Spring naar het artikel

Er zijn in verhouding veel Rotterdammers die meer dan gemiddelde zorg en aandacht nodig hebben. Gemeente Rotterdam neemt dat heel serieus en voert die taak met zorg en aandacht uit.

Dat is alleen vol te houden als er in Rotterdam ook mensen wonen met sterke schouders die zichzelf kunnen redden en daardoor juist weinig beroep doen op de zorgtaken van de overheid; die ondernemerszin tonen en in staat zijn anderen in hun directe omgeving te inspireren en te motiveren; en die verdiencapaciteit hebben en financieel bijdragen aan de stad. Het college wil graag een beter evenwicht tussen deze groepen. Daarvoor is het programma 'Sterke Schouders, Sterke Stad’ in het leven geroepen.

Hoe gaan we dit doen

Het programma Sterke Schouders Sterke Stad brengt initiatieven die dat evenwicht bevorderen in kaart en brengt ze met elkaar in verbinding. Het programma informeert en inspireert mensen en organisaties die daar handen en voeten aan geven. Dat doen we door spraakmakende onderzoeken en mooie verhalen die laten zien waar energie en inspiratie met elkaar optrekken. Verhalen van sterke schouders die in Rotterdam hun draai vonden, en verhalen van mensen die hen daarbij op weg hielpen.

En of het nu gaat om wonen, werken, leren of vrije tijd, de gemeente kent de wensen van de sterke schouders, in elk van hun levensfasen. Dat kan zijn als student, als young professional, gesetteld met of zonder kinderen, of als herontdekker, wanneer de kinderen de deur uit zijn. Zo jaagt het programma ‘Sterke Schouders’, Sterke Stad de beweging aan naar een evenwichtiger stad.

Sterke verhalen

De dochter van een Nederlands-Antilliaanse moeder en een Tunesisch-Franse vader. Van wie ze behalve een ondernemersgeest, een enorme bos donkere krullen erft en ogen van het mooiste blauw.

 Na een zorgeloze jeugd op Curaçao, gaat ze in Nederland studeren en ontmoet haar Grieks-Amerikaanse vriend Nikos. Samen strijken ze neer in Rotterdam. Toch zou Tiara Nataf (26) zich geen wereldburger willen noemen. Ze klopt met een vuist op hoogte van haar hart: ‘Ik voel me Curaçaoënaar, daar liggen mijn roots.’ Tiara praat honderduit, Nederlands en Engels door elkaar, een overblijfsel van de internationale school die ze bezocht. ‘Zoveel mensen vragen me waar ik vandaan kom, ik maak er dan een guessing game van.’

15 kilo

Aanvankelijk ging ze studeren in Arnhem: ‘Dat was achteraf een goede keuze, de transition van Curaçao naar Nederland was niet zo heel erg groot. Wanneer ik gelijk naar Rotterdam was gekomen, zou ik echt een culture shock hebben gekregen.’ Tiara haalde het eerste jaar in Arnhem niet en besloot een tijdje te gaan werken. Ze maakte kennis met Rotterdam als uitzendkracht bij Nespresso en schreef zich in voor het nieuwe studiejaar bij de Hogeschool Rotterdam voor de opleiding Communicatie: ‘Ze hebben daar veel keuzevakken die me interesseerden, zoals Trendwatching. Gewoon gratis.’ Tiara is kort geleden afgestudeerd. Trots: ‘Ik ben de eerste van de opleiding die is afgestudeerd op haar eigen bedrijf.’

‘Iedereen wil elkaar helpen’

Dat bedrijf heet Naturally Granola, in lijn met de hobby van Tiara: eten. ‘Ik kijk altijd uit naar het volgende eetmoment.’ Niet onlogisch met een vader die eigenaar is van diverse restaurants. Bij de familie Nataf werd altijd vers en gezond gegeten, maar in Nederland ging het fout. ‘Ik hou niet echt van frites en hamburgers, maar wel van taartjes. In Nederland ontdekte ik gevulde koeken’, grijnst ze. ‘Ik kwam 15 kilo aan.’ Dat moest anders. En gezonder. ‘Het moest wel lekker zijn; ik ben healthy, maar geen health freak.’

Granola met rozen

’s Ochtends ontbeet ze met yoghurt, fruit en granola, een mix is van granen, zaden en noten, toen nog van een ander merk. Tiara en haar vriend besloten zelf te gaan experimenteren met ingrediënten die ze op de markt kochten. Nikos, volgens Tiara een ‘master of research’, ontdekte het beste alternatief voor ongezonde suiker: dadelstroop. Huisgenoten, vrienden, medestudenten en docenten raakten verslaafd aan Tiara’s huisgemaakte granola en the rest is history. Inmiddels zijn er 6 varianten verkrijgbaar in recyclebare potten, waaronder de granola met kardemom en rozen - ‘Ik voel me heel luxe als ik dat eet’ - en een versie met de Rotterdamse koffie van Giraffe.

De buffelende ondernemer heeft grote dromen met Naturally Granola, maar vult voorlopig nog haar inkomen aan in de horeca. ‘Ik werk bij de Sushi Company en ben waitress en gastvrouw bij In de keuken van Floris.’ Hoewel Tiara dienstverlening in combinatie met eten met de paplepel kreeg ingegoten, is de vermaarde Keuken van Floris een klasse apart: ‘Ik leer daar zoveel. Vanwege het perfectionisme, maar ook van de logistiek. De planning is enorm strak.’

Superinternationaal

Of de bruisende Tiara in Rotterdam zal blijven, weet ze nog niet. Hoewel: ‘I love Rotterdam. Echt, ik ben blij hier. De stad doet door vrienden en eten denken aan Curaçao. En ik heb iets met de mix van buitenlanders, Rotterdam is superinternationaal.’ Bovendien niets dan goeds over het ondernemersklimaat in 010: ‘Ik heb al zoveel entrepreneurs ontmoet. Het netwerken gaat hier heel makkelijk, iedereen wil elkaar helpen.’

Interview: Karen Auer

De stad waar Feyenoord op nummer 1 staat. De stad met de grootste havens. De stad waar multicultureel een begrip is. De stad waar je voor verse vis naar de Marokkaan op de hoek gaat en voor vers brood naar de Nederlandse bakker.

De stad waarin we niet lullen maar poetsen. De stad waar een echte Rotterdammer zich thuis voelt. De stad waar de twintigjarige Sam Tampung zich thuis voelt.

Al haar hele leven woont Sam in Rotterdam en ze zou niet anders willen. Als klein meisje speelde ze al buiten in de Rotterdamse straten en nu heeft ze haar leven opgebouwd in de wijk Pendrecht. Hier voelt ze zich thuis, omringd door geliefden, vrienden en op haar pad hier ontstaan mooie kansen.

En, is Rotterdam de ultieme stad om aan je toekomst te bouwen? Zeer zeker, als je het Sam vraagt. Wat betreft onderwijs zit hier genoeg keuze, zo heeft Sam naar eigen zeggen altijd genoeg opties en goede scholing gehad. Ook aan het opleidingsaanbod na de middelbare school heeft Sam weinig op aan te merken. Na de havo was voor haar de keuze snel gemaakt: koste wat het kost in Rotterdam.

De ladder op

Haar oog viel op verpleegkunde, in hartje stad, aan de hogeschool Rotterdam. Ze wil graag iets betekenen voor haar medemens en deze opleiding geeft haar een duw in de goede richting. Haar baan moet haar later voldoening geven, en niet het gevoel geven dat ze haar werk slechts doet om haar huur te betalen. Ze wil meer, ze wil met een oprechte glimlach op haar werkplek verschijnen. Dat betekent nu keihard werken aan een opleiding die daarbij aansluit. Kortom: gedreven, ambitieus, met een sterke wil en motivatie.

En ondernemende studenten vinden in Rotterdam genoeg kans om te komen waar ze willen komen, om te zijn wie ze willen zijn. Maar, je zult die kansen zelf moeten grijpen. Sam heeft vanaf haar 16e  altijd gewerkt – winkels genoeg voor een baantje –  en weet wat zij wil. Zo zal de zorgsector nooit uitsterven, en Sam ziet een toekomst met ontzettend veel doorgroeimogelijkheden. Haar eerste stap op de ladder is haar diploma, vervolgens klimt ze door naar succes.

Girls on top

Sam is een moderne vrouw, maar Rotterdam is soms minder modern dan het lijkt, vindt zij. Zo is de  Rotterdamse mentaliteit grofweg dat de vrouw een huisvrouw en in de pannen roert, en de man werkt en het geld binnenbrengt.

‘Graag wil ik dat Rotterdam een typisch meisje krijgt, een voorbeeldvrouw. Een jonge vrouw die studeert, het beste uit zichzelf haalt, gewend is aan alle culturen om zich heen, zonder man door het leven kan, voor haarzelf opkomt en durft te praten. ‘Zo’n voorbeeld is belangrijk voor mij en mijn leeftijdsgenoten.’ In ieder geval heeft Sam de touwtjes van haar toekomst in handen.  ‘Zelfstandigheid en eigen regie is ontzettend belangrijk. Voor mij is dat een onderdeel van mijn geluk later en nu.’ Of op z’n Rotterdams: niet lullen maar poetsen.

Interview: Melanie Lopes Andrade

‘Toen ik nog studeerde in Breda, moest ik altijd de verdediging in over Rotterdam. Dan zei ik: het is echt een leuke stad, maar je moet de plekken weten. Nou, dat is tegenwoordig wel anders.’

Mascha de Mink (45) heeft omwille van studie en werk een aantal jaren in Breda en Utrecht gewoond, maar toen zij een betaalbare woning zocht, was de keus voor haar geboortestad snel gemaakt. ‘Rotterdam heeft een enorme upgrade gekregen. De verblijfsomgeving was veelal armoedig, soms zelfs grimmig en heeft nu allure. Ik ervaar trots als ik over de Maasboulevard loop.’

Alarmbellen

Mascha woont met man en kinderen in een appartement op de Assendelftstraat, een heel gewone straat in Kralingen. ‘Dit is een gemengde buurt, maar er zou best wat meer betrokkenheid mogen zijn. Om te beginnen dat mensen elkaar gedag zeggen. Nu leven de bewoners te veel langs elkaar heen.’ Het Assendelftplein zou na een metamorfose een verbindende factor kunnen zijn. Mascha zet zich ten volle in voor ‘Meer groen, avontuurlijk spelen en elkaar ontmoeten’. Terug naar het begin: ‘Een aantal enthousiaste bewoners hebben de bewonersvereniging ‘Lusthofkwartier’ opgericht met als doel samen sterker te staan ten opzichte van de lokale politiek. Op het Assendelftplein dreigde toen een middelbare school te worden gebouwd, bij mij voor de deur dus. Alle alarmbellen gingen af, de plek is echt ongeschikt voor een grote school. Na onder meer een handtekeningenactie was dat gelukkig van de baan.’

Pluim

Maar wat moest er dan wel gebeuren met het plein dat wordt gedomineerd door een verpauperd schoolgebouw? ‘Het was nog veel erger’, zegt Mascha. ‘Kijk, daar bij die mooie bomen stonden eerst grote hekken. Die heeft de gemeente al weggehaald. Helaas bleek dat het pand voorlopig blijft staan, omdat het nog 5 jaar officieel een onderwijslocatie is.’ Mascha en andere buurtbewoners lieten zich niet ontmoedigen; ze vroegen jonge en oudere omwonenden naar hun wensen en maakten een video om de aandacht van het College te trekken. ‘Na weer veel overleg met diverse partijen binnen de gemeente kwam in juni vorig jaar een aantal wethouders op bezoek. ‘Tot onze verbazing doken er vlak daarvoor opeens allerlei mensen van de gemeente op voor een verfje hier en een plantje daar’, knipoogt ze. ‘De wethouders vroegen ons een plan in te dienen. Wij blij, maar uiteindelijk bleef het steken op geld.’ Desondanks een pluim voor de gemeente Rotterdam: ‘We krijgen echt gehoor. De wil is aanwezig om gezamenlijk resultaat te boeken.’

Ideale hangout

Uiteindelijk is er een ontwerp gemaakt en ligt er een aanvraag bij CityLab010, waar subsidies kunnen worden aangevraagd voor burgerinitiatieven die ten goede komen aan de leefbaarheid van de stad. Appeltje-eitje toch? ‘Als al onze inspanningen niet worden gehonoreerd, dan, dan…. breekt mijn klomp’, lacht Mascha. ‘Serieus, dan gaan we hogerop. Het College erkent immers onze ideeën voor een leuker, groener plein.’ Tijd voor het slotpleidooi: ‘Een mooier plein is voor iedereen prettig, maar het gaat mij vooral om het ontmoeten. Dat buurtbewoners met diverse culturele achtergronden elkaar leren kennen. Voor alle omwonenden, dus ook voor ouderen of eenzame buurtbewoners, zou het plein een ideale hangout kunnen zijn. Ik hoop kortom op sociale vervlechting.’

Interview: Karen Auer

‘Ik ben trots op de Rotterdamse ondernemers die niet bang zijn om met mensen met een andere achternaam samen te werken.

Ik ben in veel andere steden geweest, maar het ondernemersmilieu in Rotterdam is uniek’, vertelt Maarten van Elst met een glimlach. Hij kan hier echt zichzelf zijn, denkt dat hij elders minder geaccepteerd zou worden. ‘Rotterdam is wel echt mijn stad.’

Maarten wilde altijd al het leger in. Dat was ook bijna gebeurd, als er geen bezuinigingen waren geweest. En hij zocht iets met een hecht teamverband en spanning, vond die in de operatiekamer. Nu is Maarten, 23 jaar oud, student medische hulpverlening richting anesthesie aan de Hogeschool Rotterdam. In 2011 zette hij de stap naar de islam – en dat bracht hem op het spoor van zijn eigen bedrijf Muslim Fit.

Open blik

Maarten is ondernemer en als hij kijkt naar ondernemersverenigingen, ziet-ie twee soorten: de hele blanke verenigingen, en de allochtone verenigingen. ‘Je ziet nog steeds scheiding in etniciteit, en hoor je niet bij zo’n grote groep, dan val je buiten de boot.’ Ondertussen ziet hij ook de multiculturele ondernemers, de ondernemers die buiten etniciteit, afkomst, cultuur of economische klasse durven denken. ‘Zij hebben echt een voorliefde voor Rotterdam. Zij kijken met een open blik naar de samenleving en rekenen mensen niet af op hun geloofsovertuiging. Dat zijn eigenlijk de successen van de multiculturele samenleving.’

Met ook een praktisch effect: heel goede restaurants voor moslims. Het is prettig dat, als hij uit eten gaat, er meer te kiezen valt dan alleen een broodje kebab.

Simpele dingen

Wat Maarten hoopt bij te dragen aan Rotterdam is de moslimgemeenschap hier gezonder te maken, fysiek, mentaal en spiritueel. ‘Dat kan niet anders dan een positieve uitwerking hebben.’ Als atleet en personal trainer was hij altijd al actief in de sportwereld. Door zijn medische studie en zijn sportachtergrond is hij zich gaan verdiepen in de gezondheid van de bevolking in Nederland. En als je de statistieken moet geloven, scoren de Marokkaanse, Turkse en Surinaamse gemeenschappen heel hoog op diabetes en overgewicht. Dit bracht hem op het idee zijn eigen bedrijf op te richten: Muslim Fit, met als doel de moslimgemeenschap in Rotterdam gezonder laten leven.

‘Vanuit de islam zijn er veel regels over hoe je voor jezelf moet zorgen. Het zijn simpele dingen om gezond te blijven en bijvoorbeeld geen diabetes en overgewicht te krijgen. Er zijn alleen niet veel mensen die deze regels volgen. In Nederland hangt een beetje de sfeer van ‘iedereen die gelovig is, is stom’. Dat remt veel mensen om openlijk moslim te zijn. Zo durven sommige moslims bijvoorbeeld niet te bidden in Nederland omdat ze bang zijn dat ze raar worden aangekeken.’

Idealen

Zijn bekering tot de islam was een vrij logisch gevolg van zijn nieuwsgierige zoektocht naar een ideale samenleving, zijn wens tot zelfverbetering en maatschappelijke vorming. ‘Ik was heel benieuwd hoe je de ideale samenleving kon vormgeven, een samenleving waar iedereen gelijke kansen krijgt om zich te ontwikkelen. Bij het communisme is iedereen gelijk en bij het kapitalisme is iedereen vrij. Ik wilde een soort middenweg vinden.’ Tijdens die zoektocht kwam hij bij de islam terecht. ‘In dit geloof kon ik geen fouten vinden en ik vond het bijzonder dat iemand die niet kon lezen en schrijven dit 1400 jaar geleden in een klein dorpje allemaal heeft bedacht. En ik voelde me overtuigd van de leefregels en hun kijk op het leven.’ Zijn bekering tot de islam was dan ook heel vanzelfsprekend voor hem – en in 2011 zette hij die stap. ‘Dat is eigenlijk heel gemakkelijk, namelijk gewoon één zinnetje zeggen wat je technisch gezien in je eentje kunt doen. Het advies is wel om het gemeenschappelijk te doen om anderen te laten weten dat jij moslim bent.’

Geld verdienen

In zijn ‘nieuwe’ leven als moslim ondervond Maarten obstakels én balans. ‘Een tegenslag waar ik het meest mee worstel, is dat je in een soort identiteitscrisis komt. Je bent namelijk moslim, maar geen Marokkaan of Turk, en in het huidige klimaat ben je ook geen Nederlander meer in de ogen van veel Nederlanders.’

Tegelijk leerde de islam hem veel. ‘Ik heb vooral een heel goede balans gevonden tussen werken aan en naar succes, en niet verslonden te worden door de resultaten. Met mijn onderneming wil ik bijvoorbeeld groot worden, ook internationaal, en veel geld verdienen, maar ik word niet gierig en ga er geen belastingfraude door plegen. Dat is ook juist wat de islam tracht te doen: succes creëren voor iedereen.’ En zo ziet hij zijn toekomst: ‘Succesvol zijn in mijn ondernemerschap met succesvolle vrijwillige projecten die bijdragen aan de samenleving. Aan Rotterdam.’

Met dank aan Maarten van Elst, Lotte van Leeuwen

In de marmeren toegangshal galmen kinderstemmen. De mevrouw die de receptie bemant, maant hun eigenaren tot stilte. ‘Sst, rustig de lift in, nu. Dat weten jullie toch wel?’ Het gekrakeel verstomt.

Het belletje van de lift weerklinkt.  ‘Iedere keer als ik ze daar bij die blauwe deuren zie staan denk ik: Ja, dit wil ik bereiken!’ zegt Lenny van Klink. Vooral zijn ogen glimlachen erbij.

Lenny is ons zojuist voorgegaan door diezelfde deuren. In het monumentale pand aan de Wijnhaven, pal naast het Witte Huis, waar zijn organisatie kantoor houdt: Rebel - voor advies & consultancy bij maatschappelijke vraagstukken op het raakvlak van publieke en private organisaties. Met vestigingen op beide halfronden van onze aardbol. ‘Wat die kinderen hier doen? En wat mij beweegt? Dat is een verhaal apart - met Rotterdam als rode draad. Nee, ik kom niet van hier – ben geboren in Papendrecht en getogen in IJmuiden. Wel kwam ik hier als kind vaak, om mijn vader uit te zwaaien. Die was kapitein op de grote handelsvaart. Mijn familie is verweven met de koopvaardij en ik droomde daarin ook mijn toekomst. Maar ja… te lang voor het marine-uniform. Het leven laat zich nu eenmaal niet helemaal leiden. Mijn benen staan nu stevig in de stad, niet op het scheepsdek.’

Stuurman

‘Wat ik van mijn vader leerde, is dat je als kapitein verantwoordelijk bent voor je schip, voor je lading en voor je bemanning. Dat je voor anderen moet zorgen - dat je daarin het voortouw kunt nemen - dat dit niet alleen op zee geldt. Verder heeft hij mij nooit in een bepaalde richting willen pushen. Opvoeden gaat om luisteren – stimuleren – prikkelen. Ontwikkelen moet je zelf doen, vond hij. Dat heb ik wel goed meegekregen. Mijn tweede keus was Bestuurskunde. Stuurman aan wal, zeg maar. In Leiden, waar ik vooral lol heb gehad. En in Rotterdam waar ik echt wat heb geleerd.’

‘Na mijn studie begon ik bij het Ministerie van Financiën. Daarna kon ik aan de slag bij Twijnstra & Gudde. Vanuit daar raakte ik betrokken bij de totstandkoming van de Tweede Maasvlakte. Hoe dat georganiseerd en gefinancierd moest worden. Het Havenbedrijf kwam op eigen benen te staan. En had dagelijks die grote haven te exploiteren. De gemeente bleef zichzelf als eigenaar van de haven zien. En dacht op lange termijn, zoals overheden doen. Op dat snijvlak opereren, dat is spannend. Met wat ik van huis uit heb meegekregen, lukte dat goed. Je kunt lang praten en plannen maken maar op een bepaald moment moet toch die schep de grond in. “Jij bent de enige man die ons snapt,” hoorde ik weleens. Een paar jaar later volgde ‘Rebel.’  

Stimulans

‘In dit pand vind je een denktank van hoogopgeleide mensen die niet elke avond om zes uur aan tafel schuiven maar wel iets behoorlijks willen eten. Zo kwam Naïma bij ons in dienst – als kokkin. Op een dag trof ik haar huilend aan in de keuken. Nabil, haar oudste zoon, wilde graag naar het gymnasium en was daar volgens de CITO slim genoeg voor. Hij werd afgewezen. Omdat de thuissituatie niet stimulerend genoeg zou zijn om succes te garanderen. Kijk, dan word ik boos. Mijn oudste dochter zit op het gymnasium. Nabil verdient die kans ook, vond ik. Ik belde zijn basisschool. ‘Dan gaan we dat thuisfront voor hem neerzetten,’ zei ik. ‘Dat is mooi, maar we hebben wel 10 Nabils, hier,’ hoorde ik toen. ‘Mag het wat breder?'

Stedelijk

‘Toen ik dit aan mijn collega’s vertelde, wilde iedereen wel aan boord. Het is nu ons gezamenlijk project. Rebel financiert de out of pocketkosten en acht collega’s mogen er een deel van hun tijd aan besteden. De tien Nabils zijn er nu vierentwintig per jaar. Jongens en meisjes uit de groepen 7 en 8 van 4 basisscholen uit Rotterdam. Elke maandagmiddag worden ze met busjes opgehaald. Ze lezen gezamenlijk een boek - krijgen daar opdrachten over, zoals het opzoeken van woorden die ze niet kennen - bezoeken het parlement – krijgen van een politicus uitgelegd hoe de Stemwijzer werkt. Laatst kwam er een meisje naar me toe. ‘Meester,’ zei ze, ‘Als ik nu met mijn moeder naar het nieuws kijk, zoeken we ook de moeilijke woorden op!’ Kijk, dat is wat mijn dag kleurt: ergens het verschil mogelijk kunnen maken. Dat een klant zich echt geholpen voelt. Dat Nabil op het Stedelijk komt. Dat de stad een thuisfront biedt. Dat een private partij in Rotterdam een publieke verantwoordelijkheid oppakt en ook op dit vlak aan sterke schouders werkt.’

Rebel

Rebel is een platform van maatschappelijk betrokken ondernemers op het raakvlak van publiek en privaat, kopt de kloeke website. Bij ons krijgen ondernemende mensen de ruimte zich te ontwikkelen. Zodat wij kunnen doen waarin we geloven. We adviseren, investeren en realiseren en bewegen onszelf voortdurend in nieuwe markten en competenties.

Als kunstenaar en voormalig medewerker van het Ro-Theater heeft ze oog voor schoonheid. ‘Ik wil altijd dingen mooi maken’, zegt de flamboyante Joke van Bilsen.

‘Zorg en aandacht besteden aan kleding en eten, maar ook en vooral aan mensen. Hen het gevoel geven dat ze ertoe doen en vooroordelen wegnemen. Niets hoogdravends, hoor. Waar het op neerkomt, is gewoon aardig zijn voor je medemens. Ik snap heus wel dat je daarmee geen oorlog voorkomt, maar een klein gebaar kan een verrassend groot effect hebben.’ Als tegengeluid op de polariserende samenleving en uit liefde voor de stad Rotterdam, richtte ze samen met 2 vriendinnen een burgerinitiatief op dat even simpel als doeltreffend is: Het Goede Gebeuren.

Happy Map

Met acteur Jack Wouterse als ambassadeur, wil Het Goede Gebeuren volgens de website de sociale cohesie in de stad Rotterdam versterken door meer aandacht te besteden aan vriendelijkheid en behulpzaamheid. Joke: ‘Neem nou de misdaadmeters of de negatieve buurtinformatie op Funda. Dat kan anders, vonden wij. Waarom niet het positieve van een wijk belichten?’ De creatieven bedachten onder meer de Happy Map, een digitale plattegrond van Rotterdam met alle kleine en grote vriendelijke gebeurtenissen in kaart gebracht. ‘Bracht iemand je telefoon of sleutels terug, werd je geholpen toen je boodschappen over straat rolden of kreeg je zomaar een compliment; dat soort dingen. Je krijgt daarmee een heel andere kijk op een wijk. Zuid bijvoorbeeld heeft een slechte naam, maar dan blijkt het best wel mee te vallen.’  

Ambitie: Rotterdam, de vriendelijkste stad van Nederland

Joke kwam in 1994 uit Leiden naar Rotterdam, haar aanstaande man achterna. ‘Ik vond de stad gelijk al leuk. We gingen in West wonen, toen niet echt veilig vanwege de junks, maar ik voelde me er toch op mijn gemak.’ Nu, 23 jaar later, vindt ze dat Rotterdam goed bezig is: ‘Volgens de oude waarden betekent succesvol zijn, veel geld verdienen. Tegenwoordig zie ik juist aandacht voor de waarde van het zachtgoed. Voor natuur, mensen, duurzaamheid. Je voelt de vibe van vernieuwing in de stad. Met onze beweging willen wij daar op aanhaken door Rotterdam de vriendelijkste stad van Nederland te maken.’ Dat zouden de vrijwilligers graag gaan doen in samenwerking met de gemeente: ‘Het Goede Gebeuren sluit immers naadloos aan bij de tendens van burgerparticipatie.’ Het initiatief is volgens Joke ook een antwoord op de wegvallende zorg, toename van het aantal geïsoleerde Rotterdammers én op oplopende conflicten tussen verschillende bevolkingsgroepen: ‘Waar mensen elkaar leren kennen, verdwijnen vooroordelen. Of zelfs angst voor elkaar.’ Ze weet het zeker: ‘Positieve gebeurtenissen sterken je vertrouwen in de mensheid. En, niet onbelangrijk, je hele omgeving knapt ervan op.’

Eng

Het Goede Gebeuren noemt ze een ‘uit de hand gelopen hobby’. Het bedenken van activiteiten is het probleem niet. Joke: ‘Behalve de Happy Map, hebben we een ludieke actie gedaan voor toeristen en nieuwkomers: Say Hello, Wave Goodbye. Bij het CS gingen we bij de tram staan en mensen de weg wijzen. Voor de krant van De Dag van de Romantische Muziek heb ik een manifest geschreven, een pleidooi voor een gelukkig Rotterdam. We organiseerden het Ontbijt van Overvloed in het Vroesenpark in samenwerking met Run with Nas, de renclub van acteur Nasrdin Dchar. Verder ontwikkelen we workshops voor scholen en workshops en trainingen voor bedrijven, bijvoorbeeld voor teamuitjes.’ Ze slaakt een zucht: ‘Had ik mijn handen maar vrij om dit fulltime te doen.’

Het Goede Gebeuren heeft de wetenschap achter zich staan, waaronder ‘geluksprofessor’ Ruut van Veenhoven. Joke: ‘Uit onderzoek is gebleken dat vriendelijkheid ontvangen en geven het welzijn verhoogt. Vriendelijke mensen zijn gezonder, productiever, succesvoller en ze leven langer.’ Haar inspiratiebron is FuckingFlink, de Deense variant van Het Goede Gebeuren. ‘Flink betekent ‘vriendelijk’. Het is een social media community die daar groter is dan Facebook! Denemarken is samen met Noorwegen het gelukkigste land ter wereld, ik bedoel maar. In Nederland vinden we het al eng om goedemorgen te zeggen op straat. Iedereen vindt het leuk, maar het gebeurt niet. We kijken jaloers naar Italië: met elkaar eten aan lange tafels, enzo. Waarom doen wij dat dan niet in onze straat of buurt? Mensen moeten over een drempel heen worden geholpen. Als er maar 1 schaap over de dam is…’

Interview: Karen Auer

‘Wij runnen de stad. No matter what.’ Het succesverhaal van de Rotterdam Running Crew is al vaak verteld: 4 Rotterdammers delen een passie voor de stad en voor hardlopen.

Ze bedenken in 2013 om 1 keer per maand met gelijkgestemden te gaan hardlopen dwars door bijzondere plekken, met als bijvangst dat de deelnemers de stad beter leren kennen. Na een oproep op Facebook komen er 230 mensen opdagen voor de eerste run op Katendrecht. Slechts een jaar later lopen er al 2500 hardlopers mee in de Kuip.

Groot kind

Eén van de oprichters is ondernemer Edwin Veekens (41). Directeur-eigenaar van het communicatiebedrijf Veenman+, initiatiefnemer van het magazine Gers! en vader van 3 jonge dochters. Een warmhartige, ongekunstelde man, zo blijkt. ‘Als je een rol speelt die je niet ligt, val je altijd door de mand. Ik snap ook nooit dat mensen op hun werk iemand anders zijn dan thuis. Dit ben ik. Altijd en overal dezelfde.’ De verklaring voor zijn vitaliteit en daadkracht: ‘Er zit een groot kind in mij’.  Het is Edwin’s persoonlijke missie om de wereld - ‘op microniveau’ – een stukje leuker te maken. ‘We zoeken allemaal naar liefde en veiligheid, maar tegenwoordig regeert de angst. Zonde, er is zoveel moois. Kijk nou eens in de spiegel en bedenk wat je voor je omgeving kunt betekenen.’ Het deert hem niet als hij naïef wordt genoemd, maar een zwever is hij allerminst: ‘Het is net zo goed egoïstisch - ik wil genieten in dit leven. Zo van: wat was het leuk.’

Best practice

New York, Londen, Parijs, Amsterdam - iedere grote stad heeft wel een running crew. Maar Rotterdam heeft de grootste ter wereld, eg wel. Met onverholen trots noemt Edwin wat verdiensten van ‘de grootste promotiekaravaan van Rotterdam.’ Zoals de lof van de sportbonden: ‘Zij beschouwen de running crew als een initiatief dat mensen op een unieke manier aan het sporten krijgt. We staan inmiddels ook als best practice in de gemeentelijke sportnota en we zien steeds meer expats die meedoen. Gewoon bedacht door mensen met liefde voor de stad. Als je passie en energie deelt, krijg je veel voor elkaar.’ Daar is geen woord van overdreven. Zelfs Blijdorp opende ’s avonds de poorten voor de renners. ‘Dat was een droom’, zegt hij. ‘Er deden 6000 mensen mee. Als tegenprestatie hebben we 2 dieren geadopteerd. Een (snel) luipaard en een (langzame) schildpad; de Running Crew is voor iedereen.’ Op de lange lijst van bijzondere locaties prijken ook de Willemsbrug - ‘die werd voor ons volledig afgesloten’ -, de Maastunnel, het Luxor Theater en het Eiland van Brienenoord. Edwin weet het zeker: ‘In Amsterdam had je dat echt niet voor elkaar gekregen!’

‘Hijskranen verdwijnen, Rotterdammers zélf zullen het hart van de stad kloppend moeten houden.’

Goed gedrag

De samenwerking met de gemeente bevalt: ‘Dat loopt prima; we overleggen met elkaar en, niet onbelangrijk, we hebben het beste met elkaar voor. Het is soms wel lastig dat je te maken hebt met diensten die verschillende prioriteiten hebben. Op dit moment zijn we in gesprek met de Directie Veiligheid die bedenkingen heeft tegen de grote groep. Terwijl wij bijvoorbeeld op de avond voor de officiële opening van het Centraal Station een verklaring van goed gedrag hebben verdiend. De terminalmanager was stomverbaasd: zo’n grote groep door het gebouw en nog geen papiertje op de grond. We stoppen ook altijd voor rood licht.’ Een speciaal compliment voor de gemeente is op zijn plaats: ‘Er is geen afstand, de nummers staan in mijn mobiel, ik kan gewoon bellen. Ik denk dat Rotterdam daar uniek in is.’

Puur

De nabije toekomst van de Rotterdam Running Crew staat in het teken van nieuwe ontwikkelingen. Edwin: ‘We zijn iets aan het bedenken voor de jeugd, een activiteit overdag. En ook om niet sportende volwassenen van de bank te krijgen.’ Behalve tijd, veel tijd, kost dat geld: ‘Om uit de kosten te komen, leunen we op de hulp van  sponsors. Maar ook de gemeente draagt haar steentje bij, zij neemt onder meer de vergunningskosten voor haar rekening.’

Over de stad waar hij al zijn hele leven woont, heeft Edwin Veekens uitgesproken meningen. ‘Rotterdam is min of meer uitgebouwd, veel nieuwe iconen zullen er niet meer bijkomen. Meer dan ooit bepalen wij dus als mensen de stad. Hijskranen verdwijnen, wíj zullen het hart kloppend moeten houden. Neem nou de Markthal, die ontleent zijn kracht juist aan de markt ernaast. Het gaat om de mens, de Rotterdammer. Ik zie met lede ogen aan dat de diversiteit in de stad dreigt te verdwijnen. Bijvoorbeeld Noord is nog sterk door een mix, maar wat is er nou nog puur aan Katendrecht? We moeten waken voor Amsterdamse toestanden.’

Interview: Karen Auer

De Stichting Urban Department Store Rotterdam doet niet aan valse bescheidenheid. De eerste zin op de nieuwe website luidt: ‘UDSRotterdam streeft ernaar dat Rotterdam de beste binnenstad van Europa wordt!’

Directeur Dominique van Elsacker straalt hetzelfde zelfvertrouwen uit: ‘Dat gaat niet binnen een jaar gebeuren, maar we zijn al de Beste grote binnenstad 2015-2017, dus waarom niet?’ UDS is de belangenbehartiger van ondernemers en pandeigenaren in het centrum. ‘Onze klanten zitten in het kernwinkelgebied; van de Koopgoot en de WTC-shops tot en met het Central Plaza.’ Dominique en haar 3 vrouwelijke collega’s - ‘toeval, hoor’ - bedienen de ondernemers en eigenaren op het gebied van ‘schoon, heel, veilig’, bereikbaarheid en marketing en promotie.

Schattige boetiekjes

De directeur heeft haar sporen verdiend in de detailhandel. Zo begon ze haar carrière als floormanager bij V&D. ‘Hoewel de sluiting voor mij niet onverwacht kwam, deed het mij toch pijn. Ik kwam er nog altijd. Voor panty’s bijvoorbeeld. Ik heb nog steeds geen goed alternatief gevonden’, lacht ze. Uiteraard is ze blij dat het warenhuis Hudson’s Bay het gat op de beeldbepalende kop van de Koopgoot gaat vullen: ‘Ik ken Hudson niet echt, maar zolang het maar complementair is, we zitten niet te wachten op een tweede Bijenkorf.’

De liefde bracht Dominique in 2002 naar Rotterdam: ‘De stad heeft mij alles gebracht; vrienden, werk en liefde dus. Als je de weg kent, heeft Rotterdam op alle terreinen veel te bieden. En er gebeurt ook steeds weer wat nieuws.’ Het winkelaanbod kan haar goedkeuring wegdragen: ‘Iedereen zit er; de usual suspects, maatwerk, kleine zaakjes en ‘local heroes’. Denk bijvoorbeeld aan Groos en Prego. We hebben alleen nog geen Apple Store, omdat Rotterdam niet koopkrachtig genoeg zou zijn.’ Ze haalt haar schouders op. Dat het iconische monument de Lijnbaan wordt gedomineerd door de grote ketens, beschouwt ze als onvermijdelijk. ‘De Lijnbaan heeft een gigantische loopstroom wat tot uitdrukking komt in de huurprijzen. Daarom zijn schattige boetiekjes daar niet reëel.’

Gastheerschap

Ze gelooft niet in lukrake groei van het winkelaanbod, maar des te meer in, noodzakelijke, vernieuwing. ‘Bedenk ook dat er de komende jaren circa 60.000 nieuwe bewoners naar het centrum komen.’ Dominique signaleert toegankelijke, open winkels als één van de trends. ‘De naar binnen gekeerde bouw van het Winkelcentrum Zuidplein is daarom niet meer van deze tijd. Het publiek wil open gevels, geen gesloten dozen.’ De Bijenkorf, één van haar favoriete winkels, heeft dat begrepen: ‘Ze gaan de horeca naar de begane grond halen. Aan de Coolsingelzijde zit je straks letterlijk in de etalage. Gezellig, je wilt erbij horen - dat is het idee.’

Een andere innovatie is het inzetten op hospitality, gastheerschap. Dominique: ‘Des te belangrijker vanwege het groeiend aantal toeristen. De schoonmakers op de Lijnbaan, maar ook de handhavers en toezichthouders vertonen gastheerschap. Denk aan iets simpels als het wijzen van de weg. ’Dat brengt haar op het volgende: ‘De bewegwijzering in het centrum, ook zoiets. De huidige signing is onduidelijk.’ Ze toont een foto van een paal met tientallen bordjes: ‘Voor je daar uit bent, ben je 5 minuten verder.’ UDS maakt graag haast met een deugdelijke ‘wayfinding’. ‘Ik vraag aan iedereen die naar een buitenlandse stad gaat om goede voorbeelden te fotograferen.’

‘Om duurzame kleding, eerlijke spullen en elektrisch transport kan niemand meer heen.’

Wijntje

‘Blurring’, nog zo’n innovatie. Een schoenenwinkel of een kapperszaak die ook een glaasje wijn schenkt. Of, zoals in Noord, een fietsenmaker waar je kunt ontbijten, lunchen en koffiedrinken. Met de gemeentelijke pilot Blending010 krijgt een selecte groep ondernemers ontheffingen binnen de Drank- en Horecawet. Dominique is enthousiast. ‘Ik word daar blij van als ik shop. Wanneer ik een wijntje krijg in de Shoe Club op de Meent - hele mooie zaak, trouwens – is het allemaal net even wat persoonlijker. Het bindt klanten, absoluut.’

Het succes van belangenbehartiger UDSRotterdam is voor een groot deel afhankelijk van samenwerking. Allereerst met ondernemers. ‘Hun betrokkenheid is wisselend en soms zelf problematisch’, aldus Dominique. ‘Dat heeft ook met het grote verloop in de retail te maken. Dan heb je met iemand een band opgebouwd en dan gaan ze weer weg. In het algemeen geldt uiteraard dat hoe meer ondernemers zich verenigingen, hoe meer we kunnen bereiken.’ Met de gemeente kan ze goed door één deur. ‘In het begin moest ik wennen aan de vele posities die er zijn voor de binnenstad. Ik heb te maken met gebiedsmanagers, -regisseurs, -directeuren, -commissies, -conciërges, -coördinatoren en -begeleiders. Veelal betrokken mensen die weten waarover ze praten. Helaas zijn er weinig echte ‘probleemeigenaren’. Doorgeven kan ik zelf wel, maar soms heb je een antwoord of actie nodig. De stadsmarinier uitgezonderd; hij is goed op de hoogte, weet van aanpakken, is snel en oplossingsgericht.’

Hoofd boven water

Dominique kijkt tot slot in haar glazen bol. ‘Het kerngebied blijft een shopgebied, de winkels zullen niet verdwijnen. Maar er zullen ongetwijfeld ketens omvallen. Om het hoofd boven water te kunnen houden in de retail, zal je goed moeten kijken wat de markt doet en vervolgens moeten innoveren. Om duurzame kleding, eerlijke spullen en elektrisch transport kan niemand meer heen. Het grootste struikelblok op korte termijn wordt de bereikbaarheid van de Coolsingel die 3 jaar lang op de schop gaat. Dat gaat omzet kosten.’

Interview: Karen Auer

Als ze over een tijdje is afgestuurd aan de Rotterdam Mainport University, gaat ze de wereldzeeën bevaren. Als Maritiem Officier wel te verstaan. Anya Koch (23) heeft al een paar aanbiedingen op zak, maar haar toekomstopties houdt ze open.

‘Misschien wil ik  ooit nog verder gaan studeren, maar voorlopig ga ik lekker reizen. Voor mijn stages ben ik al naar Amerika geweest en naar Mexico, Algerije, Finland en Rusland.’ Grote glimlach: ‘Ik organiseer gewoon mijn eigen cruises.’

Spectaculair

Omdat Anya straks iedere 2 maanden vaart en vervolgens 2 maanden vrij is, hoeft ze nooit lang afscheid te nemen van wat haar dierbaar is. Dat is om te beginnen Rotterdam waar zij geboren en getogen is. Ze weet het 100% zeker: ‘Ik ga hier echt nóóit weg. Waarom niet? Nou gewoon, als je Rotterdam kent, wil je nergens anders meer wonen.’ De tweede officier in spe hoeft gelukkig ook haar 4.00 meter  lange stok niet aan de wilgen te hangen. Anya Koch behoort met een record van 3.35 meter tot de Nederlandse subtop polsstokhoogspringen. In 2012 werd ze 3e op de Nederlandse Kampioenschappen. ‘Ik doe al aan atletiek sinds mijn 5e en ben me op mijn 17e jaar gaan specialiseren bij PAC Rotterdam. Polsstokhoogspringen is technisch heel moeilijk, je kunt het dus altijd nóg beter doen. Maar het is ook heel divers. En spectaculair, vooral die paar seconden waarop het lijkt het alsof je vliegt.’

Half serieus

Begin 2015 was Anya met een groep atleten bij wedstrijden in Rouen. ‘In Frankrijk is polsstokhoogspringen net zo populair als schaatsen hier. Ze maakten er zo’n groot feest van dat ik half voor de grap, half serieus zei: hoe gaaf zou het niet zijn als wij zoiets in Rotterdam zouden neerzetten? Niet op de atletiekbaan, maar gewoon middenin de stad.’ Voor alle zekerheid schreven ze ook grote steden als Amsterdam en Utrecht aan met hun ambitieuze plan, maar de Gemeente Rotterdam reageerde als eerste. ‘En gelijk ook positief’, vervolgt Anya. ‘We werden uitgenodigd om onze idee te presenteren. Een weekend met op zaterdag wedstrijden voor atleten van alle niveaus met tussendoor clinics, ook voor kinderen. En dan op zondag de 10 beste vrouwen en de 10 beste mannen van Nederland. Bij de gemeente vonden ze het meteen gaaf, we mochten aansluiten bij het sportevenement 010Moves. Dat hield trouwens wel in dat we maar een half jaar hadden voor de organisatie.’

Blije gezichten

Anya en haar clubgenoten richtten de stichting City Athletics op en werkten zich uit de naad om in juni 2015 een 2-daagse spektakel op het Schouwburgplein te realiseren. Ze straalt als ze herinneringen ophaalt aan dat zonovergoten weekend: ‘Het was super. Alles verliep vlekkeloos, het was heerlijk weer en ik zag alleen maar blije gezichten. Uit het publiek kregen we reacties als: ‘Dit is zo verrassend leuk dat we nu al uren staan te kijken.’ Er waren duizenden mensen die genoten van deze Olympische-, maar in Nederland toch relatief onbekende sport. Kortom, opzet geslaagd. Voor Anya en de vele andere vrijwilligers, maar ook voor de gemeente smaakten de wedstrijden en (kinder)clinics naar meer. ‘Dankzij de goede en zeker ook plezierige samenwerking is City Athletics nu uitgegroeid tot een jaarlijks terugkerend evenement. Op 10 en 11 juni a.s. zijn we weer van de partij, heel misschien nu ook 1 dag op het Stadhuisplein.’

'Nergens anders in Nederland zijn er wedstrijden polsstokhoogspringen op een binnenstadplein.'

Anya Koch houdt haar uren allang niet meer bij - ‘niet te doen’ -, maar dit succesvolle initiatief dat ten goede komt aan haar sport én aan haar stad, vindt zij onbetaalbaar. ‘En ook de springers zijn enthousiast’, besluit ze. ‘Die staan tenslotte altijd op de atletiekbaan. Nergens anders in Nederland zijn er wedstrijden polsstokhoogspringen op een stadsplein.’

http://cityathletics.nl/

Interview door Karen Auer.

Iedereen kan zijn voordeel doen met het verhaal van Youssef Alellou (53). Jongeren die aan zichzelf twijfelen, op het punt staan af te haken of vertwijfelde ouders die hun slampamperige kroost ermee om de oren kunnen slaan: no pain, no gain

Maar als filmscript zou het ook niet misstaan, alles zit erin: avontuur, eenzaamheid, moed en afzien, maar nooit, echt nooit opgeven. Bloed, zweet en tranen mét een happy end. ‘Als mijn leerlingen klagen, zeg ik altijd: ik begon met min nul, dus met alles wat jullie hier in de schoot krijgen geworpen, kun je het beter doen dan ik.’ Met zijn zachtaardige oogopslag en zijn vaderlijke uitstraling, lijkt de Leraar van het Jaar VO 2016 geknipt voor het vak dat hij nog maar zo kort beoefent. De opmerkelijke overstap van accountmanager bij Achmea naar wiskundeleraar op LMC Slinge werd uitsluitend ingegeven door dankbaarheid: ‘Ik wilde wat terugdoen voor de stad die mij zoveel kansen heeft gegeven en die ik in mijn hart heb gesloten. Ik bén Rotterdammer. Dit is mijn thuis.’

Cruyff

Bij de Marokkaanse familie Alellou klotste het geld niet tegen de plinten. Zijn vader kreeg als oorlogsinvalide een pensioentje van € 30 per maand en werkte zo goed en zo kwaad als het ging op het land. De ouders van Youssef en zijn 1 jaar oudere tweelingbroers stimuleerden hem om door te leren. Dat vroeg offers: ‘De middelbare school lag 20 kilometer verderop. Dat hield in dat mijn broers en ik op 13- en 14-jarige leeftijd één kamer huurden en helemaal voor onszelf moesten zorgen, we kenden niemand daar. In de weekenden gingen we naar huis. Lopen, want er was geen geld.’ Voor de bovenbouw ging Youssef in zijn eentje naar de grote stad, Taza, waar hij in een internaat zat. Het competitieve, Marokkaanse schoolsysteem hield hem scherp: ‘We streden continu om de hoogste cijfers. Dan ga je vanzelf hard leren.’

Met een klinkende cijferlijst ging hij op de universiteit wiskunde studeren. Na 2 jaar afgebroken door een periode in zijn leven die Youssef liever onbesproken laat. Even glijdt er een schaduw over zijn gezicht, om vervolgens te vertellen over de letterlijk wonderlijke ontmoeting die zijn leven radicaal zou veranderden. ‘Ik zat koffie te drinken in een café, toen er een onbekende man op mij afkwam die vroeg of ik naar Nederland wilde. Ik wist niets van Nederland, behalve over Cruyff, Neeskens, Rensenbrink. Ik heb in ’78 de WK finale gezien tegen Argentinië, in het enige café van ons dorp. Zonder dat we wisten waarom, was iedereen voor Nederland. Ook had ik van Den Haag gehoord door de mensenrechten. Nederland is het meest democratische land ter wereld.’

Illegaal

De mysterieuze vreemdeling, - ‘Ik wist dat hij Mohammed heette, meer niet’ - heeft hem naar Nederland gebracht en hem afgezet bij Utrecht CS. ‘Hij heeft alles voor mij betaald. Ik heb hem helaas nooit meer teruggezien.’ Youssef gelooft niet in toeval: ‘Dit was het pad dat ik moest volgen, een lotsbestemming.’ Op het station zag hij voor het eerst deuren die vanzelf opengingen. En mensen in t-shirts, terwijl hij het met een winterjas aan nog koud had. Hij stapte noodgedwongen zonder kaartje op de trein naar Rotterdam: ‘Een wereldstad met een haven, daar zou ik vast werk vinden.’ Daar aangekomen ging Youssef linea recta naar de moskee, waar hij met van alles werd geholpen. ‘Ze regelden een slaapplaats voor me bij het Leger des Heils en werk bij de boeren. Ik heb een jaar paprika’s en tomaten geplukt. Daarna heb ik in restaurants gewerkt en in coffeeshops. Ik vond het toen onvoorstelbaar dat je legaal hasj kon kopen.'

‘Die liefde krijg ik terug.’

Het waren zware jaren, daar draait hij niet omheen. ‘Ik was een illegaal en sprak de taal niet. Ik leefde van dag tot dag, het was onrustig, niet stabiel en dat past niet bij mij. Bovendien miste ik mijn familie, hoewel ik toen al vastbesloten was om te blijven. Eerst de taal leren en dan studeren, dat was mijn plan.’ Nederlandse les in de avonduren. Kranten lezen, tv kijken en naar de Nederlandse radio luisteren. ‘Na 5 jaar had ik het aardig onder de knie.’ Om een verblijfsvergunning te krijgen, had Youssef een jaarcontract nodig. Die kreeg hij bij een metaalbedrijf waar hij 12 uur per dag, 6 dagen per week buffelde voor het minimumloon. ‘Ik heb nooit geweten waarom mijn contract niet werd verlengd, was er toen verdrietig over, maar achteraf was dat het beste wat me is overkomen.’  

Roeping

Via de banenpool van de gemeente kwam er licht in de duisternis. ‘Ik werd programmamaker bij de migrantenomroep. Na verloop van tijd werd ik benaderd door een directeur van een zorgverzekering die mij vroeg een servicepunt op te zetten voor Marokkanen. Hij wist dat ik een groot netwerk had, ik kende de sociale kaart van Rotterdam uit mijn hoofd.’ Youssef volgde allerlei interne opleidingen bij het huidige Achmea en schopte het binnen 5 jaar tot accountmanager. Hij trouwde en kreeg 4 kinderen die het, niet verrassend, allemaal goed doen op school en universiteit.

Zelf hield hij nooit op met studeren. Zoals gezegd vond hij het, na 13 jaar Achmea, tijd worden om iets terug te doen voor de maatschappij. ‘Met een fulltime baan in Amersfoort heb ik in de avonduren 4 jaar lang de deeltijd lerarenopleiding gedaan op de Hogeschool Rotterdam. Vanaf augustus 2015 sta ik voor de klas op LMC Slinge, waar ik eerder stage liep. Eigenlijk wilde ik aansluitend mijn eerstegraads bevoegdheid gaan halen, met in mijn achterhoofd het einddoel: docent op de Hogeschool. Maar mijn vrouw vond dat geen goed plan.’ Grijnzend: ‘Ze zei: NEE. Eerst tenminste een jaar pauze.’

In no time stal de vmbo-docent de harten van zijn leerlingen, die hem nomineerden voor Rotterdamse Leraar van het Jaar 2016: ‘Ik was nog maar zo kort bezig, dat ik helemaal niet rekende op de prijs. Alleen al de nominatie vond ik een grote eer.’ Zijn geheim? ‘Eerst door de groep geaccepteerd worden, laten zien dat ik één van hen ben. Dan pas kun je het niveau omhoog tillen.’ En: ‘Wiskunde wordt als saai gezien, maar ze komen graag, ook voor bijles.’ Om schooluitval te voorkomen, wil Youssef ook de ouders actief erbij betrekken. ‘Dat is in sommige culturen niet vanzelfsprekend, daar komen ouders alleen naar school als er negatieve berichten zijn. Bovendien wordt de docent ook als opvoeder gezien. Ik heb bedacht om ouders naar de klas te halen, om hen een les te laten bijwonen. Met als 1 van de effecten dat mijn leerlingen trots zijn om aan hen te laten zien wat ze allemaal al hebben geleerd.’ Youssef Alellou lijkt zijn roeping te hebben gevonden: ‘Ik geef met passie en met liefde les en die liefde krijg ik terug van de leerlingen. Dat, en als ze mij later komen vertellen hoe goed het met hen gaat, vind ik het mooiste van mijn vak.’

Interview door Karen Auer.

Van het zangerige accent, het interieur van het huis in de groene nieuwbouwwijk Park Zestienhoven tot de eenvoudige, elegante kleding: alles aan Anne Bénédicte Lozé (43) ademt Frankrijk.

'Wil je een stukje quiche en misschien een glaasje wijn? Thuis dronken we altijd wijn tussen de middag, maar hier alleen nog in de weekenden. Als er echt tijd is om, samen met mijn man en dochter, te lunchen.' Anne, opgegroeid in de havenstad Le Havre, Normandië, deed haar Master Bedrijfskunde in Parijs: 'Le Havre was supersaai, dus Parijs was het doel.' Daar kreeg ze een baan als Consultant Public Finance en genoot van alles wat de Franse hoofdstad had te bieden. Maar ja, l’amour… Daan woonde en werkte in Rotterdam. 'We hebben het een paar jaar volgehouden: heen en weer met de Thalys, in de weekenden om en om naar Rotterdam en Parijs. Ik wilde helemaal niet weg, maar het was uitgesloten dat Daan een baan kon krijgen in Parijs zonder vloeiend Frans te spreken.'

Naar Nederland

In 2006 hakte ze de knoop door, mét de garantie van haar werkgever dat ze binnen 6 maanden nog terug kon komen. Anne was vastbesloten zo snel mogelijk te integreren. 'Ik heb mezelf toen expres niet aangesloten bij Franse clubjes. Nu pas, na 10 jaar, trek ik weer op met Fransen in Nederland.' In Parijs had ze al een intensieve taalcursus gevolgd en met haar man sprak ze uitsluitend Nederlands. Ze begon bijna direct als trainer zakelijk Frans en volgde de deeltijd lerarenopleiding op de Hogeschool Rotterdam. Binnen anderhalf jaar, in plaats van de gebruikelijke 4 jaar, had Anne het diploma op zak. Bescheiden: 'Ik had ook wat vrijstellingen enzo.' Eén van haar eerste klanten was Zeeman, waar ze in totaal 6 jaar Franse les heeft gegeven aan diverse werknemers. Daar maakte ze kennis met de Nederlandse bedrijfscultuur.

Snacks

In het begin stelde haar opdrachtgever een vraag, waarop ze op Franse manier omzichtig antwoordde. 'Hij reageerde kortaf: zeg gewoon wat je ervan vindt. Ik kon wel huilen, ik dacht echt dat ik eruit zou liggen. Maar de volgende dag begroette hij mij vrolijk, alsof er niets was gebeurd. In Nederland moet je to the point zijn, ‘droit au but’ zeggen wij. Wat ik eerst bot vond aan Nederlanders, ben ik gaan waarderen. Je mening kunnen geven, snel handelen. En vragen stellen; want dat wordt in Frankrijk als een teken van zwakte gezien.' Een andere klant van Anne was de CEO van HEMA. 'Op het hoofdkantoor ben ik de eerste dag 3 keer voorbij zijn kantoor gelopen, omdat de deur openstond. Toen zag ik een man in spijkerbroek en sneakers en er hingen kindertekeningen aan de muur. Dat is in Frankrijk onbestaanbaar!' Niet iedere vergelijking valt negatief uit voor haar vaderland: 'Fransen zijn trouwer. Aan het bedrijf, aan de leveranciers. Nederlanders zijn doorgaans opportunistisch: geld is belangrijker dan de relatie.'

'Ik snap werkelijk niet dat mensen hier zo gestrest zijn.'

Ja, ze mist Frankrijk. 'Bien sûr. Ten eerste mijn familie en vrienden en de tijd die we voor elkaar nemen, samen uitgebreid eten bijvoorbeeld. Nederlanders plannen de hele dag vol met activiteiten, die moéten van alles. Maar ook de cultuur. In Parijs ging ik minstens 1 keer per week naar het theater of de bioscoop. Typisch Franse toneelstukken en films met 4 mensen in een kamer die dan diepzinnige gesprekken voeren. In Rotterdam zijn jullie gek op musicals', knipoogt ze. 'Toch, mijn geluk van de laatste jaren is het nieuwe LantarenVenster en de mooie Franse films in Cinerama. Die komen praktisch tegelijkertijd uit met Frankrijk.' Voor Franse delicatessen hoeft ze haar woonplaats niet uit. 'Alles is in Rotterdam te koop, tot echt Frans brood aan toe.'

Over eten gesproken: 'Ik ben hier 10 kilo zwaarder geworden. Van de snacks tussendoor in plaats van gewoon 3 maaltijden per dag zoals ik dat gewend was.' Ze herinnert zich één van haar eerste trainingen. Met een gezicht vol afgrijzen: 'Iemand die een boterham uit een plástic zakje haalt. En die dan gewoon eet terwijl hij met je praat…!'              

Plattelandsgevoel

Anne kwam 20 jaar geleden voor het eerst in Rotterdam. 'Toen moest je nog echt zoeken naar iets leuks, maar aan restaurants en cafés is er nu zoveel keuze en kwaliteit.' Ze prijst de dynamiek en energie van Rotterdam: 'Er is veel bedrijvigheid en alles is makkelijk bereikbaar. Sowieso is het leven hier zoveel makkelijker dan in Parijs. Ik woon in de stad, maar door de rust en het groen heb ik toch een plattelandsgevoel. Ik kan met de fiets naar mijn klanten en de werktijden zijn gunstig. Voor Fransen val het niet uit te leggen dat je hier banen hebt van 4 of zelfs 3 dagen per week. Ik snap werkelijk niet dat mensen hier zo gestrest zijn.'

Wat er ook van komt, het plan is dat Anne en haar Rotterdamse Daan hun oude dag door gaan brengen in Frankrijk, in La Boule in Bretagne om precies te zijn. 'Ik heb me aangepast, ik voel me geen vreemdeling meer, maar ook niet Nederlands. Ik ben en blijf een Française.'

www.efficientfransleren.nl

Interview door Karen Auer.

Wat doe je als je verstand op de Amsterdamse Zuidas moet zijn om geld te verdienen, terwijl je hart zich heeft verpand aan Rotterdam? IT-consultant Dick van der Reijden stond voor dit dilemma en kwam met een nogal rigoureuze oplossing.

Al jaren werkt Dick (53) als zzp-er voor een grote bank. Het werk is interessant, uitdagend en betaalt goed, daar niet van. Maar elke dag weer die files …

‘Het is zo frustrerend en zonde van de tijd. Ik heb al van alles geprobeerd: een leukere auto kopen, met de trein, voor en na de files te vertrekken. Maar nu het economisch weer goed gaat, beginnen de files steeds vroeger en duren ze steeds langer. Omdat ik me tegelijk opwind en rot verveel, moet ik gewoon elke keer stoppen bij het benzinestation om zoete rommel te kopen. Hele pakken roze en gevulde koeken gaan er doorheen.’

Vergelijkend warenonderzoek

Zijn humeur werd almaar slechter en zijn buikomvang groter. Dus een paar jaar geleden besloot Dick dat het zo niet langer kon. ‘Verhuizen uit Rotterdam was geen optie omdat we daar veel te fijn wonen. In Prinsenland met lekker veel groen om met de hond te rennen en het Kralingse Bos vlakbij. Bovendien werkt mijn vriendin voor de gemeente Rotterdam en die piekert er niet over om de stad te verlaten. Zij vindt het een voorrecht dat ze elke dag met de fiets naar haar werk kan.’

Alles is op fietsafstand: restaurants, bijzondere winkels en gezellige cafés. ‘Ieder weekend lunch ik minimaal één keer in het centrum. Café Loos in het Scheepvaartkwartier is favoriet voor fish en chips. Ik heb veel vergelijkend warenonderzoek gedaan in binnen- en buitenland maar Loos komt toch steeds als beste uit de bus. Je snapt: dat geef je allemaal niet zo maar op.’

Filevrij bestaan

‘Een paar jaar geleden heb ik met een coach alles eens op een rijtje gezet. Wat wil ik nou echt in het leven? Wat vind ik belangrijk? Een paar dingen kwamen steeds terug. Ik wilde zelfstandig blijven, niet meer in de file staan, mijn werk in Rotterdam kunnen doen, mijn jarenlange ervaring als IT-consultant gebruiken. Onder aan de streep kwam heel verrassend een rechtenstudie te staan, met een specialisatie in IT-recht. Inmiddels ben ik bijna klaar met mijn studie. Het heeft me veel tijd en inspanning gekost maar ook veel opgeleverd. En het allerbelangrijkste: het is de sleutel naar een filevrij bestaan.’

Rotterdams Recht door Zee

Dick studeert begin 2018 af en is al bezig zijn juridisch adviesbureau op te richten. Het wordt een echt Rotterdams bureau; opgestroopte mouwen en geen moeilijk gelul maar gewonemensentaal. Ook de naam hoort bij de stad: Maesoever, Rotterdams Recht door Zee.

‘Ik ben nu op zoek naar een kantoor op een goeie plek in de stad, Het liefst natuurlijk aan de Maasoever. Ik wil graag een pand delen met andere startende ondernemers. Samen is gezelliger dan alleen en als je elkaar met inspiratie en energie kunt kruisbestuiven is dat pure winst. Misschien faciliteert de gemeente daarin, dat moet ik nog uitzoeken.’

Dick’s opdracht bij de bank loopt tot eind dit jaar. Daarna voor hem geen files meer. ‘Dan ga ik lekker op mijn fietsje naar mijn werk en houd ik zeeën van tijd over voor leuke dingen.’

Meer weten?

Mail ons via SterkeSchoudersMO@rotterdam.nl.