Spring naar het artikel

In het voorjaar maait de gemeente het gras minder vaak. Zo kunnen langzaam andere plantensoorten groeien, waar bijvoorbeeld bijen en vlinders op af komen.

Gemeente Rotterdam werkt de komende jaren aan meer diversiteit en natuurwaarde in het openbaar groen. Vanuit de Natuurkaart en de Beheeraanpak Openbaar Groen zijn er locaties in de stad aangewezen waar de gemeente hiervoor kansen ziet.

Minder maaien

Eén van de manieren om meer diversiteit en natuurwaarde te behalen is het minder vaak maaien van gazons. Dit voorjaar doen we dit op verschillende plekken in de stad. Zo worden strakke gazons langzaam meer afwisselende grasvegetaties. Vaak zijn deze locaties wegbermen. Bij het minder maaien wordt rekening gehouden met verkeersveiligheid (zicht) en eventuele aanwezigheid van hondenuitlaatzones, uitstapstroken bij parkeervakken en ander gebruik.

Grasvegetaties; verschillende ontwikkelingsstadia

Door gras minder vaak te maaien en het maaisel af te voeren, kan in een langzaam proces de natuur zich gaan ontwikkelen naar bloemrijke graslanden. Het gras wordt in eerste instantie langer en wordt nog twee tot drie keer per jaar gemaaid. Tijdens het ontwikkelingsproces gaan er langzaam andere plantensoorten groeien, waardoor het gazon geleidelijk in een ander stadium komt (zie afbeelding). Grasvegetaties geven door maaibeurten en groeiperioden in elk seizoen een ander beeld. Het hoogtepunt vindt plaats in de warmere perioden wanneer het bloemrijke grasland in bloei staat. In het document hieronder staan de locaties waar grasvegetaties aanwezig zijn in de stad. De fase van ontwikkeling kan per plek verschillen.

Zorgvuldig maaibeheer op maat

De maaifrequentie en het tijdstip waarop gemaaid wordt, is afhankelijk van de fase van ontwikkeling waarin het gras zich bevindt en seizoensafhankelijk. Na enkele jaren van zorgvuldig afgestemd maaibeheer kan het bloemrijke grasland bereikt worden. Dit levert naast een kleurrijk en divers beeld ook een rijke variatie aan flora en fauna (natuurwaarde) voor onze stad op. Om deze bermen in stand te houden, blijft afmaaien van grassen en bloemen met regelmaat nodig.

Het groeiproces en de ontwikkeling zijn afhankelijk van omstandigheden in de omgeving. Zo zal de natuur zich bijvoorbeeld sneller ontwikkelen in zonnige bermen dan in schaduwrijke bermen. Hoe de natuur zich ontwikkelt, is niet exact te voorspellen.

Mozaïekmaaien in IJsselmonde en Charlois

De bermen van de Stadionweg, Adriaan Volkerlaan, Kreekhuizenlaan en de IJsselmondse Randweg in IJsselmonde worden niet helemaal, maar vak voor vak gemaaid. Ook langs het Havenspoorpad in IJsselmonde en Charlois wordt dit zogenoemde mozaïekmaaien toegepast. Zo blijven schuilplekken voor insecten als bijen en vlinders behouden.

Mozaïekmaaien wordt al toegepast in de landbouw om weidevogels te beschermen. Rotterdam startte in 2016 met een proef in IJsselmonde en Charlois en die wordt dit jaar voortgezet. De proef kwam tot stand op initiatief van bewoners, Stichting Bloeiende Stad, Bureau Stadsnatuur en de groenbeheerders en stadsecologen van de gemeente Rotterdam.

Door steeds een deel van het gras niet te maaien, kunnen de bermen er wat rommelig uitzien, maar voor de natuur heeft dit zeker meerwaarde. Dat bleek vorig jaar al uit onderzoek van Bureau Stadsnatuur.

Veel gestelde vragen over maaien en meer diversiteit in het Rotterdamse groen

Dit voorjaar maait de gemeente het gras minder vaak. Zo kunnen langzaam andere plantensoorten groeien, waar bijvoorbeeld bijen en vlinders op af komen.
Op verschillende plekken in de stad wordt minder gemaaid. Vaak zijn deze locaties wegbermen. Bij het minder maaien wordt rekening gehouden met verkeersveiligheid (zicht), uitstapstroken bij parkeervakken, hondenuitlaatzones en ander gebruik.

Er zijn verschillende soorten gras in de stad. Op de ene plek is het een strakke grasmat om te kunnen voetballen en spelen op de andere plek laten we meer ruimte voor de natuur.
Hoe vaak het gras gemaaid wordt, is afhankelijk van het gebruik en het gewenste beeld van het grasveld. Op plekken waar gekozen is voor een meer natuurlijke ontwikkeling wordt twee - of driemaal per jaar gemaaid en voeren we het maaisel af. Hierdoor krijgen op deze plekken veldbloemen de kans om te bloeien, wat weer zorgt voor meer afwisseling en meer natuurlijke rijkdom in de stad.

Op plekken waar meer natuurwaarde behaald kan worden, laten we het maaisel een aantal dagen bewust liggen. Hierdoor kan zaad uit het maaisel weer in de bodem terechtkomen.


Hoe snel bloemen en kruiden tussen het gras gaan groeien, is afhankelijk van de plek. Op een schaduwrijke plek groeien minder soorten bloemen en kruiden dan op een zonnige locatie. Ook de bodem en vochthuishouding heeft invloed op de soorten grassen en planten die zich kunnen ontwikkelen.

Nee, de gemeente maait minder vaak, zodat er meer verschillende plantensoorten kunnen gaan groeien. Het doel is meer diversiteit en natuurwaarde in het groen. Grassen die hoog kunnen uitgroeien, noemen we grasvegetatie. Afhankelijk van de oppervlakte, ligging en omgevingsfactoren kan dit een besparing op het beheer van het openbaar groen opleveren. Grasvegetatie is echter niet altijd goedkoper.

Deze term wordt gebruikt voor grassen die hoog kunnen uitgroeien door een tijdje niet te maaien. Hierdoor
kunnen verschillende soorten zich ontwikkelen en ontstaat een gevarieerd beeld dat ook interessant is voor
insecten.

Op plekken waar het zicht belangrijk is, wordt extra gemaaid om het gras laag te houden. Dit is bijvoorbeeld bij kruispunten en voetgangersoversteekplaatsen.

Grasvegetatie trekt allerlei soorten insecten aan. Als er meer insecten komen, zullen daar ook meer vogels op af komen.

Teken komen in het hele land voor, in bos, park, hei, duinen of in de tuin. Ze zitten in de buurt van bomen of
struiken in hoog gras of tussen dode bladeren. In grasvegetatie is meer kans op aanwezigheid van teken.
Controleer uw lichaam en uw kleding op tekenbeten als u in het groen bent geweest. Hier vindt u meer informatie.
 

Op plekken waar hondenuitlaatzones of -losloopzones aanwezig zijn, wordt vaker gemaaid.
In Prinsenland onderzoekt de gemeente hoe hondenuitlaatzones en een natuurlijk groenbeeld samengaan. Dit voorjaar start een proef aan de Corrie Hartonglaan en Nancy Zeelenbergsingel. Door gedeeltes van beide gazons minder vaak te maaien, ontstaat een bloemrijk grasland met een rijkere variatie aan flora en fauna. Dit proces duurt enkele jaren. Hondenbezitters kunnen hun hond gewoon blijven uitlaten in de uitlaatzones.

Afval dat op straat wordt achtergelaten, wordt zwerfvuil genoemd. Dit zwerfvuil kan in hogere beplanting waaien. Ook in grasvegetatie kan dit vuil achterblijven. De gemeente verwijdert zwerfvuil regelmatig. Hoe minder op afval dat op straat wordt achtergelaten, hoe minder zwerfvuil de gemeente hoeft te verwijderen.

Zaden kunnen zich verspreiden op verschillende manieren. Zo kan wind zaden over lange afstanden verspreiden. Maar ook via dieren of mensen kunnen zaden verspreid worden. In uw tuin kunnen dus altijd spontaan wilde planten groeien.

Enerzijds variatie in het straatbeeld, dus bijvoorbeeld niet overal gazon met bomen. Anderzijds op plekken die zich er voor lenen meer verschillende soorten planten in een beplantingsvak.

Door het gras minder te maaien, kunnen er meer bloemrijke plantensoorten groeien. Bijen, vlinders, andere insecten en vogels komen op de nieuwe planten af. Meer planten- en dierensoorten betekent meer waarde voor de natuur.

Bij het beheer en onderhoud van onder meer bomen, oevers, bosplantsoen en sierbeplanting houdt de gemeente rekening met beschermde dier- en plantensoorten. Zoals vleermuizen of orchideeën. Kwetsbare dier- en plantensoorten in het gemeentelijk groen worden beschermd. Sinds januari 2016 werkt de gemeente bij het reguliere onderhoud in het groen volgens de Rotterdamse leidraad bij de gedragscode bestendig groenbeheer, gebaseerd op de Flora- en faunawet.