Innovatie
Gepubliceerd op: 08-02-2017
Geprint op: 30-11-2020
https://www.rotterdam.nl/wonen-leven/innovaties/
Ga naar de hoofdinhoud

Een bereikbare stad, droge voeten, een veilige, comfortabele woonomgeving. Een goed functionerende stad lijkt zo vanzelfsprekend. Maar achter de schermen denken professionals zo goed mogelijk na over het beheer van de buitenruimte.

Door technologische en maatschappelijke ontwikkelingen is er een hele nieuwe kijk ontstaan op het beheer en onderhoud van de stad. Het is nodig én belangrijk om kennis te delen en samen met andere partijen te werken aan het slimmer beheren van de stad.

Hoe kan het slimmer, beter, duurzamer? Deze kaart geeft een overzicht van Rotterdamse innovaties in de buitenruimte.

Thema's

De innovaties kunnen worden onderverdeeld in verschillende thema's. Hieronder vindt u per thema enkele aanprekende voorbeelden:

1) Vulgraadmeters in wijkcontainers

Na een proef van twee jaar gaat Rotterdam nu in alle 6540 containers vulgraadmeters plaatsen.

Het gaat hier om sensoren in de containers die meten hoe vol de container is. Deze sensor komt in alle bovengrondse, halfverdiepte en ondergrondse containers. Dus in containers voor glas, papier, textiel en restafval.

Met de informatie die de sensor doorgeeft, wordt gekeken wanneer de container het beste geleegd kan worden. Zo wordt automatisch een efficiënte route gepland. De chauffeurs zien de route op een tablet. Dit past goed in de visie van Rotterdam om de stad steeds slimmer te beheren. Met deze sensoren in de containers draagt Rotterdam bij aan een efficiënter beheer van de afvalcontainers. En aan een betere dienstverlening aan de bewoners. Bovendien zorgt het voor minder vervoersbewegingen. Dat is weer beter voor het milieu.

Naast het meten van de vulgraad, geeft de sensor ook aan wanneer een container verstopt zit of een defect heeft. De medewerkers van de afdeling Schoon kunnen zo snel actie ondernemen om storingen te verhelpen. Natuurlijk kunnen bewoners ook zelf altijd een melding maken als een container verstopt of defect is.

Het plaatsen van de sensoren komt na een proef van twee jaar in Rotterdam zuid met sensoren in de papiercontainers. De resultaten van deze proef waren zeer positief. Het aantal inzameldagen kon teruggebracht worden en de geleegde containers waren meer dan driekwart vol.

Meer informatie over vulgraadmeting vindt u op de pagina over slimme wijkcontainers

2) Big belly: de duurzame afvalbak

De gemeente test sinds november 2015 een nieuw type afvalbak: de Big Belly. Dit doet de gemeente op het Binnenrotteplein. Voor de Markthal staan er twee.

In de Big Belly past meer vuil door een uniek perssysteem werkend op zonne-energie. Hierdoor wordt het milieu minder belast omdat het legen van de bak minder vaak nodig is.

Milieuvriendelijk
De Big Belly is een afvalbak van 120 liter met een ingebouwd perssysteem. Dit systeem zorgt voor een inhoud van 600 liter. Ter vergelijking: de huidige Rotterdambakken bij de Markthal hebben een inhoud van maximaal 180 liter. Door deze grotere inhoud hoeft de gemeente de Big Belly veel minder vaak te legen. Dit scheelt tijd, geld en CO²-uitstoot. Daarnaast is hij veilig, makkelijk in gebruik en ontworpen om ongedierte buiten te houden.
Ook het perssysteem is milieuvriendelijk. Het werkt namelijk op zonne-energie via een paneel op de bak. Nieuw is ook dat de gemeente via internet en een app kan opvragen hoe vol de bak is. Hierdoor gebeurt het legen van de bak altijd op tijd. Als de test succesvol is, komen er meer Big Belly's in Rotterdam.

Meer informatie op de pagina Afval

3) Solarpress, energiezuinige en mobiele pletwals

De solarpress is een zelfpersende afvalcontainer die volledig op zonne-energie werkt. Het afval wordt samengeperst zodat er veel meer in kan dan in een normale container.

De zeven milieuparken in Rotterdam maken gebruik van de mobiele en milieuvriendelijke pletwals. Hierdoor is minder vervoer nodig om het afval af te voeren en wordt het milieu minder belast.

Rotterdams ontwerp
De platwals werd oorspronkelijk in de bosbouw gebruikt. Hij is voor Rotterdam aangepast aan de specifieke eisen en toepassingen op het milieupark. Het ontwerp dat nu wordt gebruikt werkt volledig elektrisch, maar rijdt nog wel op biologische diesel.

Medewerkers denken mee
De medewerkers van het milieupark dachten mee over het uiteindelijke ontwerp. De operator heeft goed zicht op het werk. Hij kan met een afstandsbediening ook vanaf het bordes de machine bedienen. Daarnaast zijn er veel veiligheidsvoorzieningen aangebracht. De machine is ook extra stil. Er zijn namelijk altijd mensen bij in de buurt die geen gehoorbescherming dragen.

Meer informatie: Milieupark

1) Promotieonderzoek zuigkelders

Veel afvalwatergemalen hebben last van vervuiling van de zuigkelder met slib en drijflagen van vet en ander materiaal. Dit vergroot de kans op pompstoringen.

Alex Duinmeijer (TU Delft) onderzoekt het aanpassen van ontwerprichtlijnen voor zuigkelders van afvalwatergemalen. Het onderzoek moet leiden tot algemeen toepasbare ontwerprichtlijnen. Hierdoor zullen pompen minder vaak storingen vertonen waardoor het rioolsysteem effectiever werkt. De kwaliteit van de leefomgeving verbetert door minder overstortend rioolwater op het oppervlaktewater.
De huidige richtlijnen voor het ontwerp van zuigkelders zijn vooral gericht op optimale aanstroomcondities bij de zuigmond. Optimale omstandigheden verminderen de kans op slecht functioneren van de pomp. Slecht functioneren zorgt voor een afname in rendement, meer trillingen en extra slijtage. Maar toepassing van de huidige richtlijnen kan zelfs leiden tot meer vervuiling in de zuigkelder. Er is dus behoefte aan een richtlijn die rekening houdt met de eisen voor het transport van (drijf)vuil voor diverse soorten kelders. Maar die ook zorgt voor een voldoende goede aanstroomconditie van de zuigmond.

Toepassing in de stad
De innovatieve kennis uit het onderzoek gaat niet specifiek over één rioolgemaal. Het wordt gebruikt om meerdere rioolgemalen (in de toekomst) aan te passen. Het gemaal Amelandseplein is al aangepast met de nieuwe inzichten. Binnenkort wordt de kennis ook toegepast bij de aanpassing van rioolgemaal Pretorialaan.

Contactpersoon: Alex Duinmeijer, TU Delft/gemeente Rotterdam.

2) Riothermie: terugwinnen van warmte uit afvalwater

70 procent van al het afvalwater van huishoudens is warm en komt in het riool terecht. Vanuit milieuperspectief zonde om daar niets mee te doen.

Door de thermische energie van afvalwater is te gebruiken als een soort ‘vloerverwarming’ onder de weg. Hierdoor blijft de weg warm waardoor ook bij weinig verkeer de weg veilig is. Ook bij onverwacht optredende gladheid werkt het systeem. Sneeuw en ijzel vallen op de verwarmde weg en kunnen dan als gewone regen worden afgevoerd. In de zomer kunnen we hetzelfde systeem gebruiken om te koelen. Op die manier verminderen we ‘hittestress’ in de stad. Mogelijke toepassingen in de toekomst zijn het gebruik van warmte uit afvalwater

  • in de stadslandbouw
  • voor de verwarming van gebouwen
  • voor het verhogen van de efficiency van systemen voor Koude Warmte Opslag.

Op dit moment zijn er twee proefplekken ingericht. Bij het rioolgemaal Wolphaertsbocht is een warmtewisselaar in de hoofdaanvoerleiding van afvalwater geplaatst. Die is verbonden met een soort vloerverwarming onder de parkeerplaats. Als dit goed werkt, kan het wellicht ook worden toegepast in de openbare ruimte.
De tweede proef is bij de onderzoekinstallatie RINEW op het terrein van stadsboerderij Uit je Eigen Stad. Daar worden grondstoffen, zoals schoon water, cellulose en fosfaat, teruggewonnen uit rioolwater. In de buffertank is ook een warmtewisselaar geplaatst. We zoeken nog naar een mogelijkheid om de warmte ook nuttig te gebruiken. Je kunt dan denken aan het verwarmen van de stadsakkers.

Test in de praktijk
De gemeente Rotterdam zoekt naar mogelijkheden om riothermie in de praktijk te brengen. De bedoeling is om te testen en meten hoe de techniek onder lokale omstandigheden presteert. En om de kosten en baten te beoordelen.
Voor testresultaten is het nu nog te vroeg, daarvoor moet het eerst een langere periode achter elkaar flink vriezen.

Meer informatie: Rotterdamse samenwerking in de afvalwaterketen

Contactpersoon: Jason Zondag, adviseur Water gemeente Rotterdam, 06 - 109 030 87

3) Gemaal van de toekomst

Rioolgemalen bieden volop mogelijkheden om energie te besparen. Bij de renovatie van gemalen passen we daarom diverse innovatieve maatregelen toe.

Gemaal Prinsenland is een van de eerste gemalen die op deze manier worden aangepakt. Op het dak van het gemaal Prinsenland bij de Ringvaartplas komt 10 m² aan zonnepanelen. De daarmee opgewekte energie wordt opgeslagen in accu’s. Die leveren weer energie voor de elektronica, verlichting en ventilatie in het gemaal. De energie die dan nog over is, wordt aan het elektriciteitsnet teruggeleverd. De verlichting en de ventilatoren in het gemaal werken op laagspanning. Dit heeft als voordeel dat er geen transformator voor omzetting naar 230 Volt nodig is. Zo treedt er nauwelijks energieverlies op. De verlichting, ventilatie en ook de verwarming werken automatisch. Ze reageren op de mensen in het gemaal en zijn maar beperkt handmatig te beïnvloeden. De pompen in het gemaal worden aangedreven door de zuinigste hoogrendementsmotoren van dit moment. De pompen zijn ook zelfreinigend. Dit heeft weer een gunstig effect op het onderhoud en verbruik.

Het energieverbruik kan omlaag met 24 procent, of 33.600 kWh per jaar. De CO2 uitstoot van het gemaal vermindert met 13,5 ton per jaar. Dat is wat tien gezinnen samen gemiddeld jaarlijks aan CO2 uitstoten. Dit past uitstekend binnen de Rotterdamse doelstelling om in 2025 de helft minder CO2 uit te stoten dan in 1990. Mooie bijkomstigheid is dat de energierekening van het gemaal veel lager zal uitvallen. Hiermee komt de terugverdientijd van de benodigde investering neer op 15 jaar. Mooi meegenomen omdat de elektronische installaties in een gemaal twintig jaar meegaan.

Contactpersonen: Jason Zondag, adviseur Water, of Ronald van Kampen, beheerder gemalen.

1) Landelijke proef ziektebestendige iepen

De iep is een goed bruikbare boomsoort in stedelijk gebied. Iepen dragen bij aan een gevarieerd en aantrekkelijk bomenbestand in de stad.

Helaas zijn ze vatbaar voor de veel voorkomende iepziekte. Maar er zijn nieuwe iepensoorten gekweekt die beter bestand zouden zijn tegen de ziekte. Het nieuwe iepensortiment wordt nu getest in een vijf jaar durende landelijke proef met de naam ‘Toekomst voor de iep’.

Resistente iepensoorten
De Universiteit Wageningen (WUR) heeft samen met groenbeheerders in zes gemeenten proefbeplantingen van de nieuwe iepenrassen opgezet. In dit project wordt in samenwerking met gemeenten de gebruikswaarde van de nieuwe iepenrassen als straatboom onderzocht. In Rotterdam zijn in 2011 vijf verschillende resistente iepensoorten geplant op de:

  • Tjalklaan (ulmus laevis)
  • Boompjes (ulmus columella)
  • Terwenakker (ulmus clusius)
  • Admiraliteitskade (ulmus new horizon)
  • Westerlaan (ulmus dodoens).

Samenwerkingspartners: Universiteit Wageningen (WUR) en gemeenten Amsterdam, Den Haag, Westland, Boxtel en Deventer.

Contactpersoon: Jos van de Vondervoort

2) Duurzame lucht- en watertoevoer voor bomen

Jonge en oudere bomen die net verplant zijn, hebben in de eerste drie jaar goede nazorg nodig. Door voldoende toevoer van water en lucht, ontwikkelen ze zich tot vitale, gezonde bomen.

Rotterdam past milieuvriendelijke producten en werkwijzen toe. Zo gaan gezonde bomen én een beter milieu hand in hand.

Duurzame oplossingen
Om jonge en oudere bomen die net verplant zijn, van voldoende lucht en water te voorzien, werden vroeger PVC-drains gebruikt. In het gazon wordt tegenwoordig gewerkt met kleine gietwalletjes van grond rondom de bomen. Na afloop van de nazorgperiode (3 jaar) worden ze weer verwijderd. Rotterdam past in verharding de 'Natudrain' toe, een 100 procent biologisch afbreekbare drain op zetmeelbasis. Er komt op die manier geen onverteerbaar PVC meer in de bodem. Beide oplossingen zijn minder milieubelastend en kostenbesparend.

Samenwerkingspartner: Natural Plastics

Contactpersoon: Ronald Loch, adviseur bomen gemeente Rotterdam

3) Proef met biologisch afbreekbare verankering

Bomen worden tijdens het planten verankerd. Hierna ontwikkelen zij zelf ‘verankeringswortels’ om na enige tijd stabiel te staan.

Er heeft een succesvolle driejarige proef op de stadskwekerij plaatsgevonden. Hierbij is een alternatief voor de traditionele (ondergrondse) verankering met houten palen en autogordelbanden getest. Het Keeper systeem is een ondergrondse verankering met biologisch afbreekbare lijnen en pinnen. Het resultaat: een stabiele boom en een aantrekkelijker beeld zonder palen.
Vergeleken met de traditionele ondergrondse verankering heeft het Keeper systeem belangrijke voordelen. Er worden geen houten palen meer gebruikt. Hierdoor besparen we flink op de CO² die samenhangt met productie en vervoer van boompalen. Daarnaast is de verankering zelf ook duurzaam, omdat deze biologisch afbreekbaar is.

Slim beheer
Een belangrijk voordeel vanuit beheerperspectief: tegen de tijd dat de boom ‘op zichzelf’ kan staan, is de ondergrondse verankering verteerd. Eerder moest de traditionele verankering handmatig worden verwijderd. Materiaal- en beheerkosten zijn per geplante boom lager. Gezien de succesvolle resultaten van de proef volgt bredere toepassing in de stad.

Samenwerkingspartner: Natural Plastics

Contactpersoon: Ronald Loch, adviseur bomen gemeente Rotterdam

1) Biomassaketel in het ketelhuis

Gemeente Rotterdam heeft een duidelijke ambitie om de lucht in Rotterdam schoner te krijgen. De CO2- uitstoot moet flink omlaag. Een van de maatregelen is om de gemeentegebouwen ‘groen’ te maken. Daarom wordt het ketelhuis op de Kleinpolderplein 5 voorzien van drie biomassaketels.

Wat is een biomassaketel?
Een biomassaketel is een milieuvriendelijke en geldbesparende ketel die als brandstof hout, houtsnippers, graan, pallets, stro etc. gebruikt. Afval inzetten voor energie, dat is de gedachte. De nieuwe ketels hebben een vermogen van 500KW en leveren straks ongeveer 50 procent van de warmtevraag per jaar op. Doordat dit biologische brandstoffen zijn, is er een korte CO2 kringloop. Dat heeft een gunstige invloed op het broeikaseffect. Het verbranden van 2kg biomassa levert dezelfde hoeveelheid energie als 1 m³ gas.

Operatie ketelhuis
Op het gemeenteterrein staat het historische ketelhuis halverwege het terrein. De huidige CV-ketels worden verwijderd en vervangen door drie biomassaketels en twee vr-ketels. Naast het vervangen van de ketels, wordt ook de benodigde regeltechniek aangepast op de nieuwe warmteopwekking. De ketels voorzien in warmte van ruim 15.000 vierkante meter aan werkruimtes.

2) Mobiel marktkantoor

Sinds zomer 2015 rijden de marktmeesters van de gemeente Rotterdam met hun mobiele marktkantoor naar de markten. De ondernemers op de markt kunnen nu naar een vaste plek op de markt om de marktmeesters te ontmoeten. Doordat de marktmeesters geen gebruik meer hoeven te maken van de vaste kantoren op de markt, wordt er veel bespaard. Zowel in tijd als in geld.

Het nieuwe mobiele marktkantoor is ingericht met een werkplek en een zitje. Marktondernemers kunnen hier ontvangen kunnen worden met een kopje koffie. Ook een AED behoort tot de vaste uitrusting van het marktkantoor. De handhavers van de markt hebben ook allemaal een AED-training gehad.
Aan de buitenkant van het kantoor is een scherm te zien met daarop een plattegrond van de markt. Marktkooplieden kunnen dan bijvoorbeeld meteen zien waar er in de ochtend eventueel lege plekken zijn na afmeldingen van collega-ondernemers. Dit systeem is nog in ontwikkeling.

  • Waar: markt Binnenrotte en markt Grote Visserijstraat
  • Meer informatie: Markten
  • Contactpersoon: Terry den Hollander, projectleider

3) Samenwerken met het Bouwwerk Informatie Model (BIM)

Met BIM kunnen we slimmer omgaan met de enorme hoeveelheid informatie bij het ontwerpen, bouwen en beheren van projecten.

Alle partijen hebben eerder de beschikking over betere informatie. Ze kunnen sneller schakelen en inspringen op onverwachte zaken. Zo wordt de kans op vertraging in de uitvoering een stuk kleiner. Wel zo fijn voor de Rotterdammer!

Samenwerking via het Bouwwerk Informatie Model maakt uitvoering van complexe projecten beter en gemakkelijker. Bij het ontwerpen, bouwen en beheren van grond- weg- en waterbouwprojecten moeten we rekening houden met objecten boven én onder de grond. In de grond liggen bijvoorbeeld kabels en leidingen die niet beschadigd mogen worden. En de wortels van een boom moeten voldoende ruimte hebben zodat de boom kan groeien. Al deze informatie is nodig om een project in de buitenruimte te realiseren.

Sneller schakelen
Het Bouwwerk Informatie Model (BIM) is een nieuwe methode van werken. Hierbij wordt al deze informatie al in een vroeg stadium digitaal gedeeld met alle partijen die aan een project werken. Data vanuit BIM kunnen bijvoorbeeld ook rechtstreeks ingelezen worden in shovels of andere machines die gebruikt worden in het project. Daardoor is er minder kans op fouten dan bij handmatige invoer. Doordat alle partijen eerder, en betere informatie hebben, kunnen ze sneller schakelen en inspringen op onverwachte zaken. De kans op vertraging in de uitvoering wordt zo een stuk kleiner.

Praktijkvoorbeeld 
Laatst is BIM toegepast bij het vervangen van de riolering op de Schiedamse Vest. De informatie over dit project werd digitaal overgedragen aan de aannemer. Dus niet in een tekening maar in een 3D-model. Daarin staan alle objecten boven én onder de grond waarmee rekening gehouden moest worden. De aannemer moest zelf uit de aangeboden informatie het werk bepalen en uitvoeren.

1) Concept House Village

In het Nieuwe Dorp op Heijplaat staat een unieke, gebruikers-georiënteerde testomgeving voor duurzaam bouwen, wonen en duurzame gebiedsontwikkeling. Dit is Concept House Village.

Deze nieuwe gebiedsontwikkeling legt de nadruk op het duurzaam ontwikkelen van woningbouw, zowel nieuwbouw als renovatie. Doelstellingen van het concept zijn participatie, minder energie en duurzamere processen.

Proeftuin
Bij Concept House Village ontwerpen en testen we hoe een duurzamere samenleving te realiseren is. Hoe kunnen we slimmer ontwerpen, ontwikkelen en beheren in de gebouwde omgeving. De koppeling tussen verschillende opgaves is in de testomgeving mogelijk. Enkele voorbeelden:

  • het programma ‘Versnelling 010’ (een grootschalig energiebesparingsinitiatief, gericht op versnelde verduurzaming van bestaande woningen en Midden en Klein Bedrijf)
  • Concept House Village
  • projecten van het Innovatie Centrum Duurzaam Bouwen (ICDuBo).

Zo ontstaat een proeftuin voor innovatieve en duurzame woonconcepten en producten voor bestaande bouw en nieuwbouw.
Rotterdammers bewonen de prototype-huizen. Deze bewoners werken daarbij mee aan de onderzoeken in de woningen. Zo helpen zij mee om informatie te verzamelen. Hiermee worden nieuwe en betere concepten ontwikkeld die kunnen zorgen voor een duurzamere, bewustere en energiebesparende leefomgeving.

  • Samenwerking: TU-Delft, Hoge School Rotterdam, ICDuBo, SBR Curnet en Gemeente Rotterdam
  • Contactpersoon: Nick Statham, adviseur ingenieursbureau gemeente Rotterdam

2) Aqua Dock

Gemeente Rotterdam levert een bijdrage aan een duurzame toekomst. Bijvoorbeeld door te zoeken naar nieuwe plekken voor en manieren van gebiedsontwikkeling waardoor drijvend bouwen mogelijk gemaakt wordt.

In de baai van de voormalige Rotterdamsche Droogdok Maatschappij (RDM) is in 2015 de proeftuin Aqua Dock gerealiseerd. Waterkavels bestemd voor drijvend bouwen en onderzoeken, testen en het demonstreren van drijvende constructies zijn te huur. Het wordt een plek op het water waar men kan experimenteren, demonstreren en etaleren met maritieme- en deltatechnologie. Dit past in de doelstellingen van de stad Rotterdam om pionier van stedelijke klimaatadaptatie te worden.

Innovation Dock
De RDM-machinehal biedt ruimte aan Innovation Dock. Het biedt ruimte voor leslokalen en werkruimtes voor het Albeda College en Hogeschool. Maar ook aantrekkelijke werkplekken voor kleinschalige en innovatieve technische bedrijven. Bedrijven die actief zijn op de markten bouw, mobiliteit, productontwerp, maritiem en maintenance. Projecten uit het Innovation Dock kunnen ook een plek in het water krijgen.

Samenwerking
Het Aqua Dock is een samenwerking tussen de Gemeente Rotterdam, het Havenbedrijf Rotterdam en de Hogeschool Rotterdam. De gemeente en het havenbedrijf zorgen voor de aanleg en beheer. De hogeschool voor de aansluiting op kennis en onderwijs. Het doel is om nieuwe technieken, producten, diensten en prototypes te ontwikkelen en te testen. Overige partners: Valorisatieprogramma Deltatechnlogie en Clean Tech Delta.

Contactpersoon: Jaap Peters, projectmanager

3) Ultra Hoge Sterkte Betonbruggen

Rotterdam telt honderden fiets- en voetgangersbruggen. Die vormen een belangrijke verbinding tussen parken, woonwijken, winkelcentra, scholen en paden.

Vroeger is voor de materiaalkeuze van de bruggen vaak gebruik gemaakt van hout. Hout gaat 25 tot 35 jaar mee. Daarom stond de gemeente Rotterdam in 2010 voor een grote vervangingsopgave van fiets- en voetgangersbruggen.
Met de ontwikkelde Ultra Hoge Sterkte Beton bruggen (UHSB-bruggen) kunnen we bruggen op efficiënte manier in korte tijd vervangen. Ze zijn zeer duurzaam in onderhoud én gaan zeer lang mee. De inschatting is dat de brug 100 jaar meegaat zonder groot onderhoud te plegen. Dat is 3 tot 4 keer langer dan de traditionele houten brug.  Daarnaast kunnen de betonnen bruggen snel, seriematig en kostenefficiënt worden gebouwd.

  • Samenwerking: Gemeente Rotterdam en MKB-bedrijven/leveranciers
  • Contactpersonen: Mozafar Said, Ingenieursbureau gemeente Rotterdam en Helmer Heijden, adviseur civiele kunstwerken gemeente Rotterdam

1) Educatieprogramma Urban 2020

Ook de kinderen van onze kinderen moeten straks prettig buiten kunnen spelen. Het educatieprogramma Urban2020 laat zien hoe straten, pleinen en daken van gebouwen in Rotterdam er in 2020 uit kunnen zien.

Rotterdammers, jong en oud, leren dat het mogelijk is de buitenruimte duurzaam in te richten. Bijvoorbeeld met een lantaarnpaal met zonnepaneel en LED-verlichting. Hoe levert Rotterdam met duurzame oplossingen een bijdrage aan duurzaamheid? En wat kun je hier zelf aan bijdragen? Dat leert men in de cursus duurzaamheid via de website www.Urban2020.nl. Op deze website vindt u ook achtergrondinformatie over thema’s rond duurzaamheid.

Zelf zien en doen
U kunt een bezoek brengen aan Lab op Straat in het Merwe Vierhavengebied. Hier test de gemeente de duurzaamheid en toepasbaarheid van innovatieve producten. Stadsboerderij de Wilgenhof is de eerste duurzame boerderij van Rotterdam. Op de boerderij en in het lescentrum zijn verschillende duurzame maatregelen toegepast. In aanbouw is het mini-Lab op Straat wat ook het verblijf van cavia’s wordt.

Samenwerking: Het educatieprogramma Urban2020 is een gezamenlijk product van:

  • basisschool de Blijberg
  • Natuur en Milieu Educatie van Agentschap NL
  • Sublean
  • Hogeschool Rotterdam
  • gemeente Rotterdam (Ingenieursbureau en Stadsboerderij De Wilgenhof).

Meer informatie
Op Urban2020.nl leest u meer over beschikbaar lesmateriaal en achtergrondinformatie over de (duurzame) openbare ruimte. Professionals die aan het educatieprogramma willen meewerken kunnen zich aanmelden. De site bevat ideeën, voorbeeldprojecten, sponsoring cursus duurzaamheid.

Contactpersoon: Carina van der Meer, adviseur gemeente Rotterdam.

1) Peukenproef op de Lijnbaan

De proef om de peuken op de Lijnbaan te verminderen leverde in drie maanden 50.000 peuken op in de nieuwe peukenzuilen. De vele peuken op de Lijnbaan zijn een uitdaging.

Het is van invloed op de beleving van het winkelend publiek. Het opruimen van peuken kost veel geld en het is slecht voor het milieu. Drie interventies zijn onderzocht in een proefproject waarin gemeente Rotterdam Nederland Schoon en Bilfinger Real Estate, de gebiedsbeheerder, samenwerken:

  1. Er zijn nieuwe voorzieningen geplaatst. Op de Lijnbaan staan veel afvalbakken met een peukendover, maar deze is vrij onzichtbaar. Daarom zijn er groene peukenkokers aan de Rotterdambak bevestigd en zes losse peukenzuilen geplaatst. 
  2. Ondernemers zijn betrokken in de aanpak. Winkelpersoneel vormt een deel van het peukenprobleem omdat zij in hun pauze voor of achter de winkel roken.
  3. Er is een publieksactie opgezet. Het winkelend publiek werd betrokken bij het probleem en de oplossing. Dit gebeurde op met een PR stunt met John de Wolf (Youtube) op de Lijnbaan.

Voorlopige resultaten
Uit de voorlopige resultaten, zijn nog geen harde conclusies te trekken. Nader onderzoek moet uitwijzen of de groei doorzet. De nieuwe voorzieningen vielen de geënquêteerde rokers niet (bewust) op, maar ze waren alleen zichtbaar aan één loopkant. Met uitzondering van een paar plekken werd op de meetmomenten geen afname van het aantal peuken op straat waargenomen.

Hoe verder
Om meer verdieping te krijgen van de voorlopige resultaten, gaat de gemeente een vervolgonderzoek starten. Dat moet inzicht bieden in het gebruik van de peukendover versus de peukenzuil op de lange termijn. Daarnaast is een kwalitatief vervolgonderzoek gewenst naar de beleving van rokers over het gevreesde brandgevaar. De peukendovers worden op beide kanten van de Rotterdambak geplaatst om de zichtbaarheid te vergroten. En er komen regelmatig publieksacties om de aandacht te vestigen op de peukenvoorzieningen.

Meer informatie: Nederland Schoon is een kennispartner van de gemeente Rotterdam. Bilfinger Real Estate is de gebiedsbeheerder van de Lijnbaan en vertegenwoordigt de Vereniging Lijnbaan Akkoord.

2) Hoek van Holland pers(t)

In Hoek van Holland is de eerste Rotterdamse ondergrondse perscontainer voor plastic en drankenkartons geplaatst. De pers drukt het plastic samen waardoor er zes keer zoveel plastic in de containers past .

Hierdoor hoeven de inzamelwagens minder vaak te legen.

Meer volume
Inwoners van Hoek van Holland kunnen nu meer dan vier keer meer plastic en drankenkartons in de container gooien, voordat deze geleegd moet worden. Door het gewicht, moet de container op dat volume geleegd worden. De ophaalwagen voor plastic hoeft minder naar Hoek van Holland te rijden. In plaats van twee keer per week nog maar eens per twee weken. Dat scheelt CO2-uitstoot.

Kenmerken
De pers maakt geen geluid. Voor de veiligheid werkt de pers alleen als de klep van de container dicht is. Tijdens het inwerpen van het plastic, staat de pers dus stil.
De perscontainer werkt op stroom en is voorzien van een oranje bies om de container. Zo is de plastic perscontainer ook vanaf de achterkant herkenbaar.

3) Pilot afval scheiden in hoogbouw

Afval scheiden blijkt lastiger in gebieden met veel hoogbouw. Omdat in de steden een groot deel van de inwoners ‘hoog’ wonen, is het belangrijk dat daarvoor oplossingen gevonden worden. In Rotterdam starten een aantal pilots in samenwerking met het ministerie van I&M.

Landelijk onderzoek
In 2014 startte landelijk het project ‘Verbeteren afvalscheiding- en inzameling in hoogbouw’. Het doel van het project is om inzicht te krijgen in de gedragsbepalende factoren en tot een aantal succesvolle interventies te komen. In het project doen naast Rotterdam ook andere gemeenten en (overheids)diensten mee. Amsterdam, Utrecht, Den Haag en Almere, het ministerie van Infrastructuur en Milieu, Rijkswaterstaat en een aantal afvaldiensten.
Met wetenschappelijk onderzoek wordt bekeken wat er nodig is om in hoogbouw meer afval te gaan scheiden. Er wordt onderzocht

  • wat gedragsbepalende factoren zijn voor afvalscheiding
  • wanneer welke factoren van belang zijn
  • welke interventies gemeenten het beste toe kunnen passen om meer huishoudelijk afval als grondstof in te zamelen bij stedelijke hoogbouw.

Onderdeel van het onderzoek is het uitvoeren en in de gaten houden van een aantal pilotprojecten. Rotterdam voerde in 2017 twee pilotprojecten uit.

Programma ‘Van afval naar grondstof’
Het hoogbouwproject van de steden is een bijdrage in het streven om huishoudelijk afval voor 75 procent te scheiden in 2020. De hoeveelheid restafval moet worden  teruggebracht tot 100 kg per inwoner per jaar. Om dat te bereiken hebben Mansveld en gemeenten in 2014 het Uitvoeringsprogramma VANG Huishoudelijk Afval ondertekend.

Meer informatie: Afval

1) Duurzame paden in Rotterdamse parken

In Het Park bij de Euromast en Ons Park op het Noordereiland zijn duurzame voetpaden aangelegd. Het materiaal is gemaakt van 100 procent natuurlijke en herbruikbare materialen.

Door de samenstelling van het steenmengsel en het natuurlijke bindmiddel laat de toplaag water en lucht door. Bomen kunnen hierdoor zelfs onder de paden water en zuurstof opnemen. Dat voorkomt slecht groeiende bomen en de zogenoemde wortelopdruk. Hierdoor zijn oneffenheden door wortels onder de paden en de bijbehorende hinder voor voetgangers en fietsers verleden tijd.

Het materiaal Stabilizer van leverancier ecoDynamic heeft een koelend effect in de zomermaanden. Er wordt een CO2 bindmiddel toegevoegd. Hierdoor wordt zoveel CO2 uit de directe omgeving gebonden dat het product CO2 Neutral+ is. Dit betekent dat de totale CO2 uitstoot helemaal wordt gecompenseerd. Dus niet alleen de uitstoot tijdens de productie, maar ook die door transport en de complete aanleg.
Het Park en Ons Park zijn de eerste parken waar de duurzame paden zijn getest. De paden worden ook op andere plekken in Nederland aangelegd.

Bekijk hier de 360graden foto’s:

2) Polijsten van fietspaden

Bomen die langs fietspaden staan, zorgen soms voor overlast. De groeiplaats van de boomwortels is vaak niet optimaal. Daarom wringen de wortels zich onder het fietspad door op zoek naar een betere plek. Dit zorgt voor oneffenheden in de fietspaden. Rotterdam krijgt jaarlijks heel wat klachten van ontevreden fietsers en wil daarom iets aan de boomwortels te doen. Omdat de boom kappen voor ons geen optie is, zoeken we een betere oplossing.

Beste oplossing voor de stad
Voor het oplossen van bestaande boomwortelopdrukken in de stad levert het ‘kopfrezen’ van het opgedrukte fietspad het beste resultaat. Bij deze maatregel wordt het opgedrukte laagje fietspad vlak gepolijst. Dit is een snelle en eenvoudige maatregel die toepasbaar is bij een groot deel van de fietspaden in de stad. Doordat de maatregel uit voorzorg gebeurt na een inspectie van alle fietspaden, zullen er minder klachten optreden.

Contactpersoon: Anton van Stee, beheerder wegen, 06 - 204 158 62

3) Slim gebruik van data in de bosplantsoentool

Rotterdam telt 4,5 miljoen vierkante meters aan bosplantsoen. Die worden in een cyclus van drie jaar geschouwd. Een nieuwe online tool combineert vele beschikbare data op een slimme manier. Hierdoor wordt het beheer van Rotterdamse parken en plantsoenen een stuk makkelijker. De online kaart bevat in diverse kaartlagen alle informatie die een beheerder nodig heeft:

  • samenstelling van het groen
  • conditie van het groen
  • boomhoogte
  • zieke en dode bomen
  • speelplekken
  • wandelpaden en doorgaande wegen
  • de aanwezigheid van vleermuizen of zeldzame planten
  • nog door te voeren wijzigingen.

Ook relevante waarnemingen van andere partners worden in het systeem zichtbaar.

Risicogestuurd
Tijdens de inspectie geven kleuren op de kaart de prioriteit van de maatregelen aan. Zo zien we met het programma in één oogopslag over heel de stad wat het eerst moeten worden aangepakt. Het snoeien van laaghangende takken boven paden gaat voor op het snoeien van andere takken. Zieke bomen in de buurt van speelplekken verdienen extra aandacht. Ook het onderhoud van bomen langs wegen die altijd begaanbaar moeten zijn bij calamiteiten krijgt prioriteit.

Vooruitkijken
Op de kaart wordt tot 2027 zichtbaar welke maatregelen op de planning staan en wanneer. Zo kan ook de communicatie richting bewoners verbeterd worden. Daarnaast is de app een slimme rekenmeester. Uitrekenen hoeveel vierkante meter al geschouwd is? Inzichtelijk maken welke bosplantsoenvakken over vijf jaar aan de beurt zijn? Of het automatisch optellen van het precieze aantal meters dat door een aannemer moet worden gesnoeid? Het kan allemaal met een druk op de knop.

Contactpersonen: John Verkerke, Ronald Loch en Christian Wisse, medewerkers Stadsbeheer én bedenkers van de tool

1) Grondradar

Een grondradar is een innovatieve techniek in het boomtechnisch onderzoek die kan worden ingezet om de beworteling van bomen te bestuderen. Het grote voordeel is dat het een non-destructieve methode is waarbij de bodem niet wordt verstoord. Het veroorzaakt dus geen schade aan het wortelgestel, kabels of leidingen.

De grondradar is breed inzetbaar bij de voorbereiding van projecten waarbij de exacte ligging van wortels van belang is. De analyse van de radarbeelden kan worden gebruikt om de mogelijkheden en beperkingen van een project weer te geven. Dit is bijvoorbeeld een bewortelingsonderzoek, wanneer opdruk van de verharding optreedt of wanneer de beworteling in boomsubstraat, doorgaans niet goed doordringbaar, onderzocht moet worden. Ook bij bomeneffectanalyses (BEA) kan de grondradar van grote waarde zijn, omdat in korte tijd bij een groot aantal bomen de beworteling bekeken kan worden. Dit in tegenstelling tot de proefsleuf, die meestal alleen steekproefsgewijs ingezet wordt.

Contactpersoon: Ronald Loch, adviseur gemeente Rotterdam.

2) Utilityducts

Dankzij een utilityduct is het niet meer nodig om bij werkzaamheden aan kabels en leidingen in de straat te graven. Gevolg: minder overlast voor inwoners en bezoekers van de stad. Ook als we nieuwe kabels en leidingen aan een utilityduct toevoegen, hoeven we de straat niet open te breken. En blijft de kwaliteit van het straatwerk intact. Graafschade komt veel minder voor door het toepassen van een utilityduct. Dit is dat de plaats van putten en mantelbuizen precies bekend is. Alle voorkomende werkzaamheden kunnen we via de putten uitvoeren. Een detectiesysteem in de putten signaleert automatisch lekkages in leidingen. Sinds de aanleg van utilityducts is geen schade meer ontstaan aan kabels en leidingen in het Lloydkwartier.

Oplossing voor ruimtegebrek
Utilityducts zijn daarnaast een oplossing voor ruimtegebrek in de ondergrond. Kabels en leidingen worden sinds jaar en dag in de volle grond gelegd. De afgelopen tien tot vijftien jaar is het aantal kabels en leidingen in Rotterdam enorm toegenomen. Hierdoor is er op sommige plekken sprake van ruimtegebrek. Het toepassen van utilityducts biedt kansen om iets aan dit probleem te doen.

Proefproject
De utilityducts in het Lloydkwartier zijn onderdeel van een proefproject. We konden ervaring kunnen opdoen in een gebied waar ruimte was en nauwelijks oude kabels en leidingen lagen. In een gebied met veel kabels en leidingen in de ondergrond zijn utilityducts alleen bij grootschalige gebiedsontwikkelingen of grootschalige onderhoudswerkzaamheden rendabel.

Samenwerkingspartners: Het systeem in het Lloydkwartier is ontworpen door de gemeente Rotterdam en aangelegd door de firma A. Hak. Beheer en onderhoud zijn in handen van de gemeente Rotterdam.

Contactpersoon: Ad Oskam, beheerder civiele kunstwerken

3) 20m diep! Archeologie Maasvlakte 2

Een nieuwe methode voor archeologisch onderzoek neemt ons mee naar zo’n twintig meter diepte onder water.
Op zoek naar archeologische resten van ongeveer 9.000 jaar geleden... Nergens ter wereld is ooit zo diep onder water zo systematisch en met succes archeologisch onderzoek gedaan. Tussen 2008 en 2013 vond de aanleg van Maasvlakte 2 plaats. Om dit nieuwe havengebied bereikbaar te maken voor scheepvaartverkeer, moest de voormalige Yangtzehaven verlengd en verdiept worden. Er kunnen in de bodemlagen op een diepte van 25 tot 17 meter beneden NAP archeologische resten aangetroffen worden. Daarom kwamen onze archeologen in actie. Op deze manier blijven waardevolle getuigenissen uit het verleden bewaard voor het nageslacht.

Vondsten
Uiteindelijk leidde de zoektocht tot de ontdekking van vele archeologische vondsten. Hieruit blijkt dat groepen jager-verzamelaars het duin in de Yangtzehaven regelmatig bezochten tussen 8.400 tot 6.500 voor Christus. De zeer vele vuursteenafslagjes en de vele vuurstenenwerktuigen laten zien dat mensen vuursteen bewerkten om er gebruiksvoorwerpen van te maken. Er zijn schrabbers, spitsen, stekers en boren gevonden. Er is ook een grote variatie aan botmateriaal van zoogdieren, vogels en vissen gevonden. De jager-verzamelaars jaagden onder meer op edelhert, ree, wild zwijn, bunzing, wezel, wilde kat, otter en bever. Daarnaast werd er gejaagd op vogels, vooral eenden. Naast de jacht was ook de visvangst erg belangrijk. Ook konden de onderzoekers uit botanische resten achterhalen wat mensen in die tijd aten.

Voor de Rotterdammer: oervondstchecker
Rotterdammers die wandelen op het Maasvlaktestrand kunnen archeologische vondsten en fossielen direct laten onderzoeken. Dat kan via een app op hun smartphone of later thuis via de website. Deze ‘Oervondst Checker’ is gezamenlijk ontwikkeld door het Havenbedrijf Rotterdam, gemeente Rotterdam en het Natuurhistorisch museum Rotterdam.

Meer informatie: 20metersunderwater.nl

Contactpersoon: Dimitri Schiltmans, archeoloog gemeente Rotterdam, 06 - 229 074 41.

Samenwerkingspartners: Het Havenbedrijf Rotterdam gaf de opdracht aan het Bureau Oudheidkundig Onderzoek Rotterdam (BOOR) alle onderzoeken te begeleiden. Archeologen, ingenieurs, geologen, fysisch geografen, bot-, zaden-, pollen-, houtskool-, vuursteen- en gebruikssporenspecialisten van onder meer

  • Deltares
  • TNO Geologische Dienst
  • Universiteit Utrecht
  • ADC ArcheoProjecten
  • Rijksuniversiteit Groningen
  • ArchaeoBone
  • Stichting LAB
  • BIAX Consult
  • Technische Universiteit Delft
  • aannemer Projectorganisatie Uitbreiding Maasvlakte (PUMA)
  • Havenbedrijf Rotterdam

voerden de (vervolg)onderzoeken uit. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed begeleidde de onderzoeken op de inhoud en fungeerde als toezichthouder.

1) Parkeersensoren

Een technologische innovatie; met sensoren bepalen we of een parkeerplaats op straat bezet is. De bezettingsinformatie is real time beschikbaar en geeft veel mogelijkheden voor bereikbaarheidsdiensten. Daarnaast meten we het tijdstip van aankomst en vertrek en dus de parkeerduur. De innovatie is nog in ontwikkeling.

In de gaten houden of een parkeerplaats bezet is levert actuele informatie op over beschikbare parkeerplekken. Deze informatie kan worden aangeboden aan bijvoorbeeld ontwikkelaars van applicaties en navigatiesystemen. Zo kunnen bezoekers worden geïnformeerd over de parkeermogelijkheden. Voor parkeergarages en P+R terreinen is deze informatie al beschikbaar, voor straatparkeren nog niet. Als deze data voor bijvoorbeeld het gehele centrum beschikbaar is, kan dit leiden tot een vermindering van het zoekverkeer. En dit levert weer een bijdrage aan de milieudoelstellingen: minder zoekverkeer = minder uitstoot.

Er worden twee technologieën getest:

  1. Sensoren in het wegdek
  2. Optische sensoren, bevestigd aan gebouwen en lichtmasten.De optische sensoren meten niet alleen de bezetting maar ook de vrije ruimte. Met bijvoorbeeld een app kunnen ze gebruikers informeren of er voor hun auto nog plaats is.

Meer informatie: Ties de Groot, 06 - 512 661 35

1) Draingoot bij zandverstuiving

In Hoek van Holland raakten kolken steeds vol met zand, waardoor het riool verstopte en het water bleef staan. De lijngoot waarin een drain is gelegd lost dit op. Deze door een eigen medewerker van de gemeente Rotterdam bedachte oplossing blijkt prima te werken. De lijngoot met grind die voorzien is van een drainageslang houdt het zand tegen. Hierdoor raakt het riool minder vaak verstopt en er minder onderhoud nodig is. Dit bespaart veel inzet, tijd en geld.

Info voor de professional
Gebruikte materialen: lijngoot Faserfix Super200 inclusief 70x afdekking (L=500mm), PE drainage 160mm met PP700 omhulling en fijn grind.

Contactpersoon: Sander van Toor,  medewerker objectbeheer wegen gemeente Rotterdam

2) Klimaatkolk

De ‘duurzame overstortkolk’ of ‘klimaatkolk’ is een ‘eigen’ uitvinding en draagt bij aan droge voeten voor de Rotterdammer. Het is een mooie oplossing om wateroverlast op straat te voorkomen. Regen komt door de overstortkolk niet in het riool terecht. De kolk heeft een hellend vlak zodat regenwater niet op straat blijft staan. Omdat er geen opstaande trottoirband is neergelegd, kan het water makkelijker de weg afstromen richting berm of sloot.

Voordelen
Met deze innovatie gaan wij wateroverlast op straat tegen. Ook voorkomen we piekbelastingen van het riool bij stortbuien. We verminderen ook de CO2-uitstoot omdat het regenwater niet verwerkt hoeft te worden.
Vanuit het perspectief van het beheer van de stad heeft de kolk ook een aantal belangrijke voordelen. De normale kosten voor het verwerken (‘bemalen’) en zuiveren van het regenwater dat in het rioolstelsel terechtkomt dalen. En we zouden in de Rotterdamse straten een kleiner riool kunnen aanleggen. Dat zou aanzienlijk schelen in aanleg- en onderhoudskosten.

Plekken in de stad
Er liggen tien klimaatkolken op de Matlingeweg (bedrijvenpark Noord-West). Omdat de ervaringen positief zijn, gaan we ze in de hele stad aanleggen (waar dat technisch mogelijk is). Bekijk het filmpje.

ContactpersoonAndré van Strijen, constructeur en bedenker van de klimaatkolk

1) Speelplek Amelandseplein

Het Amelandseplein is een samenspeelplek: kinderen met en zonder beperking worden uitgedaagd om hier samen te spelen. In Rotterdam zijn 1.270 openbare speelplaatsen. Van hele kleine tot grote speelpleinen.Veel speelplekken zijn niet toegankelijk voor kinderen met een beperking. Kinderen met een rolstoel bijvoorbeeld kunnen niet bij de speeltoestellen komen omdat er zand op de grond ligt. Of ze kunnen niet op de toestellen spelen.

Voor alle kinderen
Bij de herinrichting van speelplek Amelandseplein is bij het ontwerp al rekening gehouden met kinderen met een beperking. De toegankelijkheid, de voorzieningen en de speeltoestellen van de speelplek zijn geschikt voor álle kinderen, met en zonder beperking.

Meer samenspeelplekken in Rotterdam
De Speeltuinbende van NSGK onderzocht met de gemeente of er meer openbare speelplekken mogelijk zijn waar álle kinderen samen kunnen spelen. Bij het aanleggen of opknappen van grotere speelplekken in Rotterdam houden we voortaan rekening met de voorwaarden voor een goede samenspeelplek.

2) Glow-in-the-dark basketbalveld

Het eerste glow-in-the-dark basketbalveld in de openlucht bevindt zich op Krajicek Playground Schuttersveld (Crooswijk). Als het ’s avonds donker is, gloeit de belijning van het basketbalveld op.’s Avonds basketballen op Krajicek Playground Schuttersveld was nog nooit zo avontuurlijk. Behalve de gemeente vonden ook de Krajicek Foundation en het Job Dura Fonds dit zo speciaal, dat zij de aanleg mogelijk maakten. Naast het basketbalveld zijn op het Schuttersveld ook een nieuwe speelcontainer en een freerunparcours gerealiseerd.

Belijning en toplaag
Op het eerste glow-in-the-dark basketbalveld in de openlucht is belijning met een glow-in-the-dark strip en snippers onder een transparante coating laag toegepast. Dit in combinatie met een contrasterende rode coatinglaag als toplaag op het gehele basketbalveld. De belijning gloeit gedurende vier tot zes uur na, nadat deze is opgeladen met zonlicht en/of verlichting.
De lichtgevende belijning is op de coating met een stroefheid aangebracht, zodat de sporters bij nat weer hierop niet uitglijden. Daarnaast is de belijning strak aangebracht met een minimaal hoogteverschil, zodat de spelers geen belemmering ervaren in hun spel.

1) Schoon gedrag

Rotterdam verkent verschillende type interventies die schoon gedrag van de Rotterdammer stimuleren. Voorbeelden:

  • felgekleurde afvalbakken
  • voetstappen naar afvalbakken
  • opzichtige aspunten op de Lijnbaan
  • sensorverlichting bij ondergrondse containers (licht springt aan als bewoners hun zak plaatsen).

En ja, we gooien meer in de prullenbak en voelen ons veiliger. Dat blijkt uit het gedragsonderzoek van bureau Dijksterhuis & van Baaren in Feijenoord. Zij onderzochten een aantal interventies in de Dordtselaan over schoon en veilig. Eén van de Rotterdamse straten met veel zwerfvuil.

Interventies:

  • Groene voetstappen naar groene prullenbakken. De opvallende kleur met de voetstappen leiden automatisch naar de duidelijk zichtbare en logische plek om afval in te gooien.
  • Afbeeldingen van ogen op ooghoogte. Door deze ogen voelen mensen zich bekeken en gedragen ze zich meer volgens de sociale norm.
  • Portretten van local hero’s (winkeliers). Dat roept op tot respect en straalt uit dat buurtbewoners eigenaar zijn van hún straat.
  • Afbeeldingen van warme menselijke interactie (moeders en baby’s) gecombineerd met woorden en afbeeldingen die associëren met veilige gevoelens. Denk aan liefde, warm, safe, behulpzaam, respect.
  • Banieren met ‘Welkom in onze Dordtselaan’. Gevoel van verbondenheid vergroten en voorbijganger laten weten dat bewoners op hun straat letten.

Resultaten
De belangrijkste conclusie van het onderzoek is dat de interventies ervoor zorgen dat méér mensen afval in de prullenbak gooien. Ze gooiden zelfs twee keer meer papiertjes in de prullenbak dan in de controlestraat, de Oranjeboomstraat.

Hoe verder
De gemeente past de onderzochte interventies in verschillende varianten toe op tien plekken in de stad. Dat gaat om straten waar veel zwerfvuil ligt omdat mensen het daar op de straat gooien.

Meer informatie: Wijkveiligheidsactieprogramma
Dijksterhuis en van Baaren is een onderzoeksbureau gespecialiseerd in gedragsverandering.

2) Meer afval in groene prullenbakken

Groene prullenbakken halen bijna tweederde meer afval op dan de huidige grijze bakken. Dat blijkt uit een gedragsonderzoek Dijksterhuis en van Baaren (D&B) in opdracht van de gemeente Rotterdam. Zij onderzochten het effect van felgekleurde groene bakken tegenover grijze bakken met een felgroene sticker en grijze bakken zonder iets.

Onderzoeksresultaten
De verschillende varianten afvalbakken werden in te vergelijken Rotterdamse straten geplaatst:

  • Crooswijkseweg
  • Stationssingel
  • Zwart Janstraat
  • Provenierstraat
  • Benthuizerstraat
  • Beijerlandselaan.

Uit een voor- en nameting bleek dat de groene bakken aantoonbaar meer afval ophaalden dan de sticker- en de controlebakken. En dat de stickerbakken meer afval ophaalden dan de controlebakken. 
Vaak handelen mensen onbewust omdat ons maar beperkt ergens bewust van kunnen zijn. Dit onbewuste gedrag kan gestuurd worden door nudges te gebruiken. Een nudge is een verandering in de context waarbinnen het gedrag plaatsvindt en stuurt het gedrag. Het kleuren van de afvalbakken werkt als een nudge. De felle kleur zorgt ervoor dat de afvalbak meer in het oog springt en zorgt ervoor dat mensen er eerder naartoe lopen.

Vervolg op onderzoek Dordtselaan
Het onderzoek was een vervolg op het onderzoek ‘Een schone boel en een veilig gevoel’, ook van D&B. Zij ontwikkelden interventies vanuit de gedragspsychologie om mensen te stimuleren minder te vervuilen en zich veiliger te voelen. De combinatie van gekleurde bakken, voetstappen, woordenwolken en afbeeldingen van ogen en local heroes bleek effectief voor het vuilgedrag en veiligheidsbeleving. Mensen gooiden meer dan twee keer zoveel afval in de afvalbak en voelden zich ook veiliger.

Hoe verder
Op korte termijn wordt onderzocht wat de toegevoegde waarde is van groene prullenbakken op OV-punten. Dit gebeurt met vulgraadmeters. Daarnaast worden de langetermijneffecten onderzocht. Halverwege 2017 wordt bekeken of en hoe de groene afvalbakken onderdeel worden van het buitenmeubilair.

1) Fietscomfortmeting

De technische kwaliteit van de fietspaden in Rotterdam is goed. Maar om de fietser écht te ondersteunen, moet het comfort omhoog.De huidige inspectiemethodes kijken niet naar het comfort zoals fietsers dat ervaren. De fietscomfortmeting brengt daar verandering in. De nieuwe lasertechniek geeft precies aan wat de fietser echt voelt onder het fietsen. Er is met een fietspanel getest wanneer een hobbel of oneffenheid als vervelend wordt ervaren.

Slim beheer
De kwaliteit van het Rotterdamse fietsnetwerk wordt digitaal zichtbaar in Google Earth. Zo kunnen we snel en gericht de belangrijkste knelpunten aanpakken en ons onderhoud slimmer plannen. Dit bespaart heel wat tijd en geld. We kunnen zelfs de wachttijden bij verkeerslichten meten. Zo ontstaat een een totaalbeeld van de kwaliteit van het fietsnetwerk.

Samen met de Rotterdammer
Op termijn kunnen Rotterdammers met een speciale app zelf onder het fietsen automatisch hobbels en oneffenheden registreren. Door deze gegevens te koppelen, krijgen we een real time beeld van de kwaliteit van fietspaden.

Samenwerkingspartner: KOAC-NPC

Contactpersoon: Leonard van der Velde, assetmanager wegen en openbare verlichting gemeente Rotterdam.

2) Strooimanagement

Gemeente Rotterdam is verantwoordelijk voor de gladheidbestrijding in de stad. Ze zet zich in om gladheid zo veel mogelijk te voorkomen. Voor de gladheidbestrijding wordt een nieuw strooimanagementsysteem aangeschaft. Dit ondersteunt  de inzet van het materieel van de Winterdienst van begin tot eind.

Hoe werkt het strooimanagementsysteem?
De strooiroutes worden in de cabine van de strooivoertuigen digitaal aangeboden. Zowel op scherm als met een gesproken instructie. Zo wordt de chauffeur over de route begeleid. Dit is vergelijkbaar met de bekende navigatiesystemen. Tijdens het rijden krijgt de chauffeur aanwijzingen over de te rijden route.
D strooibreedte, het strooipatroon en de aan/uit knop voor het strooien worden automatisch ingesteld met GPS. Hierdoor staan de instellingen altijd goed voor een bepaalde route. De chauffeur hoeft tijdens het rijden geen knoppen meer te bedienen. Dit levert een besparing op strooizout, het is milieuvriendelijker én veiliger op de weg. Zo wordt het strooizout met dit systeem beheerd. Voorraadbeheer en verbruik per route zijn daardoor snel inzichtelijk. Daarnaast kan het strooien live gevolgd worden. Zo kunnen eventuele hiaten snel worden hersteld.
Naar verwachting zal er binnenkort gewerkt gaan worden met het strooimanagement systeem.

Meer informatie over gladheidsbestrijding.

3) Modern wintersteunpunt Noord

Het wintersteunpunt Noord van 5.000 vierkante meter is verbouwd tot een van de modernste van Europa. De 38 wagens worden op een efficiënte manier en bijna volledig mechanisch omgebouwd naar strooiwagens.Daardoor kunnen de strooiers vlotter de weg op om de gladheid te bestrijden ten noorden van de Maasoever. Met een hijsinstallatie worden de veegwagens omgebouwd tot strooiwagens. Dit bespaart mankracht en tijd wanneer wordt besloten de weg op te gaan.

Zout
Het steunpunt is uitgerust met een zoutblazer. De zoutblazer blaast het zout uit de zout bulk naar houten zoutsilo’s. Zo worden twee houten zoutsilo’s mechanisch voorzien van elk 35.000 kilo zout. De strooiwagens kunnen zo in korte tijd worden bevoorraad. Dit is minder arbeidsintensief, snel, efficiënt en veilig. Als de weersverwachtingen vorst voorspellen worden de strooiwagens vooraf klaargezet. Zo zijn wij snel klaar wanneer gladheid dreigt en gaan wij binnen 1 uur na besluitvorming op pad.
Bij het strooien wordt het strooizout gemengd met natzout. Het natzout maken wij met oppervlaktewater uit de Schie. Door te strooien met natzout hecht het zout beter aan het wegdek. Zo hebben we minder strooizout nodig en komt er minder zout in het milieu terecht. De wagens worden via een ringleiding voorzien van natzout.

Duurzaam
De loods wordt volledig verlicht met LED verlichting. In Rotterdam strooien we uit voorzorg. We gaan daarom vaak 's nachts op pad.Daarom dragen we daarmee bij aan een beter milieu. Het aantal lux is aangepast op de ruimte. Zo hebben wij minder lux nodig in de opslagruimte voor zout en iets meer voor in het werkgedeelte. 
Het steunpunt is voorzien van een houten vlinderdak. De constructie zorgt voor een constante verse luchtstroom in de loods. Dit is erg belangrijk door de uitstoot van de vrachtwagens. Daarnaast: ‘hout houdt van zout’, het zout trekt in het houten dak en maakt het dak hiermee duurzamer.
De strooiwagens worden met een professionele spoelinstallatie schoongespoeld met oppervlaktewater uit de Schie. Hiervoor wordt geen drinkwater gebruikt. Binnen het uur is de hele vloot van 38 wagens gespoeld. Het goed spoelen van de strooiwagens draagt bij aan goed onderhoud van deze wagens. Het verlengt daarmee ook de levensduur van het materieel. Het spoelwater wordt opgevangen in het Olie Benzine Afvalscheiding (OBAS) waterreservoir. Dat filtert de olie, benzine en afvalstoffen uit het water. Deze materialen worden als chemisch materiaal verwerkt. Het gefilterde water wordt afgevoerd via het riool.

Meer informatie over gladheidbestrijding.

1) Lightmapping

Met lightmapping brengen we kunstlicht in kaart. Nachtfoto’s geven ons veel informatie. We zien in één oogopslag waar lichtmasten ontbreken, waar extra verlichting nodig is of waar het een tandje minder kan.Om lichtvervuiling voor bewoners te voorkomen. Met de informatie uit de nachtfoto’s kunnen we het lichtniveau bepalen en aanpassen. Zo dragen we bij aan een veilige en leefbare stad én een beter milieu door energiebesparing.

Rotterdam heeft in 2015 voor het eerst nachtluchtfoto’s laten maken als een van de eerste gemeenten in Nederland. We maken een combinatie tussen de luchtfoto’s en beheerkaarten met stadsverlichting. Hiermee kunnen we de kwaliteit van de openbare verlichting verbeteren.

Nachtfoto’s leveren mogelijk betere meting lichtsterkte
Uitgezocht wordt of lightmapping een beter middel is om de lichtsterkte buiten te meten. De lichtsterkte is  een hoeveelheid licht op een bepaald oppervlak. Nachtfoto’s leveren een aantal voordelen op ten opzichte van de huidige manier van het meten van de lichtsterkte. Het meten wordt nu ter plekke gedaan. Met nachtfoto’s is het niet meer nodig voor de metingen naar ‘buiten’ te gaan. De huidige metingen meten de horizontale verlichtingssterkte. Hierbij wordt geen rekening gehouden met de eigenschap van de ondergrond. Verblijfsgebieden met een donkere ondergrond worden door mensen donkerder ervaren dan gebieden met een lichtere ondergrond. Bij nachtluchtfoto’s is de reflectie van de straatoppervlakte te zien en kan mogelijk wel rekening gehouden worden met de ondergrond. Er is uitgezocht of met nachtluchtfoto’s een betere lichtsterkte gemeten kan worden. Hiervoor zijn, in dezelfde periode dat de luchtfoto’s gemaakt werden, op de grond referentiemetingen gedaan. De resultaten worden momenteel geanalyseerd.

Toestemming en privacy
Bij lightmapping wordt niet zomaar in de nacht boven Rotterdam gevlogen. Voor de vluchten in 2015 was toestemming van de luchtverkeersleiding nodig en is vooraf de DCMR geïnformeerd. De vlieghoogte is 1.500 meter. Omdat het nacht is, zijn alleen de verlichte delen (wegen, straten, pleinen en andere openbare terreinen) op de nachtfoto’s te zien. Om de privacy extra te garanderen zijn de foto’s in een lage resolutie genomen. De resolutie is twee keer zo laag als bij gewone luchtfoto’s: 15 cm in plaats van 7,5 cm.

2) Glow-in-the-dark fietspad

Op het fietspad van het Langepad in het Kralingsebos, was het ’s avonds en ’s nachts erg donker. Hier is een nieuwe lichtgevende belijning aangebracht met een sprookjesachtig effect.In december 2016 is de proef gestart met 200 meter aan beide zijden. De looptijd van de pilot is ongeveer een jaar om betrouwbare uitspraken te kunnen doen over de werking. In de winterperiode 2017- 2018 gaat de gemeente ook nog meten. De uitkomsten en eindevaluatie komen in het 2e kwartaal van 2018.

Stralen
De wegmarkering neemt overdag licht op en straalt dat licht 's avonds en 's nacht weer uit. De belijning is gemaakt van hybride composiet. Dat is een materiaal dat veel langer meegaat dan de huidige belijning en tegen pekel bestand is. Voor de test in Rotterdam wordt een extra lichtgevend materiaal toegepast op de grootste testplaats van dit moment.

Samenwerking: Rotterdam werkt in deze proef samen met marktpartijen Smits Neuchâtel Infrastructuur en Senlima met hun nieuwe product FloWithDGlow. De glow-in-the-dark belijning is gebaseerd op persistente fotoluminescentie.

1) Proef hindervrije duikervervanging geslaagd

Een duiker in de Klompenmakerstraat (Hoogvliet) is op een innovatieve manier vervangen. In plaats van het uitgraven van de oude duiker, werd een nieuwe duiker om de oude aangebracht. Daarna werd de oude verwijderd. Voordelen? Minder overlast. Minder bouwtijd. En geen afsluitingen, graafwerkzaamheden, verleggingen van kabels/leidingen of andere herstelwerkzaamheden.

In Rotterdam liggen ongeveer 1500 duikers. Deze constructies spelen een belangrijke rol in het garanderen van de doorstroming van talloze watergangen. Ze zijn onmisbaar voor het op het gewenste peil houden van het water. Het overgrote deel van de duikers is aan vervanging toe; door ouderdom, gebreken of veranderende eisen. In veel gevallen is onderhoud lastig door de moeilijke bereikbaarheid van de duiker. Daarom is gezocht naar een nieuwe manier om duikers te vervangen. Met niet alleen aandacht voor een lange levensduur en een lage onderhoudsbehoefte. Maar ook voor samenwerking in de ondergrond en het zoveel mogelijk beperken van hinder voor de omgeving. Want duikers bevinden zich vaak onder wegen en kabelstroken. En afsluitingen door open ontgravingen, zorgen voor hinder voor mensen in binnenstedelijk gebied. Los van mogelijke schades aan bestaande objecten zoals bomen, bestratingen en huizen in de buurt van een duiker.

Pilot
Het idee ontstond om de bestaande duiker niet te verwijderen. Er is een nieuwe glasvezelversterkte kunststof duiker om de bestaande heen aangebracht. Daarna is de oude betonnen duiker verwijderd. Dit gebeurde op een sleufloze manier: persen. Bij de pilot in Hoogvliet is nauw samengewerkt met Firma Dubbink BV. Zij ontwikkelden als enige partij in Nederland een soortgelijke duikermethode. Ze waren bereid de uitdaging voor een duikervervanging op deze spectaculaire manier in de praktijk aan te gaan.

Eerste inzichten
Deze nieuwe, innovatieve manier van hindervrije duikervervanging zorgen voor een aantal eerste inzichten. Zo is het opengraven, het verlegen van kabels en leidingen, het beschermen van bomen en het herstellen van bestrating/verharding niet meer nodig. Ook neemt de voorbereidingstijd af. Er zijn namelijk geen vergunningen voor het verleggen van kabels en leidingen meer nodig. Het seriematig en modulair ontwerp zorgt voor efficiënte in zowel voorbereiding als uitvoering. De nieuwe methode reduceert de bouwtijd met ongeveer 75 procent. En, last but not least: deze nieuwe methode van duikervervanging zorgt voor een stuk minder overlast voor de directe omgeving.

Evalueren en vooruitblik
Deze eerste proef met de nieuwe methode van hindervrije duikervervanging is geslaagd en smaakt naar meer. Op dit moment worden de bevinden en uitkomsten grondig geëvalueerd. Zo wordt duidelijk hoe we de aanpak structureel in het Rotterdamse werken kunnen inbedden.

2) Rotterdamse pilot biologisch baggeren

Rotterdam experimenteert in Charlois, IJsselmonde en Pernis met biologisch baggeren. Door het gebruik van biologische korrels wordt de sliblaag in het water zelf afgebroken.

Hierdoor is er geen zwaar materieel nodig om het slib uit het water te halen en af te voeren. Door deze methode wordt het milieu veel minder belast. Het ecologisch evenwicht van het water hersteld, waterplanten krijgen meer kans en algengroei neemt af. Ook wordt het water helderder en kan op lange termijn de waterkwaliteit verbeteren. Biologisch baggeren is vooral geschikt als de bagger in de watergangen, zoals singels, komt door bladafval en afstervend organisch materiaal. Het gaat dan om watergangen waar veel bomen of groen in de buurt staan.

Pilot
Het biologisch baggeren wordt uitgevoerd met het product Bio-Vase. Deze korrel breekt het organisch materiaal af. Voordeel is dat deze afbraak snel gaat en er geen stank vrijkomt. Vooraf wordt een nulmeting uitgevoerd. Dit gebeurt met een onbemand radiografisch bestuurbaar bootje. De vermindering van de sliblaag wordt elk kwartaal gemeten. Ook worden er analyses van de waterkwaliteit gedaan.

Drie plaatsen
Het biologisch baggeren wordt uitgevoerd door Dutch Water Tech, bij de watergangen

  • aan de Vaanweg, achter de Texaco (Charlois
  • in de Bolnessevliet (IJsselmonde)
  • bij de voormalige volkstuin aan de oude Pernisseweg (Pernis).

1) Urban Waterbuffer Spartastadion

Door klimaatverandering hebben steden steeds vaker te maken met wateroverlast (bij intense neerslag) en watertekort (bij lange droogte). De Urban Waterbuffer is een vernieuwend idee om hemelwater van het Spartastadion op te vangen. Het wordt ter plaatse gezuiverd, opgeslagen en hergebruiken. Bijvoorbeeld om het veld te sproeien.

Opgaven koppelen
In Rotterdam koppelen we daarom water- en klimaatopgaven aan sociale en fysieke opgaven. We zijn voortdurend op zoek naar vernieuwende ideeën en toepassingen, zoals de Urban Waterbuffer. Dit idee is ontwikkeld door de groep ‘Urban Waterbuffer’. Hierin zitten overheden, kennisinstellingen en bedrijven. Bijvoorbeeld de gemeente Rotterdam, het Hoogheemraadschap van Delfland en Evides Waterbedrijf. Het doel van de waterbuffer is om regenwater ter plaatse te zuiveren en in de ondergrond te bergen en vast te houden. Zonder daarbij de functies van het maaiveld aan te tasten. Hiervoor wordt het 1e watervoerend pakket (Pleistoceen) gebruikt voor infiltratie, opslag en winning van hemelwater via putten.

Hemelwater in Spangen
Het Sparta Stadion in Spangen is één van de vier projecten in Nederland waar we een Urban Waterbuffer willen maken. Dit wordt gedaan door Stadsbeheer en Stadsontwikkeling in samenwerking met het Urban Waterbuffer consortium. Het is om meerdere redenen interessant:

  • Sparta gebruikt jaarlijks tot 15.000 m³ drinkwater voor het beregenen van het veld. Zonde! Laten we daar regenwater voor gebruiken
  • Spangen heeft een tekort aan waterberging. Bij hevige neerslag wordt wateroverlast in de wijk ervaren
  • Het Nederlandse grondwater is belangrijke bron voor drinkwater, landbouw en industrie, maar raakt steeds meer verzilt. Het infiltreren van hemelwater gaat verdere verzilting tegen

De bedoeling is om zo’n groot mogelijk oppervlak in en rond het stadion af te koppelen en te zuiveren. En te infiltreren voor latere beregening vanuit de bron. Wordt vervolgd!

Meer informatie: neem contact op met Bas de Wildt of Bert de Doelder

Dit project wordt uitgevoerd door:

  • KWR Watercycle Research Institute
  • Wareco
  • Field Factors
  • Codema B-E De Lier
  • Evides Waterbedrijf
  • gemeente Rotterdam
  • gemeente Den Haag
  • gemeente Rheden
  • Hoogheemraadschap van Delfland
  • Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard
  • Stowa
  • Stichting Rioned.

Deze activiteit is deels gefinancierd uit de Toeslag voor Topconsortia voor Kennis en Innovatie (TKI’s). Dit komt van het ministerie van Economische Zaken.

2) Water Sensitive Rotterdam

De Robert Fruinstraat is een ‘gewone’ straat in de wijk Middelland, tussen Centrum en Delfshaven. In deze straat zijn plannen om de riolering, gas en elektriciteitsnet te vervangen.Een mooie aanleiding om zaken te veranderen!

Afstemming en samenwerking
We willen als gemeente steeds vaker en beter werkzaamheden in een buurt of straat met elkaar afstemmen. Dat betekent samenwerking met andere instanties, zoals onder andere het elektriciteitsbedrijf. Zo hoeft een straat bijvoorbeeld maar één keer open. Tegelijkertijd kunnen we met bewoners in de buurt of straat nadenken over mogelijkheden in de straat. Wat kan anders, wat kan beter? Bijvoorbeeld de opvang van hemelwater.
De straat kan een voorbeeld zijn voor alle straten die te maken krijgen met de vervanging van het riool. Bewoners, instellingen, bedrijven en eigenaren van de Robert Fruinstraat mochten samen schetsen aan een mooiere, betere en duurzamere straat. Samen met de gemeente. Een straat met een plus.

Workshops

In de periode van mei 2016 tot juni 2016 zijn drie workshops gehouden in de Robert Fruinstraat. Het resultaat van deze workshops is een eindbeeld voor de straat. In dit eindbeeld komen de dromen, wensen, ambities en ideeën van bewoners, instellingen, bedrijven en eigenaren terug. Met dat eindbeeld wordt een voorlopig ontwerp van de straat gemaakt. Als het voorlopig ontwerp klaar is, wordt het aan de bewoners en instanties van de straat gepresenteerd. Hierop wordt een definitief ontwerp voor de Robert Fruinstraat ontwikkelt. Daarin zijn de getoonde maatregelen uit het eindbeeld zo goed mogelijk geïmplementeerd.

Meer informatie: Stuur een e-mail, kijk op Facebook.

3) Waterweg in de Hoevebuurt

Het vasthouden van regenwater draagt bij aan het verminderen van overlast bij extreme neerslag. Het is ook goed voor de sponswerking van de stad. Daarom scheiden we het vuile water van het schone water. Door het gebruik van waterpasserende verharding stroomt er minder water in het riool. Ook gaat er minder water naar de zuivering. Dat betekent

  • minder transport (via het rioleringssysteem)
  • minder kosten omdat er minder schoon regenwater naar de waterzuivering gaat.

Proef in Hoevebuurt
In Rotterdam wordt al langere tijd gewerkt met waterpasserende verharding in de vorm van betonstenen. Maar nog niet voor gebakken stenen. Het toepassen van waterpasserende verharding in klinkergebieden was daardoor nog niet mogelijk, maar wel wenselijk. Om uit te zoeken welke gebakken steen het best water laat passeren, wordt in de Hoevebuurt een proef gedaan. Dit is in Rotterdam Centrum, het gebied achter het Centraal Station. Hierbij gebruiken we drie verschillende soorten stenen en verschillende soorten voegvulling. Daarnaast wordt in de Hoevestraat de waterpasserende klinker met viltjes toegepast. Een viltje is een alternatief voor de voegvulling die anders uit split bestaat. De huidige proef is om te kijken of de verharding voldoende water laat infiltreren. En wat mogelijke gevolgen voor het wegdek zijn.
Rotterdammers kunnen zelf ook een actieve rol spelen bij de wateropgave in hun stad. Sort bijvoorbeeld bij het ophogen van tuinen zand en grond niet rechtstreeks op de straat. Gebruik bijvoorbeeld een zeiltje.  Hierdoor blijven de voegen beter open. Dat is beter voor de doorstroming van het water.

Metingen
Er worden metingen uitgevoerd om te bepalen hoeveel water de verschillende soorten klinkers en voegen doorlaten. Ook wordt een inschatting gemaakt van wat de vervuiling doet met de waterpasserendheid. En hoe vaak onderhoud aan de voegen nodig is.

1) Wegbelijning met koudplast

Op drukke plaatsen in Rotterdam en op plekken met veel ‘wringend verkeer’ (in bochten) slijt de traditionele markering met thermoplast snel. Zo snel dat jaarlijks onderhoud nodig is. Koudplast is duurzamer want gaat langer mee dan traditionele markering. Hierdoor is op plaatsen met hoge slijtage minder onderhoud nodig. Daarmee gaat de CO2-footprint van koudplast omlaag.  
Daarnaast zijn door het terugbrengen van onderhoudswerkzaamheden minder tijdelijke verkeersmaatregelen nodig. Verkeerspleinen en doorgaande wegen blijven beschikbaar, dus de stad blijft bereikbaar. Wegmarkeringen aangebracht met koudplast zijn ook dunner. Het produceert minder  geluid als je eroverheen rijdt. Het materiaal heeft ook een hogere reflectiewaarde en is stroever. En dat is weer prettiger en veiliger voor bijvoorbeeld motorrijders.

Proefvak
De toepasbaarheid van koudplast op nieuwe deklagen heeft zich voor duurzaamheid, stroefheid en reflectiewaarde al bewezen. Bij een Rotterdams proefvak aan de Molenvliet, in Rotterdam-Zuid, is in de maand oktober 2019 koudplast aangebracht. Hier wordt gekeken of koudplast ook meerwaarde heeft als het wordt toegepast op bestaande en verouderde traditionele belijning.

Samenwerking: De Rotterdamse proefvakken met koudplast worden in opdracht van de gemeente Rotterdam aangelegd door de aannemer Markeer Service Versluys Mouwrik.

Contactpersonen: Matthijs Laan, beheerder wegen en Justin van Doorne, uitvoerder Specialistische Teams Uitvoering Werken.

2) Stil en reflecterend asfalt

Verkeerslawaai is een groot probleem in stedelijke omgevingen. Dit veroorzaakt gezondheidsproblemen bij bewoners. Stil asfalt verlaagt het verkeersgeluidsniveau effectief. Met het innovatieve asfalt op de Dorpsweg verminderen we ook de energiekosten voor de gemeente. De energierekening en CO2-productie van de gemeente wordt voor een groot deel bepaald door het energieverbruik van de openbare verlichting. De combinatie van stil asfalt met reflecterend asfalt is uniek. Het stille asfalt is een duurzaam type ‘steenmastiekasfalt’ dat het geluid reduceert. Door de toepassing van een witte steenslag heeft het oppervlakte van de weg een witte uitstraling. Hierdoor kan Ledverlichting met een lagere lichtintensiteit worden toegepast. Dit is goedkoper is en zorgt voor vermindering van CO2.

Slim beheer
Het nieuwe type steenmastiekasfalt is duurzamer dan de normale geluid reducerende deklagen. Hierdoor zijn de onderhoudskosten lager en gaat de weg langer mee. Ledverlichting is betrouwbaarder en zuiniger dan normale verlichting. Bovendien kan deze eenvoudig gedimd worden zonder dat de levensduur en de werking in gevaar komen. De werking kan op afstand worden gemonitord. Mogelijk is zelfs dynamische verlichting (licht dat aangaat als je er langsrijdt) toe te passen.

Samenwerking: Dura Vermeer legde het stille reflecterende asfalt aan.

Contactpersoon: Leonard van der Velde, assetmanager wegen en openbare verlichting.

3) Minder geluid met gerecyclede autobanden

Per dag rijden vele voertuigen over het nieuwe speciale asfalt van de Zevenkampseweg. In dit wegdek zitten per één kilometer rubberasfalt 1.250 autobanden verwerkt. Stil asfalt is vaak een efficiënte maatregel om de geluidshinder te verminderen. Het ultieme doel van producent Rubberpave is een geluidsvermindering van 10dB, ten opzichte van 4dB voor de huidige stille wegen.

Levensduur
Het nadeel van stille wegdekken is de poreuze structuur. Die is minder sterk dan normale asfaltconstructies. Daardoor is de levensduur vaak maar half zo lang. De markt zocht naar producten die langer meegaan. Het huidige mengsel met gerecyclede autobanden zou tien jaar mee moeten gaan. We proberen er zelfs 14 jaar van te maken. Stille wegdekken die langer mee gaan, dragen niet alleen bij aan de gezondheid van de Rotterdammer. Ze zorgen ook voor een besparing op onderhoudskosten. Het doel is om ook de geluidsprestaties even lang mee te laten gaan.

Samenwerking: Rubberpave is gezamenlijk ontwikkeld door het Asfalt Kennis Centrum, Versluys Bodegraven, H4A uit Sluiskil en Jansma Drachten. Het Rubberpave op de Zevenkampseweg wordt aangelegd door Van Kessel bv.

Contactpersoon: Leonard van der Velde, assetmanager wegen en openbare verlichting

Aanvullende info voor de professional
Het rubberbitumengranulaat ontstaat door het speciale mengproces in een fabriek. Hierbij wordt het rubbergranulaat eerst 24 uur gemengd met het bitumen. Door dit product te pelleteren, kunnen we het langer bewaren en daarna toevoegen aan de asfaltmenger.

Meer informatie

Meer weten? Neem dan contact op met Jeannette Kramer-Van der Does.