Spring naar het artikel

Bij de wederopbouw van Rotterdam had de herbouw van het centrum natuurlijk de hoogste prioriteit. Maar een paar steden in Nederland als Middelburg, Nijmegen, Arnhem en wat dorpen van Zeeuws-Vlaanderen kenden een vergelijkbare problematiek.

In de rest van Nederland was de wederopbouw vooral zichtbaar in de uitbreidingswijken. Die werden in hoog tempo rond de steden gebouwd. De strijd tegen de woningnood bepaalde de naoorlogse periode. In Rotterdam was die woningnood natuurlijk extra groot. De stad ondervond de gevolgen van de stilstand in de bouw tijdens de oorlogsjaren en de naoorlogse geboortegolf. Bovendien waren 25.000 woningen in het centrum verloren gegaan.

Snel na het bombardement werden enkele complexen met noodwoningen gebouwd. Zoals het Utrechtse dorp aan de Noorderhavenkade (gesloopt in 1961) en het Brabants Dorp aan het Zuidplein (gesloopt in 1966). De wijken Landzicht (1941), Tuindorp De Vaan (1944) en Wielewaal (1949) bestaan in feite nog steeds uit noodwoningen.

Vanaf 1946 werden in hoog tempo nieuwe wijken gebouwd. Velen zien de naoorlogse uitbreidingswijken als een op zichzelf staand verschijnsel met een eigen problematiek. Vermoedelijk is er veel meer continuïteit in de stadsplanning dan gedacht. Zo werden delen van Blijdorp, Schiebroek, Overschie, Carnisse en Oud-Mathenesse pas na de Tweede Wereldoorlog voltooid. Aan de uitbreidingswijken op de Linker Maasoever werd al vanaf 1917 ontworpen. De annexatie van omringende gemeentes werd in de jaren dertig bepleit en kreeg in 1941 zijn beslag. Het ging hierbij om bijvoorbeeld Schiebroek, Hillegersberg, IJsselmonde, Hoogvliet en Pernis.

Tien naoorlogse wijken

Tegenwoordig worden tien naoorlogse wijken onderscheiden die tussen 1946 en 1967 werden ontworpen:

  • Kleinpolder
  • Schiebroek
  • Honderdentien Morgen
  • Zuidwijk
  • Pendrecht
  • Lombardijen
  • IJsselmonde
  • Hoogvliet
  • Het Lage Land
  • Ommoord.

De gemeentelijke Dienst Volkshuisvesting met ontwerpers als Lotte Stam-Beese, Henk Milius en Peter van Drimmelen speelde hierbij een grote rol. Alleen Schiebroek en Honderdentien Morgen zijn door particuliere stedenbouwkundige bureaus ontworpen.

Bij de Wederopbouwwijken lag de prioriteit bij het in hoog tempo wegwerken van de woningnood. Maar in bepaalde wijken speelde ook de wijkgedachte een grote rol.

Wegwerken woningnood

Bij de Wederopbouwwijken lag de prioriteit bij de kwantiteit, het in hoog tempo wegwerken van de woningnood. Maar er werd ook geprobeerd een oplossing te vinden voor de problemen van de traditioneel opgezette wijken. Wijken met gesloten bouwblokken in een monumentale opzet. Uitgangspunt bij de naoorlogse stedenbouw was de scheiding van functies: wonen, werken en recreëren werden in aparte sectoren ondergebracht. Door de open stedenbouw verbeterde de bezonning en lichttoetreding van de woningen. Er was veel openbaar groen en een voorkeur voor collectieve groenvoorzieningen. Door de nijpende behoefte aan woningen werd gekozen voor snelle bouw met industriële bouwmethoden. Op 8 november 1962 werd de miljoenste naoorlogse woning opgeleverd. Een derde deel van de zes miljoen Nederlandse woningen is gebouwd  in de eerste 25 jaren na de oorlog.

Bij de zuidelijke tuinwijken Pendrecht en Zuidwijk speelde de wijkgedachte een grote rol. Er werden duidelijk begrensde wijken voor ongeveer 20.000 inwoners gebouwd, met een eigen centrum met voorzieningen. Hierdoor zou de sociale verbrokkeling en massaliteit van de grote stad worden tegengegaan. Een rijk gemeenschapsleven zou ontstaan.

Slaapwijken

De uitbreidingswijken werden steeds groter. IJsselmonde is met 420 hectare bijvoorbeeld net zo groot als Pendrecht (105), Zuidwijk (140) en Lombardijen (165) bij elkaar. Hoogvliet is een complete satellietstad met meerdere wijken. De woningbouw wordt eind jaren zestig steeds grootschaliger. In de plaats van laagbouw met vooral vierhoog etagewoningen komt hoogbouw. In de jaren zeventig oogsten de naoorlogse wijken veel kritiek. Vooral door het massale karakter, de te open stedenbouw en de anonieme, zakelijke architectuur. Door de scheiding van functies zijn slaapwijken ontstaan. Toch komen de kwaliteiten van deze wijken pas goed tot hun recht, als het groen is opgekomen

Vergrijzing wederopbouwwijken

Aan het eind van de twintigste eeuw komen de wederopbouwwijken in de problemen. Jongeren en gezinnen verlaten de eenvoudige, goedkope woningen en de buurten worden grijzer. Allochtonen en kansarmen komen in de plaats van de oorspronkelijke bewoners. Het draagvlak voor winkels en voorzieningen verdwijnt. Het openbare groen en de collectieve tuinen krijgen beheerproblemen en worden als onveilig ervaren. De woningen voldoen niet meer aan de eisen van de tijd, voor comfort en oppervlakte. Grote delen van de wederopbouwwijken worden gesloopt. De nieuwbouw moet meer aansluiten bij de woonwensen van gezinnen en beter gesitueerden. Jaarlijks worden landelijk ongeveer 16.000 woningen gesloopt. Hoogvliet vervult met het project WIMBY! (2002) een pioniersrol in de reconstructie van naoorlogse wijken.

  • W. van Tijen, H.A. Maaskant, J. Brinkman, J.H. van den Broek - Woonmogelijkheden in het nieuwe Rotterdam, Rotterdam 1941
  • A. Bos - De stad der toekomst de toekomst der stad, Rotterdam 1946
  • H.T. Siraa - Een miljoen nieuwe woningen. De rol van de rijksoverheid bij wederopbouw, volkshuisvesting, bouwnijverheid en ruimtelijke ordening (1940-1963), Delft/'s-Gravenhage, 1989
  • E. Agricola e.a. - De naoorlogse wijk centraal, Rotterdam, 1997
  • J. Tellinga (red.) - De grote verbouwing. Verandering van naoorlogse woonwijken, Rotterdam, 2004
  • K. Zweerink (red.) - Van Pendrecht tot Ommoord. Geschiedenis en toekomst van de naoorlogse wijken in Rotterdam, Bussum 2005