Grondbank
Gepubliceerd op: 15-12-2016
Geprint op: 13-12-2019
https://www.rotterdam.nl/bestuur-organisatie/grondbank/
Spring naar het artikel

De Grond- en Reststoffenbank (GRB) ontwikkelt locaties voor tijdelijke opslag of toepassing van grond en reststoffen. Al ruim 30 jaar heeft de bank de regie over grond- en reststromen in de stad Rotterdam en regio Rijnmond.

In deze regio komt veel grond vrij door nieuwe bouwprojecten, saneringen en andere ontwikkelingen in de stad. Deze (miljoenen tonnen) grond en reststoffen worden circulair hergebruikt en de Grondbank is dé adviseur en regisseur hiervoor. Door de Rotterdamse en regionale insteek zorgt GRB voor besparing in CO2-uitstoot en transportkilometers en kosten. De Grondbank draagt met zijn circulaire werkwijze bij aan de Rotterdamse duurzaamheidsambities.

Innovaties voor hergebruik

Wij zijn ervan overtuigd dat innovaties op gebied van circulair gebruik (recycling), opwaardering (upcycling) in combinatie met logistieke oplossingen en adequate regie (werk-met-werk kansen tijdig signaleren) kunnen leiden tot een regionale cyclische grondstoffeneconomie, waarbij er geen reststoffen meer zijn.

Grondtransactie verzorgen

Bij de Grond- en Reststoffenbank werken specialisten met kennis van regelgeving en techniek, die de gehele grond- en reststoffentransactie van begin tot eind voor de klant kunnen begeleiden en verzorgen. Centraal is het streven naar de meest optimale oplossing, uiteraard binnen de kaders van (milieu)beleid, regelgeving en de duurzaamheids- en klimaatambities van de opdrachtgever. Wij zijn uw grond- en reststromenmanager.

Certificaten

De Grond- en Reststoffenbank is gecertificeerd volgens de ISO9001. Ook heeft de Grondbank diverse BRL certificaten, waarmee het mogelijk is om diensten kwalitatief hoogwaardig aan te bieden. Periodiek controleert de Kiwa of wordt voldaan aan de kwaliteitseisen uit de BRL.

  • VIHB
    De Grond- en Reststoffenbank is VIHB (Vervoerder, Inzamelaar, Handelaar, Bemiddelaar) erkend en mag transportgeleidebiljetten uitgeven.
  • Kleine individuele partijen grond opbulken
    Door de certificering onder protocol 1 mag de GRB kleine partijen opbulken. Hierdoor kan de GRB kosteneffectief kleine partijen grond verwerken. Volgens Besluit bodemkwaliteit kan opbulken alleen maar als je in het bezit bent van een BRL 9335-1 certificaat. Een ander voordeel van een protocol 1 certificaat is de vrijstelling van uitloging als de grond in een grootschalige toepassing verwerkt wordt.
  • Kwaliteitsverklaring
    Uiteraard wordt er bij iedere partij die onder de BRL 9335 geleverd wordt een erkende kwaliteitsverklaring verstrekt. Deze kwaliteitsverklaring is eenduidig en algemeen erkend en voorkomt discussies met het bevoegd gezag over de kwaliteit.

Met onderstaande formulieren kunt u opdracht geven tot het aanmelden van grond, baggerspecie en reststoffen, bestellen van grond en het melden van schone grond.

Lukt het u niet om de formulieren te openen? Slaat u ze dan eerst op. Dit doet u door met uw rechtermuistoets op de naam van de pdf te klikken en dan te kiezen voor ‘koppeling opslaan als…’.

RMO is een distributiecentrum voor (schoon) Achtergrondwaarde - en Wonen grond.

RMO is ingericht als een tijdelijke opslagplaats voor schone grond, (indicatief) Achtergrondwaarde grond, (indicatief) Landbouw grond en (indicatief) Wonen grond volgens de Rotterdamse Bodemkwaliteitskaart.

Op bestelling kan Achtergrondwaarde- en Wonen grond worden gehaald. Na aanmelding kan ook grond worden gebracht.

De volgende Achtergrondwaarde- en Wonen grondproducten kunnen bij RMO besteld worden:

  • onbewerkte grond/ophooggrond
  • gezeefde grond
  • teelgrond
  • teelgrond TOP (zo goed als vrij van bodemvreemd materiaal)
  • bermenzand
  • zavel grond

De TOP-Europoort is een tijdelijke opslagplaats die zeer breed vergund is, er kan schone t/m sterk verontreinigde grond, baggerspecie en bouwstoffen opgeslagen worden.

Op de TOP-Europoort kunnen grond- en bouwstoffen gekeurd worden en in tijdelijke opslag blijven tot deze ergens anders definitief verwerkt worden. Ook kunnen grond, puin en bouwstoffen bewerkt worden, zoals breken en zeven.

Het gaat over de tijdelijke opslag tijdens de uitvoering van projecten. De tijdelijke opslagen zijn mogelijk na een melding Besluit bodemkwaliteit.

Als Grondbank Rotterdam werken wij voortdurend samen met partners in de regio om projecten te realiseren en daarbij zoveel mogelijk duurzaam hergebruik van grond te stimuleren. Eveneens hebben wij binnen gemeente Rotterdam onze eigen projecten Hieronder vindt u een aantal projecten en samenwerkingsverbanden.

Als er grondverzet plaatsvindt is er meestal een AP04 onderzoek nodig. Dit is afhankelijk van de partijgrootte of historische informatie. Een NEN5740 verkennend bodemonderzoek is vaak altijd nodig.

Dit is afhankelijk van wat er moet gebeuren. Als er gebouwd of iets aangelegd
moet worden is het NEN 5740 onderzoek verplicht als bijlage voor de vergunningaanvraag.

Doorlooptijd

  • Verkennend onderzoek: 8 weken
  • Als er geen verontreiniging aanwezig is, kan het rapport worden getoetst door de Milieudienst Rijnmond (DCMR). Deze toetsing door de DCMR duurt 6 weken
  • Aanvullend onderzoek (als er in het verkennend onderzoek een verontreiniging is aangetoond): ongeveer 2 tot 14 weken
  • Het opstellen van een saneringsplan of formulier volgens het Besluit Uniforme Saneringen (BUS) opstellen: 2 weken
  • DCMR-toetsing: 5 weken bij BUS en 15 weken bij saneringsplan
  • Uitvoering afhankelijk van de omvang en complexiteit van de sanering
  • Opstellen saneringsverslag: 4 weken
  • Toetsing DCMR: 5 weken bij BUS, 8 weken bij een gewone sanering

Voor meer informatie zie de website van de DCMR en de Rijksoverheid.

Volgens Besluit bodemkwaliteit mag grond tijdelijk worden opgeslagen voor de duur van maximaal 3 jaar. In het gebiedspecifieke beleid staan nog wat extra voorwaarden.

Als de opslag korter duurt dan 6 maanden, dan hoeft er geen toets op de ondergrond plaats te vinden. Opslag langer dan 6 maanden en kleiner dan 3 jaar moet worden getoetst op vergelijkbaarheid met de ondergrond. Tijdelijke depots waar grond in en uit wordt gereden (dus niet eenmalig) en tijdelijke depots die langer dan 3 jaar liggen, zijn Wm-plichtig. Zie hieronder voor verdere voorwaarden.

Tijdelijke opslag (voor locaties waarvoor geen Wm-vergunning is)

Controle of benodigde gegevens aanwezig zijn

  • Relevante bodemrapporten of partijkeuringen (geheel)
  • Toetsingsblad(en) van de analysegegevens.
  • Andere relevante gegevens

Alle gegevens moeten als PDF-bestand bij de melding gevoegd worden. Meldingen worden digitaal gedaan op meldpuntbodemkwaliteit.nl.

Eventuele opmerkingen of bijzonderheden die het bevoegd gezag moet weten, kunnen op het laatste blad van de melding vermeld worden.

Tijdelijke opslag korter dan 6 maanden

Definitieve kwaliteitsgegevens hoeven niet aanwezig te zijn en er hoeft nog geen toepassingslocatie bekend te zijn. Als de partij langer dan 6 maanden op de locatie blijft, moet melding aangepast worden.

Tijdelijke opslag korter dan 6 maanden en maximaal 3 jaar

Kwaliteitsgegevens moeten bij de melding gevoegd worden en de toekomstige toepassingslocatie moet in de melding vermeld worden.

Tijdelijke opslag van bouwstoffen is niet geregeld in het gebiedsspecifieke beleid. Hier gelden de generieke regels uit het Besluit bodemkwaliteit.

  • opslag moet worden gemeld bij het bevoegd gezag
  • voor de opslag is een WM-vergunning verplicht. Omdat deze procedure ca 6 maanden duurt wordt opslag van bouwstoffen korter dan 6 maanden vaak gedoogd.
  • Opslag van bouwstoffen binnen de grenzen van het werk (bouwproject) hoeven niet gemeld te worden.

De Nota actief Bodem en Baggerbeheer en de kwaliteitskaarten kunt u via de onderstaande links downloaden:

Particulieren kunnen geen grond aanleveren bij de Grondbank. Wel is het mogelijk dat een derde (bv een aannemer) deze grond aanbiedt. Particulieren kunnen naar de milieuparken van de gemeente.

De volgende regels zijn van toepassing.

  • De kwaliteit van de opgeslagen grond moet voldoen aan de lokale maximale waarde industrie voor een tijdsduur van maximaal 6 maanden. Als de grond langer dan 6 maanden wordt opgeslagen zal de kwaliteit van de opgeslagen grond moeten voldoen aan de ondergrond.
  • De gronddepots moeten zijn afgesloten met deugdelijke hekken van ten minste 2 meter hoog, zodat het bijstorten van afvalstoffen wordt voorkomen
  • Om stofoverlast door verstuiving te voorkomen, moeten de gronddepots worden ingezaaid met gras, of bespoten met een humuspreparaat dat verstuiven voorkomt
  • Als het depot dicht bij woonbebouwing ligt, moet hinder van vrachtauto’s zoveel mogelijk worden beperkt
  • Bij ontmanteling van het depot moet met gegevens over de aan- en afvoer van grond aangetoond kunnen worden dat het depot weer volledig is verwijderd
  • Samenvoegen van partijen groter dan 25m3 is een erkenningsplichtige activiteit en mag alleen onder BRL9335 worden gedaan na goedkeuring en registratie door de Grond- en Reststoffenbank (GRB).
  • Opsplitsen (het op meerdere plaatsen gebruiken van grond uit één depot) is ook aan regels gebonden en mag alleen onder BRL9335 worden uitgevoerd en na goedkeuring van Grondbank of DCMR.

Met de invoering van het Besluit bodemkwaliteit moeten alle partijen grond, baggerspecie (en zand) die gebruikt en toegepast worden, gemeld worden bij een centraal landelijk meldpunt.

In deze melding staat onder andere aangegeven waar het materiaal gebruikt gaat worden en in welke hoeveelheid. Aan deze wettelijke verplichting moet 5 werkdagen voor de toepassing worden voldaan.

Alle partijen die gebruikt worden in een hoeveelheid groter dan 50 m3 moeten gemeld worden bij het centraal meldpunt. Dit meldpunt stuurt de melding dan door naar het lokale bevoegd gezag dat de melding beoordeelt. Voor Rotterdamse toepassing op het maaiveld is dit de Milieudienst Rijnmond (DCMR). Voor toepassing van grond in een watergang is het hoogheemraadschap, waterschappen of Rijkswaterstaat het bevoegd gezag. Voor een goed overzicht verzorgt de Grondbank de verplichte melding voor gemeentelijke diensten. Neem hiervoor contact op met de afdeling acceptatie van de Grondbank.

Met de invoering van het Besluit bodemkwaliteit moeten alle partijen grond (en zand), groter dan 50m3, die gebruikt en toegepast worden, gemeld worden bij een centraal landelijk meldpunt.

Ook de toepassing van schoon (trechter)zand. In deze melding staat onder andere aangegeven waar de grond gebruikt gaat worden en in welke hoeveelheid. Aan deze wettelijke verplichting moet 5 werkdagen voor de toepassing worden voldaan. Voor Rotterdamse toepassing op het maaiveld is dit de Milieudienst Rijnmond (DCMR). De Grond- en Reststoffenbank (GRB) kan voor gemeentelijke diensten de verplichte melding verzorgen. Neem hiervoor contact op met de afdeling acceptatie van de Grondbank.

Een bestemmingsonderzoek moet u uitvoeren als u grond af wil zetten op een andere plek.

  • Grond: altijd, behalve bij grondverzet op basis van de bodemkwaliteitskaart met vergelijkbare kwaliteit en een historisch onderzoek en wanneer er niet dieper dan 2,5m wordt ontgraven, als de grond op dezelfde plek blijft hoeft het ook niet.
  • Bouwstof: alleen als de bouwstof van eigenaar verwisseld. Als vermoed wordt dat de bouwstof verontreinigd is, is zorgplicht van toepassing en is een partijkeuring wel nodig.

De Grond- en Reststoffenbank Rotterdam is één van de oprichters van de Branche Organisatie Grondbanken (BOG). Doel van de BOG is het bundelen en uitdragen van de kennis van de leden.

Ook zijn ze gesprekspartner van de (Rijks)overheid bij beleidsontwikkeling over grondstromen. Voor meer informatie zie Grondbanken.net.

Besluit bodemkwaliteit

Het landelijke Besluit bodemkwaliteit gaat onder andere over het hergebruik van grond. Bijvoorbeeld voor de aanleg van wegen, spoorwegen, geluidswallen, dijken, kades en terpen en voor de ophoging van woongebieden en industrieterreinen.
In het Besluit bodemkwaliteit en de regeling bodemkwaliteit worden de volgende zaken geregeld:

  • melden grondverzet: alle toepassingen van zand, grond en baggerspecie moeten worden gemeld bij Meldpunt bodemkwaliteit
  • welke kwaliteiten grond mogen worden toegepast op een locatie
  • regels over tijdelijke opslag van grond
  • regels over het samenvoegen of splitsen van partijen grond

Er mag ook gebiedsspecifiek beleid gevoerd worden. Dit betekent dat een gemeente eigen lokaal beleid mag vaststellen naast de landelijke wet- en regelgeving. De gemeente Rotterdam heeft  gekozen voor de ontwikkeling van dergelijk gebiedsspecifiek beleid. Ze stelden normen op om een zo goed mogelijk hergebruik mogelijk te maken. Deze normen zijn de 'Lokale Maximale Waarden' voor de toepassing van grond of bagger. De lokale maximale waarden zijn afgeleid van en getoetst aan de methodes uit het Besluit bodemkwaliteit. Een van die methodes is de risicotoolbox.

In de nota actief bodem- en baggerbeheer staat het Rotterdamse gebiedsspecifieke beleid over het gebruik van grond en baggerspecie. Met het gebiedsspecifieke beleid is ook de bodemkwaliteitskaart herzien. De bodemkwaliteitskaarten en de nota bodem en baggerbeheer vormen gezamenlijk een geheel. Ze kunnen dus niet los van elkaar worden gebruikt. Wordt de grond gebruikt op een plek, dan moet deze de kwaliteit hebben zoals op de toepassingskaart staat. Van de afkomst geldt de kwaliteit zoals beschreven in de laag van 0-1m-mv en >1m-2m-mv (mv = meter beneden maaiveld). Grondverzet kan alleen niet zomaar vanaf de kaart plaatsvinden. Er moet eerst een historisch onderzoek worden uitgevoerd.

Voor meer informatie over het landelijk besluit bodemkwaliteit zie: Bodemplus.nl. Voor meer informatie over het lokale beleid en de nota actief bodem- en baggerbeheer zie de website van DMCR.

Gecertificeerd voor diverse BRL-certificaten

De Grond- en Reststoffenbank is gecertificeerd voor diverse BRL certificaten. Hiermee kunnen we diensten kwalitatief hoogwaardig aanbieden. De Grondbank is ondermeer gecertificeerd voor de BRL 9335. Daarmee mogen we partijen grond samenvoegen en erkende kwaliteitsverklaringen volgens het Besluit bodemkwaliteit koppelen aan partijen grond. Periodiek controleert de Kiwa of de Grond- en Reststoffenbank voldoet aan de kwaliteitseisen uit de BRL.

BRL 9335 protocol1 (individuele partijen grond)

Door de certificering onder protocol 1 mag de Grond- en Reststoffenbank kleine partijen opbulken. Hierdoor kan het GRB kosteneffectief kleine partijen grond verwerken. Volgens het Besluit bodemkwaliteit kan opbulken alleen maar met een BRL 9335-1-certificaat. Een ander voordeel van een protocol-1-certificaat is de vrijstelling van uitloging bij verwerking van de grond in een grootschalige toepassing. Dit is een belangrijk voordeel dat de snelheid van uiteindelijke acceptatie ten goede komt.

Natuurlijk verstrekt de GRB bij iedere partij die onder BRL 9335 geleverd wordt een erkende kwaliteitsverklaring. Deze kwaliteitsverklaring is eenduidig en algemeen erkend. Hij voorkomt discussies met het bevoegd gezag over de kwaliteit.

VIHB: Vervoer van grond

De Grond- en Reststoffenbank is erkend VIHB (Vervoerder, Inzamelaar, Handelaar, Bemiddelaar) en mag transportgeleidebiljetten uitgeven. Transportgeleidebiljetten zijn verplicht bij vervoer van grond of een andere afvalstof over de openbare weg. Dit staat in het Besluit melden en registreren.

Het VIHB-nummer is een registratienummer. De stichting Nationale en Internationale Wegvervoer Organisatie (NIWO) kent dit toe aan vervoerders, inzamelaars, handelaars en bemiddelaars van afvalstoffen. Zij moeten hiervoor vermeld staan op de landelijke VIHB-lijst.

Melden werkzaamheden

Alle werkzaamheden op de locatie RMO worden uitgevoerd volgens BRL 9335 protocol 1. Bij alle geleverde partijen schone grond is een grondbewijs BRL 9335 opvraagbaar.
Alle partijen grond (en zand), groter dan 50 kubieke meter, die gebruikt en toegepast worden, moeten worden gemeld worden bij een centraal landelijk meldpunt. In deze melding staat onder andere waar de grond gebruikt gaat worden en in welke hoeveelheid. Aan deze wettelijke verplichting moet 5 werkdagen voor de toepassing worden voldaan. Rotterdamse toepassingen op het maaiveld meldt u bij de Milieudienst Rijnmond (DCMR) aan. Zie ook Meldpunt bodemkwaliteit.

Verplichte melding

De Grond- en Reststoffenbank (GRB) kan voor gemeentelijke diensten de verplichte melding verzorgen. Neem hiervoor contact op met de afdeling acceptatie via uwgrondbank@rotterdam.nl.

Meer informatie

Grond- en reststoffenbank 
Wilhelminakade 179, 3072 AP  Rotterdam
Telefoon: (010) 489 49 76
E-mail: uwgrondbankgw@rotterdam.nl

\