Geld enzo
Gepubliceerd op: 16-10-2019
Geprint op: 18-11-2019
https://www.rotterdam.nl/werken-leren/geld-enzo/
Spring naar het artikel
Foto: Jan van der Ploeg

Een groot aantal Rotterdammers leeft in armoede of heeft schulden. Hulpverleners hebben een belangrijke rol in het bespreekbaar maken van geldzorgen en het vinden van een oplossing. De online toolbox ‘Geld enzo’ helpt hierbij.

De gemeente Rotterdam werkt aan haar eigen dienstverlening op gebied van geldzorgen. Sadika Mouch is als werkconsulent betrokken bij een pilot van de gemeente Rotterdam waarbij er anders wordt gewerkt met inwoners met geldzorgen. Met dit project werken de trajectbegeleiders schulden nauw samen met onder andere werkconsulenten. Hoe zij dit in de praktijk doet, legt Sadika in dit filmpje uit:

'Geldzorgen herken je niet aan de buitenkant. Het is daarom belangrijk om het vertrouwen te winnen door laagdrempelig te communiceren en de klant centraal te stellen.'

Sadika Mouch - werkconsulent gemeente Rotterdam

Geldzorgen kunnen voor veel stress zorgen. Het is wetenschappelijk onderzocht dat langdurige stress negatieve effecten heeft op iemands denken en handelen. Het is belangrijk om hier rekening mee te houden in de gesprekken en dienstverlening. Op deze manier is het makkelijker om samen aan een oplossing te werken.  

Dit doet geldstress met iemand

Een tekening van twee handen om een verward hoofd
Foto: gemeente Rotterdam

Geldzorgen leveren vaak stress op. Wat gebeurt hierbij precies in iemands hersenen? En hoe kunt u deze persoon het beste aanspreken?
Fara Kambiz, specialist schuldhulpverlening, vertelt over stress-sensitieve dienstverlening.

Geldzorgen leveren vaak stress op. Wat gebeurt hierbij precies in iemands hersenen? En hoe kunt u die kennis gebruiken om deze persoon het beste aan te spreken? Fara Kambiz is specialist schuldhulpverlening bij de gemeente Rotterdam en werkte jarenlang met gezinnen met geldproblemen. Ze beantwoordt vier vragen over stress-sensitieve dienstverlening.

Wat doet stress met de hersenen?

‘Het IQ van mensen die erge stress ervaren kan tijdelijk met wel dertien punten zakken (bron: schaarste-theorie van Sendhil Mullainathan Eldar Shafir). Verder breekt stress de verbindingen af tussen de voorste delen van de hersenen en de achterste delen, wat duidelijk te zien is op hersenscans. Dat betekent dat iemand met stress de prefrontale cortex minder gebruikt. Dit deel van de hersenen reguleert emoties en impulsen, helpt bij langetermijndenken, en zorgt ervoor dat je meerdere dingen tegelijkertijd kunt doen.’

Welke uitwerking hebben geldproblemen en stress op een gezin?

‘Mensen gaan in de overlevingsmodus. Daardoor kan het gebeuren dat iemand die kinderopvangtoeslag krijgt, dit geld gebruikt om zijn kapotte tv te vervangen, in plaats van de rekening voor de kinderopvang ermee te betalen. Naast zorgen over de schulden hebben mensen verplichtingen ten opzichte van het gezin. Bijvoorbeeld om nieuwe kleding voor de kinderen te kopen. Als hier geen geld voor is, kan dit een gevoel van falen geven. Dit draagt vervolgens weer bij aan de schaamte die mensen toch al ervaren.’

Iemand met stress reguleert emoties en impulsen minder goed, en ook het langetermijndenken is niet optimaal.

Hoe kunnen hulpverleners hiermee omgaan?

‘Ik raad het aan om je mening over de situatie op dat moment achterwege te laten. Ook kun je de last van hun schouders nemen door te vragen: waar maak je je op dit moment het meest druk om? Kijk of je als hulpverlener bij die situatie kunt helpen. Als dat lukt, voelt de cliënt zich echt gezien. Dan ontstaat er vertrouwen en een enorm commitment voor het verdere traject, is mijn ervaring.’

Heb je nog een laatste tip?

‘Probeer je aan te passen aan het niveau van de persoon voor je. Heb het dus niet over het ‘stabiliseren van de financiële situatie’, want als iemand dit niet begrijpt, dan voelt hij zich waarschijnlijk dom. De kans is dan groot dat hij na het gesprek niet terugkomt voor een vervolg, ook al heb je dit gesprek met de beste bedoelingen gevoerd.’

Hoe gaat u het gesprek over geldzorgen aan?

Een tekening van drie opgestoken vingers.
Foto: gemeente Rotterdam

Hoe maak ik geldproblemen bespreekbaar met mijn cliënt? En vooral: hoe voorkom ik dat de persoon tegenover mij dichtklapt, of dat mijn vermoeden niet blijkt te kloppen?
Anne van Hoorn, trainer bij Ovora®, geeft zeven tips om het zoeken van verbinding centraal te stellen in de hulpverlening.

Hoe maak ik geldproblemen bespreekbaar met mijn cliënt? En vooral: hoe voorkom ik dat de persoon tegenover mij boos wordt of dichtklapt, of dat mijn vermoeden niet blijkt te kloppen? Anne van Hoorn, trainer bij Ovora®, ontwikkelde een methode waarmee hulpverleners lastige gesprekken op een nieuwe manier kunnen aangaan. Ze geeft zeven tips om het zoeken van verbinding centraal te stellen in de hulpverlening. 

Geldproblemen gaan vaak gepaard met schaamte en taboe. Dit geldt niet alleen voor de mensen die deze problemen hebben. Hulpverleners kunnen volgens Anne ook handelingsverlegenheid ervaren: terughoudendheid om lastige thema’s bespreekbaar te maken, bijvoorbeeld uit angst dat het vermoeden niet waar blijkt te zijn. ‘Als maatschappelijk werker zag ik dit vaak in de praktijk’, vertelt Anne. ‘Tegelijkertijd zie ik dat sommige hulpverleners zich vooral laten leiden door alle procedures en protocollen die van kracht zijn. Beide fenomenen zijn niet bepaald bevorderlijk voor het helpen van de cliënt.’ De oplossing? ‘Breng de menselijkheid terug in het gesprek!’ Zeven tips om dat voor elkaar te krijgen:

1. Wil je gelijk krijgen of wil je verbinding maken?

‘Hulpverleners hebben helaas wel eens het idee dat ze het gesprek in moeten gaan om iets bewezen of ontkracht te krijgen. Daardoor mis je wat er voor je neus gebeurt. Met behulp van het Ovora®-model voorkom je dit soort valkuilen. In dit model draait het om gespreksvaardigheden, maar vooral ook om een andere houding ten opzichte van het gesprek. In mijn workshops zeg ik altijd: maakt het voor jouw zorg van nu uit of je gelijk of ongelijk hebt? Het is áltijd belangrijk om je zorgen bespreekbaar te maken. Het gaat er namelijk niet om dat je bevestiging krijgt, maar dat je duidelijk maakt dat je de ander ziet en dat je je zorgen om hem of haar maakt.’

2. Vul gesprekken vooraf niet teveel in

‘Je gaat een onderwerp bespreken dat mensen doorgaans liever geheim willen houden, omdat ze zich er bijvoorbeeld voor schamen. Vaak vrezen ze wat anderen van ze gaan denken. Deze weerstand kunnen hulpverleners al ervaren voordat het er is. Dat komt simpelweg doordat de hulpverlener, die immers ook een mens is, zich kan indenken welke schaamtegevoelens uit geldproblemen kunnen voortkomen. En wat reacties op schaamte kunnen zijn, zoals vermijden. Doordat we het ons misschien iets té goed kunnen voorstellen en al proberen te anticiperen op wat er kan gaan komen, maken we het gesprek op voorhand voor onszelf al beladen. Je hoeft voor jezelf als enige doel te stellen dat je je zorg bespreekbaar of kenbaar wilt maken, omdat je de persoon tegenover je ziet worstelen en dat graag anders wil zien. Zeg dit ook tegen de persoon tegenover je.’

3. Communiceer wat je wil voorkomen en/of wat je de cliënt gunt

‘Het belangrijkste is dat je leert om niet-beschuldigend het gesprek aan te gaan, door vanuit oprechte zorg te communiceren. Het Ovora®-model adviseert je te communiceren in wat je wil voorkomen of wat je de ander juist gunt. Stel iemand heeft geldzorgen, maar durft dit niet te delen met zijn gezin. Dan hebben de geldzorgen – wat eigenlijk altijd het geval is – ook invloed op andere leefgebieden, zoals relaties. Je kunt dan zeggen: je moet je geldzorgen oplossen. Maar je bereikt meer en hebt meer kans op verbinding als je mensen intrinsiek motiveert, bijvoorbeeld door te zeggen dat je hoopt te voorkomen dat financiële issues ervoor gaan zorgen dat de cliënt niet meer kan communiceren met zijn partner, of dat je hoopt dat hij of zij dit probleem niet meer alleen hoeft te dragen. Door het probleem uit het hier en nu te halen en het in de nabije toekomst te plaatsen, haal je de druk eraf. Dat geeft lucht en motiveert mensen.’

4. Ontdek het probleem áchter het probleem

‘Als je enkel geldproblemen aanpakt, ben je in feite bezig met symptoombestrijding. Vaak liggen er andere problemen ten grondslag aan de financiële moeilijkheden, maar andersom geldt het ook: vaak is er naast de al bekende problemen ook sprake van geldproblemen. Als je verbinding hebt met je cliënt, kun je hier makkelijker naar vragen. Ook kun je dan makkelijker zeggen: ik ga voor je uitzoeken bij welke hulp(verlener) jij het beste gebaat bent. De ander voelt dan dat er aandacht aan hem wordt besteed.’

5. Kader het gesprek

‘Hulpverleners vertellen vaak wie ze zijn, wat ze doen en wat de cliënt kan verwachten. Dat is niet heel persoonlijk. Mijn tip is om in het eerste gesprek te vertellen wat voor jou als hulpverlener prettig werkt. Je geeft bijvoorbeeld aan dat als je zorgen hebt, je deze met de cliënt zult delen. Vervolgens kun je zeggen dat de cliënt tussendoor altijd mag aangeven als hij of zij iets niet prettig vindt. Zo heb je in latere gesprekken, als je er klaar voor bent om je zorg te delen, gelijk een haakje. En je geeft mensen mee dat je kan en mag communiceren over dingen die niet goed werken, en dat dit niet het einde van een (werk)relatie hoeft te betekenen. Wat ook helpt: aan het einde van het gesprek vragen of er nog dingen zijn die de ander nog niet heeft verteld, maar wel graag zou willen delen. Met jou, of misschien met iemand anders.’

‘Door interesse te tonen in de emotionele ervaring van de ander zonder daar je eigen label op te willen plakken, vergroot je het vertrouwen en daarmee versterk je de verbinding.’

Anne van Hoorn - trainer bij Ovora®

6. Toon interesse in de emotionele ervaring van de ander

‘We doen het allemaal: ervan uitgaan dat we wel weten wat iemand bedoelt als hij ‘stress heeft’ of ‘boos is’. Dit zijn emoties die we allemaal kennen en daardoor gemakkelijk invullen. Maar stress kan voor iemand met geldzorgen iets heel anders betekenen dan voor jou. Probeer er dus door het stellen van vragen achter te komen wat iemand er op dat moment zelf onder verstaat. En voorkom dat je bevestigd wil worden in jouw waarneming van emoties bij de ander, bijvoorbeeld als iemand boos overkomt maar dat verbaal ontkent. Door interesse te tonen in de emotionele ervaring van de ander zonder daar je eigen label op te willen plakken, vergroot je het vertrouwen en daarmee versterk je de verbinding. In het geval van de boze cliënt kan je dan zeggen: ‘Ik merk dat ik iets heb gezegd of gedaan dat iets met je doet, kan je me daar iets over vertellen?’ Let wel, eigen veiligheid eerst, er zijn grenzen wat betreft boosheid.’

7. Rond het gesprek op een goede manier af

‘Een bekende reactie op schaamte is terugtrekken. Daarom is het belangrijk dat je aan het einde van het gesprek op metaniveau benoemt dat jullie dit gesprek hebben gevoerd. Je zegt bijvoorbeeld dat je blij bent dat jullie het onderwerp hebben besproken en vraagt wat je de volgende keer kunt doen zodat de ander zich gemakkelijker voelt. Zo erken je dat iemand zichzelf heeft opengesteld en bouw je voor jezelf de kans in om er de volgende keer op door te gaan. En je erkent dat de ander zich best ongemakkelijk mag voelen, maar dat dit niet hoeft te betekenen dat je elkaar niet meer ziet.’

De eerste stap om schulden aan te pakken, is rust en overzicht. Als hulpverlener kunt u hierbij helpen, bijvoorbeeld door samen met de cliënt een budgetjaarplanner in te vullen. Ook belangrijk is het vlot doorverwijzen naar een gespecialiseerde instantie.

Angela geeft tips uit de praktijk

Angela Ansems, trajectbegeleider Financiën bij gemeente Rotterdam
Foto: Jan van der Ploeg

Angela Ansems, trajectbegeleider financiën, adviseert mensen gebruik te maken van een vaste ‘postdag’: een dag in de week waarop enveloppen worden opengemaakt. Zo probeert ze stress te verminderen en mensen tegelijkertijd te activeren.

‘In maart 2019 ben ik gestart als Trajectbegeleider Financiën, een nieuwe rol binnen de gemeente Rotterdam. Door mensen met schulden vanaf het eerste contact met de gemeente een vaste trajectbegeleider te geven, willen we ze sneller in een financieel stabiele situatie krijgen. Het is bekend dat mensen minder helder nadenken als ze stress ervaren rondom geldzaken. Ze kopen bijvoorbeeld dure schoenen voor hun kinderen, terwijl ze niet eens genoeg geld hebben om de huur te betalen. Voor het overzicht op in- en uitgaven adviseer ik mensen soms om twee bankrekeningen te gebruiken. De ene is voor vaste inkomsten en uitgaven, en op de ander kunnen ze het geld overmaken dat ze kunnen uitgeven. Dit geeft rust en overzicht. En als trajectbegeleider voorkom je dat je alleen maar brandjes aan het blussen bent.’

Zelf laten ervaren

'Ik maak ook gebruik van een jaarbegroting; een Excel-overzicht waarop mensen in één oogopslag de inkomsten en uitgaven voor het hele jaar zien. Dit maakt bijvoorbeeld inzichtelijk wat de impact is van kwartaalbetalingen, en dat het beter kan zijn daar maandelijkse betalingen van te maken. Ook mensen met een wisselend inkomen vinden een jaaroverzicht vaak fijner dan een maandoverzicht. Vaak vraag ik mensen zelf bepaalde inschattingen te doen, bijvoorbeeld als ze een betaalregeling aangaan. Meestal schatten ze zo’n bedrag te hoog in. Dan zeg ik dat niet gelijk, maar laat ik ze het zelf ervaren door het bedrag in te vullen. Ik geef advies, maar ze moeten hun eigen keuzes maken.’

Verschillende postvakjes

‘Mensen kunnen veel stress ervaren als ze post moeten openen, waar vaak weer nieuwe rekeningen tussen zitten. Daarom adviseer ik een vaste ‘postdag’ aan te houden: ze maken de enveloppen dan open op een moment dat ze dat goed uitkomt. Belangrijk is dat ze er op dat moment ook wat mee kunnen. ‘Stressvolle post’ openmaken op een vrijdagmiddag betekent bijvoorbeeld dat ze met stress het weekend ingaan. Ik wil de stress voor mensen verminderen, en ze tegelijkertijd activeren. Daarom laat ik ze de administratie verdelen over verschillende postbakjes of insteekmapjes, bijvoorbeeld ‘nieuwe post’, ‘betalen’, ‘afspraken’ of ‘kinderen’. Dit vergroot hun inzicht in de post. En als we een afspraak hebben is er meteen al wat voorwerk gedaan.’

‘Ik geef advies, maar mensen moeten hun eigen keuzes maken.’

Angela Ansems - trajectbegeleider Financiën bij gemeente Rotterdam

Vertrouwen winnen

‘Tijdens gesprekken probeer ik in figuurlijke zin het liefst naast mensen te zitten, en niet tegenover ze. Dat helpt ze te ontspannen. Verder is het belangrijk om de tijd te nemen en goed te luisteren. Het kan ook helpen om een eigen ervaring te delen. Daar open over zijn kan ook vertrouwen geven. Om dezelfde reden is het belangrijk om eerlijk te zijn als je iets niet weet. Of als je een minder leuke boodschap hebt. Soms kan dat frustratie opleveren. De kunst is dan om dat te erkennen en erachter te komen wat er achter die frustratie zit. Vervolgens is het belangrijk dat ook te benoemen.’

Volgende generatie

‘Als ik er even niet uitkom gebruik ik wel eens ‘De Kleine Gids voor de Nederlandse sociale zekerheid’, een handig naslagwerkje dat regelmatig wordt geüpdatet. Of ik leg de situatie voor aan een collega. Waar ik zelf een achtergrond in de hulpverlening heb, komen andere trajectbegeleiders soms uit een meer financiële hoek. Met die verschillende achtergronden vullen we elkaar aan. Ook kunnen we bespreken wat er nog mist in ons werk. Zo zou ik gezinnen met financiële problemen graag een cursus ‘financiële opvoeding’ kunnen geven. Nu worden de kinderen vaak of overal in meegenomen, of overal buiten gelaten. In gesprekken met cliënten vraag ik ook hoe ze vroeger zelf financieel zijn opgevoed. En hoe dat impact heeft op de manier waarop zij hun kinderen nu opvoeden op het gebied van financiën. Door daar inzichten uit te halen, probeer ik ook al iets te doen voor de volgende generatie. Zo werk je aan duurzame hulpverlening.’

Rotterdammers met een lager inkomen kunnen gebruikmaken van verschillende landelijke en gemeentelijke regelingen. Sommige regelingen kunnen zij zelf aanvragen, andere moeten door de hulpverlener worden aangevraagd. Voor regelingen die ze zelf kunnen aanvragen kunnen ze terecht op rotterdam.nl/rondkomen. Stichting Meedoen en Fonds Bijzondere Noden zijn een uitzondering; deze regelingen kunnen alleen hulpverleners aanvragen. De genoemde bedragen zijn op jaarbasis.

  • Zorgtoeslag
    Bijdrage voor de kosten van een Nederlandse zorgverzekering. De hoogte is afhankelijk van het inkomen
  • Bijzondere bijstand
    Vergoeding voor extra of bijzondere kosten, zoals bewindvoering of een babyuitzet. Hoeveel bijzondere bijstand iemand krijgt, hangt af van het inkomen en vermogen. Soms is de bijzondere bijstand een gift die de kosten (gedeeltelijk) dekt, vaak is het een lening.
  • Individuele Inkomenstoeslag
    Toeslag van 120 euro voor volwassenen (21 tot 65 jaar) die een laag inkomen hebben en dit niet op een andere manier kunnen verhogen.
    Inkomenseis: maximaal 130 procent van het wettelijke minimumloon
  • Individuele Studietoeslag
    Bedrag van 300 euro voor jongeren vanaf 18 jaar die een studie volgen, studiefinanciering van DUO krijgen en eventueel een bijbaantje hebben, maar die door een beperking niet kunnen rondkomen.
    Voorwaarde: de jongere moet recht hebben op studiefinanciering of een tegemoetkoming scholieren
  • Premiebijdrage collectieve zorgverzekering
    Korting van 120 euro voor een speciale collectieve zorgverzekering voor Rotterdammers met veel zorgkosten. Deze zorgverzekering is een initiatief van zorgverzekeraar VGZ en de gemeente Rotterdam.
    Inkomenseis: maximaal 130 procent van het wettelijke minimumloon
  • Rotterdampas
    Gratis naar de film, het zwembad, of een museum. Met de Rotterdampas is er van alles te doen. Volwassenen met een minimuminkomen betalen 5 euro voor de Rotterdampas. Voor kinderen is de pas gratis. Ook voor AOW’ers en studenten gelden voordelige tarieven.
  • Fonds Bijzondere Noden
    Dit fonds is bedoeld voor huishoudens die acute financiële nood meemaken. De toeslag is een eenmalig geldbedrag van gemiddeld 138 euro.
  • Huurtoeslag
    Bijdrage voor de kosten van een sociale huurwoning. De hoogte is afhankelijk van het inkomen
  • Kwijtschelding belastingen
    Korting van 206 tot 262 euro (afhankelijk van type huishouden) voor het betalen van de afvalstoffenheffing of Waterschapsbelasting.
    Inkomenseis: maximaal het wettelijk sociaal minimum
  • Kindgebonden budget
    Bijdrage voor de kosten voor kinderen tot 18 jaar. Het kindgebonden budget krijgt iemand naast de kinderbijslag
  • Kinderopvangtoeslag
    Bijdrage voor de kosten van kinderopvang. Soms kan iemand ook kinderopvangtoeslag ontvangen als hij of zij niet werkt
  • Jeugdtegoed
    Tegoed voor kinderen van ouders met een laag inkomen: 400 euro voor kinderen van 12 tot 18 jaar en 275 euro voor kinderen van 4 tot 12 jaar. De toeslag wordt uitgekeerd op de Rotterdampas en kan gebruikt worden bij bepaalde winkels en voor het openbaar vervoer.
    Inkomenseis: 110 procent van het wettelijk sociaal minimum
  • Jeugdfonds Rotterdam
    Vergoeding waarmee kinderen kunnen meedoen aan sportieve of culturele activiteiten.
    Inkomenseis: 120 procent van het wettelijk sociaal minimum
  • Stichting Meedoen
    Regeling voor gezinnen met kinderen tussen de 4 en 18 jaar om deelname aan de samenleving (sport en cultuur) te stimuleren.
    Inkomenseis: 120 procent van het wettelijk sociaal minimum.
  • AIO-aanvulling
    Als iemand AOW krijgt, maar een totaal inkomen onder het minimuminkomen heeft, dan krijgt deze persoon een AIO-aanvulling tot het minimuminkomen
  • AOW-tegoed
    Tegoed van 450 euro per AOW-huishouden. De toeslag wordt uitgekeerd op de Rotterdampas en kan gebruikt worden bij bepaalde winkels en voor het openbaar vervoer.
    Inkomenseis: 110 procent van het wettelijk sociaal minimum

Rotterdamse initiatieven

In de stad zijn veel initiatieven te vinden die activiteiten organiseren of spullen verzorgen voor mensen met een laag inkomen. Denk bijvoorbeeld aan:

Op zoek naar een organisatie in de wijk? Kijk dan ook eens op socialekaartrotterdam.nl.

Budgetplanner

De budgetplanner helpt overzicht te krijgen over alle inkomsten en uitgaven en zorgt zo voor rust en overzicht. Vul hem samen met de cliënt in en pak ‘m er regelmatig bij om te kijken of de situatie is veranderd. Zo helpt u de persoon met geldzorgen grip te krijgen op zijn financiële situatie. U ontvangt de budgetplanner gratis in uw mailbox als u ons een e-mail stuurt.

Handige websites

Voor Rotterdammers en hulpverleners zijn er verschillende handige websites waar informatie en uitleg op te vinden is. Bijvoorbeeld over toeslagen en schulden.

  • Uitleg toeslagen
    Met beeld, makkelijke tekst en gesproken woord legt digitale hulp Steffie uit hoe toeslagen werken en aangevraagd kunnen worden
  • Bereken uw recht
    Handige rekentool waarmee iemand kan berekenen hoeveel toeslagen er aangevraagd kunnen worden, en waar hij dat kan doen
  • Alle Rotterdamse regelingen
    Overzicht van alle Rotterdamse regelingen die mensen met een lager inkomen of geldproblemen kunnen aanvragen
  • Startpunt Geldzaken Rotterdam
    Voor elke (financiële) situatie een handig geldplan, zoals ‘Kom uit de geldzorgen’ of ‘Geldplan ZZP’
  • Schuldinfo
    Juridische informatie omtrent schulden voor hulpverleners.
  • Kom uit je schuld
    De website van de Rijksoverheid ‘Kom uit je schuld’ geeft informatie en tips aan mensen die anderen in hun omgeving willen helpen. De website geeft tips om geldzorgen te herkennen en handvaten om het gesprek over geld te starten.

Geldplannen

Voor elke (financiële) situatie een handig geldplan dat helpt om doelen te bereiken en overzicht te creëren en te houden. Startpunt Geldzaken Rotterdam is een initiatief van onder andere het Nibud en de gemeente Rotterdam.

Meer informatie

Als een cliënt te maken heeft met schulden, is het belangrijk dat hij of zij zo snel mogelijk wordt doorverwezen naar de juiste hulpverlening. Waar kunnen Rotterdammers met schulden terecht?

VraagWijzer

  • Een gratis loket van gemeente Rotterdam met 14 locaties
  • Afspraak maken? Online via de pagina Vraagwijzer of door te bellen met 14 010
  • Als het nodig is, dan begeleiden de medewerkers van de VraagWijzer de cliënt naar andere organisaties, zoals het wijkteam, de Kredietbank of een budgetmaatje.

Jongerenloket