conferentie bewonersinitiatieven 24 juni 2010
24 juni 2010
Leverende organisatie | Aangeleverd op 06-07-2010
Goedemorgen, fijn dat u hier bent. Ik ben Korrie Louwes, de wethouder die ook gaat over bewonersinitiatieven.
Vandaag gaat u praten over de toekomst van bewonersinitiatieven. Laat ik u meteen vertellen: dit college vindt initiatieven die Rotterdammers zelf ontplooien bijzonder waardevol. Het coalitieakkoord heet: talentontwikkeling en ondernemen, en die titel heeft uiteraard te maken met de economie, maar ook met een mentaliteit. Ondernemen staat voor: initiatief tonen, zelfredzaam zijn en je verantwoordelijk voelen voor je omgeving. De kracht van de Rotterdammer, dáár moet onze stad het van hebben.
We hebben het vandaag over bewonersinitiatieven en ook daarin tonen Rotterdammers die ondernemende geest. Rotterdammers denken graag mee over hun straat en hun stad en blijken over grote creativiteit en inventiviteit te beschikken. Van Opzoomeren en de vele andere mogelijkheden voor bewonersinitiatieven wordt op grote schaal gebruik gemaakt.
De vraag die er ligt is echter – en het is een hele simpele – kan het nog beter? Als je kijkt naar wat onze stad nodig heeft, hoe kun je bewonersinitiatieven dan nog beter inzetten? Wat wil je bereiken? En welke rol moet de overheid daarin spelen?
Als wethouder ben ik nog niet zo lang in functie. Ik ga daarom hier geen verhaal houden over hoe het volgens mij moet. De komende maanden laat ik mij graag voeden. En deze bijeenkomst is daar bij uitstek voor geschikt. Om mijn gedachten te kunnen vormen over de toekomst van bewonersinitiatieven heb ik u nodig. Uw ideeën en uw visie dragen bij aan de aanpak van het college op dit gebied. In het najaar verschijnt het werkprogramma van het college en daarin komen de details van de plannen voor de komende vier jaar.
Uiteraard heb ik zelf wel een opvatting over bewonersparticipatie. En die wil ik graag met u delen. Wellicht kan ik u prikkelen met een aantal van mijn waarnemingen en ideeën. En dan spreek ik voornamelijk uit mijn eigen ervaring als bewoner van deze stad.
Ook in mijn straat doen we elk jaar mee met Opzoomeren. Soms met een bbq, soms met een Jeu de Boules toernooi en altijd met de kerstviering. We vinden dat niet alleen gezellig, maar beseffen terdege hoe belangrijk ontmoeting is.Eigenlijk heeft mijn straat Opzoomeren niet nodig om tot activiteiten te komen. Die zouden we toch wel organiseren én we zouden ze ook zelf kunnen betalen. Straten zoals de mijne moeten er dan ook – vind ik – een schepje bovenop doen. Straten zoals de mijne moeten verder kijken dan hun eigen straat. Aan ons mag worden gevraagd om andere straten die nog niet actief zijn erbij te betrekken. Straten waar het organiserend vermogen misschien minder groot is en waar mensen een zetje nodig hebben om mee te doen.
Opzoomeren gaat immers om de ontmoeting. Dat krijg je voor elkaar door het organiseren van activiteiten, maar die zijn niet het doel. Het hoofddoel blijft ontmoeting waardoor verbondenheid ontstaat tussen bewoners. En met die verbondenheid een prettigere leefomgeving.
Neem de kerstboom. In sommige straten staat hij elk jaar. Andere straten die minder gewiekst zijn in het bijtijds aanvragen van de boom vissen vaak achter het net. Waarom zouden de ervaren straten niet de beginnende straten kunnen helpen? Dat zorgt immers ook voor binding.
Overigens denk ik bij binding niet alleen aan het betrekken van andere straten, maar ook aan samenwerking met andere partijen. Misschien wil de bakker in de buurt wel broodjes leveren voor de bbq. En misschien willen de jongeren uit de straat wel helpen met het bedienen van de ouderen. Veel dingen kosten niets behalve initiatief en organisatietalent.
Groepen mensen die samen activiteiten organiseren vind je niet alleen in straten maar ook op vele andere plaatsen: sportverenigingen, scholen, bejaardencentra….Als deze groepen van mensen met uiteenlopende leeftijden en achtergronden de verbinding zoeken en gaan samenwerken kunnen mooie dingen ontstaan. Het gebeurt natuurlijk al, maar ik zie daar nog allerlei mogelijkheden.
Wat de rol van de overheid betreft: we moeten nog beter aansluiten bij wat er al is en bij de bereidheid die mensen hebben. Ik zie de overheid daarin vooral als faciliterend en niet als dicterend. Wat niet vanzelf gaat, kun je stimuleren, maar luister eerst voordat je een beleidsregel bedenkt.
Rotterdam moet de komende jaren verstandig omspringen met haar financiën, dus ook voor bewonersinitiatieven geldt: vooral inzetten waar het nodig is. Laten we publieke middelen vooral gebruiken om te stimuleren. Laten we ze inzetten als aanjager van initiatieven waardoor onze stad een nog prettigere stad wordt om in samen te leven. Laten we niet voorkauwen, maar ondersteunen waar Rotterdammers zelf mee komen.
Wie het coalitieakkoord goed heeft gelezen, weet dat de komende jaren 5 miljoen extra per jaar voor burgerparticipatie wordt ingezet. Dan hebben we het over grootste ideeën en plannen waar Rotterdammers zelf mee komen. Over initiatieven die op lange termijn een verbetering oplevering voor de stad. Met andere woorden: dit geld gaat niet extra in de pot bewonersinitiatieven. Denk groot!, is het motto.
In de organisatie van het mogelijk maken van bewonersinitiatieven wordt meer en meer samenwerking gezocht met de deelgemeenten. Terecht, want zij weten wat er speelt en mogelijk is in hun wijken en buurten. Zij kennen de verschillende mensen en partijen die samen een verzameling huizen tot een buurt maken.
Binnenkort kom ik bij u in de deelgemeenten langs om kennis te maken en om te horen wat er speelt. Daar zullen uiteraard knelpunten aan de orde komen, maar ook – hoop ik – inspirerende voorbeelden van hoe mensen een stad laten leven.
Ik wens u veel inspiratie en wijsheid toe vandaag en hoor heel graag terug hoe u tegen de toekomst van bewonersinitiatieven aankijkt.