eerste antillianen hoogopgeleid
08 oktober 2010
Leverende organisatie | Aangeleverd op 13-10-2010
Societeit voor Antillianen op de eerste verdieping van een schoolgebouw aan de Ketenstraat (1967). Foto: Ary Groeneveld
De Nederlandse bezittingen in het Caraïbisch gebied werden in de negentiende eeuw opgesplitst in twee koloniën: de Nederlandse Antillen en Suriname. Tussen wat de Nederlandse Antillen wordt genoemd bestaan echter grote culturele verschillen. De bovenwindse eilanden Sint Maarten, Sint Eustatius en Saba zijn voornamelijk Spaans-Amerikaans gericht, de benedenwindse eilanden Aruba, Bonaire en Curaçao vooral regionaal. Ook de taal verschilt: op de bovenwindse eilanden is Papiamento de voertaal, op de benedenwindse eilanden is dat Engels. In tegenstelling tot Suriname wordt op de Antillen alleen Nederlands gesproken bij de overheid en in het onderwijs.
Tot 1975 was er weinig migratie uit het Caraïbisch gebied naar Nederland. In 1954 telde heel Nederland slechts 5000 Antillianen en Surinamers. In 1990 woonden er naar schatting zo'n 8300 Antillianen in Rotterdam. De Antillianen, voornamelijk jonge mannen tussen 20 en 40 jaar afkomstig uit de hogere sociale klassen, emigreerden om in Nederland te werken en een opleiding te volgen. Ze vestigden zich vooral in Kralingen en Crooswijk, gevolgd door Noord en Delfshaven. Hoogvliet was in trek onder de migranten die in hun thuisland werkzaam waren geweest in de petrochemische industrie. Hoogvliet zou een van de grootste Antilliaanse gemeenschappen van Rotterdam gaan huisvesten.
Vanaf 1985 was het economisch motief de doorslaggevende reden om zich in Nederland te vestigen. Jaarlijks kwamen er zo'n 5000 Antillianen naar Nederland. In 2001 was hun aantal uitgegroeid tot bijna 18.000. Deze tweede groep bestond vooral uit jonge, laagopgeleide Antillianen uit de lagere sociale klassen. Ze hoopten hier werk te vinden of een opleiding te volgen, en als ze hierin niet slaagden, een uitkering te krijgen.
Twee derde van hen vestigde zich in Charlois, Feijenoord, Delfshaven en Hoogvliet. Grote problemen bij deze groep waren schooluitval, werkloosheid en een slechte integratie. Om die het hoofd te bieden, werden er allerlei projecten opgezet.
Eerder gepubliceerd in de rubriek 'Toen' op de Rotterdampagina van De Telegraaf. Daarin wordt iedere week aan de hand van de actualiteit teruggrepen op vroeger. Dat gebeurt in samenwerking met het Gemeentearchief Rotterdam (www.gemeentearchief.rotterdam.nl).
reacties
Ik denk dat het factoor gedrag moet ook als een vaak in het lagere school zijn. als iemand niet weet hoe het factoor gedrag is ontstaan , blijf die persoon met een slecht gedrag .
Kelvin Sophia 24 maart 2012