excellentie in frontlijnteams
03 februari 2012 | Stadsontwikkeling | nieuwsbericht
Hier vindt u de eerste publieksversie van het onderzoek ‘ Excellentie in Frontlijnteams ’ (ter verkrijging van Master Public and Non-Profit Management, Tias Nimbas business school, Tilburg). Dit onderzoek is ontstaan doordat ik (Suzan Daamen) mij verwonderde over de explosie aan frontlijngerelateerde initiatieven in het sociale domein in ons land en tegelijkertijd moest vaststellen dat er grote verschillen zijn in de manier waarop in vele steden invulling werd gegeven aan deze ontwikkeling. Vanuit het idee dat deze veelbelovende ontwikkeling alleen vanuit een gemeenschappelijk referentiekader een stap verder gebracht kan worden, is dit onderzoek ontstaan. Dit referentiekader is ontstaan door een vijftal teams uitgebreid te onderzoeken en de typering van overeenkomsten en verschillen in hun werkwijze basis te laten zijn voor dit referentiekader.
De uitkomsten hiervan zijn relevant voor iedereen die betrokken is bij de totstandkoming van nieuwe frontlijngerelateerde initiatieven omdat het inzicht geeft in de basisprincipes en het krachtenveld waarin deze ontwikkeling plaatsvindt. Maar ook voor iedereen die betrokken is bij bestaande frontlijnteams zijn de uitkomsten relevant omdat het onderzoek de positionering van frontlijnteams benadert vanuit een breder krachtenveld. Het laat zien dat er grote nuanceverschillen zijn in de manier waarop frontlijnteams zich manifesteren en dat deze dus niet vanuit een homogeen maar een heterogeen perspectief moeten worden benaderd zodat de waarde van elke verschijningsvorm ook daadwerkelijk een waarde heeft in de praktijk. Met andere woorden: dat de frontlijnteams in het juiste perspectief worden gesteld zodat verwachtingen, eisen en doelstellingen overeenkomstig kunnen betekenis krijgen. Dit alles met als doen dat de teams uiteindelijk in een passende verhouding met de institutionele omgeving kunnen opereren.
In de huidige versie van het onderzoeksrapport zit nog een groot aandeel dat bestaat uit uitgebreide theoretische beschouwingen en uitgebreide analyses van onderzoeksresultaten. Op basis van de reacties uit het werkveld hoop ik de komende tijd meer focus te kunnen brengen aan de zwaartepunten van het onderzoek binnen de huidige context van het frontlijnwerk. Ik nodig de lezer van dit rapport van harte uit mij te voorzien van reacties zodat deze volgende stap gezet kan worden. Deze stap leidt tot een epiloog met de vraag: ‘so what?’, welke implicaties hebben de onderzoeksresultaten voor verdere professionalisering van frontlijnteams? De grote verschillen op gebied van frontlijnmethodieken vragen om een gezamenlijke evaluatie vanuit een gemeenschappelijk referentiekader. Deze evaluatie zal inzichten opleveren voor het aanscherpen en borgen van frontlijnmethodieken en is bepalend voor specifieke invulling van professionaliteit.
Leeswijzer
In de inleiding (deel I) wordt de focus van het onderzoek vanuit de context beschreven. In deel II wordt via een theoretisch kader invulling gegeven aan de manier waarop frontlijnteams moeten worden bestudeerd. Hierin worden twee thema’s besproken, namelijk de betekenis van het werk van frontlijnteams en de professionaliteit die nodig is om deze betekenis waar te maken. Om te komen tot een juiste selectie van frontlijnteams vindt een beoordelingslag plaats aan de hand van criteria die karakteristiek zijn voor succesvolle inbedding van frontlijnteams. In deel III wordt de onderzoeksmethode toegelicht en wordt de selectie van succesvol ingebedde frontlijnteams toegelicht.
Voor de lezer die geïnteresseerd is in de achtergrond van de werkwijze van de vijf frontlijnteams is een voorbereidende analyse van deze werkwijze in bijlage 10 (p. 48) opgenomen. De analyse vindt plaats aan de hand van vier ijkpunten: opdracht/opdrachtgever, doelstelling, methode en succesfactoren. In bijlage 11 (p. 56) vindt u een beschrijving van de onderzoeksresultaten. Hierin zijn de opbrengsten van de interviews per thema besproken. Deze leiden tot een typering van de werkwijze van frontlijnteams. Enkele thema’s zijn: steun, samenwerking en handelingsruimte.
In deel IV vindt de analyse van onderzoeksresultaten plaats. Deze analyse vindt plaats door betekenis te geven aan de typering van de werkwijze van frontlijnteams. Op basis van overeenkomsten en verschillen in de werkwijze van de teams ontstaat in dit hoofdstuk een gemeenschappelijk referentiekader waarin een willekeurig frontlijninitiatief gepositioneerd kan worden. In deel V (conclusie) wordt deze analyse vertaald naar suggesties voor verdere professionalisering van frontlijnteams en naar fundamentele afwegingen die daarmee gepaard gaan.
Voor de lezer die geïnteresseerd is in achtergrond van het domein waarin frontlijnteams actief zijn is bijlage 1 relevant (‘beschrijving van de context van hulp aan kwetsbare burgers'). Voor de lezer die geïnteresseerd is in de achtergrond en typering van de professionaliteit van een frontlijnwerker zijn de bijlagen 2 en 3 interessant om door te nemen (‘de frontlijnwerker: een uitvoeringsprofessional’ en ‘de professionele professional’ (Zuurmond en de Jong, 2010).
Tot slot: bijzondere dank aan de gepassioneerde medewerkers bedanken die ik tijdens mijn interviews heb gesproken: Hanneke Henkens, Giel Schroijen, Menekse Cesur, Tamara Rada, Bernadette Kodde, Rachid Ben-Ali, Imka Broekhuijsen, Maaike Mulder, Astrid de Bue, Nynke Andringa, Heino van de Elst, Richard Ros en Jeanet Zonneveld. Zij hebben invulling gegeven aan mijn inspirerende reis door het land. Daarbij dank ik Daniel Giltay Veth in het bijzonder vanwege zijn waardevolle hulp en bijzondere betrokkenheid bij het onderzoeksthema. En tenslotte een woord van dank aan Jorrit de Jong voor de begeleiding tijdens het onderzoeksproces.
Suzan Daamen, januari 2012
Reacties zijn zeer welkom:
s.daamen@rotterdam.nl
0619644033