de hef
Leverende organisatie | Aangeleverd op 12-03-2010
Koningshaven
P. Joosting
1924-1927
Hefbrugprincipe
Het hefbrugprincipe was in de negentiende eeuw in de Verenigde Staten ontwikkeld. De eerste verticaal beweegbare brug in Nederland was de spoorbrug over de Poldervaart bij Kethel in 1847. Andere hefbruggen in Nederland werden vooral tussen de Twee Wereldoorlogen gebouwd, zoals de Hefbrug, de Barendrechtse Brug, de Spijkenisserbrug en de drie bruggen over de Gouwe.
Bij een hefbrug wordt een brugdeel, het val, op en neer bewogen tussen twee torens. Het val is via kabels met twee betonnen contragewichten in de torens verbonden.
De Hef
De grootste en meest befaamde hefbrug, de Hef van Rotterdam uit 1927, werd ontworpen door een ingenieur van de Nederlandse Spoorwegen, Pieter Joosting (1867-1942). De draaibruggen over de Koningshaven uit 1877 waren te smal en zo moeizaam te openen voor het drukke scheepvaartverkeer dat in 1924 werd besloten ze te vervangen door een hefbrug voor de trein en een basculebrug voor het gewone verkeer. De Koninginnebrug is een ontwerp van A.H. van Rood, die in 1924 de ideeënprijsvraag voor een nieuwe brug won. De brug lag in het verlengde van de Willemsbrug.
De bijna 70 meter hoge torens van de Hef zijn ter plekke geconstrueerd op betonnen funderingen; het 52 meter lange bewegende gedeelte was gebouwd in Walsum in de fabriek van de Duitse aannemer. Via rijnaken werd het naar Rotterdam vervoerd en door een viertal bokken ingehangen. Veel avantgarde-architecten bewonderden de pure constructie van de brug. De bewegende wielen, kabels en contragewichten waren niet weggewerkt achter façades of voorzien van niet-functionele decoraties. De Hef was een staaltje pure ingenieurskunst.
Symbool
De Hef werd een belangrijk symbool van de havenstad. Cor Vaandrager schreef er een boek over (1975) en Joris Ivens (1928), Paul Schuitema (1934), Hans Keller (1981) en Marijke Jongbloed (2001) maakten er films over. Arij de Boode en Pieter van Oudheusden richtten uitgeverij De Hef op, met als eerste boek "De Hef, biografie van een spoorbrug" (1985).
De duiksprong van de brug van Lou Vlasblom op 14 januari 1933 vergrootte de mythevorming. Een tweede duiker verongelukte enkele dagen later.
Twee keer raakte de Hef beschadigd: in de meidagen van 1940 en bij een aanvaring in 1978. Toen de Hef door de bouw van de Spoortunnel zijn functie verloor, ontbrandde een strijd voor het behoud van dit industriële monument. Sinds 2000 is de Hef Rijksmonument. Een herbestemming, bijvoorbeeld een restaurant of deelgemeentekantoor in het bewegende deel, is nog steeds niet gevonden.
Literatuur:
- A. de Boode - De Hef, 1985; Architectuur Rotterdam 1890-1945, 1991