

Wat ze zelf kon doen

‘Maar toen raakte Semhar in een nog moeilijkere situatie. De raad van Kinderbescherming raakte betrokken, maar ik niet. Semhar wilde graag dat ik bij het gesprek zou aanschuiven omdat ik haar van het begin had begeleid. Haar Nederlands was niet goed genoeg en ze was heel bezorgd en wilde vooral ook weten wat ze zelf kon doen. Ik ben toen weer betrokken. Na dat gesprek hebben ze haar heel goed begeleid.'

Nieuwe tijden

‘Het Leger des Heils hielp Semhar zoeken naar een nieuwe woning en die vond ze. En zij praat ook weer met de vader van het jochie. Ze hebben nu goed contact over Yaro. Ja, mijn teleurstelling in het zorgsysteem was toen groot, maar er is nu veel veranderd. De lijntjes zijn tegenwoordig veel korter tussen Politie, het Leger des Heils en Veilig Thuis. En ja, er kan nog een heleboel verbeteren, maar ik heb er wel vertrouwen in dat het steeds beter wordt!’

Een paard.

Ook wijkteammedewerker Lin* hoeft niet lang na te denken. Ze weet precies welke casus haar het meest heeft geraakt.

'Ik kreeg een telefoontje van de huisarts. Esther*, een meisje van vijftien, had extra hulp nodig. Ik  schakelde een specialistisch instituut in om er precies achter te komen waarmee we Esther konden helpen. Uit het onderzoek bleek dat Esther niet alleen depressief is en een angststoornis heeft, maar ook borderlinegerelateerde klachten heeft. Het instituut adviseerde groepstherapie, drie keer per week.'

Intake

‘Esther ging samen met haar moeder langs voor een intake. Maar al tijdens de intake zakte de moed haar in de schoenen. Ze is helemaal geen prater en dan ook nog in een groep. En dan moest ze ook nog drie keer per week op en neer met de bus! Het was allemaal zo onzeker en de coronamaatregelen werden alleen maar strenger. Voor Esther, die nét een nieuw schooljaar op een nieuwe school was begonnen, was het duidelijk. Dít ging haar niet helpen. Haar moeder was het honderd procent met haar eens.’ 

Paardencoach

‘Maar wat dan wel? De ouders hadden een idee. Ze waren met Esther al eerder eens langs geweest bij een coachingcentrum waar ze werken met paarden. Toen Esther met een paard in contact kwam, zagen ze direct effect. Esther werd zichtbaar rustiger. Het deed echt wat met haar. Misschien was dat een alternatief? Ik zag ook wel in dat de groepstherapie nu niets was voor Esther en besprak het verzoek met mijn collega, een gedragswetenschapper. En ik maakte een afspraak met de paardencoach, de ouders en Esther. Na het gesprek was iedereen het eens, we gingen het proberen. Esther krijgt nu maatwerk en de komende zes maanden gaat ze één keer per week na schooltijd naar de paarden. We hebben afgesproken dat we het na drie maanden evalueren.’

Maatwerk

‘Of dit de oplossing is weet ik ook niet. Als het niet werkt - wat ik wel hoop - dan zoeken we een andere therapie. Maar soms moet je dingen proberen en in dit geval was maatwerk mogelijk. Deze vorm van therapie is daarnaast ook nog goedkoper dan de intensieve groepstherapie en veel beter geschikt in tijden van corona. En het is zeker niet zo dat dat instituut geen goed werk verricht. Maar Esther heeft al zoveel meegemaakt in haar jonge leven en ik gun haar deze kans. Ik hoop echt dat ze dankzij de paarden de teugels weer in handen krijgt.’

Wijkteam

In Rotterdam zijn 43 wijkteams actief.

*Alle namen zijn verzonnen

Annouschka Viergever is algemeen maatschappelijk werker bij Dock Charlois. Haar rol in het wijkteam is mensen met complexe financiële problemen weer op weg te helpen. Martin*, een hoogopgeleide man rond de vijftig was bij het wijkteam binnengekomen via de praktijkondersteuner van de huisarts. Zijn gezondheid was slecht. Hij kon niet eten of slapen.

In de troep

‘Toen ik bij Martin op bezoek ging, moest ik even slikken. Overal lag troep. Het was heel vies en in plaats van schilderijen aan de muur, had hij er zelf op getekend met krijt. Omdat ik interesse toonde in de tuin, liet hij me het hele huis zien. Ik kreeg de indruk dat hij op dat moment nergens meer om gaf. De wasmachine was volledig verroest en het leek wel alsof er brand was geweest. Hij liet me zelfs het toilet zien. En geloof me, dat had ik liever overgeslagen. Ik kreeg een kopje koffie. Het kopje was het smerigste dat ik ooit heb gezien. Martin verontschuldigde zich. ‘Sorry, dat ik je in zo’n troep moet ontvangen.’

Alles kwijt

‘Hij zakte op zijn stoel en al het verdriet kwam plots naar boven. Hij was al een jaar afgesloten van water, gas en elektra. En nu was er ook die hypotheekschuld. Er was iets met hem gebeurd. Hij kon niets meer. Hij was een jaar geleden zijn baan kwijtgeraakt omdat het bedrijf failliet ging. Die baan betekende alles voor hem. Zijn vrouw vertrok niet kort daarna. Hij viel in een gat. Geen ouders meer. Nog wel een zus maar die had hij al jaren niet meer gezien. Hij staarde hele dagen voor zich uit. Ging alleen naar de supermarkt, omdat het moest. Hij wilde wel wat veranderen want zo kon het niet langer ‘Wat vond je vroeger leuk om te doen?’ vroeg ik hem. ‘Fietsen’, antwoordde hij. ‘Maar mijn fiets is gestolen.’

Gratis koffie

‘Ik zette direct een verzoek uit  om hem weer aangesloten te krijgen op gas, water en licht. Ook maakten we een tweede afspraak en vroeg hem naar het Huis in de Wijk te komen. Dan kon hij na onze afspraak doorlopen naar de huiskamer. In het Huis van de Wijk in Oud Charlois heeft Dock een huiskamer ingericht. Iedereen kan daar binnenlopen om een krantje te lezen, een spelletje te doen of een praatje te maken. Ook kun je er een brief laten bekijken die je niet begrijpt en advies vragen. En er is gratis koffie. Daar had Martin wel oren naar. Ik regelde ook een fiets voor hem via het fonds bijzondere noden. Zij snappen dat 150 euro voor een fiets echt het verschil kan maken.’

Maatjes koppelen

‘Ik vertelde mijn collega’s over Martin. Een collega had onlangs ook zo iemand gesproken. Zelfde leeftijd, zelfde soort problemen. Misschien moesten we hen wel aan elkaar voorstellen. Een week later  zaten we met hun instemming in de huiskamer aan de koffie. Ze gingen met elkaar in gesprek en maakten een afspraak om samen te gaan fietsen.’

Een fietsmaatje

Zijn huis werd uiteindelijk verkocht, dat heb ik helaas niet kunnen voorkomen. Martin zocht weer contact met zijn zus. Hij woont nu bij haar. Dat hij een maatje vond heeft hem echt opgepept. Ze vinden steun bij elkaar. Je ziet dat vaak, dat mensen aan een ander precies kunnen uitleggen hoe het moet. Maar die adviezen op zichzelf toepassen, lukt hen niet. Maar op deze manier wel. Ze fietsen nu elke week. Martin zei laatst tegen me: ‘Ik mag er weer zijn’.

Wijkcoach Lianda trok net haar jas uit op kantoor toen ze een bijzonder telefoontje kreeg. Het was een medewerker van een bank. Die vertelde dat hij vermoedde dat het niet goed ging met  iemand die bij hen een hypotheek had lopen. De maandelijkse aflossing van slechts 60 euro werd niet meer betaald.

De vele brieven die de bank had gestuurd waren onbeantwoord gebleven. Ook waren zij aan de deur geweest, maar ze vonden de heer des huizes wat verward overkomen. Normaal gesproken heeft de bank het recht om na deze procedure het huis per opbod te verkopen, legde de bankmedewerker uit, maar dat konden zij niet over hun hart krijgen. De bankmedewerker belde 14 010 en via-via kwam hij uit bij Lianda van het wijkteam.

Leeg huis

Lianda trok haar jas direct weer aan. Ze trommelde een collega op en samen belden zij aan bij de bijzondere portiekwoning. De heer des huizes deed open en nodigde hen vrolijk uit binnen te komen. Het huis was nauwelijks ingericht. Er lag een matras op de grond in de woonkamer, er stonden twee opvallend mooie stoelen, maar verder was het leeg. ‘Ricardo stond erop dat we hem bij zijn voornaam noemden’, vertelt Lianda. ‘Hij vond het heel leuk dat we op bezoek kwamen. Hij vertelde dat hij zijn hele leven had gevaren op de internationale vaart. Als matroos op olietankers en containerschepen. Altijd hard gewerkt en nooit veel nodig gehad. Hij had het huis gekocht in 1995 voor zijn oude dag.’

Verborgen pensioen

‘Nu hij met pensioen was wilde Ricardo zijn huis opknappen, maar zijn geld leek wel te verdwijnen. Hij kon zelfs geen geld meer opnemen, hij begreep er niets van. We schakelden na dat eerste bezoek een beschermingsbewindvoerder in om dit uit te zoeken. Wat bleek? Omdat hij zijn energierekening niet had betaald, was er beslag gelegd op zijn bankrekening. Daardoor stopte alle automatische afschrijvingen.’

‘Nu hij hulp kreeg was Ricardo opgelucht dat hij geen brieven meer op de mat kreeg. De bewindvoerder kwam er ook achter dat hij waarschijnlijk nog recht had op een pensioen uit Engeland omdat hij lang voor een Engels bedrijf had gewerkt en ging ook dat uitzoeken!’

Leuke puzzels

‘Na een paar gesprekken merkten we dat Ricardo moeite had met dingen uitleggen en plannen. We vermoedde dat er meer aan de hand was. Om dat zeker te weten ging mijn collega Maartje, orthopedagoog uit ons wijkteam, op bezoek. Zij heeft een test afgenomen. Ricardo werkte graag mee maar zijn score was niet best. Onze vermoedens werden bevestigd; er was sprake van een lichte vorm van dementie.’

Geen geld voor de trein

Ricardo ging wel eens op bezoek bij zijn broer in Den Haag. Op de fiets, want geld voor een treinkaartje had hij niet. Daar schaamde hij zich voor. Nu hij weer geld had kon hij de trein pakken. Om Ricardo verder uit zijn isolement te halen regelde Lianda ook een dagbesteding voor hem via Aafje. Daar maakte hij als snel vrienden.

Chocoladehart

Na 8 maanden casusregie van Lianda had Ricardo zijn leven weer op de rit. Het was tijd voor een zogenoemde warme overdracht aan een vaste hulpverlener via Aafje.  Zij hielpen de matroos ook met zijn dagelijkse activiteiten. ‘Hij voelde zich rijk met zijn 50 euro zakgeld per week . Bij ons laatste bezoek had hij een kantoor ingericht in de hoek van zijn woonkamer. Er was voor iedereen een stoel. Ik hield daarna nog regelmatig contact, maar het ging goed met hem dus kan ik het loslaten. Ricardo kwam vorig jaar nog een chocoladehart met bonbons naar kantoor brengen om de dames van het wijkteam te bedanken. Dat was een mooi moment.’

Dit verhaal begint wanneer de politie aanbelt. De bewoners, een vrouw en haar vijftienjarige zoon hebben vaak flinke ruzie en dat was gemeld. De politieagent vraagt of ze hulp willen, dat willen ze wel. Ze melden het bij Veilig Thuis en zo komt het binnen bij het wijkteam.

Kendal is wijkteammedewerker en heeft lang bij justitie heeft gewerkt. Hij is gewend om de rollen in een familie in kaart te brengen en dan problemen vanuit verschillende invalshoeken te bekijken, dat lijkt hier aan de orde. Hij maakt twee losse afspraken, een met de jongen en een met de moeder.

Waar het wringt

Alles is thuis heel netjes. Kinderen hebben taken, zijn altijd op tijd thuis en tonen respect naar familie, maar ondanks dat die twee veel van elkaar houden hebben moeder en zoon veel ruzie.  Dit kan zo niet langer en om uithuisplaatsing en OTS (onder toezichtstelling van de staat) te voorkomen besluiten ze gezamenlijk uit te zoeken waar het steeds misgaat. Kendal meldt met hun goedvinden, de moeder en Anton aan voor Horizon. Een instituut waar met het gezin gewerkt wordt aan ontwikkeling en gedragsverandering.

Tijdens een intern weekend van drie dagen worden moeder en zoon geobserveerd door een professional. De moeder kan haar agressie na een dag niet langer beheersen, ze wil halverwege het weekend ook niet meer meewerken en dat doet Anton zo’n pijn dat hij wegloopt: ‘Mijn moeder zegt alleen maar: hij moet luisteren, niet ik!’

Het wordt duidelijker waar het vastloopt, het is niet alleen het temperament van Anton, maar ook de moeder is haar emoties niet de baas. Er wordt een gezamenlijk doel bepaalt waar ze allebei aan willen werken. Het wordt agressieregulatie bij de Waag.

'Ik ben blij dat we toen hebben kunnen voorkomen dat hij uit huis werd geplaatst en nu heeft ie zichzelf -met een beetje hulp- eruit kunnen knokken.'

Kendal Simon

Geen ruzie meer

Anton heeft elke week een gesprek bij de Waag, hij werkt mee, woont thuis en is in staat zijn eigen doelen voor de toekomst te formuleren. Kendal ondersteunt hem en al gauw heeft Anton zelf een baan gevonden! De moeder heeft ook trouw de therapie gevolgd en er zijn geen conflicten meer thuis. Tijdens een tussenevaluatie geeft Anton aan toch graag zelfstandig te willen gaan wonen. Voor Kendal niet geheel onverwacht want ondanks dat het een stuk beter gaat, blijft er toch spanning in huis. Er wordt van alle kanten aan de tiener getrokken. Niet alleen door zijn moeder, maar ook door zijn tantes en zijn vader. Allemaal hebben ze een beeld van hoe zij willen dat hij zijn leven moet leiden. Kendal ziet ook in dat er vrij veel druk op de jongen staat en stelt voor dat hij op zichzelf gaat wonen in een begeleide woongroep. De moeder is hier fel op tegen. Ze kan hem nog niet loslaten. Als Kendal uitlegt dat er een wachttijd is van een jaar gaat ze langzaam akkoord.

Zijn eigen leven

Als Anton na een jaar op het kamertrainingcentrum incheckt is zijn moeder er ook bij. Ze helpt hem zijn kamer inrichten. We hebben toen ons traject afgerond. Ik was ervan overtuigd dat hij het kon. En dat was ook zo. Want een jaar later loop ik hem tegen het lijf. Hij omarmde me echt zo warm en stevig (was nog voor het coronavirus). Ik moet bekennen dat ik even geëmotioneerd was. Het gaat nu goed met hem. Hij gaat naar school, heeft een eigen kamer, een vriendinnetje en een goede bijbaan. De jongen die ik voor me zag was net naar de kapper geweest, hij was wat voller en je zag dat, ondanks dat hij het nu druk had, een stuk relaxter was.

Vraag je senior wijkcoach Marleen Monster naar haar meest bijzondere casus, dan denkt ze direct aan Annemieke. ‘Annemieke wilde me van het balkon gooien!’, herinnert ze zich nog goed. ‘Mijn werk is gericht op bemoeizorg en geestelijke gezondheidszorg. Dat zijn mensen die zich meestal niet bij de VraagWijzer melden met problemen. De wijkagent heeft hen vaak wel op zijn vizier omdat er klachten binnenkomen of omdat bewoners zich zorgen maken. De wijkagent en ik rijden soms door de wijk en bellen aan bij mensen waarvan we weten dat het even niet zo goed gaat.’

Ramen zemen

De wijkagent had Annemieke en haar huisgenoot René al eerder geprobeerd te benaderen. Ze zorgden voor overlast in de flat en bewoners waren bang voor de boomlange René en zijn grote hond. De wijkagent vertelde me dat de bewoonster alle verbinding met de buitenwereld had verbroken. Ze was eerder ook niet gediend geweest van zijn eerste bezoek. Ze had toen boos geroepen: ‘Je mag alleen binnenkomen als je de ramen lapt.’ Nu heeft de wijkagent een gezonde dosis humor en hij is daar echt de ramen gaan zemen. Met een zeem in de hand kon hij tenminste een praatje maken. Hij kwam er toen achter dat er meer speelde. Daarom nam hij mij mee op zijn tweede bezoek. Misschien kon ik helpen.

Bang

En daar stond ik dus midden in een huiskamer waar ik duidelijk niet welkom was. De vrouw des huizes vloekte, ze werd boos op de wijkagent. Hij was nog de enige die ze vertrouwde. En nu nam hij mij mee! ‘Tief dat wijf eruit, anders donder ik haar van het balkon’, riep ze tegen de wijkagent. Een joekel van een hond, rechts van haar stoel, gromde dreigend. Ik was echt bang. Ik weet niet waar ik het lef vandaan haalde, maar ik negeerde de hond, stapte naar voren en zei: ‘Mevrouw alstublieft, ik kom alleen maar vragen hoe het met u gaat en of ik u ergens mee kan helpen. Ze riep verontwaardigd: ‘Wat denk jij hier nou te kunnen veranderen?’ Ik zei stoer dat we dat samen moesten uitzoeken en wie weet zou het lukken. En ik denk dat ze dat dapper vond want ze zag ook dat ik doodsbang was voor de hond. We hebben toen uiteindelijk een afspraak gemaakt.

Alle vertrouwen kwijt

Er was sprake van een grote schuld. René, een oude vriend met zware psychische klachten, woonde niet bij haar maar hij was wel elke dag bij haar op bezoek. Gewoon vrienden. Maar toch kreeg Annemieke een boete van de overheid omdat ze dachten dat hij bij haar inwoonde. Een ander probleem was het huis. Ze moest verhuizen uit haar oude wijk omdat haar huis gesloopt zou worden. Omdat haar gezondheid achteruit ging besloten René en zij dan uiteindelijk toch om samen een flat te delen en voor elkaar te zorgen. De woningcorporatie vond voor hen een flat met elk een eigen kamer. Maar de flat was op de twintigste verdieping en dat terwijl René, ondanks zijn imposante uiterlijk, hoogtevrees heeft.

Oplossing

Na een tijdje vonden we een geschikte woning, niet in Rotterdam, maar in Barendrecht. En dat viel deze twee Rotterdammers zwaar. Maar nu, ze hebben een fijn huis, zorgen voor elkaar en de hond heeft zelfs een mini-tuintje. Het is echt een vooruitgang. Ook nam ik samen met Annemieke de schuld door. Ze vond het verschrikkelijk om haar financiën uit handen te geven aan een bewindsvoerder. Ze had daar geen goede ervaring mee en al meerdere bewindvoerders de huid vol gescholden. Maar het was ook niet nodig, Annemieke kan zelf gewoon heel goed rekenen. We hebben nu geregeld dat zij samen met een hulpverlener haar eigen financiën weer op orde krijgt en de schuld afbetaald.

Leuke mensen

Ik heb die twee goed leren kennen en vind het nu echt hele leuke mensen. Er is weer vertrouwen. Annemieke stuurt me nog wel eens mailtje. Ze zijn zo blij met hun nieuwe stek. Laatst kwam ze bij me langs in de wijk met haar scootmobiel. Ze smeet een cadeautje op tafel en zei: ‘Hier!’, en reed direct weer weg. Het was een sjaal, door haar zelf gehaakt. Dat is toch mooi? Binnenkort ga ik even langs, op de rommelmarkt kocht ik een lampje dat heel goed in haar interieur past!

Een hondje ligt op z'n rug

Voor de deuren van de supermarkt staat een hond aan een paaltje. Het beest blaft, trekt en gromt. Voorbijgangers steken geschrokken de straat over. De hond is bekend in de wijk, zijn baas ook. Wanneer er een boom van een kerel naar buiten komt begint de hond alleen nog maar harder te blaffen. Het is een bijzonder paar. Mensen zijn een beetje bang voor het stel, de buren in het bijzonder. Zij durven niet meer met hem te praten over het eeuwige geblaf en de stank. Bert luistert niet en past zich niet aan. Hij wordt overal boos om en weigert hulp.

Overlast

Marij werkt in het wijkteam en is specialist in de openbare geestelijke gezondheidszorg. Samen met onder andere Veilig Thuis, de wijkagent en de woningcorporatie bespreekt ze de situatie. De man heeft veel financiële problemen, betaalt zijn huur niet en de geluids- en stankoverlast zijn onhoudbaar. Het kan zo niet langer vindt iedereen. Maar wat is wijsheid? Iedere partij om de tafel is het erover eens, de man uit zijn huis zetten kán niet de oplossing zijn. Dat is een probleem verplaatsen.

Klein hartje

‘Ik heb met Bert heb ik gewerkt aan vertrouwen’, vertelt Marij. ‘Dit moest langzaam en voorzichtig opgebouwd worden. Ik nam hem serieus en luisterde, maar legde ook goed uit dat ook híj moest meewerken Ik was heus wel eens streng en soms liep hij boos weg. Maar uiteindelijk werkten we met zijn allen aan een oplossing. Bert werkte echt wel mee, het bleek een grote man met een klein hartje.’

Het idee om Bert verplaatsen naar een speciale opvang voor mensen die hardnekkig overlast veroorzaken werd geopperd, maar daar was zijn hond niet welkom. En die twee scheiden was geen optie. Ze houden zielsveel van elkaar.

De woningbouwvereniging had ook moeite met het gedrag van hun huurder en boden Bert een hondencursus aan, zodat hij samen met zijn kameraad kon werken aan het geblaf. Bert doet de cursus, maar er moet meer gebeuren om de problemen op te lossen.

Hondentrainer

De hulpverleners kwamen op het idee niet alleen Bert, maar óók zijn trouwe viervoeter te koppelen aan een begeleider van het Leger des Heils. Soms vraagt een sociaal moeilijke situatie om creatief maatwerk. Vanaf dat moment krijgt het duo elke dag bezoek van een begeleider, eentje die een eerder leven hondentrainer was. De hond had ook wat gezondheidsproblemen en moest een medische ingreep ondergaan. Het team besloot de kosten van de dierenkliniek te vergoeden.

Ludieke oplossing

Marij: ‘Bert mag de begeleider elk moment van de dag bellen. Daardoor voelt Bert zich voor het eerst van zijn leven echt belangrijk. Soms heb je als team geluk, werkt alles mee en maak je ineens grote stappen. Bert zag hoe zijn hond veranderde, hij was weer gezond en luisterde veel beter. Het vervult hem met trots en zelfrespect. Samen wonen ze nog altijd in hetzelfde huis, er is geen overlast meer en de mensen in de wijk kunnen tegenwoordig met gerust hart op de stoep lopen. De investering in deze ludieke oplossing was het meer dan waard, daar ben ik van overtuigd!’

*Alle namen zijn verzonnen

Lilian Weeren, jeugdcoach van het wijkteam, poseert op straat

Het is bijna weekend als Lilian Weeren, jeugdcoach van het wijkteam, een telefoontje krijgt van Dennis. Dennis werkt bij het jongerenloket en er zit een jongen van negentien tegenover hem waarover hij zich zorgen maakt. Noah komt een uitkering aanvragen, maar blijkt na een beetje doorvragen ook flink wat schulden te hebben en al maanden zijn huur niet te kunnen betalen. Lilian zegt direct: ‘Stuur hem maar gelijk door!’

Lilian weet dat jongeren vaak van de radar verdwijnen als je niet snel handelt. Als zij Noah ziet binnenkomen valt haar op dat zijn huid letterlijk grijs is van de stress. Na twee minuten praten ziet ze hem in elkaar zakken. Hij schaamt zich voor zijn ouders en durft niet bij hen aan te kloppen, hij is totaal overspoeld. Eerst zijn baan kwijt en hij kon niet snel genoeg een nieuwe vinden. De schulden liepen op en nu heeft hij misschien geen huis meer. De jongen is op.

Pauzestand

Lilian besluit een schuldhulpverlener in te schakelen. De schulden gaan dan tijdens de aanvraag ‘in de pauzestand’, de verhuurder blaast in zo’n geval de huisuitzetting af. Nu hoefde hij zich in ieder geval geen zorgen meer te maken over zijn huis.

Obstakel

Er volgen meer gesprekken met Noah. Hij komt al zijn afspraken na. Er is alleen nog een obstakel bij het oplossen van zijn schuld. Zijn zusje staat bij hem ingeschreven als woonachtig op zijn adres. Ze is er alleen nooit, maar daardoor heeft hij veel dubbele lasten en een lagere uitkering. De zus moest dus worden uitgeschreven, maar ze werkt niet mee. Wanneer zij niet reageert op een officiële brief van de gemeente, wordt zij na enkele weken gelukkig toch uitgeschreven. ‘Klinkt misschien een beetje raar’, zegt Lilian. ‘De een helpen en de ander op straat zetten, maar anders staan er straks twee op straat. En nu kon ik de zus ook verder helpen.’

Ondertussen vindt Noah werk en betaalt zijn schulden af. In overleg met de bewindvoerder zet hij ook steeds wat geld opzij voor de tandarts. Hij heeft een slecht gebit waar hij veel last van heeft en lachen durft hij al zijn hele leven niet.

Een jaar later steekt Lilian de straat over naar haar werk, en daar staat Noah, trots naast het busje van zijn werkgever. Het gaat goed met hem. Hij bedankt haar. ‘Het betekent zoveel voor me, om weer normaal te zijn. Met mijn zus gaat het ook weer goed. En … ik heb zelfs een vriendin!’, zegt hij met een brede glimlach.

Een kopje thee op tafel

Wijkteammedewerker Maja krijgt een melding van een huisarts in de wijk. Fatma* vertelt hem tijdens een consult dat ze erg ongelukkig is en niet meer naar huis wil, naar haar man. De huisarts maakt zich zorgen. Ook een dame uit de wijk, die taalles geeft aan Fatma, belt Maja op vrijwel hetzelfde moment.

Maja stelt voor om direct af te spreken met Fatma. Om ervoor te zorgen dat ze zich veilig voelt spreken ze af in het gebouw waar de taalles wordt gegeven. Fatma is 50 jaar en al zo’n 35 jaar getrouwd. Haar man is een bijzondere persoonlijkheid, hij heeft een publieke functie en is communicatief zeer sterk. Ze voelt zich niet tegen hem opgewassen. Alles wordt door hem bepaald. Ze vraagt Maja: ‘Help mij, alsjeblieft. Ik wil hier weg.’

Opeenstapeling

Als Maja doorvraagt blijkt dat er sprake is van een opeenstapeling van onderdrukking. Ze doet het huishouden in haar eentje, ze zorgt voor haar schoonmoeder én een zwager met een licht verstandelijk beperking, die allebei in huis wonen. Ook woont haar jongste zoon, een tiener, nog thuis. Maar niemand helpt haar. Ze mag naar buiten voor boodschappen maar moet voor andere dingen altijd haar man om toestemming vragen. En ook wordt ze op alles gecontroleerd.

Aangifte

Maja neemt contact op met Veilig Thuis en de Vrouwenopvang. Ze praten met Fatma ook over de mogelijkheid om aangifte te doen. Ze moet daarover nadenken en kiest er toch voor om naar huis te gaan. Maar datzelfde weekend loopt ze toch het politiebureau binnen. Het is voor de politie moeilijk om huiselijk geweld op te schrijven als er geen blauwe plekken te zien zijn. Maar ze zien in dat het hier gaat om psychisch geweld. Fatma kan die nacht in een tijdelijke opvang verblijven.

Fatma logeert vanaf dat moment bij haar nicht waar ze zich veilig voelt. Maja benaderde ook de man. Hij is van slag. Het komt voor hem totaal onverwacht en hij voelt zich opgezadeld met de verzorging van zijn broer en moeder.
De man gedraagt zich in het begin zeer dwingend. Maja vertelt hem (met toestemming van Fatma) toch dat Fatma bij een nicht logeert. Ze vraagt hem de touwtjes uit handen te geven omdat Fatma vanaf nu zelf wil bepalen wat ze doet. Hij gaat akkoord en geeft haar de ruimte om even tot zichzelf te komen.

In de weken die volgen hebben Fatma en haar man weer wat regelmatiger contact. Er wordt een familieberaad gehouden, waarbij ook een Imam is betrokken. Het is een fijn overleg vindt Fatma, haar man erkent dat zijn manier traditioneel en dwingend is en hij realiseert zich dat het anders moet en kan.

Spiraal doorbroken

‘We houden nu voorlopig contact’, vertelt Maja. ‘Omdat we in deze coronatijd ook online afspreken, hebben we het zo geregeld dat we altijd tegelijk, maar wel apart met hen bellen. Zo kan Fatma haar hart luchten met de dame uit het wijknetwerk zonder dat er iemand meeluistert. En bel ik op dat moment met haar man. De spiraal is doorbroken. Hun leven is nu echt veranderd. Ze doen meer samen, ze wandelen en doen boodschappen. En als zij een ommetje maakt, vult hij de afwasmachine en zet alvast een kopje thee. Mooi toch?’

*Alle namen zijn verzonnen.

Wijkcoach Suzanne: Iedereen weet de dokter te vinden

Mensen vertellen veel aan hun huisarts. Naast lichamelijke problemen is de sociale pijn ook vaak groot. Patiënten hebben verdriet, problemen of zijn op zoek naar een praatje. De huisarts kan veel, maar niet alles. Het wijkteam kan hier wat in betekenen.

De huisarts kan, met toestemming van de patiënt, een hulpverlener van het wijkteam inschakelen. Om de huisartsen direct met de juiste hulpverlener binnen het wijkteam in contact te brengen werd wijkcoach Suzanne van Doorn samen met haar collega Karin Blanken anderhalf jaar geleden aangewezen als aanspreekpunt voor de huisartsen in de wijk om samen te werken aan een oplossing voor patiënten die meer hulp nodig hebben.

Spreekuur

Suzanne: ‘Karin en ik wilden het gelijk goed aanpakken. We wilden ook écht contact. Er zitten vrij veel huisartsen in de wijk Vreewijk en om die allemaal bij elkaar te krijgen organiseerden we een informele borrel. En wat denk je? Er kwamen maar twee huisartsen. De rest bleek nog aan het werk te zijn. We hadden ons vergist in het tijdstip. Huisartsen zijn nooit klaar met werken en rijden ‘s avonds ook visite natuurlijk. Direct een goed voorbeeld waarom het zo belangrijk is om elkaar beter te leren kennen. Toch hebben we met die twee aanwezige artsen diezelfde avond wel iets heel moois bedacht. Ze boden ons een bureau aan op locatie. In Vreewijk heb je twee locaties waar veel huisartsen hun praktijk hebben. Karin begon bij het gezondheidscentrum aan de ene kant en ik bij de praktijkondersteuners aan de andere van de wijk. Allebei met een spreekuur van een halve dag per week.’

Drempelverlagend

‘Deze samenwerking werkt echt heel goed. De huisarts kan nu, uiteraard met toestemming van de patiënt, direct in hetzelfde gebouw naar ons of de andere praktijkondersteuners doorverwijzen. Het is letterlijk drempelverlagend. We zijn er voor alles, voor grote en kleine vragen. Toen ik net begon met mijn spreekuur kwamen mensen soms alleen maar even kijken om te zien hoe een hulpverlener er uit ziet. Dat was grappig, maar nu durven ze me gelukkig ook echt op te zoeken en hulp te vragen. Ik ben erachter gekomen, dat zij die het meest hulp nodig hebben vaak niet in staat zijn om het te vragen. Deze mensen vinden dan al helemaal niet de weg naar de Vraagwijzer of een ander gemeentelijk loket.’

Kortere lijnen

‘Mensen komen tijdens mijn spreekuur langs met uiteenlopende vragen. Soms zoeken ze een huis maar weten niet hoe dat moet in Rotterdam. Of de huisarts adviseert om meer te bewegen en wij helpen dan door samen een bewegingsmaatje te vinden. Ook zijn er veel vragen over huiselijk geweld, schulden, scheiden en eenzaamheid. We signaleren problemen veel eerder en kunnen gerichter de juiste mensen inschakelen. Wanneer het nodig is (en mag) schakel ik direct met een collega die een bepaalde expertise heeft op het onderwerp. Deze collega kan dan direct meeluisteren of adviseren. Zo zijn de lijnen een stuk korter. We zijn zo blij met het aanbod van de huisartsen, we weten elkaar nu echt goed te vinden en het heeft onze samenwerking ook een boost gegeven. De artsen zijn er ook mee geholpen. Zij hebben nu meer tijd voor hun medisch consult en wij kunnen op deze manier zoveel meer en sneller regelen.

De samenwerking werkt heel preventief, Karin en ik zijn overtuigd dat we hiermee veel onnodig leed mee kunnen voorkomen. We hebben gezien dat het laagdrempelig oppakken van de vragen in het spreekuur de zelfredzaamheid vergroot. We laten zien waar iemand terecht kan, we ondersteunen waar nodig en maken wegwijs. Op die manier kunnen we veel voor de Rotterdammers betekenen.

In Vreewijk blijven we dit dus graag zo doen.’

Suzanne van Doorn werkt sinds 2016 als deskundige huiselijk geweld binnen het wijkteam in Vreewijk. In de afgelopen jaren heeft ze veel Rotterdammers geholpen die te maken hadden met huiselijk geweld.
‘Al doet de naam van mijn functie anders vermoeden, ik vind dat ik een erg leuke baan heb’, aldus Suzanne. ‘Het geeft heel veel voldoening omdat we echt van toegevoegde waarde kunnen zijn. Vanuit het wijkteam hebben we de mogelijkheid om breed in te zetten op hulpverlening. We werken laagdrempelig, komen bij de gezinnen thuis en werken systeemgericht. Mijn ervaring is dat in zaken waar sprake is van huiselijk geweld, er meer aan de hand is. Er is zelden sprake van één oorzaak, één gevolg, één gezinslid met één probleem. Zo kan het zijn dat er ook problemen zijn met bijvoorbeeld een verslaving, financiën, psychiatrie of iets anders. Doordat we in de wijkteams allerlei expertisen hebben, werken we veel samen en kunnen we gericht passende hulp bieden. Dit geeft de cliënt ook vertrouwen, omdat we hiermee laten zien dat we er zijn met een breed aanbod aan hulpverlening.’

Samen helpen

‘In een groot deel van de gemelde gezinnen speelt vaak al langere tijd geweld en zijn er andere problemen. Daarom doen we een brede uitvraag’, vervolgt de deskundige. ‘We maken een inschatting of er sprake is van acuut gevaar. We maken ook een gedegen analyse van wat er nog meer aan de hand is in een gezin. De huiselijk geweld deskundige heeft kennis van huiselijk geweld en onderliggende patronen. Diegene kan met een systeemgerichte blik kijken naar wat er speelt binnen een gezin én ook wat er goed gaat. Als je bij ons komt werken als deskundige huiselijk geweld, moet je dus beschikken over kennis en ervaring in het werken met huiselijk geweld en moet je systeemgericht kunnen werken. Je werkt aan je eigen casussen in het wijkteam en wordt als deskundige betrokken in de casuïstiek van je collega’s. Zo adviseer je collega’s in zaken waarbij huiselijk geweld een rol speelt, ga je mee op huisbezoek, ondersteun je in het opstellen van een veiligheidsplan. De meldcode speelt hierin een belangrijke rol. Je werkt samen met Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond, de politie, jeugdbescherming, scholen en huisartsen. Kortom: om de Rotterdammer te helpen dien je integraal samen te werken want alleen samen kunnen we de cliënt goed helpen.’

Cassandra Claassen

Tijdens de coronacrisis hebben gezinnen waar al problemen speelden het vaak extra moeilijk. De wijkteams proberen hen ook nu zo goed mogelijk te ondersteunen. Jeugd- en gezinscoach Cassandra Claassen vertelt waar ze tegenaan loopt.

Cassandra ondersteunt gezinnen in Nesselande die op meerdere vlakken problemen hebben. Bijvoorbeeld bij schulden, een kind met een beperking of stoornis of bij opvoedingsproblemen. Het wijkteam biedt basishulp maar kan ook specialistische hulp toewijzen, zoals gezinstherapie.

Vinger aan de pols

Nu Cassandra niet meer met haar cliënten kan afspreken of op huisbezoek kan gaan, zijn de gesprekken meestal via video. ‘Aan het begin van de crisis ben ik meteen veel gaan bellen met de gezinnen. Om een vinger aan de pols te houden en om te vragen of het goed ging. In veel gezinnen loopt de spanning op nu de kinderen niet naar school of naar de opvang kunnen. In gezinnen waar al problemen waren, is dat vaak extra heftig. Als ik denk dat het echt uit de hand gaat lopen, kan ik Veilig Thuis of het crisisinterventieteam (CIT) inschakelen. Zij mogen nog wel op huisbezoek en hebben het nu extra druk. Maar eerst kijk ik of er iemand uit het netwerk van het gezin kan bemiddelen.’

Vanuit huis

Zo’n inschatting maken op basis van een videogesprek is natuurlijk lastiger dan normaal. Cassandra weet niet of kinderen vrijuit kunnen praten bijvoorbeeld. Toch zijn er ook voordelen. ‘De videogesprekken werken heel goed. Zeker voor jongeren. Dit middel moeten we ook in de toekomst blijven inzetten. Mijn cliënten hoeven dan niet meer naar een locatie te reizen. Dat scheelt hen tijd en geld. En ik blijk mijn werk ook prima vanuit huis te kunnen doen. Ook de samenwerking met collega’s en andere instanties gaat prima met videogesprekken. Met een beetje creativiteit zijn wij er dus gewoon voor de Rotterdammers die ons nodig hebben.’

Dikke pluim

Een andere positieve kant van de crisis vindt Cassandra de vele mooie initiatieven in de stad. ‘Vooral Buurtwerk verdient een dikke pluim. Zij en hun vrijwilligers doen zulke hartverwarmende dingen voor mensen die het hard nodig hebben. Zoals een coronaproof verjaardagsfeestje organiseren voor een meisje dat met een beperking thuis zit. Zij maken echt het verschil.’

Robin Voorn

Werkbegeleider Robin Voorn werkt in een Children’s Zone wijkteam en legt uit hoe door ‘er vroeg bij te zijn’ grotere problemen worden voorkomen. Zij zet zich in voor de Tarwewijk, één van de zeven focuswijken in Rotterdam-Zuid.

De Children’s Zone maakt onderdeel uit van het Nationaal Programma Rotterdam Zuid (NPRZ). In 8 wijken in Rotterdam Zuid is Children’s Zone vanuit de wijkteams actief. Het doel van de Children’s Zone is om de toekomstkansen voor kinderen van 0 tot 14 jaar in deze wijken te vergroten en deze gelijk te trekken met de rest van Rotterdam. Dit gebeurt op een laagdrempelige manier via scholen en door de inzet van studenten.

Kun je iets vertellen over jouw rol binnen het wijkteam?

‘Ik ben onderdeel van het wijkteam en begeleid gezinnen met kinderen in de leeftijd van 0 tot 14 jaar. Door de gezinnen in een vroeg stadium te bereiken (vroegsignalering) en mij te richten op de wat lichtere problematiek, voorkom ik dat de problemen groter worden. Dit doe ik door ouders vaardigheden aan te leren op verschillende leefgebieden zoals financiën, dagbesteding en opvoeding. Op deze manier proberen we de zelfredzaamheid van ouders zoveel mogelijk te vergroten, zodat ze na de begeleiding voldoende zelfvertrouwen hebben en sterker in hun schoenen staan. Het begeleiden van gezinnen doe ik samen met studenten. Als werkbegeleider binnen de Children’s Zone coach en begeleid ik de studenten tijdens hun leerproces. Zo houden we regelmatig reflectiegesprekken, bespreken we de voortgang van gezinnen en gaan we samen de wijk in. Als professional behoud ik de regie en blijf ik eindverantwoordelijke voor de begeleiding van het gezin.’

Binnen de Children’s Zone wordt er veel gewerkt met studenten. Hoe ziet dit er in de praktijk uit en wat is de achterliggende gedachte hiervan? 

‘Uit onderzoek en de praktijk blijkt dat ouders het prettig vinden om met studenten aan de slag te gaan. Dit komt doordat studenten laagdrempelig en toegankelijk zijn. Daarbij hebben studenten een frisse blik en gaan zij naast de ouder staan om samen oplossingen te zoeken. De student gaat wekelijks op huisbezoek, samen met een medestudent. Ik ga meerdere keren mee op huisbezoek en volg de voortgang op de voet. In complexe situaties werk ik samen met een student. Het is belangrijk voor hun leerproces om ook in deze situaties ervaring op te doen. We leiden tenslotte young professionals op.’ 

Wat maakt jou trots op je werk?

‘Trots ben ik als een gezin erop vooruitgaat en niet langer de begeleiding van het wijkteam nodig heeft. Nóg trotser ben ik wanneer dit te danken is aan de inzet van een student. Soms treedt de student na het afstuderen in dienst van de gemeente Rotterdam. Mooi om te zien dat zij de keuze maken om bij ons hun loopbaan voort te zetten en het wijkteam komen versterken. De Rotterdam Children’s Zone is gebaseerd op de ‘Harlem Children’s Zone’ in New York. Tijdens mijn vakantie in New York bracht ik een bezoek aan de Harlem Children’s Zone. Dit bezoek was waardevol voor mijn werk en heeft een positieve indruk achtergelaten. Ik ben trots op het werk dat ik uitvoer voor de gezinnen in Rotterdam. Het is betekenisvol werk en het is fijn om dit samen te mogen doen met een gedreven team. We weten elkaar altijd te vinden en elkaar te versterken in kwaliteiten. Samen vormen we een enorm bereik om gezinnen in Rotterdam Zuid te helpen.’

Beschrijf jouw Rotterdamse werkmentaliteit

‘Ik ben geboren en getogen in Rotterdam en mijn Rotterdamse mentaliteit is voor een groot deel terug te zien in mijn werk. Zo kan ik direct zijn en hecht ik veel waarde aan eerlijkheid. Iedereen weet bij mij wat ze aan mij hebben en waar ze aan toe zijn. Ik ben een doorzetter, geef niet snel op en ben altijd bereid om tot het uiterste te gaan voor een gezin. Ik voel mij verantwoordelijk voor mijn werkzaamheden en verwacht van de studenten die ik begeleid dezelfde instelling, inzet en mentaliteit. ‘Niet lullen maar poetsen!’, roep ik dan ook vaak. Mijn collega’s en de studenten houden mij zo nu en dan ook een spiegel voor. Dit is soms best confronterend, maar het houdt mij scherp en daar leer ik weer van.’

Een van de competenties die je als wijkteammedewerker moet hebben is het denken in oplossingen. Hoe pak jij dit aan?

‘In plaats van de focus te leggen op de problemen, richt ik mij op de wensen van de ouder. Ik denk graag in mogelijkheden en van nature stel ik veel oplossingsgerichte vragen. Zo stimuleer ik de ouders en studenten om eerst zelf op onderzoek uit te gaan en oplossingen te bedenken, voordat ik ze aanreik. Wij werken met de Brug naar een Positieve Toekomst. Met deze Brug brengen wij samen met ouders in kaart waar ze aan willen werken en wat ze uiteindelijk willen bereiken. Hierdoor verschuift de aandacht van het probleem naar de oplossing.’

Hoe zie je de toekomst voor je voor de Children’s Zone?

‘Ik zie de toekomst positief in. In de afgelopen twee jaar is de Tarwewijk er in zijn geheel op vooruitgegaan. Ook zijn de leerprestaties en de Cito scores van scholieren verbeterd. Ik merk dat er al veel gezinnen bereikt worden. Door laagdrempelig te blijven en onze zichtbaarheid op scholen en in de rest van de wijk verder te vergroten, kunnen we hopelijk nog meer gezinnen in de Tarwewijk bereiken.’

Hoe zorg je voor een goede samenwerking met collega’s en netwerkpartners?

‘Door integraal samen te werken met mijn collega’s binnen het wijkteam en de netwerkpartners in de wijk, kunnen we de gezinnen zo goed mogelijk helpen. Zo maken wij als team regelmatig gebruik van elkaars kennis en vaardigheden en trekken we waar nodig samen op tijdens de begeleiding van een gezin. Netwerkpartners in de wijk zijn bijvoorbeeld scholen, buurthuizen maar ook het Centrum voor Jeugd en Gezin, huisartsen en wijkagenten. Ze zijn een belangrijk aanspreekpunt voor het wijkteam en vice versa. Vaak is het de netwerkpartner die vroegtijdig signaleert en de Children’s Zone inschakelt voor advies en begeleiding. Iedere netwerkpartner krijgt, afhankelijk van de expertise van de wijkteammedewerker, een vast aanspreekpunt toegewezen. Ik ga regelmatig langs bij de netwerkpartners waar ik contactpersoon van ben en blijf tussen de fysieke contactmomenten door altijd bereikbaar.’

Jorinde Verheijke

Ook in Rotterdam is de zomervakantie aangebroken. Niet voor iedereen betekent dit een rustigere periode of een periode om er lekker op uit te trekken. Voor medewerkers van de 43 wijkteams in Rotterdam gaat het werk onverminderd door.

Elke wijk in Rotterdam heeft een wijkteam. In het team werken medewerkers vanuit verschillende organisaties met elkaar samen. Zo krijgen Rotterdammers snel de hulp die ze nodig hebben, dicht bij huis. Bij het wijkteam werken zowel ervaren als jonge talentvolle hulpverleners.  De gemeente Rotterdam waardeert jongere werknemers zeer. Lees hier het verhaal van de 26-jarige wijkteammedewerker Jorinde Verheijke.

Jong

Jorinde Verheijke werkt nu als maatschappelijk werker in het wijkteam het Lage Land Prins Alexander, maar begon als 21-jarige in een wijkteam in Delfshaven: ‘Ik vond het een grote uitdaging om in Rotterdam aan de slag te gaan. Ik was veel jonger dan het merendeel van de Rotterdammers die ik hielp. Dat vond ik toen niet gemakkelijk. Ik koos ervoor om ook mijn eigen kwetsbaarheid te laten zien. Dat vergemakkelijkte contacten en mensen stonden ook daardoor meer open voor ondersteuning. Collega’s en wijkteamleiders bleken graag bereid mij in te werken en zo leerde ik de praktijk van de wijk kennen. Mijn overtuiging is: als het op de ene manier niet lukt, dan is er wel een andere weg.

Talent

Na twee tot drie jaar wijkteam zag ik juist complexe situaties en spoedzaken als uitdaging. Daarom solliciteerde ik naar de ‘brandweerfunctie’. Het is een aparte functie, je gaat alleen af op spoedsituaties, je bent een ‘vliegende keep’. Je moet heel snel in actie komen, lef hebben en flexibel zijn. Zo moet je ineens schakelen met een deurwaarder of reis je met een Rotterdammer af naar een ambassade in Amsterdam om zijn paspoort te regelen. Want zo kan hij eindelijk een uitkering aanvragen en wordt zijn woning niet ontruimd. Ik heb ook extra taken en denk graag mee hoe processen verbeterd kunnen worden met de Rotterdammer als uitgangspunt. Laatst heb ik vier bijeenkomsten georganiseerd voor mijn wijkteam om vakkennis te delen.

Ontwikkelen

Ondertussen kriebelde het weer bij mij. Het voelde alweer of ik stilstond. Ik heb de studie Master Social Work opgepakt en twee weken geleden ben ik cum laude afgestudeerd aan de Hogeschool van Amsterdam. Door deze master ben ik doorgegroeid in mijn vak. Ik heb goede perspectieven in de vorm van nieuwe kennis en vaardigheden. De Rotterdammers met wie ik werk profiteren hiervan. Zelf kan ik nog professioneler werken, waar ook de gemeente veel aan heeft. Tijdens deze studie deed ik praktijkgericht onderzoek. Aanbevelingen vanuit gesprekken en focusgroepen met collega’s werden direct doorvertaald naar de praktijk. Mooi om dat vanuit het werkveld te doen en daadwerkelijk verandering te zien in ons professionele handelen. Vanuit daar kan hulpverlening doorontwikkelen en groeien.

De studie stimuleert mij ook het grotere geheel te zien in het werk. Het helpt mij naar mijn eigen rol te kijken en welk verschil ik kan maken om de hulpverlening anders in te richten. Blijven leren is voor mij een passie en een levenshouding geworden.’

Wat is het wijkteam?

Elke wijk in Rotterdam heeft een eigen wijkteam. Het wijkteam kent de eigen wijk goed: de problemen, maar ook de oplossingen. Heeft u in uw leven veel problemen tegelijk en komt u er zelf niet meer uit? De Vraagwijzer, het Centrum voor jeugd en gezin (CJG) of uw huisarts kunnen u doorverwijzen naar het wijkteam. U kunt een afspraak maken via telefoonnummer 14 010 of online. Op de Sociale Kaart Rotterdam vindt u een Vraagwijzer bij u in de buurt.

Wendy met haar zoon max in een rolstoel

Wendy Buiter is alleenstaande moeder van Max (7) en Avèlie (net 6). Max heeft een hersenbeschadiging en daardoor veel zorg nodig. Dankzij de hulp die Wendy samen met het wijkteam van de gemeente heeft geregeld, heeft Max een gelukkig leven. Wendy heeft daardoor zelf tijd en energie om in haar schildercarrière te investeren.

Een hersenbeschadiging kan zich op veel manieren uiten. Voor Max betekent het onder andere dat hij spastisch is, niet kan praten of zelfstandig kan staan. Hij heeft dus veel zorg nodig. De combinatie van werken, de zorg voor Max en haar toen pasgeboren dochter werden Wendy al snel te zwaar.

Een soort oma

Een lange zoektocht naar de juiste zorg voor Max volgde. Vorig jaar kwam het wijkteam van de gemeente in beeld. Wendy: ‘Ik heb gewoon 14 010 gebeld en gezegd dat ik hulp nodig had. Toen ging het opeens snel. Iemand van het wijkteam kwam langs en we hebben samen besproken wat nodig was. Dat loopt nu vanaf mei 2016. Max krijgt ‘s ochtends hulp van een oudere dame van Vierstroom, Christine. Het klikte meteen. Ze is een soort oma voor Max geworden.’

Race-runnen

Na schooltijd kan Max niet buitenspelen of zichzelf vermaken. Hij wil wel van alles, maar dat kan hij niet zelfstandig. Ook daar is een oplossing voor gevonden. Iedere schooldag krijgt Max ambulante begeleiding, die een paar uur iets leuks met hem gaat doen. Dat ontlast Wendy, zodat zij kan doorwerken en haar dochter van school kan halen.

Vandaag is het dinsdag, Sabine-dag. Sabine haalt Max op en omdat het mooi weer is gaan ze in de buurt race-runnen (racen op een loopfiets). Daar is Max heel goed in. Op andere dagen komen er anderen. Ze gaan naar Miniworld, de speeltuin, fietsen op zijn speciale fiets of met het openbaar vervoer. Max vindt het allemaal even leuk.

Maatwerk

‘We hebben lang moeten zoeken’, zegt Wendy. ‘Maar we hebben nu een goede routine waar iedereen blij mee is. Dankzij het wijkteam. Ze hebben goed geluisterd en onze situatie goed leren kennen. Want er is natuurlijk geen standaardoplossing die ze zo even uit de kast trekken. Ze hebben echt maatwerk geleverd.’

Marcel met Ivana op de achtergrond.

Na een reeks van tegenslagen, eindigde Marcel (48) onverwachts weer bij zijn ouders thuis. Maar liefst tien jaar woonde hij bij hen, zonder baan en met een heel klein sociaal leven. ‘Ik had een dak boven mijn hoofd en eten op mijn bord. Maar ik leefde mijn leven niet meer.’ Vorig jaar ging, met hulp van coach Ivana Divkovic van wijkteam Carnisse-Zuidplein, het roer om.

Marcel: ‘Een jaar of tien geleden stapelden mijn problemen zich op. Ik verloor mijn baan, mijn relatie liep stuk en er waren problemen in de familie. Toen ben ik eigenlijk van de radar verdwenen. Bij iedereen, ook bij officiële instanties. Ik had geen identiteitsbewijs meer, geen rijbewijs en dus ook geen uitkering. En omdat ik bij mijn ouders in een seniorenflat woonde, wat officieel niet mag, had ik geen postadres. Ik werkte hier en daar en zat ontzettend veel thuis. Veel vrienden raakte ik kwijt. Ik had een huis en eten, maar verder leefde ik in een isolement.’

Drempel

‘De ommekeer kwam toen ik van mijn fiets viel en mijn enkel brak. Ik was niet verzekerd, gelukkig ben ik in het ziekenhuis goed geholpen. Maar het opende wel mijn ogen. Dit kon zo niet langer. Ik wilde mijn leven terug. De drempel om hulp te vragen was hoog. Ik was trots, had als manager gewerkt. Dit had ik toch niet nodig? Ik wilde de molen niet in. Mijn verhaal vertellen tegenover zo’n jong meisje aan de balie. Dat voelde echt als falen. Maar het moest, want ik kwam er zelf niet meer uit.’

Klein

‘In eerste instantie meldde ik me bij de Vraagwijzer en uiteindelijk kreeg ik een verwijzing naar het wijkteam en een intake met coach Ivana. Zij vroeg me, na mijn hele verhaal: ‘Hoe voel jij je nu als mens?’ Toen brak ik. Ik ben een grote vent, maar ik voelde me zo klein. Want was er nog van mij over? Ivana nam me serieus, ze veroordeelde me niet en was eerlijk en open. Dat hielp mij; ik voelde me sterker en zelfverzekerder. Ik kreeg weer de moed en zin om alles te gaan regelen, samen met haar. Van het aanvragen van een id-kaart tot een rekeningnummer, inschrijven bij de gemeente en het aanvragen van een uitkering. Nu hoop ik nog een woning te vinden, dat is lastig in Rotterdam.’

Persoonlijk contact

‘Het wijkteam is geweldig en ik heb echt een klik met Ivana. Ze heeft al zo veel voor elkaar gekregen. Maar sommige dingen begrijp ik niet. Als de wijkcoach een uitkering aanvraagt, lijkt het me logisch dat dit toegekend wordt. De coach is immers een professional. Toch toetst de gemeente het dan nog een keer. In mijn geval werd het twee keer afwezen en toen pas toegekend. Dat helpt natuurlijk niet. Communicatie gaat per brief of mail, soms met een dreigende toon. ‘Als je dit niet doet, dan…’ Dat hoeft toch niet zo? Wat persoonlijk contact zou het makkelijker en fijner maken.’

Aan de slag

‘Inmiddels ben ik in opleiding bij Snellevliet Touringcars. Ik werkte ooit al als taxichauffeur en zulk werk ligt me wel. Ik ben ontzettend dankbaar voor deze kans. Als ik slaag voor mijn examen, kan ik daar aan de slag. Ik vind het fantastisch en kan niet wachten. Hopelijk vind ik dan ook een ander huis, dan ben ik een heel eind. Ik doe weer mee in het leven. Ja, er is zeker weer licht aan het einde van deze tunnel.’