Walstroom
Gepubliceerd op: 12-03-2019
Geprint op: 03-06-2020
https://www.rotterdam.nl/werken-leren/walstroom/
Spring naar het artikel

Walstroom is een oplaadpunt voor organisaties en professionals die in Rotterdam werken voor kinderen en jongeren. Een oplaadpunt om samen te maken, samen te leren en samen te durven. Walstroom biedt praktijklabs voor complexe vraagstukken.

De drijfveer van Walstroom is dat we onze jeugd willen bieden wat werkt. Om kansrijk, veilig en gezond op te kunnen groeien in onze stad. Daarbij gaat het om

  • het te boven komen van problemen (curatie)
  • het weten voorkómen van problemen (preventie)
  • het nog sterker worden in waar je al goed in bent (amplitie).

Walstroom is in 2019 opgericht door de gemeente Rotterdam. Het oplaadpunt is voor en van alle organisaties en professionals die deze drijfveer delen.

Praktijklabs

In een praktijklab werken ongeveer acht personen aan een vraagstuk. In een periode van 3 tot 4 maanden bedenken zij een prototype van een oplossing. Daarna ontwikkelen zij dit prototype verder uit in de praktijk. Veel denk je uit door te doen.

Bij Walstroom maken we veel gebruik van design thinking. Dat betekent dat we een vraagstuk op een gestructureerde manier doorgronden, het uiteenrafelen en er een element uitlichten waarvoor het team vervolgens een oplossing zoekt. Het leren onderscheiden van feiten en aannames is daarbij waardevol. Er is ook aandacht voor het verbinden van ieders eigen missie aan het probleem en de oplossing. Zowel individueel als collectief. Dat is belangrijk om een gedragen en daarmee duurzaam antwoord te bedenken voor een vraagstuk.

Fases

Een praktijklab heeft drie fases: de voorbereidende fase, de ontwerpfase en de doorontwikkelfase. Hieronder vindt u de stappen in elke fase.

Hoe beter de voorbereiding, hoe groter de kans op succes. In deze fase bereiden we de start van het praktijklab voor.

  • Stap 1: Intake
    Individuele gesprekken met potentiële deelnemers
  • Stap 2: Collectieve start
    Het team formuleert een ontwerpvraag. Om daar te komen checken we beelden die we hebben over onze eigen ruimte, de anderen, het probleem en de mensen om wie het gaat. Het team wordt bewust van belangen en beelden en deelt zorgen. Zo kan het team de aannames onderzoeken die de kijk op het probleem of de doelgroep beïnvloeden en een oplossingsrichting in de weg kunnen zitten. Uitkomst is het collectief uitgesproken commitment om samen de reis af te leggen. Deelname door de deelnemers én hun opdrachtgevers.

In deze fase onderzoekt het team het probleem, formuleert het team de opgave waar zij nu voor staan, en ontwerpt het team een oplossing.

  • Stap 1: In kaart brengen
    Informatie bij elkaar leggen over het probleem en wat we weten van eerdere pogingen om het probleem op te lossen. Geen discussie of iets waar is of niet, maar het proberen te begrijpen. Van zo veel mogelijk perspectieven. Het kan zijn dat met de nieuwe inzichten het team de ontwerpvraag aanpast.
  • Stap 2: Onderzoeken: het échte probleem
    Zelf op onderzoek uitgaan om het probleem écht te begrijpen en aan te voelen. Het team gaat praten met de doelgroep en mensen die met de doelgroep werken, kijken waar ‘het’ gebeurt. Het kan zijn dat met de nieuwe inzichten in het probleem het team de ontwerpvraag (opnieuw) aanpast.
  • Stap 3: De opgave (presensing)
    Verbinden van de analyse uit eerdere fases met de droom van iedere deelnemer en het team als collectief. Voor welke opgave staan we eigenlijk? Vragen zijn: wat doen alle verworven inzichten met mij (mijn manier van kijken en denken)? Wat doen deze inzichten met de vraagstelling en ontwerpvraag? Welke droom hebben wij als team om in de oplossingen mogelijk te (helpen) maken? In het team spreken de deelnemers ieder hun droom uit en daaruit neemt het team de rode draad of draden om me verder te gaan.
  • Stap 4: Ideeën genereren
    Ideeën genereren en laten afvallen. De ideeën genereren is in alle vrijheid. Het team maakt hiervoor gebruik van collectieve kennis.
  • Stap 5: Concept ontwikkelen
    Een beschrijving van het product, dienst of interventie op hoofdlijnen. Dit kunnen ook meerdere concepten zijn.
  • Stap 6: Prototype testen en aanpassen
    Het zodanig uitwerken van het concept dat het team die in de werkelijkheid kan uittesten. Het product wordt getest of het werkt. U let hierbij op de aannames waarop het product is ontworpen. U test het product (bijv. een les, een aantal consulten van een nieuwe functionaris enzovoort), maakt dan in een iteratie aanpassingen, test het opnieuw, en gaat net zo lang door tot het product klopt. Het resultaat is een ‘minimal viable product’, zeg een soort ‘60-procentsproduct’.

In deze fase werkt de product-eigenaar, met hulp van het team, kort-cyclisch het prototype uit tot een bewezen effectief product. In sprints worden onderdelen verder uitgewerkt op basis van wat we in een eerdere cyclus hebben geleerd. De eigenaar van het product (de welzijnspartij, school, sportvereniging, enzovoort) is verantwoordelijk en vanuit het lab helpt het team in deze fase de product-eigenaar met het itereren.

Meer informatie

Heeft u vragen of wilt u nadere informatie? Neem dan contact op met innovatiehub Walstroom, walstroom@rotterdam.nl.

\