Spring naar het artikel

Er zijn in verhouding veel Rotterdammers die meer dan gemiddelde zorg en aandacht nodig hebben. Gemeente Rotterdam neemt dat heel serieus en voert die taak met zorg en aandacht uit.

Dat is alleen vol te houden als er in Rotterdam ook mensen wonen met sterke schouders die zichzelf kunnen redden en daardoor juist weinig beroep doen op de zorgtaken van de overheid; die ondernemerszin tonen en in staat zijn anderen in hun directe omgeving te inspireren en te motiveren; en die verdiencapaciteit hebben en financieel bijdragen aan de stad. Het college wil graag een beter evenwicht tussen deze groepen. Daarvoor is het programma 'Sterke Schouders, Sterke Stad’ in het leven geroepen.

Hoe gaan we dit doen

Het programma Sterke Schouders Sterke Stad brengt initiatieven die dat evenwicht bevorderen in kaart en brengt ze met elkaar in verbinding. Het programma informeert en inspireert mensen en organisaties die daar handen en voeten aan geven. Dat doen we door spraakmakende onderzoeken en mooie verhalen die laten zien waar energie en inspiratie met elkaar optrekken. Verhalen van sterke schouders die in Rotterdam hun draai vonden, en verhalen van mensen die hen daarbij op weg hielpen.

En of het nu gaat om wonen, werken, leren of vrije tijd, de gemeente kent de wensen van de sterke schouders, in elk van hun levensfasen. Dat kan zijn als student, als young professional, gesetteld met of zonder kinderen, of als herontdekker, wanneer de kinderen de deur uit zijn. Zo jaagt het programma ‘Sterke Schouders’, Sterke Stad de beweging aan naar een evenwichtiger stad.

Sterke verhalen

Karina de Paepe en Dick Bres, trainingsacteur en beleidsadviseur: ‘Een stad die misschien geen hart heeft, maar wél een gezonde bloeddruk’.

Ze begonnen samen in hartje centrum. Dick Bres (58): ‘Leuk hoor, de Van Oldebarneveltstraat, maar het huis was oud en koud. Douchen in de keuken, geen balkon - daar zagen we ons niet wonen met een kind.’ Prinsenland moest het worden: ‘Destijds de enige acceptabele nieuwbouwwijk. Ik had namelijk geen zin om maandenlang te klussen in een oud huis’, verklaart Dick. Karina de Paepe (60): ‘Waar ligt dat?, vroeg ik. Het was zo ver fietsen dat ik onderweg een zak patat heb gekocht, haha. Ik kon het niet eens vínden. Hoe noemde mijn vader het ook alweer, Dick? Oh ja, een modderpoel.’

Leuke mensen

De emigratie naar Prinsenland pakte desondanks goed uit. Karina: ‘Ik was gelijk actief in het wijkbestuur en leerde zo snel leuke mensen kennen.’ Voor Dick was het een déjà vu: ‘Ik ben opgegroeid in Lombardijen, toen ook een net nieuwe wijk. Eén generatie verder, maar precies dezelfde woonsituatie.’ Het stel kreeg er een zoon en een dochter. Jasper woont sinds kort op de Meent en Lara staat op het punt om uit te vliegen. De vraag: wat nu?, dringt zich op. ‘Net als bij heel veel mensen in dezelfde fase.’

Dure huizen

Alle opties komen op tafel. Terug naar Brabant, waar Karina vandaan komt? ‘Oh nee’, zegt ze beslist. ‘Brabanders zijn weliswaar vriendelijker, maar ik hoor nu hier. Ik heb in Rotterdam alles wat mij blij maakt.’ Een appartementje in het centrum heeft zijn voordelen. Dick: ‘Daar is dé actie; bios, restaurants, theater en musea. En CS, makkelijk voor mijn werk.’ Karina benoemt de keerzijde: ‘Relatief dure huizen, druk, overlast.’ Enfin, daar is het echtpaar nog niet uit. Over nieuwbouwprojecten in hippe wijken: ‘Die príjzen…!’ Op het wensenlijstje van Karina staat vooral ook een geméngde wijk.

Op het wensenlijstje van Karina staat vooral ook een gemengde wijk.

Koeien

Hun huis in Prinsenland gaan ze hoe dan ook verkopen: ‘Nu komen er, zoals dat gaat, allemaal jonge gezinnen wonen en daar hebben wij geen binding meer mee.’ De stad uit, de natuur in: ook weggestreept. ‘Hoewel ik blij word van koeien en weilanden’, aldus Karina. ‘Ik ook, maar alleen om erdoorheen te fietsen’, reageert Dick droog. ‘Ik ben voorlopig nog gebonden aan de trein en Karina reist voor haar werk het hele land door. Goed OV is een must.’ Over Rotterdam zijn ze eensgezind positief: over het aanbod, het lef en de allure. ‘Rotterdam is een stad die misschien geen hart heeft, maar wél een gezonde bloeddruk’, schudt Dick zomaar uit zijn mouw.

Over Rotterdam zijn ze eensgezind positief: over het aanbod, het lef en de allure.

Vergeten groente

Ze storen zich aan het spaarzame groen in de stad, maar zijn sinds kort eigenaar van een tamelijk luxe huisje op tuinpark Kweeklust, tegenover de Van Ghentkazerne: ‘We kwamen er vorig jaar voor het eerst en ik was gelijk enthousiast. Ons huisje staat op de mooiste plek, met veel privacy en hoge bomen. Het is een rustpunt in de hectiek van de stad. Er hoort ook een prachtig aangelegde tuin bij, maar dat is Dick z’n project.’ Dick grijnst: ‘Ik ga vergeten groenten kweken, heel trendy.’ Karina: ‘Echt lachen, er loopt van alles rond: van hipsters, bakfietsgezinnen tot oudere, échte Rotterdammers.’ Dick besluit: ‘De combinatie van groen, rust en buiten eten, zo dicht bij het centrum, is ook een reden om in Rotterdam te blijven wonen.’

Interview: Karen Auer

Donovan Liu, consultant: ‘Yess, ik ben er weer!’

‘Mijn opa en oma in Hong Kong stuurden hun kinderen naar verschillende plekken op de wereld waar ze zelfstandig een nieuw leven op moesten bouwen. Zo gingen mijn ooms naar Canada en mijn moeder en mijn tante naar Nederland.’ Donovan Chun On Liu (23) haalt zijn schouders op: ‘Dat ging gewoon zo, ze hadden niets in te brengen.’ Zijn ouders ontmoetten elkaar in Rotterdam en waren binnen zes weken getrouwd. ‘Mijn vader is een Chinees afkomstig uit Suriname. Dat is vast de reden dat hij relaxter in het leven staat dan mijn moeder.’

Verkaast

Om hun kinderen alle kansen te kunnen bieden, waren meneer en mevrouw Liu vrijwel altijd aan het werk in hun juwelierszaak. De drie kinderen werden al jong klaargestoomd voor een leven van studeren en werken, aangespoord door een spreekwoordelijke Chinese ‘tijgermoeder’: ‘Een lieve moeder, maar ik moést naar pianoles, de Chinese school en meehelpen in het huishouden.’ Op zijn achtste jaar verhuisde Donovan naar Nieuw-Vennep. ‘Door mijn beste vriend Coen ging daar de Nederlandse wereld voor mij open. Nu ben ik verkaast, ik voel me tachtig procent Nederlander en twintig procent Chinees.’

'Nu ben ik verkaast, ik voel me tachtig procent Nederlander en twintig procent Chinees.'

Eng

Het was een uitgemaakte zaak dat Donovan commerciële economie ging studeren aan de Hogeschool Rotterdam. ‘Ik vond het verschrikkelijk. Ik wilde in Nieuw-Vennep blijven, bij mijn vrienden.’ Hij trok aanvankelijk met tegenzin in bij zijn zus in die al in Rotterdam woonde: ‘Een spannende tijd; een beetje eng, maar ook wel leuk. Ik was zoekende, wilde nieuwe mensen ontmoeten en ben toen de Chinese hoek gaan verkennen’, vertelt hij over de periode waarin hij voor het eerst ‘vrij’ was. ‘Ik werd best wel afgeleid door wat de stad allemaal had te bieden: uitgaan, bios, poolen, biertje drinken.’ Een tijdelijke verstrooiing, zo bleek: ‘Ik ging later serieus studeren en zocht ook bewust contact met andere ambitieuze studenten.’

Mandarijn

De inspanning werd beloond met deelname aan het prestigieuze NIBS (Network of International Business Schools) Worldwide Case Competition. Bevlogen vertelt hij over zijn avontuur in Finland, waar studenten uit de hele wereld het tegen elkaar opnamen. ‘Samen met drie andere studenten van de Hogeschool moesten we een businesscase van circa vijftien kantjes oplossen. Daar kregen we maar vier uur de tijd voor, het was echt topsport op academisch niveau.’ Vorig jaar ging Donovan aan de slag als consultant bij Tele2. Behalve dat hij verder gaat studeren, heeft hij  zijn carrière nog niet uitgestippeld. ’Ik wil zoveel mogelijk bedrijven en culturen zien. Zo zou ik ook graag naar Shanghai willen, maar daarvoor moet ik echt beter Mandarijn leren spreken.’

'De stad wordt steeds gaver, elke keer als ik van mijn werk in Amsterdam thuiskom, denk ik: yess, ik ben er weer!’.'

Mooie herinneringen

Het plan is om straks samen met zijn vriendin Rachel een appartementje te kopen in Rotterdam: ‘Ik hou van lekker eten en uitgaan en op dat vlak is er zoveel keuze dat ik niet eens weet waar ik moet beginnen. De stad wordt steeds gaver, elke keer als ik van mijn werk in Amsterdam thuiskom, denk ik: yess, ik ben er weer!’. Nog  wensen? De Formule 1 liefhebber - ‘Ik kijk elke week, overdag of ’s nachts’ - heeft er maar één: ‘Dat de F1 naar Rotterdam komt. Mét Max Verstappen. Dat zou fantastisch zijn!’ Donovan Liu kijkt dromerig voor zich uit: ‘Rotterdam is voor mij, nu al, een stad met zoveel mooie herinneringen. Ik heb er mijzelf én de liefde leren kennen.’  

Interview: Karen Auer     

Lotte Salm, student: ‘Het is een voordeel dat ik ben opgegroeid in een super multiculti wereldstad’

‘Eigenlijk kom ik niet uit Rotterdam, maar uit Capelle. Maar als mensen daarnaar vragen, zeg ik gewoon Rotterdam of tien minuten daarvandaan, haha.’ Toch is Lotte Salm (23) strikt genomen een Rotterdamse. Opnieuw een grijns: ‘Mijn ouders wilden per se niet dat er Capelle aan den IJssel in ons paspoort kwam te staan, dus zijn mijn zus en ik geboren in het Havenziekenhuis.’

Pittig

Vanwege haar studiekeuze, de Hogere Hotelschool, moest Lotte wel verkassen. ‘Amsterdam en Breda waren ook een optie, maar ik koos voor Den Haag, omdat de sfeer op de open dag mij het meeste aansprak. Het eerste jaar woonde ik verplicht intern, maar ook daarna had ik een kamer in Den Haag. Het was vanwege de schooltijden en avondactiviteiten geen doen om heen en weer te reizen.’ Lotte had geen klik met de hofstad: ‘Eerlijk gezegd heb ik mijn best niet gedaan om Den Haag te leren kennen. Het klinkt misschien stom, maar in het weekend nam ik meestal gelijk de trein naar Rotterdam.’ Nu legt ze de laatste hand aan haar afstudeerscriptie. ‘Het is zo snel gegaan’, verzucht ze. Geen moment spijt van haar studiekeuze: ‘De opleiding is behoorlijk pittig, maar ook super gevarieerd. Nu pas zie ik hoeveel kanten ik ermee op kan.’

Ultieme vrijheid

Het onbetwiste hoogtepunt was haar avontuur in Kaapstad, waar ze vorig jaar een HR-stage liep in het Vineyard Hotel. ‘Dat half jaar heeft mijn kijk op het leven veranderd.’ Aarzelend: ‘Klinkt dat zweverig?’ Lotte denkt er nog dagelijks aan terug: ‘De schitterende natuur. De persoonlijke, open houding van de mensen met wie ik werkte in het hotel. Die ondanks de ellende in de townships inventief zijn in het overleven. Ik wist al dat ik bevoorrecht ben, maar dat besef kwam daar dubbel binnen. Verder had ik het geluk dat ik een huis deelde met een unieke groep mensen. Ik heb in Kaapstad de ultieme vrijheid ervaren, het was goed voor mijn zelfvertrouwen en ik ben zelfstandiger geworden.’ Een belangrijke les: ‘Als ik nieuwe mensen ontmoet, heb ik  minder snel een oordeel klaar. De eerste indruk blijkt niet altijd de juiste.’

'Ik wist al dat ik bevoorrecht ben, maar dat besef kwam daar dubbel binnen.'

Vaag kruidendrankje

Terug in Rotterdam was het wennen, maar ook weer snel vertrouwd. ‘Ik vind het fijn om met Rotterdammers samen te zijn: door de mentaliteit van hard werken, niet zeiken. En ik kan echt lachen om de droge, grove humor. Het is een voordeel dat ik ben opgegroeid in een super multiculti wereldstad en zo heb geleerd om met de meest uiteenlopende mensen om te gaan.’ Uitgaan: ook dat. ‘Witte de With, altijd bruisend. Maassilo, Popshop, Mono, Amehoela, Superdisco  - Rotterdam is de laatste jaren booming.’ De wat zij noemt ‘biologische ecologische verhipstering’ kan haar echter gestolen worden: ‘Dat je om een cola vraagt en dan een vaag kruidendrankje krijgt. Die poespas past hier niet, doe maar gewoon.’ Lotte twijfelt nog over wat ze straks gaat doen. ‘Echt, keuzestress. Reizen, master in HR of een HR traineeship - ik weet niet wat en ik weet niet waar. De wereld is groot, maar ik zie mezelf wel weer in Rotterdam neerstrijken. Daar ligt mijn hart en zal mijn hart blijven liggen.’

Interview: Karen Auer

Zalihe Cetin, channel manager/digitaal expert ING: ‘Je hoeft hier niet geboren te zijn om een Rotterdammer te worden’.

Tijdens haar bachelorstudie Radio, Televisie en Cinema aan de universiteit van Ankara (Turkije) deed Zalihe Cetin (30) mee aan het uitwisselingsprogramma Erasmus Exchange. Dé kans om vijf maanden te studeren in Rotterdam. Ze werd niet alleen verliefd op de stad, maar ook op Marcel Legerstee (35). Na vijf maanden ging ze weer terug naar Turkije om haar studie af te ronden. ‘Mijn vriend en Rotterdam kon ik niet vergeten, dus na zes maanden kwam ik met mijn diploma op zak weer terug. We gingen samenwonen en ik schreef mij in voor de master Film Studies aan de Universiteit van Amsterdam. Toen ik daar in 2008 mee klaar was, sloeg de economische crisis toe en was het heel moeilijk om een baan te vinden. Voor mij kwam er nog eens bij dat ik geen vloeiend Nederlands sprak en geen netwerk had. Ik ben toen fulltime gaan werken bij Zara in de koopgoot. Het was uiteraard niet de baan waarvoor ik al die jaren gestudeerd had, maar ik leerde er wel heel veel. Zowel op taalgebied als over de Nederlandse gebruiken en gewoontes. Zoiets simpels als de telefoon opnemen, doen jullie hier heel anders dan in Cyprus of Turkije.’

Geen woorden maar daden

Na een jaar met heel veel sollicitaties, realiseerde Zalihe zich dat het misschien beter was om haar tijd te besteden aan een tweede master. ‘Ik besloot een andere richting op te gaan en koos voor Economie & Ondernemen aan de Erasmus Universiteit. Marcel en ik woonden toen in Kralingen en de universiteit was bijna om de hoek. Om het financieel te kunnen bolwerken, bleef ik twee dagen per week bij Zara werken.’ Miste ze haar geboorteland Cyprus niet? ‘Het klinkt misschien gek, maar ik heb me daar nooit echt thuis gevoeld. Ik had al vroeg door dat daar weinig kansen voor mij lagen op carrièregebied. Toen ik op mijn twintigste voor het eerst in Rotterdam kwam, voelde ik me hier direct thuis. Ik ontdekte dat de ‘geen woorden maar daden’-mentaliteit heel goed bij me past. Je kunt in deze stad echt zelf iets van je leven maken. En je hoeft hier niet geboren te zijn om een Rotterdammer te worden.’

'Toen ik op mijn twintigste voor het eerst in Rotterdam kwam, voelde ik me hier direct thuis.'

Urban en multicultureel

Zalihe spreekt inmiddels vloeiend Nederlands en heeft een vaste baan bij de ING bank. ‘Ik werk op het internationale hoofdkantoor in Amsterdam als digitaal expert en hou me bezig met onze online platforms en het verbeteren van de ‘engagement’ met onze doelgroepen. Het is een uitdagende job met afwisselende taken. Ik heb veel internationale collega’s en dat vind ik erg leuk. Het op en neer reizen met de trein valt me echt mee; van deur tot deur in 48 minuten. Alhoewel ik soms wel jaloers ben op mensen die op de fiets naar hun werk kunnen.’ Zou ze dan niet liever in Rotterdam werken? ‘Natuurlijk, graag zelfs! Maar ik wil bij een grote multinational werken en daarvan zitten er weinig in Rotterdam. Maar het belangrijkste is dat ik in deze stad woon. Rotterdam is urban en multicultureel. Ook op cultureel gebied is hier veel te doen. En de vernieuwingsdrang van de stad spreekt me heel erg aan.’

'Rotterdam is urban en multicultureel'

Een trotse Rotterdammer

Sinds 2014 wonen Zalihe en haar vriend in de Calypso. ‘We hebben een appartement gekocht op de 19e verdieping. Het uitzicht is zo mooi en bij helder weer zien we de haven. Ik realiseer me wel wat een geluk we hebben gehad, want we kochten het midden in de crisis. Als we nu starters zouden zijn geweest, hadden we het niet kunnen betalen. De huizen in het centrum zijn onbetaalbaar geworden. Ik vind dat de gemeente echt meer aandacht moet hebben voor dit probleem. Meer betaalbare woningen voor starters zou echt een enorme verbetering zijn.’ Hoe ziet het leven van deze wereldburger er over vijf jaar uit? ‘Ik woon dan nog steeds met Marcel in de Calypso, blijf al het nieuwe dat Rotterdam te bieden heeft, omarmen en ik voel mij nog altijd een trotse Rotterdammer!’

Interview: Miranda Spek

Saskia van der Valk en Danny Romeijn: ‘Rotterdammers verkopen je geen knollen voor citroenen’.

Ze ontmoetten elkaar op latere leeftijd via een datingsite. Danny Romeijn (58) grapt: ‘We doen hier alles via internet: huis, hond, relatie.’ Saskia van der Valk-Romeijn (54)  - ‘Bewust gekozen voor die volgorde’ - meldde in haar profiel dat ze het liefst met een Rotterdammer in zee ging. ‘Die zijn betrouwbaar en verkopen je geen knollen voor citroenen. Echte Rotterdammers staan voor wat ze doen. Dat past bij mij, zo ben ik zelf ook.’ Het klikte gelijk tussen haar en de in Crooswijk geboren en getogen Danny.

Werk en plezier

Over niet al te lange tijd zijn alle dochters het huis uit, maar het lege-nest-syndroom zal aan het paar voorbij gaan. ‘Het was wel even slikken toen mijn dochter naar Engeland vertrok’, vertelt Danny, ‘maar wij zijn creatieve mensen met veel gezamenlijke hobby’s.’ Saskia: ‘De zorg voor de kinderen kwam altijd op de eerste plaats en nu kom ik eindelijk toe aan mijn eigen dingen.’ In hun vrije tijd reizen ze wat af. Meestal stedentrips. ‘Zoals naar het ‘Fringe Festival’ in Edinburgh, we zijn dol op theater.’ Of ze combineren werk en plezier. Voor Saskia is dat bijvoorbeeld een ‘inspiratiereis‘ gezichtsgymnastiek in Israël en Danny deed nieuwe ideeën op tijdens een PowerPoint-workshop in Amerika.

Victoriaans

Hun nieuwste liefhebberij heet Steampunk, een subcultuur gebaseerd op het toekomstbeeld dat mensen rond 1900 hadden van de industriële revolutie. Op de mega-flatscreen in hun woonkamer speelt Danny een filmpje af van een trip naar een evenement in Engeland. De festivalgangers dragen hoge hoeden, korsetten en lange jassen en wonderlijke attributen als klokken, koperen brillen en zandlopers. Ook Saskia en Danny zijn gehuld in Victoriaanse gewaden. ‘Kom even mee’, wenkt Danny. In zijn hobbykamertje laat hij trots gekochte én zelfgemaakte, koperen Steampunk-voorwerpen zien. ‘Dit is het kind in mij’, bekent de creative director. ‘Opgaan in een fantasiewereld.’

De festivalgangers dragen hoge hoeden, korsetten en lange jassen en wonderlijke attributen als klokken, koperen brillen en zandlopers.

Natuur

Saskia en Danny wonen in Ommoord waar Saskia is opgegroeid. Daarna woonden ze overal en nergens tot Winschoten aan toe. ‘Voor die periode was het prima, maar ik ben bewust teruggegaan naar Rotterdam. Veel meer mogelijkheden voor de kinderen en voor mij.’ Het suffe imago van Ommoord vindt ze onterecht. ‘Onbekend maakt onbemind. Wij wonen aan de rand van het Ommoordse Veld, de wijk is groen, ruim opgezet en fantastische winkels, metro en trein vlakbij.’ Danny vond het best: ‘Ik had maar één voorwaarde en dat was natuur dicht bij huis. Deze plek is een goed bewaard geheim.’

'Wij wonen aan de rand van het Ommoordse Veld, de wijk is groen, ruim opgezet en fantastische winkels, metro en trein vlakbij.’

Ik vertrek

Het plan is om na hun werkende leven een bed & breakfast te runnen in het buitenland. ‘Onze favoriete tv-serie is Ik Vertrek’, lacht ze. Maar de banden doorsnijden met Rotterdam: dat nooit. Danny vertelt over zijn zaterdagse routine: ‘Steevast naar de markt, dat deed ik als kind al samen met mijn vader. Dan een kopje koffie bij de Coffeecompany, de rommelmarkt, een kroepia eten op mijn vaste adres, de Hoogstraat in, naar De Slegte en dan nog even naar de Koopgoot en de Bijenkorf. Van mijn zaterdag blijven ze af. Het is therapie, dan kan ik er weer een week tegenaan.’ De vrouw des huizes deelt zijn liefde voor de stad. ‘Als we straks een B&B hebben, zullen we waarschijnlijk een appartementje in Rotterdam aanhouden. We kennen hier ook zoveel mensen.’

Interview: Karen Auer

Richard Lopes Mendes, student / ondernemer: ‘Een echte Rotterdammer is gedreven’

‘Pas later ben ik naar de banlieues in Parijs gegaan. Er waren opvallend veel overeenkomsten met Delfshaven, waar ik ben opgegroeid. De mengelmoes van culturen, de muziek, de manier van groeten, maar ook de ambitie en de creativiteit. Dat je daar niets over hoort, is omdat ze in Parijs de mooie dingen niet laten zien. In Rotterdam gebeurt dat steeds meer; dat je juist hoort over wat er goéd gaat in de moeilijke wijken.’

Richard Lopes Mendes (24) laat weten dat hij te herkennen is aan een blauwe cap. Van eigen merk. In de Stationshuiskamer op Rotterdam CS is hij een wandelend reclamebord voor zijn streetwear brandClan de Banlieue’: ‘Beetje ruig, beetje kapot, beetje straat. Van goeie kwaliteit, build to last.’ Banlieue is destijds ontstaan als afstudeerproject voor zijn ondernemersopleiding op het mbo. Een uit de hand gelopen grap: ‘Als ik een rondje met je ga lopen op CS, is het zeker dat je iemand in Banlieue ziet.’ Een jaar later kwam er een eigen drukkerij bij, het moederbedrijf DRUK, waar onder meer promotiekleding voor bedrijven wordt ontworpen en bedrukt. Het leverde hem in 2017, samen met zijn partner Sinan Karaca, een finaleplaats op in de verkiezing van Sprout’s ‘Meest veelbelovende ondernemers onder de 25 jaar’ en een negende plek in de ‘Kleurrijke Top 100’.

'Rotterdam biedt genoeg kansen voor iedereen die er echt iets van wil maken.'

Ego

De jonge ondernemer blijft er bescheiden onder: ‘Het gaat zeker niet alleen om mij. Zonder het team waren DRUK en Banlieue niet zo’n succes geworden. En ook ik ben sterk geworden door de mensen om mij heen.’ Lange werkdagen en reizen naar Taiwan, Pakistan en China zijn onvermijdelijk, maar niet heel lang meer als het aan Richard ligt. ‘Op korte termijn willen we bereiken dat het merk Banlieue een begrip is in de retailwereld, maar na mijn dertigste wil ik niet meer werken. Niet meer écht werken, alleen nog maar leuke dingen doen.’ Hij zegt het zonder een spier te vertrekken. Studeren doet hij ook nog, het laatste jaar van de Associate degree-opleiding Ondernemen. ‘Ik heb het papiertje niet meer nodig, maar ik maak ik het toch af, gewoon voor mijn ego.’

Vooroordelen

De ouders van Richard komen uit Kaapverdië. ‘Ik hang daar niet aan. Oké, ik hou van Kaapverdiaanse muziek, eten en cultuur, maar Oud-Mathenesse is mijn thuis. Ik voel me ook veel meer Rotterdammer dan Nederlander. Rotterdam is, behalve een stad die alles heeft wat je nodig hebt, een lifestyle: ambitieus - een echte Rotterdammer is gedreven -, nuchter, direct en multicultureel. Ik denk zelf nooit in kleur of ras, echt nooit. Racisme? Mocht daar al sprake van zijn, dan merk ik het niet eens, zo ben ik daar niet mee bezig. Ik meen vrij te zijn van oordelen en vooroordelen.’

Neppe

Geen holle praatjes, zo blijkt. DRUK werkt ook met ex-gedetineerden en haalt de fotomodellen ‘van de straat’. ‘Dat zijn gewoon jongens die we kennen. Banlieue moet echt blijven, ik wil dat neppe niet.’ Opgegroeid in een kansarme wijk, kent Richard Lopes Mendes de zelfkant van de samenleving als geen ander. Maar met klagers heeft hij weinig op: ‘Ik klaag alleen over de belasting’, grapt hij. ‘Serieus, Rotterdam biedt genoeg kansen voor iedereen die er echt iets van wil maken.’

Interview: Karen Auer

Joline Jolink, modeontwerper: ‘Ik kreeg een brief van Aboutaleb, ik wist niet wat ik zag’

Een hooggesloten witte overhemdblouse en een zwarte broek: Joline Jolink (36) draagt, uiteraard, haar eigen ontwerpen die gekenmerkt worden door tijdloze eenvoud. De enige frivoliteit die zij zich heeft gepermitteerd, is felrode lippenstift in een verder vrijwel make-uploos gezicht. Als klein meisje al wilde zij modeontwerper worden, betoverd door de kunsten van haar oma die coupeuse was. Na een opleiding aan de prestigieuze modeacademie ArtEZ in Arnhem en een stage bij Viktor & Rolf, verkocht ze haar ontwerpen in New York – ‘Met de val van Lehman Brothers in 2008, konden wij ook gelijk inpakken’ - en in Amsterdam.

Blijverdje

Maar de hoofdstad werd haar te druk en ook veel van haar lokale klanten keerden het centrum de rug toe. Joline en haar vriend Peter Feldbrugge (zakelijk manager) gingen in 2013 het avontuur aan met een pop-up-store in Rotterdam: ‘Mijn webshop werd vaak bezocht door Rotterdamse vrouwen, dus ik wilde hen graag leren kennen. Ik zoek bewust het persoonlijke contact met mijn doelgroep.’ Het was een instant succes en Rotterdam een liefde op het eerste gezicht. Aldus werd de pop-up-store op de Nieuwe Binnenweg een blijverdje en de winkel in de Amsterdamse Negen Straatjes gesloten. ‘Rotterdammers waren stomverbaasd over de verhuizing, ik werd nog net niet voor gek verklaard. Toen heerste er nog een soort underdog-gevoel.’

'Mijn webshop werd vaak bezocht door Rotterdamse vrouwen, dus ik wilde hen graag leren kennen.'

Joline en Peter konden in die tijd nog kiezen uit betaalbare, ruime huurwoningen. ‘Bewust een huurwoning, net als in Amsterdam. Stel dat er zich kansen aandienen in, ik noem maar wat, Berlijn, dan willen we zo ons boeltje op kunnen pakken.’ Ze woont naar haar zin in het centrum: ‘Fietsen naar de winkel en de studio, musea bezoeken en lekker wandelen in het Museumpark.’ Dat laatste met Zoef - haar hazewindhond die ze overal mee naartoe neemt. Het warme welkom in de stad maakte diepe indruk op haar. ‘We kregen cadeautjes van de ondernemers op de Nieuwe Binnenweg: bloemen, brood van het bakkertje en een flesje van Odile (slijterij Odile Hemmen, red.). Het onderlinge contact is nog steeds heel plezierig, we lopen hier gewoon bij elkaar naar binnen.’

Rust

Ook de gemeente Rotterdam liet zich met de komst van La Jolink niet onbetuigd: ‘Ik kreeg een brief van Aboutaleb, ik wist niet wat ik zag! Vlak daarna belde iemand van de gemeente: of ze iets voor mij konden doen. Ik kon zo snel niets bedenken, in Amsterdam was ik gewend om alles alleen op te knappen.’ Wat haar met zoveel bereidwilligheid later dan wel weer verbaasde: ‘Bijna iedere ochtend ligt er afval op de stoep voor onze ontwerpstudio in de Gouvernestraat. Ik vroeg de gemeente dus om prullenbakken op straat. Nou, dát was de bedoeling niet, voorwaarden hier, regeltjes daar. Ik gaf het direct op, ik raap de rotzooi zelf wel op.’   

'Fietsen naar de winkel en de studio, musea bezoeken en lekker wandelen in het Museumpark'

De gedreven ontwerper maakt desgevraagd de balans op. Ze komt nog wekelijks in Amsterdam, voor pilatesles, maar heeft geen moment spijt gehad van het vertrek. ‘In Rotterdam ervaar ik meer ruimte, meer rust, dus ik kan me beter focussen. Het is hier heel prettig ontwerpen. Nog een groot voordeel: mijn klanten kunnen voor de deur parkeren.’ Over haar toekomstplannen wil Joline niets kwijt. ‘We zijn met iets bezig en ja, het heeft met Rotterdam te maken, maar het is nog geheim. Haha.’

Interview: Karen Auer

‘Een lelijk eendje dat is uitgegroeid tot een schitterende zwaan’

Hoe een Friezin uit het dorpje Ysbrechtum verzeild is geraakt in Rotterdam? Annely Kuipers (44) wijst naar de schuldige, echtgenoot John Deelstra (55) die opgroeide op Zuid waar hij het gras van de Kuip kon ruiken. Zijn ode aan Feyenoord: ‘Een wereldploeg die hoort bij een wereldstad. Je ziet alle nationaliteiten op de tribunes, De Kuip is een mooie afspiegeling van de Rotterdamse samenleving. Ik denk dat zodra een vluchteling hier is ingeburgerd, hij voor Feyenoord is.’ Samen memoreren ze hun eerste ontmoeting op het Oerol-festival. John: ‘Ik zei: je moét een keer naar Rotterdam komen. Dat werd de dag van het Zomercarnaval. 's Nachts eindigden we in Now & Wow waar we toen dansten in het pand waar we vijf jaar later gingen wonen.’

'De Kuip is een mooie afspiegeling van de Rotterdamse samenleving'

Puur genot

Lang voor die tijd studeerde Annely International Relations and Affairs in Groningen en verhuisde naar Amsterdam waar ze onder meer werkte voor SOS Kinderdorpen. Ooit weer terug naar Friesland, waar haar familie nog steeds woont, is geen optie: ‘Leuk om daar af en toe te zijn, maar ik ben verstadst.’ John knikt beamend. Zelf zag de oer-Rotterdammer zich destijds ook niet in Amsterdam wonen. Lang verhaal kort: Annely zwichtte. ‘En zo leuk was het niet in Rotterdam in 2004. Ik vond het er maar grauw en saai. Met mooi weer een terrasje pakken op een dinsdagavond was er niet bij, je kon een kanon afschieten in het centrum.’ Inmiddels heeft scepsis plaatsgemaakt voor wat klinkt als onversneden liefde: ‘Rotterdam staat nu echt op de kaart, ik ben oprecht trots op de stad. Amsterdam is natuurlijk prachtig met zijn grachtenpanden, maar Rotterdam is meer een wereldstad, heeft meer allure.’ Haar man hoort het goedkeurend aan: ‘Rij maar over de Van Brienenoordbrug: puur genot.’

'Een lelijk eendje dat is uitgegroeid tot een schitterende zwaan’

Aderlating

Annely werkt bij Volkskracht, een stichting die initiatieven ondersteunt die Rotterdam en haar inwoners versterken. John is sales assistant bij Topcon Position, een bedrijf in machinebesturing en meetapparatuur. Samen met hun twee zonen Ritze (9) en Maes (6) wonen ze sinds een jaar in de nieuwe stadswijk Park 16Hoven. Hiervoor stond hun huis op de Müllerpier in het Lloydkwartier, maar een aantal praktische redenen gaf de doorslag voor de verhuizing. Met pijn in het hart: ‘We keken uit op de Euromast, we hebben de SS Rotterdam zien komen, cruiseboten die af en aan varen, de Wereldhavendagen, leuke, bijzondere mensen - het was een feest.’ Annely ziet echt wel de voordelen van de populaire nieuwbouwwijk, vooral voor de kinderen, maar: ‘Het is nog steeds wennen. Ik mis de dynamiek en het ruimtelijke, het uitzicht.’ John, een zelfbenoemd feestbeest die ook lange tijd zanger was bij diverse rock- en bluesbandjes, spreekt van een aderlating: ‘Geen kroeg hier, geen terras’.

ZomerZondagen

Ze hebben ook nog naar een huis gezocht buiten Rotterdam. ‘In Delft en Den Haag. En in Berkel. ‘Nou ehm… dán nog liever terug naar Friesland’, lacht Annely. Het ziet er niet naar uit dat het echtpaar Deelstra-Kuipers ooit nog weggaat uit Rotterdam. John: ‘Een lelijk eendje dat is uitgegroeid tot een schitterende zwaan. Er zijn nu zoveel mooie plekken waar ook wat te beleven is. Neem bijvoorbeeld het plein bij de Laurenskerk. Dát moet het nieuwe stadshart worden.’ Gevraagd naar de favoriete plek van Annely: ‘Het park bij de Euromast, vooral tijdens de ZomerZondagen.’ Samen zijn ze het eens: ‘Als de kinderen groot zijn, gaan we direct terug naar het centrum.’

Interview: Karen Auer

Gyzlene Kramer-Zeroual, onderwijsmanager: ‘Ik hou van dat stadse gevoel’

Bijna was ze verhuisd naar Amsterdam. Maar net op tijd kwam Gyzlene Kramer-Zeroual (35) tot bezinning. ‘Mijn man werkte in Amsterdam en ik had daar als zelfstandig ondernemer ook verschillende opdrachtgevers. We waren al serieus naar huizen aan het kijken, toen Johannes (35) en ik elkaar op een avond aankeken en onszelf afvroegen: wat zijn we eigenlijk aan het doen…? We willen helemaal niet weg uit Rotterdam. Johannes is een ras-Rotterdammer en ik ben dat sinds mijn negende ook, toen we vanuit Marokko hier kwamen wonen. Amsterdam is prachtig hoor, maar dat rauwe en ondernemende dat vind je daar niet. Hier kan nog van alles en dat maakt Rotterdam juist zo aantrekkelijk. Johannes heeft dus nog jaren op en neer gependeld. Nu werkt hij iets dichterbij, in Dordrecht.’

Stadse gevoel

Samen met Johannes, dochter Nounja (4) en een tweede kindje op komst, woont Gyzlene in een jaren dertig-nieuwbouwhuis in Noord. ‘We wonen nu zeven jaar in Rotterdam-Noord. Onze straat ligt in een gemixte wijk. Om ons heen wonen mensen met allerlei verschillende achtergronden. Dat geeft mij dat echt stadse gevoel waar ik zo veel van hou. Ik heb als kind ook in Rotterdam-Oost gewoond, maar daar wil ik niet meer naar terug, veel te rustig!’ Gyzlene houdt van drukte en mensen om zich heen. In het café van het nieuwe onderkomen van de Rotterdam Academy aan het Museumpark, is het ook gezellig druk. Groepjes studenten zitten rustig te werken. Of ze zijn in gesprek met hun docent. Trots kijkt ze om zich heen. ‘Vind je het niet mooi geworden? Dit is de ontmoetingsruimte voor studenten en docenten. Iedereen moet hier echt een thuisgevoel hebben.’

Band opbouwen

Gyzlene werkt bij de Hogeschool Rotterdam. Tot september 2017 was ze opleidingsmanager van de opleiding Associate Degree Ondernemen van de Rotterdam Academy. Nu is ze lid van de expertisegroep Inclusiviteit en Diversiteit, hierin denkt ze mee over hoe ze een inclusieve school kunnen zijn. Dus een school waar de diversiteit van studenten en medewerkers matcht met die in de samenleving. ‘Ons streven is dat alle studenten, ongeacht hun achtergrond, een gelijke kans hebben op studiesucces. Dat thuisgevoel dat we hier proberen te creëren, is dus niet zomaar. De meesten jongeren die zich inschrijven op de Rotterdam Academy hebben een mbo-achtergrond en kunnen hier in twee jaar een Associate Degree opleiding doen. Dat is zeg maar de praktische hbo. Helaas haken best veel studenten na een jaar af en dat is zonde. Meestal heeft het te maken met hun thuissituatie. Ze worden totaal niet gestimuleerd om naar school te gaan, ze zijn mantelzorger of ze hebben kinderen. We werken dus heel hard aan de band met onze studenten. Want als je weet wat hen bezighoudt, kun je daar als school ook beter op inspelen.’

Lang verlof

‘Als het aan mij lag zouden we hier bijvoorbeeld ons eigen kinderdagverblijf hebben voor studenten en docenten. Wie weet kan zoiets in de toekomst.’ En gaat ze zelf na haar zwangerschapsverlof weer aan het werk? ‘Natuurlijk! Maar als mijn verlof eindigt, is het eerst nog zomervakantie. Ik heb het niet zo gepland hoor, maar ik kan dus veel tijd met de baby door brengen voor zij naar de opvang gaat.’ Op een van de muren van het café staat in grote witte letters ‘Dreams don’t work unless you do!’. ‘Super hè. En wat past die zin mooi bij het DNA van de stad en bij sterke schouders!’

Interview: Miranda Spek

Atif Parekh, student: ‘Amazing school, amazing city’.

Atif Parekh (22) uit Pakistan groeide op in één van de grootste steden ter wereld, met eenentwintig miljoen inwoners. ‘Daarom was ik bang dat ik de levendigheid van Karachi erg zou gaan missen. En nu….. nu vind ik Rotterdam zelfs leuker en mooier dan Karachi.’ Hij denkt bij deze ontboezeming aan zijn Pakistaanse vrienden en grinnikt: ‘Laat ze het maar niet horen.’

Bevoorrecht

Zijn ouders, zelf altijd aan het studeren, stuurde hem naar de beste middelbare school van Pakistan en moedigden hem aan het beste uit zichzelf te halen. Maar er stroomt ook zakelijk bloed door zijn aderen, geërfd van zijn ooms die een familiebedrijf runnen. ‘Al op de middelbare school ben ik samen met vrienden een bedrijf begonnen in eventmanagement.’ Atif voelt zich bevoorrecht: ‘Afgezien van de toegang tot het beste onderwijs, maakten we als gezin ieder jaar een reis naar Zuidoost-Azië of Europa.’ Niet dat hij op aarde is voor een vluchtige, consumerende levensstijl. ‘My privilege is not for me to enjoy, but rather to utilize it for the greater good of the community’, zegt hij in alle ernst. Hij weet wat hem te doen staat: ‘Zestig procent van de Pakistanen is analfabeet. Ik wil een organisatie oprichten die gratis kwaliteitsonderwijs en gezondheidszorg mogelijk maakt.’ Zelfverzekerd: ‘I want to make a huge impact.’

'Ik wil een organisatie oprichten die gratis kwaliteitsonderwijs en gezondheidszorg mogelijk maakt.’

Startup

Voor het zover is, maakt hij sowieso eerst zijn studie Economics & Business Economics aan de Erasmus Universiteit af. Hij heeft nog één jaar te gaan. Op dit moment doet Atif een marketingstage bij Unilever en daarna staat de startup van een duurzaam modemerk op het programma. Impact-driven uiteraard, ‘A social enterprise.’ Afhankelijk van het succes, is het plan om hier een master te doen. Aanvankelijk wilde hij naar Amerika - ‘Het land van onbegrensde mogelijkheden, je weet wel’ -, maar kreeg daar niet de beurs die hij wilde. Zijn tweede keus pakte uitstekend uit. ‘Amazing school, amazing city’, zo prijst hij de EUR en zijn nieuwe woonplaats.

‘Rotterdam is zo klein, maar toch ontdek ik steeds weer iets nieuws.’

Verborgen juweeltje

Het eerste wat Atif deed bij aankomst in Rotterdam, was een fiets huren. ‘In twee dagen fietste ik de hele stad door en dacht om de paar minuten: wow, wat bijzonder! Ik heb nog nooit een stad gezien met zoveel unieke dingen. Oud én nieuw, juist door die mix heeft Rotterdam snel een plek in mijn hart veroverd.’ De Test Site, het knalgele, met graffiti versierde tunneltje bij het Schieblock, noemt hij een ‘verborgen juweeltje’ zoals er volgens Atif zoveel zijn. ‘Rotterdam is zo klein, maar toch ontdek ik steeds weer iets nieuws.’ De pragmatische idealist bekent dat hij ooit met pijn in zijn hart uit Rotterdam zal vetrekken. ‘Hoe graag ik ook zou willen blijven, zou dat nogal egoïstisch zijn.’ Het zij zo, de plicht roept. Pakistan heeft hem harder nodig.

Interview: Karen Auer  

Anne Bénédicte Lozé, trainer Zakelijk Frans: ‘Het leven in Rotterdam is zoveel makkelijker dan in Parijs’

Lunchtijd. ‘Wil je een stukje quiche? En misschien een glaasje wijn?’ Van het zangerige accent tot het interieur van haar huis in de groene nieuwbouwwijk Park 16Hoven: alles van en aan Anne Bénédicte Lozé (43) ademt Frankrijk. Ze woonde en werkte in Parijs totdat de liefde haar leven op zijn kop zette. ‘We hebben het een paar jaar volgehouden: in de weekenden met de Thalys om en om naar Rotterdam en Parijs. Ik wilde helemaal niet weg, maar het was uitgesloten dat Daan een baan kon krijgen in Parijs zonder vloeiend Frans te spreken.’

Sneakers

Aldus een enkele reis Rotterdam. Anne was vastbesloten zo snel mogelijk te integreren. ‘Ik heb mezelf toen bewust niet aangesloten bij Franse clubjes.’ Ze begon in 2006 vrijwel direct als trainer zakelijk Frans en deed de deeltijd lerarenopleiding, met wat vrijstellingen, in een sneltreinvaart; anderhalf jaar in plaats van de gebruikelijke vier. Als trainer Frans kwam ze bij bedrijven als Zeeman en HEMA over de vloer. Een andere planeet, zo voelde het. ‘Op de eerste afspraak met de CEO van HEMA liep ik drie keer voorbij zijn kantoor, alleen omdat de deur openstond. Toen zag ik een man in spijkerbroek en sneakers en er hingen kíndertekeningen aan de muur…! Dat is in Frankrijk onbestaanbaar.’ Wat Anne eerst als ‘bot’ ervaarde, is ze juist gaan waarderen. ‘Je mening kunnen geven. En vragen kunnen stellen. Dat wordt in Frankrijk als een teken van zwakte gezien.’

Wat Anne eerst als ‘bot’ ervaarde, is ze juist gaan waarderen. ‘Je mening kunnen geven. En vragen kunnen stellen.'

Streng

Ja, er zijn momenten dat ze Frankrijk mist, bien sûr. ‘Sowieso mijn familie en vrienden en de tijd die we voor elkaar nemen om bijvoorbeeld samen uitgebreid te eten. Als ik een rotdag heb of als het maar blijft regenen, zeg ik weleens, half voor de grap, tegen mijn dochter Judith (7): ‘We gaan terug’. Dan wordt ze boos: ‘Neeee, ik wil niet weg, school is hier veel leuker, in Frankrijk zijn ze zo streng!’. C’est la vie, hoor je Anne denken en in Rotterdam is er genoeg dat de heimwee verzacht: ‘Mijn geluk van de laatste jaren is het nieuwe LantarenVenster en de mooie Franse films in Cinerama.’ Ook voor Franse delicatessen hoeft ze Rotterdam niet uit. ‘Alles is hier te koop, tot echt Frans brood aan toe.’

Gunstig

Anne prijst tot slot de dynamiek en energie van Rotterdam: ‘Er is zoveel bedrijvigheid en alles is makkelijk bereikbaar. Sowieso is het leven hier zoveel makkelijker dan in Parijs. Ik woon in de stad, maar door de rust en het groen heb ik toch een plattelandsgevoel. Ik kan met de fiets naar mijn klanten en de werktijden zijn gunstig. Voor Fransen valt het niet uit te leggen dat je hier banen hebt van vier dagen per week, laat staan drie. Ik snap werkelijk niet dat mensen hier gestrest zijn.’

Interview: Karen Auer

Onderzoek naar Sterke Schouders

De jaarlijkse monitor Sterke Schouders laat zien dat bijna 30% van de Rotterdammers hoogopgeleid is. Voor een evenwichtiger verdeling van hoog-, middelbaar en laagopgeleide bewoners moeten er zo’n 40.000 hoogopgeleiden bij. Daarvoor zijn 20.000 woningen nodig in aantrekkelijke woonmilieus. Met behulp van social marketing onderzoek hebben we de woonwensen van hoogopgeleiden in kaart gebracht. In grote lijnen gaan die over een vertrouwde woonwijk met goede voorzieningen en uitnodigende buitenruimten. En over een bruisende stad vol diversiteit, waarin veel te ontdekken valt.

Literatuuronderzoek toont aan dat als er meer hoogopgeleiden naar de stad komen, zij economische en sociale kracht meebrengen en soms ook rolmodel kunnen zijn. Tegelijkertijd kunnen er verdringingseffecten zijn en conflicten met oorspronkelijke bewoners.

In Rotterdamse wijken blijken de verschillende bevolkingsgroepen echter prima naast elkaar te leven. Ze zien elkaar als uiting van kwaliteit en diversiteit van de buurt. Om praktische redenen is verdere menging lastig. Het volgende onderzoek gaat over initiatieven die verdere menging kunnen bevorderen.

Meer informatie

Wilt u meer weten? Mail ons via SterkeSchoudersMO@rotterdam.nl.