toets op het huishoudinkomen
21 december 2011
Leverende organisatie | Aangeleverd op 10-02-2012
In de berekening van de uitkering wordt gekeken naar het inkomen en het vermogen van alle gezinsleden. Dat heet de toets op het huishoudinkomen.
Tot 2012 was de gezinsuitkering alleen bestemd voor twee partners (en minderjarige kinderen). In de nieuwe situatie is diezelfde uitkering bestemd voor het gezin mét eventuele inwonende meerderjarige kinderen. Het andere inkomen van gezinsleden wordt van de uitkering afgetrokken. Dit kan grote gevolgen hebben.
Voorbeeld:
Uw 20-jarige, inwonende dochter werkt en verdient 500 euro per maand. U en uw partner hebben samen een bijstandsuitkering van (ongeveer) 1250 euro per maand.
- In de oude situatie was de uitkering bestemd voor u en uw partner.
Uw totale gezinsinkomen was dus: 500 (loon dochter) + 1250 (uitkering) = 1750 euro
- In de nieuwe situatie is de bijstandsuitkering van 1250 euro bestemd voor het hele gezin, inclusief meerderjarige kinderen. Het loon van uw dochter wordt dus van de gezamenlijke uitkering afgetrokken: 1250 – 500 = 750 euro.
Uw totale gezinsinkomen is: 500 (loon dochter) + 750 (uitkering) = 1250 euro.
Uitzonderingen
- Volgens de nieuwe regels horen niet tot het gezin:
- Meerderjarige, studerende kinderen met een inkomen tot 1023 euro per maand.
- Gezinslid met een AWBZ-indicatie vanaf 10 uur per week, zonder persoonsgebonden budget, die thuis verzorgd wordt door ouder of kind.
- Inkomen dat niet wordt gekort op de gezinsuitkering:
- Inkomen uit werk van kinderen van 16 en 17 jaar, tot 827 euro per maand
- Inkomen uit werk van kinderen onder de 16 jaar
- Een Wajonguitkering van een gezinslid
Zie ook de veelgestelde vragen over het huishoudinkomen.
Zie ook het Informatieblad Toets op het huishoudinkomen