Meeuwenoverlast
Gepubliceerd op: 18-03-2020
Geprint op: 17-05-2022
https://www.rotterdam.nl/wonen-leven/meeuwenoverlast/
Ga naar de hoofdinhoud

In delen van Schiebroek, Centrum en Delfshaven is er de afgelopen jaren overlast door meeuwen ontstaan. Dat komt doordat er steeds meer meeuwen in de stad gaan broeden.

Platte (grind)daken in de stad zijn namelijk geschikte en veilige broedplekken voor meeuwen.

Wat doen we in 2021 om de overlast van meeuwen te beperken? Het behandelen van eieren lijkt één van de beste oplossingen te zijn. Maar het is moeilijk om er toestemming voor te krijgen bij de provincie. Bovendien kan ingrijpen de overlast op langere termijn verergeren. Meeuwen die een paar keer verstoord worden tijdens het broeden, verplaatsen zich naar een nieuw dak.

Samenwerking met andere gemeenten

Gemeente Rotterdam is aangesloten bij een regionale gemeentelijke werkgroep meeuwenoverlast. Het doel is om gezamenlijk een provinciale ontheffing aan te vragen. De ecologische onderbouwing die hiervoor nodig is, is inmiddels opgesteld door een ecologisch onderzoeksbureau.

Aantal meeuwen tellen

Voor een ontheffing is het ook nodig om het aantal broedende meeuwen preciezer in kaart te brengen. We willen dat met behulp van een drone gaan doen tijdens het broedseizoen dit jaar. Het is nog niet zeker of dat mogelijk is. Als hier meer duidelijk over is, plaatsen we een bericht op deze webpagina.

Monitoring klachtenbeeld

In 2020 hebben we de klachten van bewoners in Schiebroek goed in kaart gebracht, door een enquête in de app Gemeentepeiler. In 2021 deden we dit voor Centrum en Delfshaven. Deze informatie helpt ons bij het onderbouwen van de noodzaak van een ontheffing voor nestbeheer. Het is helaas nog niet zeker of dit uiteindelijk leidt tot een ontheffing en zo ja, hoe dit precies vorm krijgt.

Digitale peiling

Om een goed beeld te krijgen van de ernst van de meeuwenoverlast en de exacte locaties, organiseerde gemeente Rotterdam tijdens de broedseizoenen van 2020 en 2021 een digitale peiling. Hieronder vindt u de uitkomsten van deze onderzoeken.

Het onderzoek voor Schiebroek vond plaats tijdens het broedseizoen van 2020. De respondenten waren bewoners in het gebied, begrensd door de Wilgenplaslaan, Meidoornsingel, Donkersingel en Wilgenlei die zich aanmeldden. De informatie die wij hiermee verzamelden levert een belangrijke bijdrage aan het proces om een eventuele ontheffing voor nestbeheer te verkrijgen. Lees hieronder een uitgebreid verslag over de uitslag van de peiling. Met een samenvatting van de meest gegeven antwoorden.

Data van de peilingen

  • Meting 1: 3 april – 16 april
  • Meting 2: 17 april – 30 april
  • Meting 3: 1 mei – 14 mei
  • Meting 4: 15 mei – 28 mei
  • Meting 5: 29 mei – 11 juni
  • Meting 6: 12 juni – 25 juni
  • Meting 7: 26 juni – 9 juli
  • Meting 8: 10 juli – 23 juli
  • Meting 9: 24 juli – 6 augustus
  • Meting 10: 7 augustus – 20 augustus

Statistieken

De respons op de peilingen bleef opmerkelijk constant. Op basis van eerdere ervaringen kon verwacht worden dat de respons wat zou teruglopen, maar dat was hier niet het geval. Het aantal app-gebruikers was bij aanvang 19. Dat aantal groeide gaandeweg tot 62, hoewel het aantal respondenten per keer gemiddeld ronde de 30 lag.

Hieronder volgt per vraag een overzicht van de resultaten en kort commentaar.

Vraag 1

Heeft u de afgelopen twee weken overlast ervaren door de aanwezigheid van meeuwen in uw directe woonomgeving?

  1. Ja
  2. Nee

Vraag 2

Welke soort(en) overlast heeft u ervaren? (Meerdere antwoorden mogelijk)

  • a. Geluidsoverlast
  • b. Vervuiling
  • c. (Schijn)aanvallen
  • d. Pikken van voedsel

Geluidsoverlast en vervuiling worden het meest genoemd. Het pikken van voedsel wordt ook constant genoemd door 22 procent tot 35 procent van de mensen. Uitzondering was de 5e meting: 16 procent. Schijnaanvallen laten een wisselend beeld zien. Meting 7 scoorde het meest: 39 procent.
Het ging in dat geval om 12 respondenten.

Vraag 3

Heeft u andere vormen van overlast ervaren, die niet in de vorige vraag werden genoemd? U kunt deze hier aangeven (open vraag)

Bij elke meting hebben mensen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om deze vraag in te vullen.
Voorbeelden van wat bewoners noemden, per categoriën:

  • a. Geluidsoverlast: de meeuwen schreeuwen (vaker en langer)
  • b. Vervuiling: last van de poep én last door zwerfafval en verkeerd aangeboden afval; ook noemen mensen de vervuiling door ganzen
  • c. (Schijn)aanvallen: ook andere vormen van agressie worden genoemd, zoals vechten tussen de meeuwen onderling en agressie naar huisdieren toe
  • d. Pikken van voedsel: dit laten ze bovendien vallen uit de lucht

Samenvattend zijn het klachten over afval, vervuiling door meeuwenpoep, agressie van de meeuwen (onderling) en vernieling.

Vraag 4

Als u geluidsoverlast heeft ervaren, kunt u dan aangeven op welke momenten? (Meerdere antwoorden mogelijk)

  • a. 6.00-9.00 uur
  • b. 9.00-12.00 uur
  • c. 12.00-15.00 uur
  • d. 15.00-18.00 uur
  • e. 18.00-21.00 uur
  • f. 21.00-24.00 uur
  • g. 24.00-03.00 uur
  • h. 03.00-06.00 uur
  • i. Ik heb geen geluidsoverlast ervaren

De conclusie: er is een algemeen beeld, namelijk de overlast doet zich voortdurend voor. Er is een piek van ervaren overlast te zien tussen 6 uur en 9 uur in de ochtend en tussen 3 uur ’s middags en 12 uur ’s avonds. Het is goed mogelijk dat dit samenhangt met de tijdstippen waarop de meeste mensen thuis zijn.

Vraag 5

Als u overlast door vervuiling hebt ervaren, kunt u aangeven welke overlast dit voornamelijk is?

  • a. Vervuiling door uitwerpselen op privé spullen (bijvoorbeeld auto, zonnescherm, balkon)
  • b. Vervuiling door uitwerpselen op uzelf/partner/kind
  • c. Vervuiling op straat (bijvoorbeeld voedselresten uit vuilniszakken die meeuwen open maakten)
  • d. Ik heb geen overlast door vervuiling ervaren

Ook in de eerste meting werd vervuiling door uitwerpselen het meest genoemd. Deze eerste meting is uit de grafiek gelaten, daar is een fout in geslopen (men kon meerdere antwoordopties invullen, in plaats van één).

Vraag 6

Als u last hebt gehad van (schijn) aanvallen, kunt u aangeven hoe vaak ongeveer in de afgelopen twee weken?

  • a. 1 à 2 keer
  • b. 3 à 5 keer
  • c. 6 à 9 keer
  • d. 10 keer of meer
  • e. Ik heb geen last gehad van schijnaanvallen

Het aantal personen dat last had van schijnaanvallen is vrij laag. De percentages van respondenten die géén last hadden zijn in de grafiek hieronder te zien met de donkerblauwe staafjes.

Om deze percentages in perspectief te plaatsen: het gaat om aantallen tussen de vier en dertien personen die aangaven last te hebben (gehad) van schijnaanvallen. Te zien is dat in mei en begin juni (metingen 4 en 5) het minst aantal mensen aangaven last te hebben.

Vraag 7

Als u last hebt gehad van (schijn) aanvallen, liep u lichamelijk letsel op?

  • a. Ja
  • b. Nee

Alleen in de vierde meting gaf één persoon aan letsel te hebben opgelopen. Er werd geen toelichting gegeven. Van vraag 8 is dan ook geen gebruik gemaakt.

Vraag 8

Als u wilt, kunt u hier toelichten wat voor type letsel dit was (open vraag). Hier zijn geen toelichtingen op ontvangen.

Vraag 9

Als u hebt aangegeven overlast te hebben ervaren door het pikken van voedsel, kunt u dan aangeven waar en wanneer dat was? Als u hiervan geen overlast hebt ervaren vult u 'niet van toepassing' in (open vraag).

Deze vraag is bedoeld om inzicht te krijgen in tijden en plekken in de buurt. Genoemd werden Teldersweg en Kemperweg, bij vuilcontainers en afvalbakken. Met daarbij de opmerking dat het óók een probleem is van mensen zelf: verkeerd aanbieden huisvuil. Dit punt wordt meerdere malen aangegeven. Ook de beperking die men ondervindt: het niet in de tuin of balkon kunnen eten.

Bij latere metingen werden ook Donkersingel en opnieuw Kemperweg genoemd en hoek Wilgenlei en Teldersweg en de 'winkelstraat'.

Vraag 10

Hebben u of uw kinderen/huisgenoten/partner de afgelopen twee weken lichamelijke of psychische klachten door de overlast ervaren? Zo ja, welke klachten zijn dat vooral?

  • a. Nee, geen lichamelijke of psychische klachten
  • b. Verstoorde slaap (’s nachts)
  • c. Verstoorde slaap (overdag)
  • d. Angstgevoelens
  • e. Gevoel van geprikkeldheid
  • f, Concentratieproblemen

Omdat een grafiek van het totaalbeeld wat onoverzichtelijk is, staat hieronder een splitsing van de resultaten

Wat betreft de andere ervaren klachten: meest genoemd vanaf meting 3 werden gevoelens van geprikkeldheid. Concentratieproblemen werden in de eerste twee metingen het meest genoemd. Er lijkt een patroon te zijn: in de loop van de tijd meer verstoring van de slaap en wat minder concentratieproblemen. Maar het gaat om relatief kleine aantallen: de percentages zijn indicatief.

Vraag 11

Heeft u andere klachten, die niet zijn genoemd in de vorige vraag? U kan ze hier noemen.

Gezien het patroon dat er lijkt te zijn is voor deze vraag per meting bekeken wat er het meest genoemd werd, of wat er opviel.
De klachten die zijn genoemd, zijn te verdelen in persoonlijke klachten en omgevingsklachten.
Veel gehoorde persoonlijke klachten zijn: aantasting van het woongenot, beperkingen in het sociale leven, beperkingen voor het thuiswerken, op je hoede zijn als je naar buiten gaat en hoge mate van irritatie.
Klachten over de omgeving gaan voornamelijk over vervuiling en geluidsoverlast en over het feit dat de hoeveelheid meeuwen lijkt toe te nemen.

Vraag 12

Hartelijk dank voor het invullen. Heeft u nog opmerkingen over het onderwerp ‘meeuwen’ die u aan ons kwijt wil? Dat kan hier: ... (Open vraag)

Bij elke meting hebben de respondenten van de gelegenheid gebruik gemaakt om hier een reactie te geven. Per meting wordt een aantal steekwoorden gegeven die weergeeft wat de teneur in de reacties is geweest.
De meest gegeven reacties gaan over de wens om handhaving en verbodsborden. Mensen ergeren zich aan vervuiling, onder andere als gevolg van voederen. Ook laten veel mensen weten dat de overlast steeds erger wordt.

Het onderzoek voor Centrum en Delfshaven vond plaats in het broedseizoen van 2021. De respondenten waren bewoners in het gebied Centrum (Landje en omgeving, Jufferkade en omgeving) en Delfshaven die zich aanmeldden. De informatie die wij hiermee verzamelden levert een belangrijke bijdrage aan het proces om een eventuele ontheffing voor nestbeheer te verkrijgen. Lees hieronder een uitgebreid verslag over de uitslag van de peiling. Met een samenvatting van de meest gegeven antwoorden.

Data van de peilingen

  • Meting 1: 1 - 14 juli 2021
  • Meting 2: 15 - 28 juli 2021
  • Meting 3: 29 juli - 11 augustus 2021
  • Meting 4: 12 - 25 augustus 2021

Statistieken

De respons op de peilingen is wat gedaald, na de 2e meting. Wellicht veroorzaakt door vakanties. De responsaantallen zijn:

  1e meting 2e meting 3e meting 4e meting
Jufferkade en omgeving 4 2 1 2
Landje en omgeving 101 99 73 64
Delfshaven (Visserijplein) 1 1 1 3
Totale respons 106 102 75 69

Er is een groot verschil tussen de drie gebieden. Vrijwel alle respons komt uit het gebied rond OBS ’t Landje. Om die reden wordt hieronder één overzicht gegeven, en géén analyse per gebied. Wel worden verschillen genoemd als deze opvallend, interessant of relevant zijn.

Hieronder volgt per vraag een overzicht van de resultaten en kort commentaar.

Vraag 1

Heeft u de afgelopen twee weken overlast ervaren door de aanwezigheid van meeuwen in uw directe woonomgeving?

  1. Ja
  2. Nee

Het beeld is duidelijk. In de omgeving Jufferkade gaven drie van de vier aan géén overlast te ervaren, bij de 1e meting. Bij meting 2 en 3 gaven deze respondenten wél aan overlast te ervaren. Bij de laatste meting was de score 50/50 (2 respondenten). In Delfshaven gaf men wél telkens aan overlast te ervaren.

Vraag 2

Welke soort(en) overlast heeft u ervaren? (Meerdere antwoorden mogelijk)

  1. Geluidsoverlast
  2. Vervuiling
  3. (Schijn)aanvallen
  4. Pikken van voedsel
  5. Iets anders

Zie de grafiek hieronder. Geluidsoverlast en vervuiling worden het meest genoemd. Het pikken van voedsel wordt ook constant genoemd door 13% tot 26% van de mensen. Schijnaanvallen worden steeds minder genoemd, in de loop van de peilingsperiode.

Er werd weinig gebruik gemaakt van de mogelijkheid om nog andere overlast aan te geven. Bij de eerste meting werd er het meest gebruik van gemaakt: 16%. Genoemd werden:

  • Helemaal geen nachtrust mogelijk
  • Open maken van vuilniszakken en vuil naast de container geplaatst
  • Vogelpoep
  • Hinderlijk langs vliegen

Naastplaatsingen verergeren met opening horeca. Tenslotte werd nog beschadiging (krassen) aan auto’s genoemd.

Vraag 3

Als u geluidsoverlast heeft ervaren, kunt u dan aangeven op welke momenten?

  1. 6.00-9.00 uur
  2. 9.00-12.00 uur
  3. 12.00-15.00 uur
  4. 15.00-18.00 uur
  5. 18.00-21.00 uur
  6. 21.00-24.00 uur
  7. 24.00-03.00 uur
  8. 03.00-06.00 uur
  9. Ik heb geen geluidsoverlast ervaren
De grafiek met tijden waarop men geluidsoverlast ervaart. In de ochtend wordt het meest de geluidsoverlast ervaren. In de loop van de dag wordt dat wat minder en neemt langzaam toe. Opmerkelijk veel wordt ook het tijdsblok 3 - 6 uur genoemd

De resultaten staan in de grafiek. Per meting zijn de genoemde tijdsblokken in beeld gebracht. Er is enigszins een patroon te zien. In de ochtend wordt het meest de geluidsoverlast ervaren. In de loop van de dag wordt dat wat minder en neemt langzaam toe. Opmerkelijk veel wordt ook het tijdsblok 3 - 6 uur genoemd. Wellicht heeft het te maken met het moment waarop men op staat om aan het werk te gaan.

De conclusie: de overlast doet zich voortdurend voor. Er is een piek van ervaren overlast te zien tussen 3 uur en 9 uur in de ochtend. Het is goed mogelijk dat dit samenhangt met de tijdstippen waarop de meeste mensen thuis zijn.

Bij de volgende vraag kon men de ervaren overlast door vervuiling, specifieker maken:

Vraag 4

Als u overlast door vervuiling hebt ervaren, kunt u aangeven welke overlast dit voornamelijk is?

  1. Vervuiling door uitwerpselen op privé spullen (bijv. auto, zonnescherm, balkon)
  2. Vervuiling door uitwerpselen op uzelf/partner/kind
  3. Vervuiling op straat (bijv. voedselresten uit vuilniszakken die meeuwen open maakten)
  4. Ik heb geen overlast door vervuiling ervaren

Het is duidelijk dat vervuiling op straat en van privéspullen het meest voor komt. Dit verandert niet in de loop van de vier metingen.

Vraag 5

De grafiek met de antwoorden op de 5e vraag. Een ruime meerderheid heeft geen last gehad van schijnaanvallen.

In elk van de metingen geeft een ruime meerderheid aan geen last te hebben (gehad) van schijnaanvallen. Het lijkt of steeds meer mensen aangeven geen last te hebben gehad. Maar de respons is wat gedaald. De 64% van de eerste meting staat gelijk aan 68 stemmen, de 82% van de vierde meting voor 49.

Alleen in de tweede meting geeft 3% (1 persoon) aan daar lichamelijk letsel aan te hebben over gehouden.

Vraag 6

Men kon aangeven, in een open vraag, op welke plekken de overlast van het pikken van voedsel het meest ervaren werd. Genoemd werden:

Meting 1:

  • Bij verkooppunten van eten, horeca
  • Bij prullenbakken & containers (9 x genoemd)
  • Binnenwegplein (2 x)
  • Witte de Withstraat (3 x)
  • Karel Doormanhof & - straat (2 x)
  • Brandersplaats
  • Schiedamse Vesthof en Schiedamse Vest
  • Daar waar vuil ligt, pikken vuilniszakken open (5 x)
  • Schiekade
  • Boomgaardsstraat (3 x)
  • Mauritsweg/ Westersingel (2x)
  • Oude Binnenweg (2 x)
  • Markthal
  • Binnenwegplein (2 x)
  • Lijnbaan t.h.v. AH
  • Eendrachtsweg
  • Terras café Sijf

Meting 2:

  • Karel Doormanhof (2 x)
  • Daar waar vuil ligt, pikken vuilniszakken open (2 x)
  • Bij containers en prullenbakken (4 x)
  • Bij Cinerama
  • Zwarte Paardenstraat (2 x)
  • Witte de Withstraat (3 x)
  • Plein ’t Landje
  • Eendrachtstraat (2 x)
  • Jacobusstraat
  • Boomgaardstraat
  • Mauritsweg
  • Eendrachtsplein
  • Binnenwegplein
  • Brandersplaats
  • Scheepvaartkwartier, -kade

Meting 3:

  • Kromme Elleboog
  • Witte de Withstraat en omgeving
  • Zwarte Paardenstraat
  • Brandersplaats (3 x)
  • Bij Citybril
  • Bij containers en prullenbakken (2 x)
  • Binnenwegplein
  • Schiedamse Vest
  • Daar waar vuil ligt, pikken vuilniszakken open (4 x)
  • Karel Doormanstraat, en -hof
  • Van Oldenbarneveldtstraat
  • Oude Binnenweg

Meting 4:

  • Daar waar vuil ligt, pikken vuilniszakken open (3 x)
  • Bij containers en prullenbakken (2 x)
  • Eendrachtstraat (2 x)
  • Kortenaerstraat
  • Boomgaardstraat
  • Schiedamsesingel
  • Plein ‘t Landje
  • Brandersplaats
  • Schiedamse vest (hof)
  • Karel Doormanstraat en -hof (2 x)
  • Oude Binnenweg
  • Witte de Withstraat
  • Kromme Elleboog
  • Heemraadsplein

Vraag 7

De laatste vraag gaat over lichamelijke of psychische klachten.

Hebben u of uw kinderen/huisgenoten/partner de afgelopen twee weken lichamelijke of psychische klachten door de overlast ervaren? Zo ja, welke klachten zijn dat vooral?

  1. Nee, geen lichamelijke of psychische klachten
  2. Verstoorde slaap (’s nachts)
  3. Verstoorde slaap (overdag)
  4. Angstgevoelens
  5. Gevoel van geprikkeldheid
  6. Concentratieproblemen
Grafiek met de reacties op de vraag over lichamelijke en psychische klachten.

Verreweg de meeste mensen geven aan verstoorde slaap in de nacht te ervaren. Bij de 1e meting gaf 25% 'iets anders' aan*. Dat waren in een paar gevallen combinaties van genoemde klachten. Achttien mensen gaven alsnog aan geen klachten te hebben. Dat is ongeveer 17%.

*Dat kwam waarschijnlijk ook doordat door een foutje in de vragenlijst de eerste optie (geen klachten) niet bij de eerste meting werd meegenomen. Dat vertekent de antwoorden wel iets.

Vraag 8

Bij de laatste vraag kon men nog opmerkingen kwijt. De meest belangrijke of interessante:

Meting 1:

  • Er is ook veel overlast door de poep.
  • Naast afvalbeheer, hopelijk snel ontheffing nestbeheer.
  • Naastplaatsingen zijn het probleem.
  • Blij dat er iets gedaan wordt.

Meting 2:

  • Mensen voeren de meeuwen….
  • Niet goed aanbieden vuil door ondernemers is groter probleem.
  • Graag toestemming om zelf nesten te ruimen.
  • Borden met voederverbod plaatsen.
  • Beter afvalbeheer nodig.

Meting 3:

  • Lijkt erop dat overlast iets minder erg is dan 3 weken eerder.
  • Hoekpand Karel Doorman en van Oldebarneveldstraat is plek met meerdere nesten.
  • Idem platte dak van Cinerama.

Meting 4:

  • Minder eten op straat.
  • Signaal: bewoners in Karel Doormanstraat en omgeving (tegenover Capri) zijn bang dat er niets gebeurt.
  • Graag ook vaker afval ophalen.

Informatie over meeuwen

Wij hebben voor u onderstaande informatie over meeuwenoverlast verzameld. U kunt de informatie ook terugvinden op de pagina meeuwen.

In Nederlandse (kust)steden leven door het jaar heen vier soorten meeuwen. De Zilvermeeuw en de Kleine mantelmeeuw zijn grote meeuwen en de meeste overlast komt van deze soorten in de periode april tot september. De Kokmeeuw en Stormmeeuw zijn kleine meeuwen die vrijwel niet broeden in steden en alleen in de winter in grotere aantallen in de stad voorkomen. Deze twee kleinere meeuwensoorten veroorzaken nauwelijks overlast.

De stad als broedplek

Het aantal broedende meeuwen in steden neemt snel toe, met name in steden zoals Den Haag en Katwijk. Van oudsher broeden meeuwen langs de kust. De duinen waren lange tijd een geliefde broedplek, totdat de vos zich in de jaren ’90 in de duinen vestigde. De zilvermeeuw en kleine mantelmeeuw verplaatsten zich naar broedplekken op eilandjes, havens, industriegebieden en stadsdaken. In Rotterdam broeden er sinds ongeveer 7 jaar meeuwen op platte daken, met name in de wijk Schiebroek, maar ook in het Centrum en de Waalhaven.

Door uitbreidingen in het havengebied en nestbeheer staan een aantal broedkolonies onder druk waardoor naar verwachting een deel van deze vogels uitwijkt naar stadsdaken. Het gaat hierbij vrijwel altijd om Zilvermeeuwen en Kleine mantelmeeuwen. In Schiebroek broedt deze laatste soort. De Kleine mantelmeeuw arriveert in het vroege voorjaar in Nederland om te nestelen op het vertrouwende plekje. De vogels keren terug naar de plek waar zij geboren zijn. Ze broeden in kolonies bij elkaar, waardoor je vaak meerdere nesten in één straat ziet.

In Rotterdam zijn ongeveer 11 broedlocaties bekend waar in totaal 50-80 paartjes broeden. Dit blijkt uit een eerste quick scan van Bureau Stadsnatuur (2019). Het aantal neemt echter langzaam toe.

De stad als voedselplek

Uit diverse onderzoeken blijkt dat meeuwen op andere plekken eten dan waar ze broeden. Meeuwen die buiten de stad broeden forenzen vaak speciaal naar de stad voor voedsel (en omgekeerd). De stad is een ideale plek om voedsel te vinden. Hoewel de meeste meeuwen afwachten tot er een patatje op de grond valt of er gevoerd wordt, proberen sommige meeuwen het voedsel af te pakken. Ook vinden meeuwen voedsel tussen afval op straat. In parken en op sportvelden vangen meeuwen regenwormen en insecten. Omdat veel sportgrasvelden vervangen worden door kunstgrasvelden, raakt de meeuw nog meer georiënteerd op menselijk voedsel.

Vormen van overlast

  • Geluidsoverlast, met name in de periode april-augustus. Meeuwen roepen hard om hun territorium, nest en eieren te beschermen tegen indringers. Als de kuikens kunnen vliegen, brengt de meeuwenfamilie minder tijd door op het dak. Het zijn overigens niet altijd de broedende meeuwen die de overlast veroorzaken. Ook meeuwen die geen nest in de buurt hebben, staan soms op een schoorsteen te roepen.
  • Schijnaanvallen: meeuwen doen dit om hun jong te beschermen. Een nest in de buurt van een balkon kan ook schijnaanvallen uitlokken.
  • Food snatching: een klein aantal meeuwen is gespecialiseerd in het afpakken van snacks van mensen. Dit gedrag zien we alleen bij plekken waar mensen dagelijks voedsel halen, bijvoorbeeld bij vis- of frietkramen.
  • Zwerfafval: een vuilniszak naast de container kan door meeuwen opengetrokken worden en zo zwerfafval veroorzaken. Dit gedrag wordt met name veroorzaakt door meeuwen die buiten de stad broeden.

In Rotterdam zien we twee vormen van overlast: de ‘patatmeeuw’ die foerageert in de stad en daarbij overlast veroorzaakt en de overlast die gepaard gaat met broedende Kleine mantelmeeuwen. Het aantal meldingen dat de gemeente ontvangt over overlast is klein, maar neemt wel toe. Mensen rapporteren met name geluidsoverlast, meeuwen die gevoerd worden, meeuwen die rotzooi maken of voedsel stelen.

Aantal meldingen per jaar:

  • 2016: 28
  • 2017: 46
  • 2018: 63
  • 2019: 51
  • 2020: 49

Meeuwen zijn beschermd onder de Europese Vogelrichtlijn. In Nederland is de bescherming geregeld in de Wet natuurbescherming. Dit betekent dat zonder uitdrukkelijke toestemming nooit schade mag worden toegebracht aan vogels en hun nesten. Dit is een strafbaar feit (economisch delict) waarvoor hoge boetes gelden. Toestemming voor ingrijpen kan alleen worden verleend door de provincie, op basis van de provinciale verordening natuurbescherming. Dit is niet eenvoudig om dat er een wettelijk geldend belang moet zijn aangetast. Voorbeelden van een wettelijk belang zijn landbouwschade, vliegveiligheid, waterkering en volksgezondheid. Daarnaast is het verkrijgen van een ontheffing voor nestbeheer lastig omdat heel goed aangetoond moet worden dat de maatregel geen negatief effect heeft op de soort. Het voortbestaan van de soort mag dus niet in gevaar komen door nestbeheer.

Onderzoek voor ontheffing

De gemeente Rotterdam is aangesloten bij een regionale gemeentelijke werkgroep meeuwenoverlast. Het doel is om gezamenlijk te onderzoeken of een provinciale ontheffing óf een vrijstelling mogelijk is. De ecologische onderbouwing die hiervoor nodig is, is inmiddels opgesteld door een ecologisch onderzoeksbureau.

Desondanks is de vraag aan Rotterdam om het aantal broedende meeuwen preciezer in kaart te brengen. We willen dat met behulp van een drone gaan doen tijdens het broedseizoen van 2021. Vorig jaar hebben we in Schiebroek uitgebreide enquêtes afgenomen in Schiebroek om de ervaren overlast te meten. Dit jaar willen we dat herhalen in het Centrum en Delfshaven. Bewoners worden daar apart over geïnformeerd.

Wanneer we spreken over nestbeheer als maatregel om overlast te verminderen, dan gaat dat over de broedende meeuwen op platte daken. Het is geen maatregel om de overlast aan te pakken van foeragerende meeuwen die elders broeden.

  • Wering aanbrengen op daken: het dak ongeschikt maken als broedplaats met stevige netten of draden. Voorwaarde is wel dat dit op een deskundige wijze wordt aangebracht om te voorkomen dat meeuwen alsnog kunnen broeden of er juist in verstrikt raken. Het tijdstip van plaatsen is ook belangrijk, namelijk voordat de meeuwen arriveren.
  • Groepjes rustende meeuwen niet verstoren, want dit gaat vaak gepaard met veel gekrijs en het laten vallen van ontlasting.
  • Niet voeren, geen voedsel op straat achterlaten en gebruik maken van gft-containers of broodbakken.
  • Afval goed aanbieden, geen zakken naast de containers plaatsen!
  • Niet zelf het dak opgaan tijdens de broedperiode in verband met schijnaanvallen. Onderhoudswerkzaamheden kunnen het beste buiten de broedperiode gepland worden.
  • Om te voorkomen dat jonge meeuwen van het dak vallen, kan een opstaande rand langs de dakrand worden gemaakt.

Groene daken

Er wordt regelmatig gevraagd of een groen dak helpt bij het voorkomen van meeuwennesten. Het antwoord daarop is niet eenduidig ja of nee. Het is sterk afhankelijk van het type beplanting dat gekozen wordt of het groene dak onaantrekkelijk is voor meeuwen. Een hoge, grasachtige beplanting vinden meeuwen minder prettig maar een beplanting met sedum (vetplantjes) kan juist een aantrekkende werking hebben. Dit type beplanting wordt juist vaak gekozen bij het vergroenen van daken. Deskundig advies bij het vergroenen van een dak met als doel meeuwen te weren is daarom aan te raden.

Meeuwen hebben de stad ontdekt als broedplek en gaan deze niet meer verlaten. Gemeenten zoeken naar oplossingen, maar een deel van de oplossing ligt in het leren leven met de aanwezigheid van meeuwen. Dat is geen makkelijke boodschap. Op www.rotterdam.nl/meeuwen communiceert de gemeente over meeuwen in de stad.

Nestbehandeling?

Het behandelen van eieren lijkt één van de beste oplossingen te zijn, maar het verkrijgen van toestemming is moeilijk. Bovendien kan ingrijpen de overlast op langere termijn verergeren. Meeuwen die een paar keer verstoord worden tijdens het broeden, verplaatsen zich naar een nieuw dak, waardoor verspreiding over de stad plaatsvindt. De gemeente Rotterdam werkt in 2020 en 2021, samen met andere gemeenten, aan een goede onderbouwing voor een ontheffing voor nestbeheer. Het is nog onzeker of dit uiteindelijk leidt tot een ontheffing en zo ja, hoe dit precies vorm krijgt.

Afval

Bewust omgaan met afval vermindert overlast van meeuwen. Rotterdam beschikt op de meeste plaatsen over ondergrondse containers, halfverdiepte containers en minicontainers. Ook staan er 130 broodbakken in de stad om brood op straat te verminderen. Op meerdere plekken in de stad geldt een voederverbod.

Monitoring klachtenbeeld

In 2020 hebben we de klachten van bewoners in Schiebroek goed in kaart gebracht, door een enquête in de app Gemeentepeiler. In 2021 willen we dit doen in het Centrum en Delfshaven. De informatie die dit oplevert is nodig voor de onderbouwing behorende bij een eventuele ontheffingsaanvraag nestbeheer.

De gemeente ontvangt regelmatig vragen of suggesties over manieren om meeuwen te verjagen. Uit onderzoek en ervaring van andere gemeenten blijkt dat veel maatregelen helaas niet werken:

  • Vangen of doden werkt niet omdat de vrijgekomen plek zal worden ingenomen door meeuwen van elders. Bovendien is het vangen en doden van meeuwen wettelijk verboden.
  • Passief verjagen met bijvoorbeeld plastic roofvogels werkt maar kort. Meeuwen wennen er snel aan.
  • Actief verjagen heeft meestal een kortdurend effect op foeragerende en rustende dieren. Dieren met eieren of jongen trekken zich weinig aan van verjaging door licht (laser) of geluid. Het inzetten van een roofvogel in de broedtijd leidt ertoe dat meeuwen de roofvogel gezamenlijk aanvallen.

Er wordt soms gevraagd of een groen dak helpt bij het voorkomen van meeuwennesten. Het antwoord daarop is niet eenduidig ja of nee. Het is sterk afhankelijk van het type beplanting dat gekozen wordt of het groene dak onaantrekkelijk is voor meeuwen. Een hoge, grasachtige beplanting vinden meeuwen minder prettig maar een beplanting met sedum (vetplantjes) kan juist een aantrekkende werking hebben. Dit type beplanting wordt juist vaak gekozen bij het vergroenen van daken. Deskundig advies bij het vergroenen van een dak met als doel meeuwen te weren is daarom aan te raden.

Meer informatie

Kijk voor meer informatie over meeuwenoverlast op de pagina meeuwen.