bedrijfsreinigingsrecht
Bedrijfreinigingsrecht: voor het ophalen en verwerken van bedrijfsafval.
Voor de heffing van Bedrijfsreinigingsrecht geldt vanaf 1 januari 2012 een gewijzigde tarievenstructuur. Met de invoering van het nieuwe stelsel wordt de afvalinzameling van bedrijven in Rotterdam kostendekkend. Ook zijn de tarieven nu beter afgestemd op de hoeveelheid aangeboden afval.
Belangrijkste wijzigingen vanaf 2012
- vier categorieën (A, B, C en D) in plaats van vijf
- tarieven zijn gebaseerd op de oppervlakte van het bedrijf in m² in plaats van of op m² of aantal fte’s (personeelsleden)
- maximaal aantal m² per locatie om gebruik te mogen maken van het Bedrijfsreinigingsrecht. Bedrijven die hier buiten vallen, moeten een contract afsluiten met een wettelijk erkende commerciële afvalinzamelaar.
- onderscheid tussen food en non-food winkels
- bedrijven aan huis (categorie D) zijn wel opgenomen in verordening, maar krijgen geen aanslag opgelegd.
De tarieven voor Bedrijfsreinigingsrecht zijn afhankelijk van de bedrijfscategorie (A, B, of C) en de oppervlakte van het bedrijf in m².
De Standaard Bedrijfsindeling 2008-code (SBI-code, staat vermeld op uw inschrijving bij de Kamer van Koophandel) bepaalt in welke categorie een bedrijf valt.
De lijst met SBI-codes en de bijbehorende tariefcategorieën is te vinden in de verordening Bedrijfsreinigingsrecht.
Maximaal aantal m² voor Bedrijfsreinigingsrecht
Er geldt een maximaal aantal m² per locatie om gebruik te mogen maken van Bedrijfsreinigingsrecht. Voor categorie A en C is dit 1.500 m² en voor categorie B 500 m². Bedrijven die hier buiten vallen, moeten een contract afsluiten met een wettelijk erkende commerciële afvalinzamelaar.
Bedrijven aan huis
In december 2011 hebben bedrijven aan huis (B-a-H) een brief van de gemeente Rotterdam ontvangen dat zij vanaf 2012 de heffing B-a-H moesten gaan betalen.
Uit de reacties van ondernemers, Kamer van Koophandel, belangenorganisaties en vragen van diverse politieke partijen in de Gemeenteraad blijkt dat de heffing voor tarief B-a-H als zeer onrechtvaardig wordt ervaren door ondernemers die weinig tot geen afval produceren. Daarnaast is in de toelichting op de door de Gemeenteraad vastgestelde verordening aangegeven dat bedrijven die kunnen aantonen geen afval te produceren in staat zouden worden gesteld om in aanmerking te komen voor een ontheffing. In de brief van december werd deze mogelijkheid niet geboden, wat niet in overeenstemming was met de toelichting bij de verordening. De reacties hebben geleid tot verder overleg met Kamer van Koophandel, Stichting ZZP Nederland, Platform Zelfstandige Ondernemers en FNV Zelfstandigen. Op basis hiervan heeft het college in overleg met de Gemeenteraad besloten de heffing niet op te leggen. Bedrijven aan huis zullen dus geen aanslag voor het tarief B-a-H ontvangen.