eerste dagen als rotterdamse wethouder
12 juli 2010 | Bestuursdienst | nieuwsbericht
Wethouder Louwes
Op donderdag 27 mei vond het Gemeenteraadsdebat plaats over het coalitieakkoord van PvdA, VVD, CDA en D66. Met een beetje trots luisterde ik achterin de zaal naar de diverse bijdragen. Het compliment van Marco Pastros (LR) voor de vele vrouwen die meer genegen zouden zijn over hun eigen schaduw heen te springen is een prima aanmoediging collegiaal besturen echt waar te maken. De voorzichtige mondelinge steun van alle oppositiepartijen voor een open bestuurshouding doet je wel beseffen hoezeer we dat moeten bewijzen te beginnen met de Kaderbrief en het college werkprogramma. Veelbelovend was de brug die Dominic Schrijer (PvdA) sloeg naar Leefbaar in het debat voor een open gesprek. Het voelt wat onwennig in de Raadszaal. Die onwennigheid neemt toe op het moment dat ik plaatsneem in de stoel na de installatie achter de collegetafel. Gelukkig is de zaal in de praktijk veel intiemer dat hij lijkt. Het zitten op een verhoging voelt voor een dochter van een linkse vakbondsman extra vreemd. De collegialiteit en onderlinge betrokkenheid van de negen achter de tafel krijgt dan al betekenis.
Daarna op werkbezoek naar het Schouwburgplein. Dankzij de samenwerking tussen de ondernemers, bewoners en instellingen zal dit gebied doordeweeks verlevendigen tussen 17.00 en 20.00 uur. Ik kan niet wachten. Ondernemers benadrukken dat de consument met de beter gevulde portefeuille Rotterdam nu goed weet te vinden. Ze pleiten voor het aantrekken van bijpassende bedrijvigheid in bijvoorbeeld de nog legen puien van de Van Oldebarneveltstraat. Het bezoek aan Central Post confronteert me met een gemis: de Feniks staat nu terug op zijn oude plek voor Central Post (hij stond toch ook erg mooi op de Zalmhaven, alwaar ik hem dagelijks vanaf mijn balkon kon bewonderen). Hiep hiep hoera voor behoud van ook wederopbouwpanden
Vrijdag 28 mei een constituerend beraad dat in een opperbeste stemming verloopt, uitmondend in prima werkafspraken. Daarna als een speer door naar een G4-oploop om als nieuwe colleges kennis te maken, maar ook een mogelijke inzet voor een nieuw te vormen kabinet te bespreken. Inspirerend om de andere D66-wethouders van Utrecht en Den Haag in hun nieuwe rollen te zien. Utrecht bood daarna een voortreffelijk diner en ’s avonds een prachtig cadeau: het jaarlijkse concert ter ere van de Vrede van Utrecht. Prachtige koorzang van de Bachvereniging in de Dom. Op zo’n moment besef je dat je baan van wethouder zeer bijzondere extraatjes heeft. Luisterend naar de mooie indrukwekkende muziek verkeer je even in een andere dimensie om vervolgens in de pauze enthousiast te netwerken.
Maandag 31 mei begint de dag met trouw en toeverlaten beleidsadviseur en bestuursassistent. Besproken wordt hoe de noodzakelijke wekelijkse overleggen te organiseren. Ik merk aan mezelf zo min mogelijk vaste vergaderingen te willen hebben op het stadhuis en veel naar organisaties toe te willen, inclusief de ambtelijke diensten. Zo net gestart vanuit twintig jaar rijksambtelijke ervaring, realiseer ik me goed dat ik Rotterdam in al zijn facetten moet leren kennen. En nu gewoon doen. Bij de inwerkdagen is het in elk geval goed gelukt. ’s Middags vond de nadere kennismaking plaats van het college van B&W van Rotterdam met de Dagelijkse Besturen van de deelgemeenten. Elke wethouder heeft twee deelgemeenten waarmee een extra band wordt gesmeed (naast natuurlijk de band die je hebt met alle deelgemeenten vanuit je eigen portefeuille). Voor mij zijn dat Hillegersberg/Schiebroek en Overschie, beide gebieden ken ik oppervlakkig. Gelukkig zullen twee gerichte kennismakingsbezoeken fietsend dit verbeteren. Onderwerpen als behoud van het dorpse karakter, uitbreiding van snelwegen en verbetering van het openbaar vervoer liggen beide na aan het hart. Onderwerpen die ook zeker de collegeagenda zullen bereiken.
Dinsdag 1 juni de eerste collegevergadering met allerlei inhoudelijke punten, waaronder de aanpassing van de entree van de Rotterdamse Schouwburg waardoor het gebouw meer onderdeel wordt van het plein ervoor en vice versa. Wat mij betreft een mooi strak tijdloos pand van Quist. Goed te vernemen dat hij adviseert.
Woensdag 2 juni begint de dag met een werkbezoek aan het werkplein Rotterdam Alexanderplein. De gesprekken met de medewerkers van UWV en dienst SoZaWe van de gemeenten geven me het gevoel dat ik nu echt aan het werk ben. Vanuit het ministerie was ik al langere tijd bezig met de voorwaarden te scheppen om de samenwerking tussen UWV en gemeenten te verbeteren. Niet met als doel het samenwerken, maar met als doel klanten beter en sneller te helpen over de grenzen van de organisaties heen. Met veel genoegen heb ik de gemeenschappelijke balie geopend. Hoezeer klanten van zowel gemeente als UWV profiteren van de samenwerking blijkt onder meer uit de actie samen vacatures op te halen bij de bedrijven in de directe omgeving van het werkplein en het succes van de banenmarkt elk kwartaal.
Daarna door na een lunch met de top 50 van de gemeente: de 50 hoogste gemeenteambtenaren. Het decor was bijzonder: in een loods van de Roteb stonden acht zeer diverse fauteuilles van de Piekfijn. In deze stoelen hadden de andere wethouders ’s ochtends plaats genomen en viel mij nu in mijn eentje de eer te beurt. Gelukkig heb ik geen last van podiumvrees. De uitdagingen voor het management van de gemeente zijn niet mis: wethouders met elkaar deels overlappende portefeuilles, forse bezuinigingen, noodzaak tot flexibelere inzet van het beschikbare personeel, integraal werken tussen diensten die daarmee nog maar net zijn begonnen, andere rol van de gemeente ten opzichte van de samenleving om er maar een paar te noemen. Ik realiseer me dat teamwork en sturen op hoofdlijnen vooraf vanuit het college noodzakelijke voorwaarden zijn.
’s Middags de kans om een indrukwekkende speech van de burgemeester bij te wonen op de conferentie “De kracht van de Marokkaanse Rotterdammers”. Zo’n rolmodel horen zeggen dat er nu een einde is gekomen aan het klagen en slachtoffergedrag maakt voelbaar indruk in de zaal. Hij hijst ook nog mij even op het podium om me voor te stellen aan de aanwezigen. In één van de workshops verhalen diverse mensen over de noodzaak ouders te helpen bij hun hulpvraag hoe de kinderen in de Nederlandse samenleving goed te laten landen en vooral hoe individuen zelf aan te spreken op hun eigen verantwoordelijkheid.
Donderdag 3 juni gaat bijna geheel op aan interne overleggen om thuis te raken in diverse dossiers. Van mantelzorg tot volwasseneducatie en het begrotingsproces. Omdat de actualiteitenraad in de Gemeenteraad het toelaat, kan ik nog naar Hoogvliet voor de opening van het loket Bewonersinitatieven. Het Bewonersplatform dat al negentien jaar bestaat is still going strong. Mooi om te zien hoe tweedehandskleding wordt benut om mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt weer te laten solliciteren.
Vrijdag 4 juni bespreken we in het college over het voortbestaan van poppodium Watt in zijn huidige vorm. Daarna door naar het World Port Center voor uitleg over een kleine oefening voor een crisis. Elke crisis is weer anders, maar je mag vooral hopen dat de mensen die het werk moeten doen dat goed doen en daarvoor alle ruimte krijgen inclusief de noodzakelijke tijdige besluiten vanuit het bevoegde gezag. Ik hoop het niet mee te maken, maar als het wel zover komt hoop ik dat ik deze vuistregels in acht neem. De dag eindigt met de kennismaking met een enthousiaste afdeling Economie van het OBR. Er is veel werk te verzetten, maar met de nu al aangelegde goede dwarsverbanden tussen OBR, Roteb, SoZaWe en JOS gaat dat zeker goed lukken.
Maandag 7 juni in een rap tempo diverse bijpraatsessies over mijn portefeuille. De kennis en ervaring vanuit het Haagse blijken goed van pas te komen, meer dan ik zelf had verwacht. ’s Middags op weg naar Leeuwarden voor de netwerkborrel en diner van de VNG in Leeuwarden. Leeuwarden is echt 2,5 uur rijden, maar dan kom je ook wel in een geweldige gastvrije stad.
Dinsdag 8 juni een heuse vuurdoop: mijn eerste deelname aan het jaarlijkse VNG-congres met collega Jantine Kriens en de gemeentesecretaris Arjen van Gils. De mensenmassa van 3100 schrikt wel een beetje af, totdat ik enkele bekenden ontdek en kennis heb gemaakt met vele nieuwe gezichten. Roger van Boxtel pleit voor geleidelijke vorming van regiogemeenten. Dat dit voor vele gemeenten een onwenselijk vergezicht is blijkt uit de vele speeches van vooral kleinere gemeenten tijdens de vergadering in verzet tegen deze gedachte. Dat het openbaar bestuur in Nederland toe is aan herijking staat voor iedereen vast, al was het maar omdat onze omgeving zo complex en sneldraaiend is geworden dat we wendbaarder moeten worden zonder elkaar te veel in de weg te zitten. Het lukt net tussen de bedrijven door naar de Friese bakker te gaan om overheerlijk vers suikerbrood mee te nemen naar Rotterdam.
Woensdag 9 juni is de eerste dag dat ik de hele dag het stadhuis niet verlaat. Gelukkig zijn de gesprekken er niet minder inspirerend op. Mede dankzij de uitstekende zorgen van de bodes en een heerlijke werkkamer, maar vooral dankzij de grote directe betrokkenheid van de ambtelijke organisatie bij Rotterdam, heb ik een productieve dag.
’s Avonds in spanning de landelijke verkiezingen gevolgd. De avond begon speciaal met een prachtvoorstelling van de theatergroep Wunderbaum over wat er gebeurt met een klein theatergezelschap – laten we zeggen Wunderbaum – als plots één van de acteurs bekend maakt PVV te hebben gestemd bij de Gemeenteraadsverkiezingen. De avond wordt echt een feest in Big Ben als blijkt dat D66 meer dan verdrievoudigt. Terecht wordt Wichard de Wolf als plaatselijke campagnetrekker in het zonnetje gezet voor zijn onvermoeide organisatiekracht.
Donderdag 10 juni met een enigszins hard hoofd 8.30 uur weer achter het bureau. Na de gebruikelijke afdoening van stukken, lunch ik op de SS Rotterdam op uitnodiging van MKB Rotterdam en marge van het Ondernemerscongres. Grappig genoeg liggen er twee lunchkaarten voor twee verschillende lunches voor me klaar: de andere is die op uitnodiging van de mijn werkgevers van veertien dagen terug het ministerie van SZW. De voorzitter van de afdeling MKB Rotterdam i.o. vergelijkt Rotterdam met een doffe diamant die terecht wordt opgepoetst. Zijn pleidooi niet de achterstanden continu te benadrukken maar vooral de resultaten te laten zien als de zakenstad van Nederland spreekt mij aan.
Snel weer terug om op tijd te zijn voor de Gemeenteraadsvergadering, die vooral gewijd is aan het politieoptreden bij grote evenementen naar aanleiding van 1 en 5 mei j.l. Ik piep er even tussenuit om Cemille Sezer te feliciteren met het 10-jarig bestaan van Sezer Consult. Cemille laat met haar bedrijf zien hoezeer de eigen kracht van biculturele ondernemers in Rotterdam deze stad verrijken. Met veel plezier neem ik het jubileumboekje Verspiegelingen in ontvangst en verheug me op de verhalen van Rotterdammers die dankzij de onorthodoxe aanpak van Sezer weer (meer) meedoen. Hoezo ruimte geven aan talent en ondernemen: dergelijke ondernemers pakken de ruimte met hun eigen talent voor andermans talent. Laat velen volgen.
Vrijdag 11 juni wakker met het gezang van de kinderen: een mooi begin van de dag van een jarige jop. Omdat opa en oma thuis oppassen kan ik extra vroeg naar het stadhuis. Na vijf minuten word ik verblijd met wederom gezang, nu van de twee bodes. Om 9.00 uur stipt begint de collegevergadering, ik haast me en haal het net. Nog een keer (deze keer luid) gezang. Hoe jarig kan een mens zich voelen voor 9.00 uur? De taart van de taartarchitect valt in goede smaak.