Assetmanagement
Gepubliceerd op: 23-01-2017
Geprint op: 19-01-2021
https://www.rotterdam.nl/werken-leren/assetmanagement/
Ga naar de hoofdinhoud

Zeker weten dat wij de juiste dingen doen in de stad? En dat iedere euro die wij investeren in de buitenruimte van de stad het maximale effect heeft? Daarvoor zorgen wij met assetmanagement. Zodat Rotterdam er beter van wordt.

Stadsbeheer houdt de Rotterdamse buitenruimte in vorm. Met ruim 3.000 collega’s maken we de stad een fijne, veilige en schone stad om in te wonen, werken en recreëren. Wij brengen vakkennis en wensen en behoeften van bewoners en andere partners in de stad bij elkaar. Geen aantrekkelijke stad zonder een buitenruimte die op orde is: veilig, beschikbaar en toegankelijk.

Assetmanagement is de volgende stap in het professioneel beheer van de buitenruimte. De methode is in opmars in Nederland en de landen om ons heen. Deze helpt bij het kiezen van de juiste maatregelen en het helder kunnen uitleggen ervan. Met ‘assetmanagement’ zorgen we er nog meer voor dat we ons geld inzetten daar waar dat het hardste nodig is. Het gaat om de juiste balans tussen kosten, prestaties en risico’s. Daarbij wordt ook gekeken naar kansen voor de stad.

Op avontuur in het beheer van de openbare ruimte: promotieonderzoek Eva Duivenvoorden

Welk beheer van de openbare ruimte past het beste bij onze snel veranderende samenleving? En wat is er nodig om die manier van beheren in praktijk te brengen? Dat is de rode draad in het promotieonderzoek van Eva Duivenvoorden aan Wageningen University and Research. Eva’s onderzoek wordt gefinancierd door de Stichting Managing Public Space, waarvan gemeente Rotterdam een partner is.

‘Nu is het beheer vaak nog versnipperd,’ legt Eva uit. ‘Het wordt uitgevoerd door het Rijk, provincies, gemeenten en de waterschappen. Er zijn dus verschillende budgetten en verschillende visies. Maar bij een snel veranderende wereld als die van ons, past integraal beheer waarschijnlijk veel beter, zo lijkt het. Bij integraal beheer werken partijen zo effectief en efficiënt mogelijk samen aan hetzelfde doel. De vraag is natuurlijk of deze aanname klopt. En zo ja: hoe moet dat integrale beheer eruitzien en hoe zorgen we daarvoor?’

Pionierswerk

Eva is dit najaar gestart met haar onderzoek. ‘Wat me allereerst opviel? Rond beheer is nog weinig gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek. Je begint je promotieonderzoek altijd met een literatuurstudie, want in je onderzoek bouw je daarop verder. Maar ik heb maar 58 wetenschappelijke publicaties over beheer kunnen vinden. Over duurzaamheid zijn er wel 475.000.

Mijn onderzoek is dus een soort pionierswerk. In de eerste fase onderzoek ik hoe er precies wordt beheerd. Door de 4 grote steden en de wat kleinere steden, maar ook door andere organisaties. Ik kijk bijvoorbeeld hoe gemeenten het beheer georganiseerd hebben, en hoe afdelingen intern en extern samenwerken rond beheer. Daarnaast zijn er vragen rond het betrekken van burgers bij beheer. Een derde thema is: hoe denken we over beheer? Wat vinden we succesvol beheer?

Verder onderzoek ik ook wat grote transities, zoals de klimaatadaptatie en de energietransitie, voor het beheer betekenen. Financieel, in de samenwerking met andere partijen en voor de participatie van inwoners.’

Prettige leefomgeving

De precieze onderzoeksaanpak is nog in ontwikkeling; de fases kunnen ook door elkaar lopen. Eigenlijk is promotieonderzoek doen ook een soort “op avontuur gaan”. Wat ik tegen ga komen, wat de uitkomsten zijn, hoe het onderzoek verloopt, dat ligt nu nog open. Het eindresultaat is in elk geval zeker geen handboek. De kern is het genereren van wetenschappelijke kennis. Ik laat bijvoorbeeld wel zien waar het beter kan, op grond van mijn onderzoek, maar ik vertel niet hoe het beter kan. Of wat de enige en beste oplossing is.

Ik krijg in elk geval veel energie van dit onderzoek en het is mijn manier om bij te dragen aan de maatschappij. Ik ben zelf opgegroeid in een dorp, in een prettige leefomgeving. Tijdens mijn studie Ruimtelijke planning en landschapsarchitectuur ben ik me steeds meer gaan interesseren voor de publieke ruimte. De publieke ruimte heeft zo veel invloed op de kwaliteit van leven van mensen en op hun gedrag. Ik wil graag weten hoe we daar zo goed mogelijk mee omgaan. Het is spannend dat er nog niet echt een onderzoeksbasis is, maar tegelijkertijd is dat ook een gave uitdaging.’

Gemeente Rotterdam heeft met haar langetermijn-investeringsstrategie 2020-2070 de jaarlijkse award van het Institute of Assetmanagement Nederland gewonnen.

Met deze award wordt het vakmanschap van de gemeente op het gebied van het assetmanagement in Nederland erkend. Een mooie blijk van waardering voor deze mijlpaal waaraan meer dan 50 collega’s hebben meegewerkt. En een compliment voor de manier waarop de openbare ruimte in Rotterdam wordt beheerd.

Het doel van De Langetermijninvesteringsstrategie 2020-2070 vervanging kapitaalgoederen is financieel in control zijn én blijven en ervoor zorgen dat budgetten na een afgewogen besluitvorming worden uitgegeven aan de juiste prioriteiten om de stad (ook op lange termijn) leefbaar te houden.
Voor het beoordelen van de winnaar zijn de volgende criteria aangehouden:

  • De context van het team; waar bevindt die zich in de organisatie en wat is zijn de verantwoordelijkheden.
  • Herkenbaar assetmanagement proces in de aanpak.
  •  Resultaten; zijn de resultaten gevalideerd en geborgd.
  • Leiderschap; wat was de rol en hoe is assetmanagement ingebed in de organisatie.

Het commentaar van de jury was als volgt: ‘50 jaar vooruitkijken, dat vergt lef. Er is in korte tijd inzicht gecreëerd op een herkenbaar, strategisch vraagstuk. Er is een link naar en samenwerking met het financiële domein georganiseerd. De aanpak is methodisch, bestuurlijk gedekt en leidt tot keuzes. De slag van focus op onderhoud naar waarde-optimalisatie is gemaakt en sorteert voor op juiste trends. De gemeente Rotterdam heeft een interessante insteek vanuit asset portfolio management/ planning. Een zeer bruikbaar kader voor verdere implementatie AM. En is daarom ook een mooi voorbeeld voor de community!’
 

Wiebe Oosterhoff heeft als projectleider bestuursopdracht de langetermijn-investeringstrategie gepresenteerd. ‘Ik ben erg trots op alle collega’s die hebben meegewerkt aan het realiseren van de langetermijn-investeringsstrategie. We gaan aan de slag met het borgen en beschikbaar maken van de opgedane kennis en ervaring en onze kennis delen met anderen!’ aldus Wiebe.

De gemeente Rotterdam is genomineerd voor de Institute of Assetmanagement Nederland Asset Management Award met de bestuursopdracht vervangingsinvesteringen.

De bestuursopdracht vervanging kapitaalgoederen is financieel in control zijn én blijven en ervoor zorgen dat budgetten na een afgewogen besluitvorming worden uitgegeven aan de juiste prioriteiten om de stad (ook op lange termijn) leefbaar te houden.

De Assetmanagement Award 2020 wordt uitgereikt aan het beste assetmanagement team of de beste professional. Met deze award worden de successen gevierd, van de genomineerden geleerd en het vakmanschap van de winnaars erkent op het gebied van het assetmanagement in Nederland.

Gemeente den Haag en Compris Consulting BV zijn ook genomineerd. Op 19 november wordt tijdens het online event (15.30 - 17.00 uur) bekend gemaakt wie de IAM-NL Award 2020 ontvangt.

Assetmanagement gaat nu nog vaak over onderhoud en vervanging op de korte termijn. Ideaal gezien zou het juist over de korte en de lange termijn moeten gaan. Gemeente Rotterdam zet daarin een belangrijke stap, met de bestuursopdracht vervangingsinvesteringen.

Wiebe Oosterhoff, adviseur Stadsbeheer bij gemeente Rotterdam, schreef de nota. ‘We kijken 50 jaar vooruit. Dat is nieuw voor Stadsbeheer.'

'Als Stadsbeheer schrijven we elke 4 jaar een nota onderhoud kapitaalgoederen die vier jaar vooruitkijkt’, vertelt Wiebe. ‘Maar bij de presentatie in 2019 vroeg het college of het ook mogelijk was om verder vooruit te kijken. Tot dan toe kwamen de grote investeringen in assets zoals voor de Maastunnel nogal ad hoc, terwijl je die natuurlijk wel langer van tevoren kunt voorspellen. En vooruitkijken, plannen en op tijd iets onderhouden of vervangen is meestal goedkoper dan ad hoc problemen oplossen.’

Omslag in denken en werken

‘Voor Rotterdam is zo ver vooruitkijken relatief nieuw. ‘Wij zijn nogal van “gelijk doen”, maar we zien rond stadsbeheer de noodzaak van een lange termijnaanpak. Bovendien vraagt het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) om een andere verantwoording van de kosten voor kapitaalgoederen. Je moet nu in je begroting een duidelijke scheiding maken tussen exploitatiekosten en investeringen. Terecht: zo is helderder wat iets kost en waar je op moet rekenen. Maar dit vraagt wel een omslag in denken en werken. Daar leggen we met de bestuursopdracht vervangingsinvesteringen de basis voor.’

Rust in de begroting

De nieuwe aanpak geeft meer duidelijkheid. ‘We weten nu hoeveel geld we op de lange termijn moeten reserveren voor vervangingsinvesteringen. Dat geeft rust in de begroting. Het college kan zo een financiële buffer opbouwen, omdat het weet welke investeringen er nog komen. Bovendien kun je beter relevante investeringen aan elkaar koppelen als je vooruitdenkt. We denken dat dat uiteindelijk ook goedkoper is, maar dat moeten we nog uitzoeken. Ook geeft het beter vooruitplannen meer duidelijkheid voor de stad, onze eigen organisatie en externe partijen.’

Assetgroepen met elkaar en met verandertrajecten combineren

‘Assetmanagement gaat nu vaak nog vooral over aparte assets maar moet ideaal gezien ook over combinaties van assets gaan. Dat is ook de volgende stap in de Rotterdamse aanpak van vervangingsinvesteringen, aldus Wiebe. ‘Tot nu rekenden we per assetgroep uit hoeveel onderhoud en vervanging kostten. We gaan nu onderzoeken hoe we assetgroepen kunnen combineren. Bodemdaling heeft onder andere effect op de riolering, op groen en op wegen. Als je dan de ene asset aanpakt, kun je het beste ook de andere asset meenemen. Eind 2020 moet ons advies hierover klaar zijn. Tegelijkertijd onderzoeken we hoe we ‘onze’ vervangingsinvesteringen combineren met grote verandertrajecten, bijvoorbeeld de energietransitie, de klimaatadaptatie en wijkenvernieuwing.’

Metingen vóór het aanbrengen van de halfverharding

Vanaf half december start een proef waarbij verschillende soorten halfverharding worden aangebracht in de boomspiegels van de bomen langs de Willemskade. Deze boomspiegels zijn nu grotendeels voorzien van boomroosters. Een aantal roosters zijn in de tussentijd al verwijderd en de boomspiegels zijn aangevuld met grond. Deze grond wordt nu vervangen door halfverharding. Elk type materiaal wordt toegepast rond een zestal bomen.

Vervolgens worden metingen verricht naar het zuurstofgehalte, de waterdoorlatendheid en het vochtgehalte na toepassing halfverharding. Het gaat hierbij om metingen van de bestaande situatie, na het aanbrengen materiaal en daarna jaarlijks voor een periode van 3 jaar.

Duurzaam en onderhoudsvriendelijk

Deze halfverhardingen dragen bij tot een eenduidig beeld in de buitenruimte, zonder allerlei andere producten die niet of slecht gemonitord worden. Daarnaast streven wij naar makkelijk en minder onderhoud van de boomspiegels. Minder schoffelen en geen boomroosters in de toekomst meer toe te passen. Boomroosters zijn duur in aanschaf en hebben vaak een kortere omloop dan de boom. Halfverhardingen daarentegen zijn duurzaam en onderhoudsvriendelijk. Verder treedt er minder schade (oneffenheden) op aan verharding door opdruk van bestrating door boomwortels.

Monitoring

Goede monitoring is belangrijk. Elk jaar verrichten we daarom metingen en kijken naar de kwaliteit van de verschillende materialen. In de loop van de drie jaar bekijken we welke soort(en) halfverharding het best ‘scoort’ en we in de toekomst rond boomspiegels gaan gebruiken. De verschillende typen halfverhardingen die toegepast worden: Padvast, Stabiliser, Grauwacke en Hansegrand.

De werkzaamheden brengen geen directe overlast met zich mee voor omwonenden. Alleen voor wandelaars. Hiervoor treft de gemeente voorzieningen, zoals hekken, borden enzovoorts.

Gemeente Rotterdam is een pilot gestart om bruggen vanaf het water te inspecteren met drones. ‘Met deze aanpak krijgen we veel meer data die we weer kunnen koppelen aan andere gegevens. Dit gebruiken we in onze assetmanagementstrategie’, zegt beheerder van de bruggen Robert Aartsen, gemeente Rotterdam.

De inspectie met drones is snel en geeft minimale overlast. Een ander belangrijk voordeel is dat de drones heel veel beelden kunnen maken, die verwerkt worden in een 3D-model van de brug. Ook gegevens van reguliere schade-inspectie, worden hierin verwerkt. Robert: ‘Met dit model heb je een compleet pakket aan informatie van het hele object. Je kunt ieder detail bekijken en uitvergroten, bijvoorbeeld om schade en slijtage op te sporen.’

Keuzes

Het inspecteren van de bruggen is altijd al onderdeel van de gemeentelijke beheer- en onderhoudsstrategie van bruggen. Robert: ‘We doen dit volgens een vaste methode en op vaste momenten. Op basis van de gegevens uit schouwrondes en inspecties, maken we keuzes in wat we wel en niet doen. Het koppelen van alle beschikbare gegevens (zoals aan schouw- en inspectiegegevens, meldingen, deformatie-metingen en onderhoudshistorie) aan het 3D-model, geeft ons beter inzicht in de technische staat van de brug. Dit helpt ons de juiste keuzes te maken. Uiteindelijk is het ook de bedoeling dat we door het koppelen van gegevens ook achterhalen of deze keuzes het gewenste effect hebben.

Andere mogelijkheden

Volgens Robert is er nog veel meer mogelijk met de drones. ‘Ze kunnen bijvoorbeeld ook bomen, wegen en rioleringen scannen. Door ook deze informatie aan het model te koppelen, wordt de schat aan gegevens nog groter. Samen met onze afdeling Basisinformatie bekijken we dan ook wat er nog meer mogelijk is. We maken dus niet alleen verbindingen tussen beheerders van objecten, maar ook tussen vakgebieden. Het datagestuurd werken van de toekomst.’

In 2030 is circulair de maatstaf. Dat is een van de ambities van de gemeente Rotterdam. Zo ontstond de circulaire bezem na onderzoek naar het effect op het klimaat van verschillende soorten bezems en het gebruik ervan. Nu worden jaarlijks ruim 18.000 bezems van de afval hoop gered; gaan ze vier keer langer mee door het gebruik van water; en worden ze opnieuw ingezet in bijvoorbeeld heggen.

Circulair als uitdaging en inspiratie

Een van de ambities van de gemeente Rotterdam is om in 2030 volledig circulair te zijn. Dat betekent dat de gemeenteafval als grondstof gaat zien om zo het grondstoffengebruik te verminderen. Dat vraagt een andere manier van denken en een andere manier van kijken naar de stad. Ook de gemeente kijkt met een circulaire bril naar de stad.

Johan Bunk, praktijkopleider bij de Bedrijfsschool, nam de uitdaging aan om de ruim 18.000 bezems die jaarlijks worden weggegooid en verbrand een nieuw leven te geven. Met zijn initiatief draagt hij bij aan de Rotterdamse kernwaarden voor assetmanagement ‘weerbaarheid’, ‘milieu en gezondheid’ en ‘imago’. 

Effecten: forse besparingen

Effecten van de berkenrijsbezems:

  • Een vochtig gemaakte berkenrijsbezem gaat vier keer langer mee dan een droge
  • De inkoop kan met driekwart gereduceerd worden
  • Met een optimaal gebruiksproces levert dit een jaarlijkse financiële besparing van tienduizenden euro’s op; in vijf jaar levert dit een besparing van ruim anderhalve ton op.

Klimaatimpact en aantal veeguren: berkenrijsbezem wint

Rotterdam gebruikte al berkenrijsbezems. Toch wilde de gemeente weten wat de duurzaamste bezem is. Middels een pilot zijn de uitstoot van CO2, de klimaatimpact van productie, transportafstanden en verwerking na afdanking onderzocht. Hiervoor zijn drie soorten bezems onderzocht: de strobezem, de kunststofbezem en de (huidige) berkenrijsbezem.

De bezem van kunststof had, zoals verwacht, de meeste klimaatimpact. Daarna volgde de berkenrijsbezem met een impact die vijftien keer lager was dan de kunststof bezem. De strobezem had de laagste impact met een impact die 300 keer lager was dan de kunststofbezem. 

Gekeken naar het aantal veeguren per bezem, ging de kunststof bezem 120 uur mee. De strobezem hield het slechts 2 uur vol. Opvallend was dat een droge bezem van berkenrijs 3 uur gebruikt kon worden, maar een vochtig gemaakte 12 uur. In een pilot zijn medewerkers gevraagd deze bezems te testen op gebruik, levensduur en schoon resultaat. De berkenrijsbezem was de winnaar. Na een berekening met de klimaatimpact en het aantal veeguren per bezem bleek de vochtig gemaakte berkenrijsbezem de meest circulaire bezem.

Streven is om de klimaatimpact te verkleinen en om invulling te geven aan het circulaire gedachtengoed door de productie naar Rotterdam te halen. Dit is gestart in een Rotterdamse wijk met circulaire ambities: Reyeroord. Tijdens de boomfeestdag is berkenrijs in Reyeroord geplant. Vervolgens wordt het materiaal in de bezems verwerkt en aan het einde van de levensduur verschijnt er een mooie haag in de wijk. En daarmee is de cirkel rond.

Wilt u meer weten? Neem dan contact op met Johan Bunk, praktijkopleider Bedrijfsschool. u kunt hem bereiken per e-mail.

Een depot waar gebruikte banken worden klaargestoomd voor een tweede leven. Of een proef met een nieuwe CO2-neutrale straatstenen in Prins Alexander en gebied Zuidwest.

Zomaar wat circulaire initiatieven in het wegbeheer. Arjen Oostra, beheerder wegen: 'We willen als grote gemeente vooral de markt uitdagen om met innovaties en duurzame oplossingen te komen.'

Bankendepot

Door de stad verspreid staan op dit moment bijna 10.000 banken waar Rotterdammers gretig gebruik van maken. Jaarlijks zijn er zo’n 100 aan vervanging toe. Hoe gaat dat nu? Ze vervallen aan de aannemer en worden in de meeste gevallen afgevoerd naar de puinbreker of stort. Vanuit de circulaire ambitie en de nadruk op duurzaamheid in Rotterdam is besloten om dit voortaan anders te organiseren. De levensduur van ‘oude’ banken wordt verlengd door ze in een bankendepot te repareren, schoon te maken en vervolgens weer klaar te maken voor een tweede leven ergens anders in de stad.

Besparing

Gerard Lindeman, beheerder straatmeubilair: 'Een bomendepot, maar dan voor banken. Deze kunnen na een opknapbeurt weer de volwaardige cyclus van 15 jaar mee.' Op basis van de onderhoudsbehoefte is bepaald dat er de komende vijf jaar 410 banken vervangen moeten worden; hiervan zijn er 348 geschikt voor hergebruik. 'We kunnen daarmee de komende vijf jaar ruim 55 ton CO2 besparen. De CO2 die gemoeid is met het hergebruik van een bank is maar 1 procent van de hoeveelheid die nodig is om een nieuwe bank te produceren.' Zie tabel 1 voor de CO2-besparing door het bankendepot.

CO2-neutrale stenen

Rotterdam is ook op zoek naar duurzame verharding. In twee gebieden in de stad (Prins Alexander en Zuidwest) loopt op dit moment een proef met CO2-neutrale straatstenen (6.000 m2) en trottoirbanden (1.500 meter). Van oudsher wordt beton gemaakt met cement als bindmiddel, maar de milieu-impact hiervan is hoog. Wereldwijd wordt daarom gezocht naar ‘groenere’ bindmiddelen. Arjen Oostra, beheerder wegen: 'Het bijzondere aan de gebruikte stenen is dat behalve in de toplaag van traditioneel beton geen cement wordt gebruikt. Het onderbeton bestaat uit betongranulaat (hergebruikt betonpuin) en industriële bijproducten (geopolymeren) die als bindmiddel zijn hergebruikt. We denken hiermee 33,4 ton CO2 te besparen.' Dit is ook te zien in tabel 2.

Monitoring

Arjan Oostra: 'Omdat het nieuw materiaal is, blijven we testen op sterkte en splijtweerstand. En we houden de ontwikkeling van de kosten in de gaten. Als het materiaal dichter bij Rotterdam geproduceerd kan worden, dan zullen de kosten dalen.'

Tabel 1: potentiële besparing CO2 door hergebruik bankjes

 

  Co2 per bank CO2 totaal (348 banken, komende vijf jaar)
Nieuwe banken 160,20 kilogram 55.749,6 kilogram
Hergebruik 1.412 kilogram 491,37 kilogram
Besparingspotentieel 158,78 kilogram 55.258,44 kilogram

Besparing in procenten: de besparing bij hergebruik is enorm. De CO2 die gemoeid is met het hergebruik van een bank is maar 1 procent van de hoeveelheid die nodig is om een nieuwe bank te produceren.

Tabel 2: potentiële besparing CO2 door geopoymeerbeton

  CO2 per steen / trottoirband CO2 totale proef (1500 meter trottoirband / 6000 m2 straatsteen)
Betonstraatsteen 10,81 kilogram 64,86 ton
Geopolymeerbetonstraatsteen 6,243 kilogram 37,46 ton
Besparingspotentieel 4,567 kilogram 27,4 ton
     
Betonnen trottoirband 8,116 kilogram 12,17 ton
Geopolymeertrottoirband 4,111 kilogram 6,17 ton
Besparingspotentieel 4,005 kilogram 6 ton
     
Totaal besparingspotentieel   33,4 ton

Besparing in procenten: met de geopolymeerstenen en banden besparen we 44 procent CO2.

Onderzoek op de grens van innovatie en assetmanagement. Dat sprak de heren wel aan. Niet het zoveelste standaardbeheerplan schrijven, maar de ontwikkeling in het vakgebied echt een stap verder helpen.

Erwin Albeda en Sjoerd Wiltjer, beiden student aan Hogeschool Van Hall Larenstein in Velp, zochten de juiste balans tussen kosten, prestaties en risico’s in het beheer van stadsbomen. De grote vraag: in welke maatregelen moet je investeren als je wil dat stadsbomen een maximaal effect hebben voor de stad?

Assetmanagementbril

Assetmanagement, ook hun docent moest zich er even goed in verdiepen. De methode die in Rotterdam wordt toegepast voor het beheer van de buitenruimte is relatief nieuw en nog geen standaardonderdeel van de opleiding Tuin- en landschapsinrichting aan de hogeschool. Maar Erwin en Sjoerd (afstudeerrichting Management Buitenruimte) lieten zich daardoor niet weerhouden en bekeken de Rotterdamse stadsboom het afgelopen jaar door een assetmanagement-bril. Wat hen meteen opviel? Hoe betrokken Rotterdammers zijn bij de bomen in hun stad. Sjoerd Wiltjer: ‘Trek een oranje hesje aan, kijk naar een boom en je hebt aanspraak.’

Groeiplaatsuitputting

De studenten maakten met de kennis en ervaring van collega’s een ‘risicoregister’ voor stadsbomen. Hierin staan de belangrijkste risico’s die het positieve effect van bomen op de stad in de weg kunnen staan: gebrekkige groeiplaatsomstandigheden, zetting en (niet gefaseerde) ophoging, een eenzijdig bomenbestand en ziektes en plagen. Erwin Albeda: ‘Een risicoregister laat zien welke risico’s je eigenlijk moet zien te voorkomen. Je kijkt naar wat er mis kan gaan en hoe erg dat is voor de Rotterdammer, maar ook hoe groot de kans is dat het gebeurt. Omdat groeiplaatsuitputting uit de analyse rolde als grootste risico, zijn we daarmee verder gegaan. Investeren om dit risico te voorkomen, loont.’

Oorzaak en gevolg

De volgende stap was het uiteenrafelen van het risico groeiplaatsuitputting in oorzaken en gevolgen voor de stad. De analyse helpt bij het kiezen van een beheeraanpak. Sjoerd Wiltjer: ‘De belangrijkste oorzaken van groeiplaatsuitputting zijn: zetting, te weinig ruimte en het in een keer ophogen in plaats van in fases. Groeiplaatsverbetering is een van de belangrijkste maatregelen. Denk dan aan grond uitwisselen, mest toevoegen, de grond beluchten of stenen weghalen zodat er meer ruimte ontstaat.’

Kritisch kijken

Erwin Albeda: ‘In dit onderzoek kijken we kritisch naar de inzet van budget, belangrijk in de verantwoording richting het bestuur. Als je risico’s en kansen tegen elkaar afweegt, dan loont het om te investeren in de groeiplaatsverbetering van stadsbomen. De gemeente kan een investering doen om het risiconiveau zo laag mogelijk te houden.

Groen als asset

De studenten pleiten voor het toespitsen van de methodiek op groen. Tegelijkertijd moeten risico’s en maatregelen over alle assets heen wel onderling vergelijkbaar blijven. Dat is de kracht van assetmanagement. Sjoerd Wiltjer: ‘Het lastige van het bekijken van een boom als ‘asset’ is dat het een levend organisme is. Je kunt hem wel opsplitsen in ‘assetonderdelen’ als wortel, stam en kroon, maar deze onderdelen hebben meer invloed op elkaar dan de bouten, moeren en stalen delen van bijvoorbeeld een brug.’

Bruikbaar

Het afstudeeronderzoek is goed bruikbaar in de dagelijkse praktijk. Erwin: ‘We hebben met ons onderzoek daadwerkelijk kunnen bijdragen aan de verdere invulling van assetmanagement in Rotterdam.’ Jos van de Vondervoort (objectbeheerder bomen) en Tony Pipping (assetmanager groen) bevestigen dit: ‘De analyse van Sjoerd en Erwin kunnen wij goed gebruiken in onze assetmanagementplannen en bij het afwegen van mogelijke maatregelen. Ze zijn goed de diepte in gegaan op dit best complexe onderwerp.’

Wortelopdruk van bomen. Een herkenbaar probleem voor collega’s die er een dagtaak aan hebben om stoepen en wegen comfortabel en veilig te houden. Maar ook een doorn in het oog van veel Rotterdammers.

Dagelijks komen er meldingen binnen over boomwortels. Otto van Breugel en Ruud van der Hout gingen met collega’s over tot actie. Met de nieuwe boomwortelapp maakten zij het probleem inzichtelijk voor de Beverwaard.

Boomwortelapp

Otto van Breugel, wijkservicemanager in Zuidoost: 'Rotterdammers ondervinden hinder en soms ook schade door losliggende tegels, veroorzaakt door boomwortels. Het oplossen van dit probleem is lastig en arbeidsintensief. Tot voor kort was niet echt goed bekend welke locaties de meeste overlast geven en hoe groot het probleem nu eigenlijk precies is. Om nog maar niet te spreken van de kosten om de verstoringen op te lossen. Daarom hebben we met een aantal collega’s de boomwortelapp ontwikkeld. Hiermee leggen we locaties, prioriteiten en kosten van de verstoringen vast.'

Digitale kaart

Weten waar je het over hebt, ook dat is assetmanagement. Want pas dan kun je bepalen welke maatregelen het beste zijn en hoeveel budget er nodig is. En kun je vervolgens gaan bijhouden wat het effect daarvan is. Heel de Beverwaard is daarom de afgelopen tijd geschouwd op boomwortelproblematiek. Het resultaat: een actuele digitale kaart die in één oogopslag duidelijk maakt hoe groot het probleem in dit stukje stad is.

Schouw

De complete schouw van ‘hotspot Beverwaard’ duurde een maand. Bij de schouw is gekeken naar drie dingen: is er gevaar om te struikelen? Is er gevaar voor de boom? En in welke omgeving staat de boom? Deze criteria bepalen het risico en daarmee de noodzaak om de situatie snel aan te pakken. Voor een bredere uitrol moet iedereen op dezelfde manier tegen deze risico’s aankijken.

Conclusie

Ruud van der Hout, medewerker Beheer en Uitvoering: 'Met de kaart onder de arm zijn we een betere gesprekspartner voor management en politiek. De Beverwaard is een vrij stenige wijk die net als de rest van Rotterdam zakt. Dit draagt bij aan de problematiek. Op de kaart zie je dat de problemen met de hoogste prioriteit zich concentreren in een aantal straten. We kunnen hier bijvoorbeeld wortelkratten of –schermen plaatsen. Zo dwingen we wortels ergens anders heen te groeien. Vooral platanen en robinia’s zijn de boosdoeners.' Het oplossen van alle verstoringen in de Beverwaard kost naar schatting zo’n twee ton, dus het is belangrijk om slimme keuzes te maken. Ruud en collega’s gaan nu ook aan de slag in het groenere Reyeroord. Zo kan een vergelijking worden gemaakt tussen een stenige en een groene wijk.

Problemen voorkomen

Maar met een mooie app en een digitale kaart zijn we er nog niet: Otto: 'Binnenkort presenteren we de resultaten samen met onze aanpak aan het MT van Openbare Werken. In ons voorstel, dat we op dit moment aan het finetunen zijn na feedback van een aantal collega’s, zijn het opleiden van collega’s, het zoeken naar de beste maatregelen en het nadenken over manieren om het zware werk gemakkelijker te maken belangrijke punten.' Uiteindelijk is het natuurlijk de bedoeling in de toekomst geen problemen op te lossen maar te voorkomen. Bijvoorbeeld door andere boomsoorten te planten of de openbare ruimte anders in te richten.

De pilot wortelopdruk bomen maakt onderdeel uit van het programma Gebiedsgerichte aanpak.
Arjan Medendorp is programmamanager. De pilot raakt daarnaast aan het programma Onderhoud bomen, waar Mart van Zijl trekker van is.

Assetmanagement Rotterdam

Rotterdam is in 2013 gestart met assetmanagement. Eerst voor het beheer van de Rotterdamse infrastructuur. Denk dan bijvoorbeeld aan wegen, riolering, groen, speeltoestellen, bruggen en openbare verlichting. Maar om de buitenruimte écht integraal te kunnen oppakken, zet Rotterdam nu in op verbreding naar de sectoren Schone Stad en Toezicht & Handhaving. Assetmanagement moet gaan gelden voor het totale beheer van de openbare ruimte.

Draagvlak en acceptatie staan bij ons voorop. Want assetmanagement is op de eerste plaats mensenwerk. Het valt of staat met de professionals die ermee aan de slag gaan.

Rotterdamse kernwaarden

Assetmanagement koppelt de beheeropgave direct aan de bredere doelstellingen van de stad, de Rotterdamse kernwaarden. Beheer en onderhoud van alle objecten in de buitenruimte moeten bijdragen aan deze kernwaarden, afgeleid uit bestaande beleidsnota’s en visiedocumenten. Zo wordt vanuit de beheeropgave meegebouwd aan de gewenste ontwikkeling van de stad. De Rotterdamse kernwaarden zijn:

  • economie
  • beschikbaarheid
  • veiligheid
  • imago
  • wet- en regelgeving
  • kwaliteit leefomgeving
  • milieu en gezondheid
  • weerbaarheid.

De samenleving wordt complexer en grote maatschappelijke onderwerpen komen af op het beheer van de openbare ruimte, vooral in de steden. Dit vraagt om vernieuwende inzichten en oplossingen. Gemeente Rotterdam steunt de ontwikkeling van onderwijs op het gebied van beheer door de stichting Managing Public Space in samenwerking met universiteit Wageningen. Naast de ontwikkeling van een leerprogramma is een van de andere doelen om de kloof tussen de operationele beheerwereld en de wetenschap te verkleinen.

In dat kader spreken wij met collega's, vakgenoten, wetenschappers en andere betrokkenen over de toekomst van beheer, assetmanagement en daaraan gelinkte onderwerpen.

‘Assets’ zijn al onze objecten in de openbare ruimte die een goed gebruik van de stad mogelijk maken. En die daarom van waarde zijn.

Wij hechten veel waarde aan kennisuitwisseling met collega’s en vakgenoten ergens anders in het land of experts bij instellingen of koepelorganisaties. Dat houdt ons scherp. Andersom dragen wij met onze kennis graag bij aan de verdere ontwikkeling van assetmanagement in Nederland. Wij verwijzen professionals die meer willen weten over risicogestuurd beheer of de Rotterdamse aanpak graag door naar onderstaande links.

Meer informatie

Bent u geïnteresseerd in Assetmanagement Rotterdam en wilt u meer weten over onze aanpak? Neem dan contact met ons op via assetmanagement@rotterdam.nl.

Op de hoogte blijven van nieuws en praktijkvoorbeelden? Meld u dan aan voor onze #AssetAlert.