Wijkprogrammering Rotterdam
Gepubliceerd op: 29-07-2019
Geprint op: 20-02-2020
https://www.rotterdam.nl/wonen-leven/wijkprogrammering/
Spring naar het artikel

Wijkprogrammering is een aanpak waarbij het wijknetwerk interventies, activiteiten en voorzieningen voor de jeugd, effectief en op maat per wijk inzet.

Wijknetwerkpartners stellen gezamenlijk, op basis van cijfers uit het de database van de ‘Staat van de Jeugd’ en aan de hand van het ‘Factorenmodel Jeugd’ een analyse van de wijk op. Op basis van deze analyse bepalen zij welke maatschappelijke resultaten in de wijk behaald moeten worden. Vervolgens bepalen zij welke interventies, activiteiten en voorzieningen nodig zijn om dit te bereiken.

Wijkprogrammering Jeugd draagt zo bij aan het gezond, veilig en kansrijk opgroeien van Rotterdamse kinderen en jongeren. Deze aanpak richt zich op een professionele, meer gestructureerde inzet in het preventieve domein.

Wijknetwerkpartners

Vaste partners in elke wijk zijn:

  • Wijkteam
  • Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG)
  • Scholen
  • Politie
  • Welzijnsaanbieders

Andere partners variëren per wijk, zoals sport- en speeltuinverenigingen, cultuurscouts en bewonersverenigingen.

Staat van de Jeugd

De Staat van de Jeugd is een monitor die laat zien hoe het gaat met het kansrijk, veilig en gezond opgroeien van de Rotterdamse jeugd. Voor heel Rotterdam maar ook per wijk. De Staat van de Jeugd is de basis voor de wijkanalyse en voor het bepalen van preventieve inzet en interventies. Zo zetten de gemeente en partners per wijk de initiatieven in die nodig zijn; maatwerk dus.

Methodiek

De methodiek van wijkprogrammering draait om meten, (be)spreken en verbeteren. Dit is belangrijk om maatwerk te kunnen bieden; de inzet past bij wat er nodig is in de wijk of het gebied. Meer dan twintig wijken voeren Wijkprogrammering uit op basis van deze methodiek. Het is een groeimodel waarbij steeds meer wijken aanhaken.

Proces

Het proces van wijkprogrammering bestaat uit zes stappen:

De gebiedsadviseur Jeugd stelt de analyse van de wijk op basis van cijfers uit de Staat van de Jeugd en informatie van partners in de wijk.
De gebiedsadviseur maakt bij de analyse gebruik van het factorenmodel. Dat laat zien:

  • Welke beschermende en risicofactoren met elkaar samenhangen
  • Welke factoren het meeste invloed hebben op de ontwikkeling van de jeugd in de wijk

De gebiedsadviseur Jeugd kiest op basis van de analyse, zoveel mogelijk samen met de partners in de wijk, maatschappelijke resultaten. De maatschappelijke resultaten laten zien hoe de wijk er binnen een bepaalde periode voor moet staan.
Bijvoorbeeld:

  • Over drie jaar is er 2 procent minder schoolverzuim onder de jeugd van 12 tot en met 18 jaar
  • In 2020 is er een toename van 5 procent van de jeugdigen tussen de 10 en 18 jaar die actief zijn in een sportclub of vereniging

De gebiedsadviseur Jeugd bepaalt samen met de partners het plan van aanpak. Daarin staat het gewenste aanbod met interventies, activiteiten en voorzieningen om het maatschappelijke resultaat te behalen. Het aanbod sluit aan bij de beschermende en risicofactoren die invloed hebben op de gekozen maatschappelijke resultaten. Bijvoorbeeld:

  • Inzet op het versterken van sociaal-emotionele vaardigheden om betere schoolresultaten te behalen
  • Inzet van sportactiviteiten om overgewicht tegen te gaan

Hoe beter de kwaliteit van het aanbod, hoe eerder en beter het resultaat. De gebiedsadviseur Jeugd bespreekt daarom met de partners de kwaliteit van het aanbod en wat er eventueel mogelijk is om dit te verbeteren. De activiteiten en interventies zijn zoveel mogelijk ‘bewezen effectief’. Het uit te voeren aanbod is vastgelegd in opdrachten, werk- of activiteitenplannen van de partners.

De gebiedsadviseur Jeugd praat met de partners over het monitoren of meten van de directe resultaten van het aanbod. Daarbij bespreken zij:

  • Wat het aanbod moet opleveren of welk effect het moet hebben
  • Hoe de partners dit meten.

De afspraken over het meten van de resultaten en effecten komen in het plan van aanpak.
Het meten is geen doel op zich, maar is nodig voor de verbeteringen in stap 6.
Bijvoorbeeld: bij het meten van uitval kijkt de partner niet alleen hoeveel deelnemers een cursus niet afmaken, maar ook welke mensen en waarom. Met dat inzicht kan de partner verbeteracties ondernemen om de doelgroep beter vast te houden.

Wijkprogrammering is een doorlopend leer- en verbeterproces. Op basis van ervaring die we opdoen, sturen we bij. De gebiedsadviseur Jeugd blijft daarom praten met de partners in de wijk over:

  • de resultaten van het aanbod
  • de bijdrage aan het behalen van het afgesproken maatschappelijk resultaat.

De partners veranderen doorlopend het aanbod, passen het aan of stoppen met een activiteit of interventie als deze niet werkt.

Heeft u nog vragen over de methodiek of het proces? Neem dan per e-mail contact op met wijkprogrammeringMO@rotterdam.nl.

Bent u aanbieder van activiteiten en wilt u aanhaken bij wijkprogrammering? Kijk dan op de pagina Subsidie Jeugdpreventie voor het aanvragen van een subsidie voor jeugdpreventie. De wijkanalyses per wijk treft u ook op deze pagina.

Voorbeelden van wijkprogrammering

Alex de Beer is gebiedsadviseur Jeugd voor Charlois. Hij merkt verschil dankzij de methodiek Wijkprogrammering.

Bijbanen

‘Zonder Wijkprogrammering gaf elke partij veelal zijn eigen invulling en ieder werkte op zijn eigen terrein. Nu bepalen we met partners in de wijk wat de belangrijkste opgaven voor de jeugd zijn. We pakken de problematiek gezamenlijk aan, met dezelfde focus. En de focus is nu ook scherper. We stellen samen vast wat er moet gebeuren en bepalen zo de inzet van partijen. Als we merken dat er met jeugd iets aan de hand is op school, zijn we daar nu niet meer alleen op school mee bezig. Ook de inzet in de vrije tijd en in het gezin is op die problematiek gericht. Een mooi voorbeeld is ontstaan uit grote overlast. Jongeren in de wijk deden berovingen. Dit is uiteraard opgepakt door de politie en de Directie Veiligheid. De kern van het probleem is dat jongeren geld willen hebben en via criminaliteit denken ze daar snel en gemakkelijk aan te komen. Het maatschappelijk resultaat dat we willen behalen, is jongeren uit de criminaliteit houden. Hierop zetten we structureel in. We doen dit door middel van bijbanen. Stichting Citysteward Rotterdam heeft contacten met bedrijven die jongeren een plek geven. Maar dat is niet alles, want er is ook aandacht voor de vaardigheden die de jongeren nodig hebben voor hun bijbaan. Denk daarbij aan een positieve werkhouding, op tijd komen, solliciteren, enzovoorts. Citysteward vergroot de ‘skills’ van de jongeren door middel van cursussen.

Per jaar kunnen we 15 tot 30 jongeren plaatsen. De politie, het welzijns- en jongerenwerk leveren deze jongeren aan. Via de methodiek Wijkprogrammering kon ik duidelijk maken dat deze inzet nodig is. Vervolgens konden we daardoor budget vrijmaken vanuit de zogenoemde ‘couleur locale’ gelden. Dat is gelukt, gesteund door de cijfers uit de Staat van de Jeugd en dankzij het gezamenlijke commitment van de wijkpartners.’

Gezinsaanpak

Een ander voorbeeld van preventieve inzet is de integrale gezinsaanpak vanuit de opgave Armoedebestrijding. Alex: ‘In de Tarwewijk hangt veel problematiek bij kinderen samen met armoede. Uit de analyse met de wijkpartijen kwam naar voren dat we iets aan armoede moeten doen. Bij de jeugd zetten we in op sociaal emotionele factoren om de weerbaarheid te vergroten, maar die armoede is zo bepalend voor de ontwikkeling van de jeugd. Dan red je het eigenlijk niet alleen met versterking van de sociaal emotionele vaardigheden. We hebben besloten om de opgave in de wijk breder te trekken dan uitsluitend jeugd. Dat werd mogelijk omdat integrale Armoede aanpak een speerpunt van het college werd De jeugdpartners werken vervolgens samen met de beleidsgroep Armoede en Schulddienstverlening.’

Partners in de wijk, waaronder het onderwijs, het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) en welzijnspartijen hebben kennis van armoede en weten in veel gevallen bij wie armoede aanwezig is. ‘Beleidsmensen hebben theoretische kennis en dat komt op deze manier mooi samen’, zo stelt Alex.

‘Met deze inzet op gezinnen willen we voorkomen dat ze bij het Wijkteam terecht komen, dus willen we voorkomen dat er op een later moment zwaardere hulpverlening nodig is. De aanpak van armoede is gerechtvaardigd, want het profileert zich als probleem in de wijk en dit blijkt ook uit de cijfers. Bovendien is de aanpak van armoede een bestuurlijke opgave van de gemeente. Met onze integrale aanpak hopen we 15 tot 20 gezinnen in de Tarwewijk te bereiken. Vanuit het wijknetwerk hebben we zicht op deze gezinnen. We leggen er contact mee en vragen de ouders om toestemming voor gezinsaanpak, vooral met het oog op de ontwikkeling van hun kinderen.

We zijn hier nu net mee gestart, dus ik kan nog geen concrete resultaten melden. De praktijk moet zich nog bewijzen. Op basis van de evaluatie bepalen we of we met deze aanpak op dezelfde manier doorgaan of niet. Dat geldt voor alle preventieve inzet, want meten en verbeteren is een wezenlijk onderdeel van de methodiek Wijkprogrammering.’

Met elkaar kunnen we van meer betekenis zijn

Anneke van der Glas gebiedsadviseur Jeugd voor Noord. De methodiek Wijkprogrammering is voor haar een middel om een op maat gesneden aanbod te realiseren op de belangrijkste risico- en beschermende factoren in de wijk.

Rots en Water-pool

‘We zijn gestart maar hebben nog wel stappen te zetten’, vertelt Anneke. ‘Maar er zijn zeker al successen geboekt. Wil een kind zo goed mogelijk bestand zijn tegen risicofactoren in het gezin en in de omgeving, dan zijn de sociaal emotionele vaardigheden de belangrijkste beschermende factor. Er is daarom in gebied Noord veel inzet om deze vaardigheden te versterken. Er is een divers aanbod van interventies, zoals Rots en Water. Die worden door verschillende organisaties geboden, bekostigd met stedelijke subsidies. De wijkpartners in Noord hebben ook gecertificeerde mensen in dienst die de training kunnen geven. Zij hebben geen opdracht om Rots en Water te verzorgen, maar doen dit wel. Het is dus een extra aanbod dat de organisaties vanuit eigen middelen financieren. Ze doen dit omdat er grote vraag is naar versterking van de weerbaarheid. De gecertificeerde medewerkers van CJG, CVD, Twinkeltje, SOL en Kinderparadijs Meidoorn vormen samen de ‘Rots en Water-pool’. Als we kunnen laten zien dat de pool een succes is, gaan we aan de slag om financiering rond te krijgen. Ik zie de pool als goede aanvulling op de stedelijke gefinancierde partij. Nadat de training is afgerond, verdwijnt die partij weer uit de wijk. Dit in tegenstelling tot de lokale organisaties, die bovendien een bredere context hebben. Zij kennen de meeste kinderen en hun gezinnen. En zij weten welk aanbod voor de jeugd er in de wijk is.

We hebben met de stedelijke gefinancierde partij afgesproken dat zij bij het geven van trainingen Rots en Water samenwerken met een lokale organisatie. Dat zij in plaats van ZZP’ers in te huren, gebruik maken van de lokale trainers. Dan kan na de training een warme overdracht van kinderen plaatsvinden naar zinvol aanbod op het gebied van vrijetijdsbesteding of huiswerkbegeleiding. En omdat de lokale trainers werken in de wijk, kunnen zij ouders betrekken bij onderdelen van Rots en Water.’

Wijkwaarden

Dat samenwerking tussen partijen leidt tot mooie resultaten, bleek ook in het Oude Noorden. Samen met onderwijs, sport, welzijn, zorg en gemeente hebben Kinderparadijs Meidoorn en SOL wijkwaarden opgesteld die richting geven om kinderen gezond, veilig en kansrijk te laten opgroeien. Anneke: ‘Het is een sterke beschermende factor als we allemaal werken vanuit een gedeelde pedagogische visie en vanuit dezelfde waarden. Bij het opstellen van de wijkwaarden zijn de wijkpartners betrokken, zowel op management- als op uitvoerend niveau. Wijkwaarden geven aan wat we mogen verwachten van kinderen in de verschillende leeftijdscategorieën, maar het betekent natuurlijk ook iets voor het eigen handelen. En omdat de wijkwaarden gezamenlijk zijn opgesteld, kan je elkaar er op aanspreken.

De wijkwaarden komen terug in lessen op scholen. Kinderen hebben er tekeningen van gemaakt die te zien zijn op borden bij scholen, in Huizen van de Wijk en op pleinen. Bij diverse activiteiten dragen we de wijkwaarden uit naar kinderen, ouders en buurtbewoners. Daarvoor gebruiken we onder meer het animatiefilmpje dat hier speciaal voor gemaakt is door Eva Wijers en Gerben Agterberg.’

Samenwerking

Om te komen tot effectieve wijkprogrammering is de methodiek belangrijk. ‘Maar het lukt alleen als er een enthousiast wijknetwerk is en er sprake is van gedeelde verantwoordelijkheid’, zegt Anneke stellig. ‘Je moet elkaar goed kennen en elkaar kunnen vertrouwen. Alleen als je de samenwerking opzoekt, wordt één plus één drie. Je hebt elkaar echt nodig om van meer betekenis te kunnen zijn.’

Betere interventies

In Kralingen-Crooswijk is de methodiek Wijkprogrammering al uitgerold in verschillende wijken. Een maatschappelijk resultaat voor Oud-Crooswijk is het terugdringen van voortijdig schoolverlaten (VSV). Te veel  jongeren gaan van school zonder een startkwalificatie, dus zonder een diploma op minimaal mbo2-, havo- of vwo-niveau.

Terugdringen voortijdig schoolverlaten

‘Met behulp van het factorenmodel brachten we de beschermende en risicofactoren van voortijdig schoolverlaten in beeld. Dit zijn factoren vanaf de zwangerschap tot aan de jongvolwassenen leeftijd,’ legt gebiedsadviseur Jeugd Linda Verboom uit. ‘Deze factoren lopen uiteen van positief gezinsklimaat tot schoolprestaties en van middelengebruik tot criminaliteit. Daarna hebben we gekeken welke interventies de partners doen op deze factoren. De partners waren al heel actief om de voortijdig schoolverlater te voorkomen in de leeftijd 16 t/m 18 jaar, maar we pakken het nu breder aan. We kijken niet alleen naar de uitstroom van voortijdig schoolverlaters in deze leeftijdsgroep, maar ook hoe we dit in de toekomst kunnen voorkomen. Die preventie begint al op de basisscholen. Ouderbetrokkenheid is een beschermende factor. Ook geven we de kinderen de tools die helpen bij hun schoolcarrière. Naast preventie is er natuurlijk ook curatie. De jongeren die bij het Jongerenloket komen, worden samen met de welzijnsaanbieder gecoacht. Dat varieert van de beschikbaarheid van een laptop, huiswerkondersteuning, leren plannen en programma’s om de jongeren weerbaarder te maken. Het versterken van de sociaal emotionele vaardigheden is een belangrijke beschermende factor. Op de middelbare school zetten we daarvoor ook rolmodellen in.

Ik ben ervan overtuigd dat alle partners hun stinkende best deden. Toch scoorde 90% van de jeugd in Oud-Crooswijk onder het Rotterdams gemiddelde.’

Samenhang

Via Wijkprogrammering komt er samenhang in de inzet en meer samenwerking. Linda: ‘Het draait erom om met elkaar focus te creëren. Ieder heeft zijn eigen belang en eigen expertise. Doordat we allemaal aan hetzelfde maatschappelijk resultaat werken, zorgen we dat de inzet op elkaar aansluit. Er vallen geen gaten waar het de doelgroep betreft. De doorverwijzing verloopt soepel. We weten van elkaar wat iedereen doet. Dat geldt zowel voor de interne partners, dus de diverse afdelingen en onderdelen van de gemeente, als de externe partners. Er is niet alleen samenhang binnen de Wijkprogrammering, maar ook aansluiting op het Wijkactieprogramma van de gebiedscommissie en de maatregelen naar aanleiding van de Motie Oud-Crooswijk.’

Meet, spreek en verbeter

Naast gezamenlijkheid en samenhang zit in de methodiek Wijkprogrammering ook de ‘meet-, spreek- en verbeterbeweging’ ingebakken. Linda geeft aan hoe dat in Oud-Crooswijk werkt. ‘Er vindt monitoring van de inzet plaats op basis van de cijfers in de Staat van de Jeugd. Niet alle cijfers zijn ieder jaar beschikbaar, maar in die tussentijd zitten we natuurlijk niet stil. In het jeugdnetwerkoverleg stellen we steeds een nieuwe interventie centraal. Wat is het? Waar richt de interventie zich op? Hoe monitor je dat? Hoe bereik je de doelgroep? Dat doen we om de interventie scherper te krijgen. We bespreken al die aspecten in een veilige sfeer waarin we informatie met elkaar delen. Het gaat niet om afrekenen, maar om leren. Waar nodig kan de betreffende partij onderdelen van de interventie eventueel aanpassen en verbeteren. Daarnaast stimuleren de besprekingen innovatie. Op die manier werken we met elkaar aan betere interventies. En hoe beter de interventie, hoe beter dat is voor de jeugd.’

\