Monument De Vallende Ruiter
Gepubliceerd op: 01-05-2020
Geprint op: 20-09-2020
https://www.rotterdam.nl/wonen-leven/de-vallende-ruiter/
Spring naar het artikel

De Vallende Ruiter (Il Grande Miracolo) is een bronzen beeld van de Italiaanse beeldhouwer Marino Marini. Het staat op de Mijnsherenlaan en dient als monument ter nagedachtenis aan de Duitse vergeldingsactie van 12 maart 1945.

’s Ochtends vroeg halen de Duitsers 40 Nederlandse mannen uit de Scheveningse gevangenis en het politiebureau Haagsche Veer. Ze worden in koelen bloede vermoord door een executiepeloton. Twintig mannen op het Hofplein en twintig op de hoek van de Pleinweg en de Goereesestraat op Zuid.

Executiepeloton

Monument De Vallende Ruiter.

‘Schoten klinken, twintig mannen vallen neer. Alfred Rest, de luitenant van de Ordnungspolizei die het executiepeloton heeft aangevoerd, beveelt zijn manschappen weer in de vrachtwagens te klimmen, waarna de Duitse colonne de Pleinweg oprijdt, terug naar het hoofdkwartier op de Rechter Maasoever. De twintig lijken blijven tot vier uur ‘s middags tegen het flauwe talud liggen. Drie politiemannen van het bureau Sandelingplein houden er de wacht bij. Ze zien hoe, kort nadat de Duitsers vertrokken zijn, uit het doktershuis aan de overkant van de Pleinweg de in zijn witte jas geklede huisarts Lamberts komt aanlopen. Hij gaat langs de rij mannen, bukt bij een paar van hen en voelt hun halsslagader. Verslagen loopt hij even later terug naar zijn huis.’

Fragment uit het boek ‘De Vallende Ruiter’ van journalist Aad Wagenaar

De herinnering van Bep van Beek

De heer Bep van Beek (78) is een knulletje van vier jaar als hij met zijn moeder op bezoek gaat bij zijn tante, die bij Maashaven woont. Ze gaan lopend en als ze aan het einde van hun straat de hoek omgaan, zien ze tegen een talud twintig mensen liggen. Een beeld dat hij nooit meer vergeet.

‘Ik had direct door dat deze mannen niet meer leefden’

Bep van Beek

Nooit vergeten

‘Mijn moeder wilde snel teruglopen, maar de Duitsers dwongen haar om erlangs te lopen én te kijken. ‘Doorlopen, doorlopen, niet kijken!’, fluisterde mijn moeder tegen mij. Maar ik keek natuurlijk toch. Ik had nog nooit eerder dode mensen gezien, toch had ik direct door dat deze mannen niet meer leefden. Een man droeg boerenklompen en dat beeld is me altijd bij gebleven. Zeer ontdaan kwamen we aan bij mijn tante. De fusillade was nog dagen het gesprek van de dag. Maar daar was ik mij als jochie verder niet zo van bewust. Het leven ging door. Ik heb er later geen last van gekregen, maar vergeten zal ik het nooit!’

Dodenherdenking op 4 mei

De heer Van Beek woont nog steeds op Zuid. Ieder jaar gaat hij naar de dodenherdenking bij De Vallende Ruiter. Nu legt hij op 4 mei een virtuele bloem bij het monument.

\