nederlands architectuurinstituut (nai)

 

Leverende organisatie  | Aangeleverd op 16-03-2010

 

NAi  

Museumpark 25
J.M.J. Coenen
1988-1993

De totstandkoming van het Nederlands Architectuurinstituut heeft heel wat voeten in de aarde gehad. Na een heuse stedenstrijd werd uiteindelijk Rotterdam door minister Elco Brinkman aangewezen. Het NAi kwam niet in de voormalige bibliotheek aan de Botersloot, zoals eerst gepland was, maar in een nieuw gebouw in het Museumpark. Na een prijsvraag onder zes architecten werd in 1988 de Limburgse architect Jo Coenen uitverkoren. Het museum vormt de kern van het Museumpark.

Stedenstrijd
Het Nederlands Architectuurinstituut was een fusie van drie in Amsterdam gevestigde instellingen: de stichting Wonen, het Nederlands Documentatiecentrum voor de Bouwkunst en de stichting Architectuurmuseum. Na lang getouwtrek kwam het in Rotterdam terecht.
Rotterdam is niet alleen dé architectuurstad van Nederland, maar was ook stiefmoederlijk bedeeld wat culturele instellingen en rijksmusea betreft. In 1988 werd de ontwerper van dit belangrijke gebouw via een besloten prijsvraag gekozen. Zes architecten leverden een plan in, met Rem Koolhaas als gedoodverfde maar Jo Coenen als verrassende winnaar. Ook de realisatie van het ontwerp verliep uitermate moeizaam. Inmiddels was het NAi in een voorlopige ruimte aan de Westersingel in Rotterdam neergestreken.

Archiefgebouw
In het ontwerp van Coenen zijn de hoofdfuncties van het instituut in afzonderlijke gebouwdelen ondergebracht: het archief, de tentoonstellingsruimte en de staf. Elk gebouwdeel heeft een eigen architectonische karakteristiek en een eigen relatie met de omgeving. Het langgerekte archiefgebouw volgt de kromming van de Rochussenstraat en sluit daarmee het Museumpark van deze drukke verkeersroute af. Het gebouwdeel is op betonnen schijven geplaatst, waardoor een arcade is ontstaan die een visuele relatie met het park mogelijk maakt. 's Avonds is in de arcade het spectaculaire lichtkunstwerk van Peter Struycken te zien. In de spitse punten van de 'banaan' zijn een café en een aparte kantoorruimte ondergebracht. Eerst was hier de redactie van het tijdschrift Archis gehuisvest, later de Architectuurbiennale. Het archiefgebouw bevat opslagruimte voor archieven, met behalve boeken en documenten vooral grote bouwtekeningen en maquettes. Er zijn hier ook studieruimtes voor onderzoekers.

Tentoonstellingsgebouw
Het tentoonstellingsgebouw is een vierkant volume van beton, bekleed met baksteen. Behalve een grote hoge tentoonstellingszaal zijn er twee kleinere ruimtes, een galerij en een balkonzaal. Ook op de zolderverdieping kan tussen de zes verdiepingshoge betonnen liggers worden geëxposeerd; de vloeren bestaan uit stalen roosters om het daglicht vanuit het transparante dak tot in de grote zaal door te laten dringen. Vanwege hoogtevrees en inkijk bij de bezoekers zijn deze roosters inmiddels met vloerbedekking belegd. De grote, hoge tentoonstellingszaal is op allerlei manieren te gebruiken. De ene keer is de zaal dichtgebouwd, de andere keer volledig open met slechts enkele ijle maquettes. De verschillende verdiepingen zijn bereikbaar via een spectaculaire hellingbaan langs de zalen.

Glazen middendeel
Het hoge glazen middenbouwdeel bevat kantoorruimte en een bibliotheek, door een luchtbrug gekoppeld aan de studieruimtes in het archiefgebouw. De constructie van dit gebouw wordt gevormd door stalen kolommen aan de buitenzijde van de gevel, die boven het gebouw samenkomen in een stalen pergola. In de gesloten plint van twee verdiepingen van dit gebouwdeel liggen de centrale entreehal en de foyer, gekoppeld aan het glazen auditorium aan de vijver. De entreehal is bereikbaar vanuit de arcade, maar ook vanuit het Museumpark via een houten loopbrug over de vijver. In de vijver is een kunstwerk van Auke de Vries geplaatst.

Architectuurkritiek
Een architectuurmuseum is de moeilijkste en meest beladen opgave voor een architect. Moet het gebouw een neutrale tentoonstellingsdoos zijn, of een staalkaart van alle mogelijke architectuuropvattingen? Het gebouw van Jo Coenen combineert beide opties en geeft bovendien op intelligente wijze antwoord op de moeilijke stedenbouwkundige situatie. Coenen heeft de financiële problemen bij de realisatie van het gebouw gepareerd door zich te concentreren op de hoofdzaken van het ontwerp en waar nodig goedkope materialen toegepast, zoals de golfplaten in het archiefgebouw. De meningen over het NAi waren bij gereedkoming verdeeld. Het gebouw werd door ex Archis redacteur Geert Bekaert 'zelfgenoegzaam en prestigieus monumentaal' genoemd: 'een Versailles voor de Nederlandse architectuur'. In de internationale tijdschriften was meer aandacht voor de vrijwel tegelijkertijd gerealiseerde Kunsthal van Rem Koolhaas.

Literatuur:

  • Archis 1988-7, 1993-10
  • de Architect 1988-7/8, 1993-12
  • Architectuur Bouwen 1988-6/7, 1993-11
  • Architecture + Urbanism 1992-11
  • Architectural Review 1994-2
  • Architectural Record 1994-3
  • A. Duivesteijn - Het NAI, 1993
  • Jaarboek 1992-1993, 1993-1994
  • A. Oxenaar - Jo Coenen, architect, 1994
  • GA Document 40

Deze pagina is succesvol verzonden

Afbeelding voor het bijhouden van paginastatistieken